Plus Klapstoel

Wiskundige Ionica Smeets: ‘1999, dat is toch een cool getal?’

Ionica Smeets (1979) is wiskundige en hoogleraar wetenschapscommunicatie in Leiden. Vrijdag kwam haar nieuwste boek uit: Superlogisch. Volgende week is ze te gast op het Gala van de Wetenschap in Amsterdam.

Ionica Smeets met de klapstoel. Beeld Harmen de Jong

Delft

“Ik ben er in het ziekenhuis geboren, maar woonde in Kwintsheul en later in Maasland. Ik zat op zo’n heel strenge, christelijke basisschool, waar je te horen kreeg dat je in de hel kwam als je naar Jesus Christ Superstar op tv keek. Terwijl de ouders van de andere kinderen op zondag in de kerk zaten, gingen de mijne naar de kroeg. Heel gek: ze hadden dat helemaal niet door. Op school was ik nogal braaf. Pas toen ik in Delft ging studeren, ben ik opgebloeid. Ik kwam per ongeluk terecht in een heel ruig studenten­huis in de Choorstraat in het centrum: feesten, drugs, wilde seks. Dat was wel goed voor me. Zat ik voor mijn tentamens te leren en was er verderop een technoparty gaande. Ik heb er nog steeds veel aan: ik kan nu heel goed in een indoorspeeltuin werken.”

Wiskunde

“Op school vond ik er niet veel aan, maar toen ik op de universiteit de eerste keer een wiskundig bewijs zag, dacht ik: wow. Dit is zó mooi, dit is zó volmaakt, het is zó duidelijk dat het niet anders kan. Wiskunde is zuiver, elegant en tijdloos. Iets wat drieduizend jaar geleden wiskundig bewezen is, is nog steeds waar. Het vak is ook heel geschikt als je lui bent. Bij rechten of medicijnen moet je van alles uit je hoofd leren, terwijl bij wiskunde: als je het eenmaal snapt, ben je klaar. Moeilijk? Ik denk dat iedereen het kan leren. Weet je wat het is: kinderen die heel slim zijn, lopen er bij wiskunde voor het eerst tegenaan dat ze iets niet meteen kunnen. Dan kun je twee dingen doen. Je kunt bedenken dat je toch minder slim bent dan je dacht, of je zegt: wiskunde is niets voor mij. In het laatste geval ben je nog steeds geniaal.”

Pionica Smeets

“Net voordat hij uitkwam kreeg ik een mailtje van de redactie: je moet deze week even op de Donald Duck letten. Dat je denkt: wàààt? Het was niet één plaatje, het was een heel verhaal. Er zaten allemaal dingen in die ik echt doe. Ik had ook een heel coole togajurk aan. Een enorme eer, ik ben een grote fan van Donald Duck. Je hebt een heel gave film uit 1959: Donald in Mathmagic Land. Daarin belandt hij in een soort droomland, waar alles wiskunde is en hij op een gegeven moment gaat hallucineren over de oude Grieken. Stiekem is de Donald Duck best educatief. Mijn zoon heeft een abonnement. Ik had mijn vriend gevraagd hem te filmen op het moment dat hij het verhaal met Pionica las. Bladerde hij er gewoon voorbij!”

Priemgetal

“De getallen die alleen deelbaar zijn door één en zichzelf. Het zijn de bouwstenen van de wiskunde, zoals de atomen dat zijn voor scheikundigen. Begin vorige eeuw zei de Britse top­wiskundige G.H. Hardy: wat zo goed is aan wiskunde, is dat je er nooit iets aan zal hebben. Met als grote voorbeeld de priemgetallen. Bleken ze later voor de computer cruciaal te zijn. Zelf vind ik 1999 mooi. Dat is toch een cool getal? Een nummer van Prince en het einde van het millennium. Het is leuk als je nonchalant zegt: priemgetallen als 7 of 13 of 1999.”

1729

“Het is een klassiek verhaal onder wiskundigen. Hardy, dezelfde als van de priemgetallen, had het Indiase wiskundige genie Ramanujan naar Engeland gehaald, een man die erom bekendstond extreem veel van getallen te houden. Op zeker moment lag Ramanujan in het ziekenhuis en kwam Hardy langs. Hij wilde hem graag iets met een getal vertellen, maar ja, hij had in een taxi gezeten met het nummer 1729 en daar was natuurlijk niks aan. Waarop de doodzieke Ramanujan meteen uitriep: dat is juist prachtig, want het is het kleinste getal dat je op twee manieren als de som van twee derdemachten kunt schrijven!”

“Toen ik vorig jaar op de fiets onderweg was naar mijn mentor Jan Aarts, die op sterven lag in het ziekenhuis, kwam ik langs een tankstation, waar de benzineprijs 1.72,9 euro was. Daar fleurde ik zo enorm van op. Had ik toch nog wat leuks voor Jan. Je moet maar eens opletten: de Simpsons hebben veel makers met een wiskundige achtergrond. Die stoppen vaak ergens een 1729 in. Als in een roman iemand kamer 1729 gebruikt, weet je ook meteen dat de schrijver iets van wiskunde weet.”

Superlogisch

“Mijn nieuwe boek. Het is een selectie van de columns die ik voor de Volkskrant schreef met op het eind een hoofdstuk over de vraag wat je kunt leren van getallen. Het is een soort leuke cursus. Als mensen een beetje interesse tonen, moet je als bèta je stinkende best doen om ze mee te nemen. Mensen vinden getallen vaak lastig. Daarom is de titel ook Superlogisch. Het gaat mij om de manier van nadenken en niet om sommen, formules en spreadsheets. Ik probeer me ook altijd een beetje buiten het rekendebat te houden. Daarmee vergeleken valt het vluchtelingendebat nog mee qua gezelligheid. Maar ach, laatst had iemand op Twitter uitgerekend dat we in Nederland drie vierkante meter per persoon hebben om op te leven. Die was een paar nullen vergeten. Dat je je dan niet bedenkt: drie vierkante meter, kan dat wel kloppen?”

Witte staking

“Dat is natuurlijk weer de meest academische staking op aarde. Hij bestaat eruit dat we een maand lang alleen onze contracturen werken. Harde actie, ja, hahaha. Maar zelfs dan: veel collega’s zijn als de dood voor hun carrière als ze meedoen en geen tijd meer kunnen vrij­maken voor hun onderzoek. In mijn functie hoort het er bij dat je overwerkt, maar ik doe mee uit solidariteit. Het is idioot dat iedereen wordt geacht zestig uur per week te werken en je tentamens op zondagmiddag na te kijken.”

Wetenschapscommunicatie

“Uitleggen wat wetenschappers doen is maar een klein deel van het vak. Het is vooral: luisteren naar wat de samenleving nodig heeft. Om de boel draaiende te houden is het cruciaal dat mensen de informatie krijgen die ze nodig hebben om goede beslissingen voor hun levens te maken. In veel debatten doet de wetenschap niet mee. Neem het klimaat: in talkshows mag iedereen er iets over zeggen, behalve de mensen die er echt iets van weten. Wetenschappers willen niet activistisch zijn, maar dan denk ik: kom op, vertel gewoon wat je weet. De vraag is nu: waarom vertrouwen de mensen hun eigen bronnen meer dan de gevestigde wetenschappelijke bronnen? Iets minder afstand zou helpen. Ik sta zelf ook het liefst met mijn verhaal in de Donald Duck of de Ditjes & Datjes.”

Rotterdam

“Dat kun je natuurlijk beter niet zeggen in Het Parool, maar het is mijn lievelingsstad. Mijn vriend Han woonde in Rotterdam toen ik hem leerde kennen. En in alle eerlijkheid: twee van mijn leukste vriendjes voor hem woonden er ook. Nog steeds word ik door opwinding overvallen als ik de stad binnenrijd. Buiten dat: ik denk dat in een tweede stad van het land de dingen altijd makkelijker te regelen zijn. Als je met een compleet krankzinnig plan komt, zeggen ze in Amsterdam: ‘Nou, nou, wat denk je zelf?’ En in Rotterdam: ‘Lachen!’ Het is net als met 1729: je moet er iets meer van weten om er de schoonheid van te zien. Als je in Amsterdam langs de grachten loopt, hoef je verder niets meer, terwijl je in Rotterdam een beetje je best moet doen om een leuke dag te hebben. Maar dan is het ook fantastisch.”

Abida secale ionicae

“Een slak uit de Pyreneeën, ontdekt door Bas Kokshoorn, mijn middelbareschoolvriendje. Hij is bioloog geworden en mocht het beestje een naam geven. Hij heeft hem naar mij vernoemd. Wat was het ook alweer? Hij is klein en komt voor op eenzame hoogte. Heel grappig: zijn huidige vriendin heeft hij een maand erna ontmoet, maar hij heeft sindsdien geen slak meer ontdekt, dus zij heeft er geen.”

Libris Literatuur Prijs

“Ik ben dit jaar de juryvoorzitter. Normaal lees ik zeventig boeken per jaar, maar nu flink meer. Ze zeggen wel eens: het duurt tienduizend uur voordat je iets goed kan. Nou, als ik ergens veel uren in heb zitten, is het dit wel. Op mijn derde zat ik al met mijn neus in de krant. Vroeg mijn moeder: ben je lekker aan het lezen? Toen ik voorlas wat er stond, belde ze mijn vader. Ik was veel alleen thuis, dus het zal ook uit verveling zijn geweest, maar nog steeds is het een vlucht als ik veel stress heb. Als ik even een uurtje in een fijne roman kan lezen, is het weg. De oogst van dit jaar? Ik heb voor het eerst iets van Oek de Jong gelezen!”

Arnon Grunberg

“Hij was gastschrijver op de TU. Ik was net afgestudeerd en mocht niet meedoen. Met veel pijn en moeite kreeg ik toestemming om voor het universiteitsblad aan te schuiven, op voorwaarde dat ik mijn mond hield. Ene Han vroeg zich af wat ik daar deed. We hebben tien minuten gepraat en diezelfde avond zei hij al tegen een vriend: ik denk dat ik een nieuwe vriendin heb. Het vinden van de juiste partner is een wiskundig probleem. Je krijgt een aantal opties voorgelegd en daaruit moet je de beste kiezen, maar je weet niet precies hoeveel opties er zijn en wat de kwaliteitsmaat is. Wiskundig gezien is het dan optimaal om er eerst een heleboel te proberen en daarna de eerste te houden die beter is dan alle vorigen. Eeh, ja, dat klopt, bij ons thuis zorgt Han voor de romantiek.”

Ben Sombogaart

“De regisseur van Keizersvrouwen? Ik heb geen tv. De Tweeling zegt me wel wat, maar dat komt doordat ik het boek heb gelezen. Ik ben wel eens gevraagd een top 5 van films te maken. Bleek ik er dat jaar naar drie te zijn geweest, waarvan twee kinderfilms.”

Ionica Smeets: Superlogisch – Hoe getallen je helpen de wereld beter te begrijpen. Uitgeverij Nieuwezijds, €18,95. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden