Plus Achtergrond

Witwassen? Egyptische ondernemers zijn insinuaties beu

Egyptische kopten hebben in de Amsterdamse binnenstad meer dan driehonderd steakhouses, hotels, pizzeria’s en wafelzaken. De suggestie dat ze hun bedrijven met duister geld financieren, treft ze in het hart. ‘Dat is een belediging zonder enige grond!’

In de Warmoesstraat zijn meer dan dertig zaken in handen van Egyptische kopten. Beeld Maarten Brante

Rondleidend door de binnenstad blíjft Ramez Ramzy, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Koptische Ondernemers, zaken aanwijzen. In bijvoorbeeld de Damstraat zijn dit steakhouse, die pizzeria, die burgertent, dat Argentijnse grillrestaurant en die ijssalon van leden van zijn vereniging van christenen met Egyptische wortels.

De Damstraat is nog lang niet de straat met de meeste zaken van Egyptenaren. In de Warmoesstraat hebben ze er meer dan dertig – naast de fastfoodrestaurants ook fremdkörper zoals de Jamin en het Stone’s Café.

De gemene deler: het zijn vrijwel altijd zaken die populair zijn onder toeristen, en minder onder Amsterdammers. Wie in toeristisch gebied een op toeristen gerichte zaak wil beginnen, ligt bij de gemeente onder een vergrootglas. In Amsterdam gaat het veelal om Egyptische kopten.

Forse omzetten

De uitbaters verklaren hun keuze eenvoudig. Zij bieden wat de toeristen willen hebben en draaien zo forse omzetten. Andere formules zijn domweg minder lucratief, al doen sommigen nu en dan een poging. Ramzy: “Wij hebben heus niet de magie, maar spelen op de markt in.”

Het raakt de kopten in het hart dat hun zaken worden weggezet als laagwaardige horeca. Het treft ze nog harder dat al jaren het verhaal gaat dat ze hun bedrijven wellicht met duister geld hebben gefinancierd. Deze zomer schreef Het Parool dat de overheid geen vinger weet te krijgen achter het fenomeen dat de kopten steeds zaken overnemen op de populairste plekken, waar anderen het hoofd niet boven water hadden kunnen houden.

Hoe kunnen zij veel hogere overnamesommen bieden dan de concurrentie (voor goodwill, voorraad en inventaris)? De vraag wordt steeds gesteld, door concurrenten en op het stadhuis. De koptische ondernemers zijn het zat. Ze voelen zich beledigd en gediscrimineerd, zoals ook hun gemeenschap in Egypte gebeurt. Ze kunnen alles uitleggen, maar niemand luistert écht, is hun gevoel. “Het is een belediging zonder enige grond!”

Integriteit getoetst

We treffen het bijna voltallige bestuur van de Nederlandse Vereniging van Koptische Ondernemers tweemaal op het kantoor van de Amsterdamse afdeling van Koninklijke Horeca Nederland (KHN), aan de Amstel. Regiomanager Eveline Doornhegge van de brancheorganisatie deelt het onbegrip van de zakenmannen.

Op de tweede bijeenkomst ligt de tafel, zoals afgesproken, bezaaid met stapeltjes papieren. Aanvragen voor exploitatievergunningen, drank- en horecawetvergunningen – om de drie tot vijf jaar vereist. Telkens moeten de onder­nemers en leiding­gevenden inzage geven in hun financiën en wordt hun integriteit getoetst.

In de computer zitten talloze stukken die de ondernemers aanleverden om hun aanvragen te onderbouwen. De boodschap van het gezelschap: kijk maar in de papierberg en de zaken, en oordeel zelf.

Voor een bar-restaurant op de Wallen betaalde een ondernemer deze zomer een overnamesom van zes ton, geleend bij verschillende partijen. Behalve het ondernemingsplan, de startbegroting en, pakweg, de menukaart moest hij arbeidsovereenkomsten, legitimatiebewijzen en tal van bewijsstukken overleggen die aantonen dat de geldverstrekkers legaal aan hun vermogen zijn gekomen, lezen we.

Stukken over de inkomstenbelasting, bank­afschriften van financiers, aanbetalingen, huur, borg, et cetera. Aktes uit het kadaster, van de notaris. Een motivatiebrief waarin uiteen­gezet is met welk verdienmodel het geleende bedrag wordt terugbetaald. Stukken over het verdienmodel van de verstrekker van de grootste lening. Leningovereenkomsten voor de kleinere bedragen, van 50.000 euro. Stukken van een verkocht huis en een verkochte zaak; over spaargeld dat familie in Zweden overmaakte.

Inderdaad: een hele administratie.

Zo nemen we meer voorbeelden door, waaruit hetzelfde beeld rijst.

Een ondernemer: “De gemeente weet welke kleur onderbroek ik draag, maar suggereert dat alles duister is? Dat is niet eerlijk. We verantwoorden elke cent, bedelven de ambtenaren keurig onder de gevraagde stukken en zijn volkomen transparant – al is het nog zo’n werk, ­zeker als je de procedures niet kent.”

Kerk

De tijd dat leningen vooral uit Egypte kwamen, ligt volgens de ondernemers tien jaar achter ons. Ramzy: “Dat vergt veel te veel administratie en kosten om bewijzen te vertalen. Als iemand zevenduizend euro wil lenen van zijn zwager daar, moet hij diens salarisspecificatie geven, maar in Egypte is het ongebruikelijk je salaris te tonen. Het bancaire systeem is er primitief.”

De suggestie dat geldstromen via de koptische kerk lopen, in Noord, vinden de ondernemers belachelijk. De kopten helpen elkaar hier een bestaan op te bouwen, als onderdrukte groep uit Egypte. Daarmee heeft de kerk niets van doen. De gemeente bevestigt overigens dat nooit bewijs is gevonden voor enigerlei rol van de kerk, zoals concurrenten wel suggereren. Een ingewijde: “Zoals anderen elkaar kennen uit de voetbalkantine, kan het best zo zijn dat zij elkaar gewoon kennen uit de kerk.”

“Veel kopten waren in Egypte kleine boeren met weinig opleiding,” zegt Ramzy. “Ze kopiëren een horecaconcept dat goed draait. De banken lenen kleine ondernemers niets, dus financieren we elkaar. Op criminelen wordt neergekeken en die worden geweerd. Wij zijn een trotse gemeenschap die zich met bloed, zweet en tranen uit het niets heeft opgewerkt.”

Drie tot vijf kwartier

Waar het jaren geleden uitzonderlijk was voor een zaak op de Wallen een miljoen neer te tellen, is die nu grif het dubbele waard, zegt Ramzy. “Je hoeft dat geld ook niet meer terug te verdienen, want de zaak houdt zijn waarde. Het probleem lijkt te zijn dat de gemeente de ontwikkelingen in de markt niet kan duiden, maar daar moeten wij niet de schuld van krijgen.”

Als je wilt witwassen, kan dat veel eenvoudiger via de detailhandel of andere sectoren waarin geen diepgaand integriteitsonderzoek geldt, stellen de ondernemers en Koninklijke Horeca Nederland. KHN heeft de gemeente overigens vele aanbevelingen gedaan om het proces omtrent de vergunningen te verbeteren, veelal door duidelijker taalgebruik.

De rondgang door de binnenstad, op vrijdagavond, bevestigt het beeld dat de ondernemers schetsen: de meeste zaken trekken volop toeristen. Dat dezelfde tafel op een dag vier, vijf keer ‘wordt verkocht’ omdat toeristen maar drie tot vijf kwartier blijven, kunnen we ons voorstellen. 

Wie zijn de kopten?

De eerste kopten kwamen in de jaren zeventig en ­tachtig vanuit Egypte naar Nederland, maar de grootste groep kwam tussen 1990 en 2010. In ­Amsterdam bezitten ze een groot aantal goedlopende horecazaken, gericht op toeristen. 

Kopten zijn christelijke Egyptenaren. De meesten wonen in zuidelijk Egypte. De gemeenschap telt ook daar relatief veel hoog­opgeleiden, maar de beste posities gaan in Egypte naar moslims. Omdat veel kopten zich gediscrimineerd en achtergesteld voelen, is emigreren in trek.

Door het opkomende islamisme raakt de groep steeds meer geïsoleerd en is die vaker doelwit van aanslagen.

Naar schatting van Ramez Ramzy van de Nederlandse Vereniging van Koptische Ondernemers hebben zo’n vierhonderd kopten in Amsterdam gezamenlijk meer dan driehonderd horecazaken. Het gaat bijvoorbeeld om acht zaken op de Oudezijds Voor- en Achterburgwal en in de Oude Hoogstraat, twaalf in de Damstraat, twintig op de Zeedijk, dertig in de Warmoesstraat, zes in de Lange Niezel, twee in de Korte Niezel en twee op het Oudekerksplein. Ook rond het Rembrandtplein en in de Leidsebuurt hebben de kopten vele zaken. Sommigen hebben ook souvenirshops en seksshops.

De Nederlandse Vereniging van Koptische Ondernemers is in 2015 opgericht, maar werd in de loop van 2019 beduidend actiever. De ondernemers willen volgens secretaris Ramzy nauw samenwerken met de gemeente, bewoners en politie. Workshops moeten de leden helpen bij het professionaliseren, ook door de ingewikkelde regels uit te leggen. Alle koptische ondernemers spreken Nederlands, zegt Ramzy, al spreekt niet iedereen de taal vloeiend.

Volgens de vereniging werken de meeste leden zeer lange dagen en verklaart ook dat een deel van het succes.

Er leven ideeën over het werken met vaste leveranciers die het exclusieve recht krijgen bijvoorbeeld vlees, groenten of houdbare producten te leveren, met daarbij de verplichting namens de vereniging voedingsmiddelen naar de voedselbank in Amsterdam te brengen. Ook denkt de vereniging aan een project omtrent gezamenlijke bevoorrading, om de overlast van bestelbusjes in te dammen. “We willen onderdeel zijn van oplossingen, niet van problemen. Oók door geregeld met bewoners, andere ondernemers en de politie aan tafel te zitten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden