Plus Interview

Yusuf Altuntas: ‘We hebben zitten slapen als islamitische schoolbestuurders’

We hebben zitten slapen als islamitische schoolbestuurders, erkent Yusuf Altuntas (1973) over de ophef rond lesmateriaal met homovijandige teksten. Maar qua seksuele voorlichting is er volgens hem geen ander op moslims toegespitst lesboek.

Yusuf Altuntas: ‘Ik vind wel dat er selectieve verontwaardiging is.’ Beeld Marc Driessen

Het interview is net bezig als Yusuf Altuntas ­opspringt vanachter de vergadertafel en naar de gang snelt. Hij vermaant de kinderen die net voorbij kwamen rennen: “Nog een keer de gang over, maar dan rustig.”

Op islamitische basisschool Elif, in de Rivierenbuurt, ogen de omgangsvormen zoals op ­elke andere school. Jongens en meisjes komen vrolijk naar buiten aan het eind de dag.

“Ze dragen gewone kleding en kijken elkaar aan,” becommentarieert directeur Altuntas. Hij verwijst naar de ophef van vorige week, toen Nieuwsuur en NRC berichtten over lesmateriaal voor seksuele voorlichting dat in gebruik is op tientallen islamitische scholen.

Het gaat om het boek Help! Ik word volwassen, waarvan aparte versies bestaan voor jongens en meisjes. Het hoofdstuk over homoseksualiteit opent met een verhaal uit de Koran over een volk dat woonde in Sodom en ‘totaal afgedwaald [was] van de Weg van Allah’. De mannen hadden er seks met elkaar. ‘Het werd door Allah verafschuwd en als grote zonde beschouwd.’ Als straf verblindde hij de mensen en liet hij Sodom vernietigen.

Er is ook een ambivalente passage over besnijdenis van jongens en meisjes, onder het kopje: ‘Gebruiken die bij onze natuurlijke aanleg horen’. Eerste zin: ‘Allah heeft bepaalde daden verplicht gesteld voor al Zijn profeten en hun volgelingen.’ Verderop volgen nuanceringen: vrouwenbesnijdenis is niet verplicht, komt in de meeste islamitische landen niet voor en de profeet verbiedt verminking.

Elders staat dat jongens en meisjes oogcontact moeten vermijden en meisjes geen ‘kleding van ongelovigen’ moeten dragen. Altuntas: “Dat moet je met een korrel zout nemen. Wie bepaalt of ik me als ongelovige kleed?”

Altuntas en de twee in opspraak geraakte lesboekjes hebben een geschiedenis met elkaar. Niet alleen omdat ze het voorbije schooljaar werden gebruikt op de vestiging van Elif in Hoorn, waar hij eveneens bestuurder is. Ook omdat hij tot eind 2017 voorzitter was van de Isbo, de koepelorganisatie van islamitische schoolbesturen.

De boekjes zijn geschreven in opdracht van een islamitische school in Heerlen, in samenwerking met de Isbo. De auteur, Asma Claassen, is ‘beleidsmedewerker identiteit’ bij de Isbo. Toen ze de boekjes schreef, was Altuntas haar leidinggevende.

Wat vindt u van de lesboekjes?

“Er is van alles op aan te merken, maar het gaat om drie zinnen in twee boekjes van 180 bladzijden.”

Het is uit de context gehaald?

“Nee, dat zeg ik niet. Ik vind wel dat er selectieve verontwaardiging is. In 2014 baarde het ­nauwelijks opzien toen bleek dat vmbo-scholieren bij maatschappijleer vragen kregen vol vooroordelen over criminele Marokkanen. En nu willen ze het bijzonder onderwijs afschaffen. Hoezo? Als wij als schoolbestuurders zouden zeggen: ‘dit is normaal’, dan snap ik het. Maar wij zijn nog niet eens aan het woord geweest!”

“Uiteindelijk is die passage over homoseksualiteit niet te verdedigen. Het is geschreven vanuit het oogpunt van moslims versus ‘de ander’. Asma is bekeerling, zij en haar voorouders zijn hier geboren en getogen. Als schrijfster houdt ze in haar achterhoofd geen rekening met integratie zoals mensen met een buitenlandse achtergrond wel doen, bijna onbewust. Bekeerlingen opereren vaak anders dan mensen die van huis uit moslim zijn.”

Wanneer begon ze aan de boekjes?

“In 2013, in opdracht van een islamitische school in Heerlen. De bewuste passage hebben we neergelegd bij het COC. Die had geen aanmerkingen. Opvallend dat het COC het nu onacceptabel noemt. De onderwijsinspectie wist ervan, net als de SLO (een onafhankelijk expertisecentrum dat leerplankundig advies geeft, red).”

“In 2015 werd seksuele diversiteit een verplicht vak. Sindsdien moeten we er iets mee. Toen is bij de Isbo gezegd: voorlopig gebruiken we deze boekjes, die de Isbo doorontwikkelt. Dat laatste is nooit gebeurd. Anders was die passage wel gewijzigd. We hebben als islamitische schoolbesturen zitten slapen. Ook omdat er met de school in Heerlen discussie was over de copyrights. Daardoor viel de zaak stil.”

De boekjes zijn op uw school in Hoorn gebruikt.

“Eén keer, gedurende vier lessen. Daarin kwam slechts een deel van de inhoud aan bod. Ze zijn qua niveau eerder geschikt voor brugklassers dan basisscholieren. Docenten zeggen: het is te abstract.”

Is het nodig dat de kinderen leren over vrouwenbesnijdenis?

“Het kan nuttig zijn om te verduidelijken dat het niet een religieuze, maar cultureel bepaalde gewoonte is, vooral in delen van Afrika. Maar ik geef toe dat het wel erg taai is voor basisscholieren en misschien zelfs voor brugklassers. Het was beter geweest het weg te laten.”

Waarom geen ander boek gebruikt?

“Dit zijn de enige boekjes op dit gebied voor moslimkinderen. Er is geen alternatief.”

Hoe kan dat?

“We hebben geen mensen die dat kunnen schrijven. Bij de educatieve uitgeverijen zitten geen schrijvers met een islamitische achtergrond. Ik heb in ieder geval niemand kunnen vinden die een gedegen lesmethode kan ontwikkelen.”

Die mensen moeten er toch zijn?

“De spoeling is dun. Of we moeten lesmateriaal in het buitenland betrekken. Maar dat wil je niet. We zijn een kleine zuil, oninteressant voor die paar educatieve uitgeverijen om een leermethode voor op te zetten. Dat kost tonnen.”

“Misschien is de ophef een kans. Laten we met schoolbesturen van andere religies gaan zitten en elkaars kennis aanwenden voor een goed boek op dit vlak. Ondertussen is veel schade aangericht. Vorige week had ik buurtbewoners uitgenodigd. Iemand zei verrast: jullie zijn toch wel normaal. Dat is het effect van de bericht­geving van afgelopen week. Het is koren op de molen van populisten.”

Hoe loopt dit af?

“Er komt onderzoek door de inspectie naar ­burgerschapsonderwijs op islamitische scholen. Over een jaar blijkt dat het wel goed zit. Op maatschappelijk vlak is er veel meer impact. De politiek grijpt het aan om artikel 23 ter discussie te stellen (grondwetsartikel over de vrijheid om religieuze scholen te stichten – red.). Voor het islamitisch onderwijs hoop ik dat we ervan leren: hadden we niet eerder moeten handelen? Nu zijn we bezig met damage control.”

De lesboekjes die de omstreden passages bevatten, met een versie voor jongens (blauw) en een voor meisjes (rood). Ze zijn in gebruik op tientallen islamitische basisscholen. Beeld -
De lesboekjes die de omstreden passages bevatten, met een versie voor jongens (blauw) en een voor meisjes (rood). Ze zijn in gebruik op tientallen islamitische basisscholen. Beeld -

Omstreden Turkse prediker als bron

Het literatuurlijstje achterin Help! Ik word volwassen is voldoende om alarmbellen te laten afgaan. Naast de Koran, een artikel over gezondheid, een rapport over jeugdprostitutie en een boek van een Egyptische geleerde, prijkt daar de naam van Harun Yahya. Deze Turkse prediker is berucht om zijn homovijandige teksten.

Voor haar lesboek putte auteur Asma Claassen uit Het menselijk wonder. Zoals zoveel van Yahya’s boeken bevat het een frontale aanval op Darwins evolutieleer. Harun Yahya, een pseudoniem van Adnan Oktar, predikt een mix van islam en creationisme. In 2016 stelde hij in een interview per e-mail met deze krant de ­‘bedreiging’ van homoseksualiteit onder de aandacht te willen brengen. “Deze perversiteit bedreigt niet alleen de islamitische gemeenschappen, maar de leden van alle religies.” Hij schreef dat homoseksuele koppels adoptiekinderen dwingen homoseksueel te worden.

Yahya, in het verleden holocaustontkenner, heeft honderden boeken op zijn naam, die soms met duizenden tegelijk huis aan huis in Europa worden verspreid. Critici zien hem als uithangbord van een mysterieus, kapitaalkrachtig bedrijf. Op zijn tv-kanaal danst hij met schaars geklede vrouwen, die hij ‘kittens’ noemt.

COC: geen fiat aan passage over homo’s

Een woordvoerder van COC ­Nederland ontkent dat het voorafgaand aan verschijning van de lesboekjes geen aanmerkingen had op de passage over homoseksualiteit. “In 2014 is deze voorgelegd aan één van de 500 à 600 vrijwilligers die verbonden zijn aan onze 20 afdelingen. Die zei dat kinderen zich een hoedje zouden schrikken als ze dit lazen. Daarna was er geen contact meer.”

De onderwijsinspectie stelt dat het niet de bevoegdheid heeft specifiek naar dit soort lesmateriaal te kijken. “We bekijken het hele plaatje,” aldus een zegsman. Of er vooraf contact is geweest over het lesmateriaal, is volgens hem niet te achterhalen. “Dat houden we niet bij.” De SLO stelt dat er, voor zover valt na te gaan, geen contact is geweest met de Isbo over de lesmethode Help! Ik word volwassen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden