PlusAchtergrond

Wie volgt na Tassenmuseum? ‘Middelgrote musea vallen als eerste om’

Het Tassenmuseum gaat voorgoed dicht.Beeld ANP

De sluiting van Tassenmuseum Hendrikje luidt een aanstaande kaalslag in van de museumsector. Amsterdam wordt onevenredig hard geraakt, vooral de middelgrote musea.

De schok was groot toen Tassenmuseum Hendrikje deze week zijn permanente sluiting bekendmaakte. Niet alleen omdat hiermee een instelling verdwijnt die volgend jaar haar 25-jarig jubileum zou vieren, maar vooral omdat dit hoogstwaarschijnlijk de eerste van een reeks sluitingen is. In een rapport becijferde de Museumvereniging begin april dat een kwart van de Nederlandse musea het einde van 2020 niet haalt met de huidige steunmaatregelen.

“Middelgrote musea als het Tassenmuseum zullen de eerste zijn die omvallen,” voorspelt Mirjam Moll, directeur van de Museumvereniging. “Ze zijn de afgelopen jaren steeds meer afhankelijk geworden van publieksinkomsten, die nu helemaal wegvallen. Overheidssteun is op het laagste punt sinds een decennium. Dat hangt vooral samen met de decentralisaties. Het geld wordt nu verdeeld door gemeenten, die ook jeugdzorg en arbeidsvoorzieningen moeten regelen en daarvoor budget weghalen bij bibliotheken, theaters en musea. De middelgrote musea zitten nu zonder inkomsten, maar met doorlopende huisvestingslasten en kosten voor collectiebeheer. Ze hebben nauwelijks weerstandsvermogen.”

10 miljoen derving per week

De huidige situatie laat zien hoe broos de doorgaans als succesvol afgeschilderde museumsector eigenlijk is. De bezoekersaantallen groeien al jaren gestaag tot een record van 32 miljoen vorig jaar. Jarenlang aangespoord om cultureel ondernemend te zijn, kunnen instellingen steeds beter zichzelf bedruipen: van de 1 miljard euro omzet bestaat 50 procent uit eigen inkomsten. De helft van de middelgrote musea maakt ondanks dit alles al verlies sinds 2016 – ook daarin is het Tassenmuseum exemplarisch.

De klap komt extra hard aan in Amsterdam, dat goed is voor een kwart van alle museumbezoek in Nederland. “Een groot deel van onze leden houdt de eigen broek op,” zegt Tonko Grever, voorzitter van de stichting Samenwerkende Amsterdamse Musea, waarbij vijftig instellingen zijn aangesloten. “Instellingen als Museum Van Loon, de Hermitage en ook het Tassenmuseum doen dat zo goed, dat subsidiegevers vinden dat ze best zonder steun kunnen. Dat maakt ze nu kwetsbaar.”

Nederlandse musea lijden gezamenlijk 10 miljoen euro inkomstenderving elke week dat de lockdown voortduurt. “En reserves zijn beperkt,” volgens Grever. “Als ze te hoog zijn, worden eventuele subsidies gekort. Sparen wordt zo dus ontmoedigd. De reserves die er zijn, zijn bovendien geoormerkt voor andere zaken. De Oude Kerk, bijvoorbeeld, spreekt nu het potje voor onderhoud aan om de lopende kosten te dekken. Dat gaat nog één, twee maanden goed, maar daarna is er niets over om een programma mee neer te zetten.”

De 300 miljoen die minister Van Engelshoven van OCW aan steun heeft toegezegd, gaat naar de rijksgesubsidieerde instellingen als het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum. Het lijkt op de bankensteun tijdens de kredietcrisis, waarin overheidsgeld vooral vloeide naar spelers waarvan men vindt dat ze ‘too big to fail’ zijn. Zij kunnen het daardoor iets langer uitzingen. Ook kleinere instellingen als W139 en De Appel, die relatief lage overhead hebben en flexibel zijn, zijn taai. Maar het midden, het hart van de sector, verkeert in acute nood.

Noodfonds

Dat geldt behalve voor musea ook voor theaters, bioscopen en andere culturele instellingen, bevestigt Annet Lekkerkerker, bestuursvoorzitter van de stichting Amsterdamse Culturele Instellingen (ACI). “De gemeente heeft een inventarisatie gedaan onder de 340 instellingen van Amsterdam. Van de 176 die voor 31 maart hebben geantwoord, zeggen 34 in grote problemen te komen voor juli, het einde van het seizoen. Het gaat vooral om de laag onder de grote instellingen. Dat is een fijnmazig netwerk, uniek vergeleken met het buitenland, dat heel belangrijk is, niet in de laatste plaats voor die grote spelers. Want ook Ivo van Hove moet immers een keer worden opgevolgd.”

Bij het begin van de crisis pleitte de Amsterdamse Kunstraad voor het oprichten van een noodfonds van 25 miljoen euro. Lekkerkerker wil meer. “Zo’n pot moet minstens 60 miljoen bevatten. En zelfs dat bedrag is veel te laag. Het zou daarom goed zijn als de gemeente ook bijsprong met garantstellingen.”

Protocol

Museumverenigingdirecteur Moll verwacht dat de crisis nog lang gaat duren. “En dan vallen de klappen niet alleen bij de middelgrote musea”, zegt ze. “De steun die is toegezegd, gaat vooral over liquiditeit en zorgt niet voor verlichting van doorlopende kosten. Een bestuurlijk akkoord, gedragen door rijk, provincie en gemeente, zou uitkomst bieden. Dat zou moeten bestaan uit kwijtschelding van huur en gemeentelijke belasting, de oprichting van een overbruggingsfonds en het verruimen van de Geefwet om donaties fiscaal aantrekkelijk te maken.”

Het beste is natuurlijk de musea zo snel mogelijk weer te openen. De Museumvereniging heeft een protocol in voorbereiding, dat naar verwachting in de week van 12 mei door de overheid wordt goedgekeurd. “We zijn niet zomaar terug op het niveau van voor de sluiting,” waarschuwt Moll. “Er zullen minder bezoekers naar binnen mogen. Ook na heropening zal de sector nog steeds 5 tot 7 miljoen verlies per week lijden. Break-even draaien zit er voorlopig niet in.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden