PlusKlapstoel

Yasmin Göker-Hilberdink: ‘Amsterdam schudde me wakker’

Yasmin Göker-Hilberdink op de Klapstoel.Beeld Harmen de Jong

Yasmin Göker-Hilberdink (1967) is artistiek directeur en oprichter van de Strijkkwartet Biënnale. Zaterdag begint de tweede editie van het internationaal vermaarde festival in het Muziekgebouw aan ’t IJ.

Istanboel

“Mijn vader was Turks, mijn moeder Oostenrijks. Hij was advocaat en later ondernemer. Zij had journalistiek gestudeerd, maar heeft daar voor zover ik weet nooit iets mee gedaan. Thuis spraken we vooral Turks. Als ik aan Istanboel denk, denk ik vooral aan de Bosporus, de rivier die het hart van de stad is. Heel mooi zijn de Prinseneilanden, waar het dromerig en stil is en waar wij vroeger gingen zwemmen. Nu woon ik in Amsterdam op het Borneo-eiland en kan ik, net als de rijken in Istanboel, gewoon voor de deur zwemmen, heerlijk. Mijn Nederlandse man en ik zijn getrouwd in Istanboel, op een boot midden op de Bosporus, tussen Azië en Europa, erg mooi.”

Internaat

“Daar ging ik op mijn tiende heen, in Wenen. Het idee was dat ik daar goed Duits zou leren spreken en schrijven. Stel je er niet iets verschrikkelijks bij voor. De eerste weken heb ik veel gehuild, daarna heb ik het er acht jaar heel gezellig gehad. Helemaal alleen was ik ook niet in Wenen. Mijn oudere zussen studeerden er en mijn moeder verdeelde haar tijd tussen Turkije en Oostenrijk. Een ander Turks meisje en ik waren de enige niet-Oostenrijkers in het internaat. We kregen er een degelijke gymnasium­opleiding met veel aandacht voor cultuur.”

Schloss Grafenegg

“Het is een kasteel in een groot park bij Wenen, bijna Disneyachtig. Er hoort ook een wijngaard bij. Vijf jaar ben ik er directeur geweest. Ik was heel erg verbaasd toen ik werd gevraagd. Ik had politicologie en communicatiewetenschappen gestudeerd, wat wist ik nou van het beheer van een kasteel? Maar de eigenaar, een telg van de familie Metternich, zei: ‘Wie een huishouden kan runnen, kan ook een slot runnen.’ Het was een heerlijke baan, vooral ook omdat er op het kasteel veel aan cultuur werd gedaan; ik mocht er tentoonstellingen en concerten organiseren. Bij de baan hoorde een appartement in een oude molen met uitzicht op het kasteel. Ik ga hier nooit meer weg, dacht ik.”

Amsterdam

“Het was – natuurlijk – de liefde die me hier bracht. Voor mijn werk op Schloss Grafenegg ging ik wat concerten bezoeken in Finland. Ik maakte een tussenstop in Amsterdam, waar een vriendin van me woonde. Toen we uit eten gingen, was daar ook de beste vriend van haar vriendje bij. Voor hem was het liefde op het ­eerste gezicht. Ik had dat pas door toen ik in Finland bericht van hem kreeg dat hij mij zo snel mogelijk weer wilde zien. Hij is toen naar Helsinki gekomen en ja, daar werd het wat.”

“Maar waar gingen we wonen toen het écht wat werd? We besloten dat hij een maand zou doen of hij naar Wenen zou komen en ik deed of ik naar Amsterdam kwam. Gewoon wennen aan het idee, kijken hoe het voelde. Maar al na drie dagen belde ik hem: ‘Ik kom naar Amsterdam!”

“Wenen is warme chocolademelk met slagroom, zeg ik altijd. Amsterdam was een koude douche en dat bedoel ik positief: de stad schudde me weer wakker. Wenen is wat burgerlijk, alles gaat er langzamer, dingen worden niet gezegd. In Amsterdam is de cultuur open, direct, eerlijk, en ik voel me daar goed bij. Het enige wat ik weleens mis, is de grandeur van Wenen. Het is de voormalige hoofdstad van het Habsburgse Rijk en dat zie en voel je. Amsterdam is heel mooi, maar ook klein.”

Strijkkwartet

“Natuurlijk luister ik ook naar andere muziek, maar het strijkkwartet is een heel grote liefde. Het zaadje werd geplant in het Wiener Konzert­haus. Vrienden hadden een abonnement op een Beethovencyclus en namen me mee naar een concert van het Alban Berg Quartett. Ik wist meteen: hier gebéúrt iets, ik maak iets betekenisvols mee. Ik programmeerde op Grafenegg ook wel strijkkwartetten, maar pas in Amsterdam, toen ik bij de Stichting Kamermuziek werkte, ben ik er echt in gedoken.”

Biennaaaaaaaaaaaaaaaaaale

“Zo staat het op de affiches, ja. De vormgever wilde met al die a’s het geluid en de beweging van strijkers uitdrukken. Het is een echte eyecatcher: fris en eigentijds en daarmee ­passend bij het festival dat we willen zijn. De Biënnale is een festival met internationale al­lure. Een week lang bieden we het allerbeste dat er is op het gebied van strijkkwartetten, maar we zijn er zeker niet alleen voor mensen die de klassieke muziek al kennen. We zijn niet het enige strijkkwartetfestival van de wereld, wel het grootste. In Parijs is ook een biënnale, maar dat is meer een parade van concerten; wij hebben ook een uitgebreid randprogramma.”

Beethoven

“De late kwartetten van Beethoven, mooier bestaat er niet voor mij. In 2018 hadden we bijna al zijn strijkkwartetten op het programma staan. Nu, in het Beethovenjaar, waarin je zijn muziek al overal hoort, doen we het beschei­dener aan: alleen zijn vroege en zijn late kwartetten. De vroege al om 09.30 uur, de late – ­aangevuld met zijn enige kwintet – om 22.30 uur. Het tijdstip waarop je naar muziek luistert, doet veel met de beleving. Eerder hadden we ook ochtendconcerten. We hadden toen bezoekers die voor ze naar hun werk gingen eerst bij ons langskwamen. Ik sprak ook een moeder en een dochter die een ochtendconcert onderdeel van een dagje Amsterdam hadden gemaakt. Van het Muziekgebouw gingen ze door naar de Bijenkorf – geniaal.”

New Cool Collective

“Ja, staat dit jaar ook op het programma. Het Alma Quartet wilde iets met jazzmuzikant ­Benjamin Herman doen. Die was meteen heel enthousiast, maar bij een eerste brainstorm­sessie kwam eruit dat hij toch het liefst zijn hele clubje zou meenemen. In het concert met het Alma Quartet gaan ze, geheel onversterkt, improviseren op het Twaalfde Strijkkwartet van Beethoven.”

Cello

“Op mijn 35ste ben ik ermee begonnen. Bij de Stichting Kamermuziek had ik me eens laten ontvallen dat ik graag cello had gespeeld. Mijn baas, die ook in het bestuur van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds zat, regelde er een voor me. Toen moest ik – die nog nooit een in­strument had gespeeld en geen noten kon lezen – dus ook op les. Ik hoop niet dat mijn lerares dit leest, want ik bezorgde haar grijze haren. Ik kon er niets van. Na drie jaar ben ik er maar mee gestopt, er zat geen enkele groei in.”

Geld

“Helemaal in het begin dacht ik overmoedig: hoe moeilijk kan het zijn, een Strijkkwartet Biënnale organiseren? Die kwartetten hebben toch niet meer nodig dan vier stoelen en vier lessenaars? De financiering van een festival bleek toch iets ingewikkelder. Maar het is gelukt. We krijgen subsidie van het rijk en de gemeente, we worden gesteund door particuliere fondsen en we hebben één sponsor, een advocatenkantoor. Complimenten aan Am­sterdam dat ik, een buitenlander, de kans heb gekregen dit festival op te zetten. Ik was een no-name toen ik hieraan begon, had hier niet gestudeerd, had geen enkel netwerk, geen rijke vader, niks. Dat kan alleen in Amsterdam.”

Muziekgebouw

“Hoeveel ik ook van het Concertgebouw houd, dat echt prachtig is, ik wist meteen dat de Strijkkwartet Biënnale in het Muziekgebouw moest plaatsvinden. De locatie aan het IJ is prachtig, maar het is vooral een open en transparant gebouw. In het Concertgebouw verdwijnen de bezoekers in de pauze en na afloop in al die gangetjes en aparte ruimtes. Het Muziek­gebouw draagt bij aan een ontmoeting van publiek en musici, van iedereen.”

Borusan Quartet

“Vier heel leuke jongens uit Istanboel. Wel maf eigenlijk: als Japanners klassieke muziek spelen, vindt iedereen dat heel gewoon, maar als Turken het doen, vinden we dat bijzonder. Terwijl Turkije een behoorlijke traditie van klassieke muziek heeft. Al in de jaren twintig kwam Bela Bartok op uitnodiging van Atatürk naar Istanboel om daar te adviseren over muziekonderwijs. In Istanboel, Ankara en Izmir zijn conservatoria en er zijn Turkse componisten die westerse klassieke muziek schrijven.”

Ouderen

“Ik draai er niet omheen: een groot deel van ons publiek bestaat uit zestigplussers. Ouderen, ja. Ik zou het in de toekomst graag anders zien, maar het is ook wel logisch zo. Twintigers zijn met heel andere dingen bezig. Veertigers hebben kinderen en een drukke baan. Die zestigers hebben de tijd en de middelen om te genieten van klassieke muziek. Hoopvol vind ik het dat toch zo’n 10 procent van het publiek onder de dertig is. En we trekken een internationaal publiek, daar zetten we ook echt op in. Tot uit de Verenigde Staten en Canada komen ze.”

Langsamer Satz

“Dat was in 2018 bij het openingsconcert. Het was ons gelukt, de eerste editie van de Strijkkwartet Biënnale ging van start! Maar nadat ik de Langsamer Satz van Anton Webern had aangekondigd, zette het Hagen Quartett een heel ander stuk van hem in. Er was iets mis­gegaan in de communicatie tussen het kwartet, het management en ons. Ik kon wel door de grond zakken. Van de recensenten viel het alleen die van Het Parool op dat er een ander stuk werd gespeeld.”

Pieter Embrechts

“Musical? Ik heb toen ik nog heel jong was eens Cats gezien. Dat was voor mij genoeg.”

Strijkkwartet Biënnale, t/m 1 februari, www.sqba.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden