PlusInterview

Winkelier Bart de Groot heeft 500.000 euro aan kleding over door de lockdown: ‘De overheid helpt? Niet dus’

Bart de Groot in een van zijn winkels: ‘Tot voor kort dacht ik dat ik vitaal genoeg was om hier doorheen te komen.’Beeld Nosh Neneh

De lockdown wordt verlengd, maar, zegt het kabinet, ondernemers worden ruimhartig gecompenseerd. De Amsterdamse modewinkelier Bart de Groot moet erom grijnzen. ‘Dit is bijna een doodklap.’

“Extra financiële steun voor ondernemers.” Hij hoort het minister Wopke Hoekstra van Financiën dit weekend zeggen. Zoals de belofte om overtollige winkelvoorraden te vergoeden. Ruimhartig, ook zo’n woord dat het kabinet steevast bezigt als de coronakoordjes strakker worden aangehaald.

“Ik zit met een aantal Amsterdamse winkeliers in een appgroepje,” zegt modewinkelier Bart de Groot. “Wij allemaal juichen. Die voorraden zijn toch een partij veel waard in deze periode.” Die euforie verstomt snel als blijkt dat ondernemers maximaal 20.160 euro krijgen. “Dit is bijna een doodklap.”

De Groot (39), met vijf modezaken in de stad, waaronder Acne, Comme des Garçons, Fred Perry en Cowboys 2 Catwalk, heeft inmiddels voor 500.000 euro aan voorraden liggen, opgebouwd sinds de eerste lockdown. “Wat moeten ik met al die spullen als er nieuwe collecties aankomen? Naar een opkoper of uitverkoopketen? Ik zit in de high-endmode. Mijn leveranciers worden megaboos als ik dat doe. En die opkopers bieden hoogstens 25 procent van de waarde. Dat betekent dat ik er nog maar 120.000 euro voor krijg.”

Molensteen

Modewinkeliers, goed voor 40 procent van de winkelomzetten in ons land, kunnen volgens hem niet over één kam worden geschoren met elektronicazaken of voedingswinkels. “In de mode bestel je voorraad een jaar van tevoren. Die wordt dan voor jou geproduceerd. Ik kan niet even tegen leveranciers zeggen: nu niet. Die leveren dan nooit meer. Mijn winkels hángen aan die merken. Ik kan niet zonder, die relatie houdt me overeind.”

Niet alleen de winkelvoorraad hangt als een molensteen om zijn nek. “We hebben sinds  maart een megalage omzet. Ja, toen mochten we open blijven. Maar we hadden wel een premier die zei: blijf binnen, winkelen is geen hobby. Wat impliceer je dan? Ga niet naar Bart, die doet aan hobbyisme.”

“Net als alle collega’s heb ik de marge steeds verder verlaagd om maar spullen te verkopen. Maar uit de marge worden lonen, huren en andere lasten betaald. Met vijf winkels gaat het om honderdduizenden euro’s. Begin december heb ik dat onder elkaar gezet: wat een schade. Dat ik hier nog sta, na zo’n smak geld.”

Zijn hoop was gevestigd op het uitverkoopseizoen: 15 december tot eind januari. “Ik heb betalingen uitgesteld omdat het geld in december zou terugkomen. Maar de 15de ging, als een donderslag, alles dicht. De storm is een tsunami geworden.”

Zonder collectie

Hij overleeft op de goedertierenheid van zijn veelal buitenlandse leveranciers. “Die moet ik nu weer vertellen dat ik ze nog steeds niet kan betalen. Dat kan betekenen dat ze de stekker eruit trekken en ik straks zonder collectie zit.”

“Ik hoor overal: de overheid helpt toch? Maar die helpt me helemaal niet. Ook de NOW-salarissteun niet. Ik betaal al negen maanden 20 procent van de loonkosten voor elf man, terwijl de omzet weg is.” Ook de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), bedoeld als bijdrage voor huur of elektra, schiet ernstig tekort. “Die komt niet eens in de buurt van de huur voor één winkel.”

Webverkoop biedt geen soelaas. “Bijna mijn hele voorraad staat online. Maar daarmee haal ik het bij lange na niet terug: in december was het 7 procent van mijn normale omzet. En die wordt ook nog eens afgetrokken van de overheidssteun. Het kost me vooral geld. Van de damesmode komt 60 procent van de bestellingen terug, bij de heren 40 procent. Laatst een klant die voor 1500 euro bestelde en voor 1400 terugstuurde. Die hadden we in de winkel nooit voor 100 euro de deur uit laten gaan.”

Hij hekelt vooral het gebrek aan compassie “Het kabinet moet, voor er maatregelen worden genomen álle consequenties onder de loep leggen. In Denemarken hebben ze kleine winkels opengehouden tot na kerst zodat ze hun voorraad konden verkopen. Frankrijk stelt zijn uitverkoopwet uit. In Duitsland mogen klanten straks hun spullen in de winkel afhalen.”

“Of dat dé oplossingen zijn, weet ik niet, maar er wordt tenminste over nagedacht. Hier gooien ze, boem, de winkelstraten massaal op slot. Dat resulteert erin dat Bart overal voor opdraait. De deur verplicht dicht is geen ondernemersrisico. Ammehoela. Als de overheid de deuren laat sluiten, moeten ze ook volledig achter de schade staan. Anders is het immoreel.”

“Tot voor kort dacht ik dat ik vitaal genoeg was om hier doorheen te komen, maar nu durf ik de toekomst niet meer te voorspellen. Deze lockdown heeft geen enkel effect, behalve dat wij stuk gaan.”

‘Voorraadvergoeding veel te laag’

Brancheorganisatie INretail wil dat de regering direct meer geld uittrekt voor de modebranche. “De totale schade gaat nu richting 1 miljard euro,” aldus een woordvoerder.

Het kabinet heeft onlangs 20 miljoen euro uitgetrokken voor de voorraadvergoeding. “De berekening voor de bijdrage van het voorraadverlies is klakkeloos overgenomen uit een regeling voor de horeca. Maar de waarde van de voorraad bij modewinkels is veel groter dan die bij een café of restaurant.”

“Hoogstens 20 procent van de afgeschreven voorraad wordt vergoed. Maar volgens ons is ten minste de helft het minimum. Deze regeling betekent dat bij een ton omzetverlies, een winkel 2800 euro vergoed krijgt. Dat is een pleistertje op een gapende open wond. Een realistische vergoeding is keihard nodig om te overleven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden