PlusAchtergrond

Wat voor effect heeft het warmer wordende klimaat op de stad?

Het ene warmterecord tuimelt over de andere, en afgelopen vrijdag was het dan de allerwarmste 31 januari ooit gemeten. De natuur, die nog in diepe winterrust zou moeten verkeren, raakt door de klimaatverandering van slag en dat geldt eigenlijk ook voor de stadsecoloog in Noord, Fred Haaijen. Hij valt van de ene verbazing in de andere.

Krokussen in bloei in het Vondelpark.Beeld ANP

“Een dagkoekkoeksbloem in bloei. Begin februari! Dat is niet te geloven. Ik zag madeliefjes, sneeuwklokjes, narcissen en lenteklokjes, allemaal in bloei. Het blad zat zelfs nog aan de treurwilgen. Normaal gesproken krijgt de wilg na een goede nachtvorst een teken: ‘Laat dat blad maar vallen’. Maar vorst hebben we nog niet gehad. Het oude blad zit er nog aan, terwijl het nieuwe blad ook al groeit.”

Haaijen zette tijdens een wandeling in het Baanakkerspark in Noord zijn zintuigen op scherp, inclusief zijn neus: “Het ruikt al een beetje naar voorjaar. De lucht is warm, er vliegt stuifmeel rond – nee, het is zeker geen winter.” Veel dieren lijken ook al vervroegd uit de overwinterstand.

Jonge reigers in nesten

Dat geldt zeker voor de reigerkolonie in het Baanakkerspark. “Ze hebben daar wel veertig nesten. Ik kan daar de hele dag naar kijken. Het lijkt wel alsof je wordt terug geslingerd naar de tijd van de dinosaurussen. Grote logge vogels die met een takje komen aanvliegen. Ze staan te schreeuwen op hun nesten om hun territorium te beschermen. Het zou me niet verbazen als er al jongen op het nest zitten. Als het straks heel koud wordt, dan vriezen ze dood, maar goed, dat is het risico. Dan beginnen de reigers daarna gewoon weer aan een nest. De natuur is opportunistisch.”

Haaijen zag de kauwtjes en de halsbandparkieten ruziën wie er in de holtes in de hoge dode populierenmag broeden. Voorjaarsdiscussie alom. “Een fantastisch schouwspel.” Maar de stadsecoloog krijgt ook meldingen uit de stad van stomverbaasde natuurliefhebbers. Iemand heeft al een dwergvleermuis zien vliegen, een ander heeft een egel zien rondscharrelen en weer een ander heeft een ringslang zien zwerven. Die laatste moet zich op zijn vroegst pas in maart laten zien.

“Als het warmer wordt dan gaat ook de lichaamstemperatuur van de dieren in winterslaap omhoog. Dan denkt zo’n ringslang in een composthoop: ‘Hé, het is warm. Ik ga maar eens op pad’.” Die overleeft het waarschijnlijk nog wel, want die is koudbloedig en traag.Maar als zo’n egel of vleermuis erop uittrekt, dan gaan hun hartslag omhoog en moeten ze genoeg energie krijgen. Maar ze vinden niet genoeg eten, want dat is er nog niet. “Dus dan sneuvelen ze.”

Overlast van insecten

Zachte winters gaan standaard gepaard met griezelige voorspellingen over overlast van muggen en wespen in de zomer. De reden is simpel: als de eitjes niet kapotvriezen, dan komen ze uit. Daarom, zegt Haaijen, is het zo belangrijk om balans in de diversiteit van planten en dieren te houden. “Zodat er geen soort gaat overheersen.” Amsterdam heeft tienduizend soorten van planten en dieren: van de bunzing tot de wilde orchidee en van de madelief tot de bosuil. Dat evenwicht moet in balans blijven.

Zo wordt nu een ‘biologisch brigade’ ingezet tegen de eikenprocessierups. De afgelopen jaren is de rups verveelvoudigd. Zeker tienduizenden en misschien wel honderdduizend mensen, zo luiden de schattingen, hebben vorige zomer last gehad van de rondzwervende brandhaartjes van de rups. Deze milde winter belooft weinig goeds voor komende zomer. 

Maar Amsterdam heeft een bestrijdingsplan: in de buurt van eiken plaatst de gemeente 3000 nestkasten voor vleermuizen en koolmezen, in de hoop dat zij zich rondeten aan de rupsen, én de plaag in toom wordt gehouden. Ook zijn er in Zuidoost en in het Amsterdamse Bos voorjaarsbollen gepoot, waar bloemen uit komen die gaasvliegen, lieveheersbeestjes, sluipwespen, roofwantsen en kevers aantrekken, allemaal natuurlijke vijanden van de processierups.

Tot slot, het goede nieuws: de ijsvogel. Als de winter op deze manier doorsukkelt naar de lente dan is dat goed nieuws voor de ijsvogel. Hoewel de naam misschien de suggestie wekt dat de vogel dol zou zijn op ijs, is niets minder waar. Dichtgevroren water is funest voor de ijsvogel, want dan kan hij niet bij zijn vis.

Haaijen: “Vorig jaar gingen we van vijftien naar dertig broedparen in de stad, maar dat zouden er nu zomaar vijftig kunnen worden. Dat zou geweldig zijn. Als het vriest, ben ik blij dat ik kan schaatsen. Maar als het niet vriest, ben ik vooral héél blij voor de ijsvogel.”

De klimaatopwarming in cijfers

De aarde is de afgelopen 130 jaar gemiddeld met 1°C opgewarmd, volgens het weerinstituut KNMI zelf ‘bij benadering geheel door toedoen van de mens’. In Nederland is het in die tijdspanne 1,7 °C warmer geworden. Vooral de laatste decennia gaat het hard. Volgens een berekening van het Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde Naties is de laatste 30 jaar waarschijnlijk de warmste periode in 1400 jaar. En de stijging gaat door, zelfs al vermindert de CO2-uitstoot drastisch, stelt het KNMI. Als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt geremd dan zou het, aan het eind van deze eeuw, weleens 3,2 tot 5,4 graden warmer kunnen zijn dan anderhalve eeuw geleden, aldus het KNMI.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden