Plus Achtergrond

Wie stopt de snelle hap?

In steden zijn talloze verkooppunten van ongezond voedsel die burgers verleiden tot ongezond eten. Het Rijk en de gemeenten wijzen naar elkaar bij de aanpak ervan; er zouden onvoldoende juridische mogelijkheden zijn. Maar klopt dat wel?

Amsterdam is met 52 fastfood­restaurants koploper in Nederland. Beeld Van Santen & Bolleurs

Amsterdamse wethouder wil ‘gezonde cirkel’ om scholen

Wethouder Simone Kukenheim heeft staats­secretaris Paul Blokhuis per brief gevraagd om meer juridische middelen om de voedselomgeving van kinderen gezonder te kunnen maken, meldde Het Parool op 13 juli. Volgens Kukenheim zijn verkooppunten in de buurt van scholen die ongezond voedsel verkopen een belangrijke oorzaak van het hardnekkige probleem van overgewicht bij de Amsterdamse jeugd. Daarom wil de wethouder via een vergunningenstelsel en andere wettelijke mogelijkheden rondom scholen een ‘gezonde cirkel’ creëren waarin geen ongezond eten te koop is.

Het is onderdeel van de jarenlange strijd van de gemeente tegen het steeds verder oprukken van aanbieders van ongezond voedsel. In 2018 weigerde de gemeente een vestiging van Dunkin’ Donuts in de Ferdinand Bolstraat en het jaar daarvoor in dezelfde straat van New York Pizza. Een vergunning van de hamburgerketen Five Guys op het Rembrandtplein ging niet door en ook Frites Atelier heeft problemen om een vestiging te openen.

Uiteindelijk werden in de Ferdinand Bolstraat (naamgever van de snackbar Febo) vorig najaar toch een Dunkin’ Donuts én een Baskin-Robbins-ijs­salon geopend. Hoewel de rechter de gemeente gelijk gaf bij de weigering van een vergunning van New York Pizza in de Ferdinand Bolstraat, heeft de keten, door handig gebruik te maken van de juridische mogelijkheden, daar inmiddels wel een vestiging.

Gemeenten in binnen- en buitenland willen het fastfood terugdringen

Ook Den Haag en Rotterdam gingen de afgelopen jaren de strijd aan tegen het oprukken van fastfoodrestaurants in de binnenstad. De Rotterdamse wethouder Sven de Langen in het AD: “We zijn de wedstrijd [tegen de toename van overgewicht bij de jeugd] aan het verliezen, als er steeds maar meer fastfood te koop is. Als de industrie nog groter wordt, is de verleiding ook groter. Ik ben het zat.”

Hij noemde de strijd van de gemeente tegen de oprukkende fastfoodcultuur een ongelijke: “Ja, het is de strijd van David tegen Goliath, maar ik geloof dat het kan.” Binnen de gemeente heerst ook verdeeldheid. Volgens Leefbaar Rotterdam, ook in het AD, zijn fastfoodbedrijven ‘een bedrijfstak die onze stad juist werkgelegenheid en stageplekken oplevert’. In 2012 steunden PvdA en VVD het plan om in Nieuw-West een fastfoodrestaurant te openen. Het openen van de vestiging zou 180 banen opleveren.

De burgemeester van Londen verbood een aantal jaren geleden nieuwe verkooppunten voor fastfood binnen een straal van 400 meter van scholen. Ook in ander steden in het Verenigd Koninkrijk en in steden in de VS en Ierland zijn dergelijke no fry zones rond scholen van kracht. Of een dergelijke maatregel helpt om overgewicht terug te dringen, is echter zeer de vraag. Als fastfood één tramhalte of tien minuten fietsen verderop alsnog beschikbaar is, zal de consumptie zich snel verplaatsen. Het merendeel van de onderzoeken naar het verband tussen het aantal fastfoodketens in een stad en overgewicht bij jongeren laat sowieso geen relatie zien. Dat is niet zo vreemd want het aanbod van fastfood bij allerlei andere verkooppunten is al ruim voldoende voor middelbare scholieren.

Amsterdam is weliswaar met 52 fastfood­restaurants koploper in Nederland en hoort ook tot de gemeenten met de hoogste dichtheid (6,2 fastfood­restaurants per 100.000 inwoners). Maar fastfoodketens zijn maar een kleine speler in het ongezonde voedselaanbod. Daarnaast telt de stad 212 snackbars en in 2015 waren er al ruim zeventig winkels die ijs, wafels of crêpes verkochten. Ook zijn er 99 koffiebars, waar je naast koffie volop muffins en cake kunt kopen. Ook zijn er talloze buurtwinkels en supermarkten die op veel grotere schaal ongezonde producten aan jeugdigen verkopen.

Amsterdam heeft de hoogste dichtheid van supermarkten in Nederland. Een Amsterdammer vindt binnen een straal van 1 kilometer van huis gemiddeld bijna 5 supermarkten. Volgens recent onderzoek van supermarktvergelijker Questionmark doen die supermarkten extra hun best de ongezonde keus aan de man te brengen: slechts één op de vijf aanbiedingen valt binnen de Schijf van Vijf. En daarnaast is bij veel jongeren de voorraadkast thuis ook een belangrijke bron van zoete en hartige snacks.

De wet eist dat de overheid de gezond­heid van burgers beschermt

Heeft de overheid een taak om die ongezonde omgeving te veranderen? Volgens professor Brigit Toebes, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Rijksuniversiteit van Groningen, is dat zeker het geval. Het internationale gezondheidsrecht eist dat overheden zich inzetten voor de bescherming van de gezondheid van burgers. In artikel 22 van onze Grondwet staat dan ook dat de overheid ervoor moet proberen te zorgen dat iedereen gezond is en blijft. Volgens Toebes biedt het kinderrechtenverdrag van de VN echter al een stevige basis om kinderen te beschermen tegen allerlei vormen van ongezondheid.

In Nederland kennen we de Wet Publieke Gezondheid. De taken die daaruit volgen, omvatten onder meer de bevordering van de gezondheid en de jeugdgezondheidszorg. De overheid heeft de uitvoering van die taken aan de gemeenten overgedragen. Meestal gebeurt dat via de lokale GGD. Artikel 5.2.e. stelt bijvoorbeeld ‘het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen’.

Het opgroeien in een wijk met een ongezonde voedselomgeving kan op basis van wetenschappelijke kennis en gezond verstand zo’n gezondheidsbedreigende situatie genoemd worden. Artikel 16 zegt dat besluiten die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg, moeten worden voorgelegd aan de GGD. Daarnaast geeft de Omgevingswet, die op 1 januari 2021 wordt ingevoerd, de gemeenten de mogelijkheid om de voedselomgeving gunstig te beïnvloeden. Die wet verplicht gemeenten om een omgevingsvisie en -plan op te stellen. Gezondheid kan daarvan uitdrukkelijk deel van uitmaken.

Elke gemeente kan voorwaarden stellen aan het voedselaanbod op scholen en kinderopvanglocaties. Maar bijvoorbeeld ook aan de dichtheid van het aantal voedselaanbieders in een straat of wijk. Dat geeft de burger nog volop toegang tot ongezonde keuzes en dergelijke maatregelen zijn dus geen inperking van de keuzevrijheid van de consument. Het maakt de gezonde keuze alleen veel gemakkelijker en vanzelfsprekender dan nu het geval is.

In de wet staat overigens brede participatie centraal. De gemeente moet inwoners en bedrijven betrekken bij het opstellen van de om­gevingsvisies en -plannen, zodat die aansluiten bij de behoeften van inwoners en er draagvlak is.

Maar ook de landelijke overheid heeft een taak op het terrein van de gezondheidsbescherming. Wat betreft voedsel is dat in Nederland vastgelegd in de Warenwet. Die eist dat het voedsel van de burger veilig moet zijn. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) moet erop toe zien dat dat ook zo is.

Voor een deel is die wetgeving Europees ge­regeld. Zo mag er vanwege de gezondheidsrisico’s geen vlees geïmporteerd of verkocht worden waarbij hormonen zijn toegediend aan dieren.

De NVWA is ook geregeld in het nieuws bij voedselschandalen, zoals een paar jaar geleden, toen bleek dat er sporen van antiluizenmiddel dat toegediend werd aan kippen, ook in eieren te vinden waren (de ‘Fipronilaffaire’). Ingrijpen van de NVWA kostte 3,5 miljoen kippen de kop en er werden honderden miljoenen eieren vernietigd.

Maar de gezondheidsrisico’s van hormonen en Fipronil zijn verwaarloosbaar klein. En dat terwijl door het eten van ongezond eten zoals sterk bewerkt voedsel, suikerhoudende dranken, te veel zout of transvetzuren meer mensen overlijden dan ten gevolge van roken. Maar om een onbekende reden vallen de laatstgenoemde zaken, die er dus echt toe doen, niet onder de voedselveiligheid.

De volksgezondheid is gebaat bij strengere naleving van de wet

Een ongezonde voedselomgeving vormt een belangrijke bedreiging voor de volksgezondheid. De overheid kan niet achteroverleunen en vertrouwen op de effectiviteit van vrijblijvende convenanten en langetermijnafspraken. De afspraken in het onlangs gesloten Nationaal Preventieakkoord lijken bijvoorbeeld onvoldoende om de ambitieuze overheidsdoelstellingen te realiseren op het gebied van het terugdringen van overgewicht. De verantwoordelijkheid om burgers te beschermen tegen gezondheids­bedreigingen, zoals een ongezond makende voedselomgeving, eist van de landelijke en ­lokale overheden een actiever beleid dan nu het geval is en het is bovendien een wettelijke taak. Dat vraagt om een breder wettelijk kader, liefst ook gesteund door een internationaal verdrag zoals bij tabak, zodat gemeenten die taak beter en makkelijker kunnen uitvoeren.

Jaap Seidell is hoogleraar voeding en gezondheid bij de VU Amsterdam.

Jutka Halberstadt is psycholoog en universitair ­docent kinderobesitas bij de VU.

Van de auteurs verschenen de boeken Jongleren met voeding – kleine en grote vragen over een leven lang gezond eten (2018) en Het voedsellabyrint – een weg uit het doolhof van eetadviezen en trends (2014), bij Uitgeverij Atlas Contact.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden