PlusAnalyse

Wat er misgaat bij het corps zijn geen incidenten, maar een patroon

null Beeld Hollandse Hoogte / Thomas Schlijper
Beeld Hollandse Hoogte / Thomas Schlijper

Terwijl buiten de sociëteitsmuren de maatschappij in rap tempo verandert, slagen corpora er maar niet in om grensoverschrijdend gedrag buiten de deur te houden.

Roelf Jan Duin

Het kan de studenten toch niet ontgaan zijn? De #MeToo-discussie, het groeiende bewustzijn voor ongelijke machtsverhoudingen, de roep om transparantie, de woke-golf die universiteiten overspoelt: ze lijken niet of nauwelijks door te dringen tot de conservatieve wereld van het corps. Van ‘bangalijstjes’ bij Vindicat in Groningen tot het mishandelen van jongerejaars bij het Amsterdamse corps: elk jaar opnieuw gaat het mis. En steeds opnieuw worden die door de vereniging eerst verzwegen, dan ontkend, daarna gebagatelliseerd en als het echt niet anders meer kan schoorvoetend toegegeven. Wat volgt, zijn de aankondiging van een intern onderzoek, sancties tegen degenen die zich hebben misdragen en de belofte op beterschap. Een jaar later herhaalt dit zich. We drinken een glas, doen een plas, en alles bleef zoals het was.

Trendbreuk

In zekere zin was de ‘open brief’ die de senaat van het Amsterdamsch Studenten Corps en de Amsterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging (ASC/AVSV) deze week op zijn site plaatste dan ook een trendbreuk. In de gesloten wereld van de corpora is dit soort transparantie uitzonderlijk. Net als de toon: de senaat sprak onomwonden van een ‘verrotte cultuur’ bij disputen en van ‘vernederingen en grove mishandelingen’. Aspirant-leden (‘feuten’, in corpsjargon) hadden ‘stompen, trappen en klappen in het gezicht’ gekregen. Er werden sancties aangekondigd: betrokkenen worden geschorst en dispuutsontgroeningen zijn afgeschaft. De ontgroening van de vereniging zelf, eufemistisch ‘kennismakingstijd’ genoemd, blijft weliswaar bestaan, toch is het een verregaand besluit.

Maar de grootste verbazing mag niet zijn dat er eindelijk eens wat lijkt te gaan veranderen, maar dat het zo ver heeft kunnen komen. Een cultuur raakt niet van de een op de andere dag verrot, studenten beginnen niet zomaar jongerejaars in het gezicht te slaan en te schoppen. De lange lijst van misstanden toont dat hier geen sprake meer is van incidenten, maar van een patroon. Even voorspelbaar zijn de oud-leden die zich na elk exces in de media roeren om erop te wijzen dat de kennismakingstijd ook een vormende ervaring is, waarin de basis wordt gelegd voor levenslange vriendschappen, en dat een paar uitwassen niet representatief zijn. ‘Het corps is vooral een warm bad,’ kopte Trouw vorige week boven een artikel van voormalig corpslid Viktor Frölke.

In de Volkskrant stond een ingezonden artikel van een reünist van het ASC/AVSV die fel afstand nam van de hedendaagse ontgroeningspraktijken. ‘Het corps is allang niet meer wat het geweest is,’ schreef Jessica Broekhuis. ‘Wie denkt dat de verhuftering van onze samenleving zich alleen afspeelt in de achterstandswijken moet eens een kijkje nemen aan de Amsterdamse Warmoesstraat (waar de sociëteit van het corps gevestigd is, red.) of in het gemiddelde dispuutshuis.’ In deze lezing passen de ontsporingen van de corpsballen bij de tijd waarin we leven: verharde omgangsvormen in de samenleving vinden nu eenmaal ook hun weerslag binnen het corps.

Tegelijk is het verbazingwekkend hoe corpora erin slagen juist die tijdgeest zo lang buiten hun zware sociëteitsdeuren te houden. Wie de excessen van de laatste jaren beziet kan niet anders concluderen dat corpora het vermogen ontberen om zich aan te passen aan veranderende maatschappelijke normen. De discussie over #MeToo, die ook alweer ruim vier jaar geleden losbarstte, heeft ervoor gezorgd dat we anders naar machtsverhoudingen en machtsmisbruik zijn gaan kijken. Dat heeft zich vertaald in aangepaste omgangsvormen tussen mannen en vrouwen, maar zijn getuige de terugkerende bangalijsten en de vernederingen die nuldejaars moeten ondergaan kennelijk nog niet doorgedrongen tot de corporale wereld. Hetzelfde geldt voor de roep om transparantie en voor het afleggen van verantwoording als er zaken misgaan. Het is veelzeggend dat de oude garde, de reünisten, de leden erop moet wijzen dat deze manier van ontgroenen niet meer van deze tijd is. Voor de open brief van de senaat werd een crisiscommunicatieadviseur in de arm genomen.

‘Altijd zo geweescht’

De verklaring voor deze toondoofheid ligt deels verankerd in wat het corps ten diepste is: een gesloten vereniging die bestaat bij de gratie van een roemrucht verleden, behoudzucht, en een mentaliteit van ‘altijd zoo geweescht’. Waar, zeker in een progressieve stad als Amsterdam, de blik naar de toekomst gericht is, kijkt men binnen het corps het liefste terug en houdt men alles bij het oude.

Rare liedjes, curieuze gebruiken, ondoorgrondelijke regels: ze maken deel uit van de mystiek die om zo’n vereniging heen hangt. Dat geldt ook voor een ‘initiatieritueel’, zoals Arjaan Wit, onderzoeker aan de Universiteit Leiden, gespecialiseerd in groepsdynamica, de ontgroening noemt. Volgens Wit is voor het creëren van een groepsgevoel ‘lotgenootschappelijkheid, gelijkheid en nabijheid’ belangrijk. Maar de manier waarop dat nu gebeurt, waarbij het elk jaar wachten is op een nieuw exces, lijkt de langste tijd gehad te hebben. Het is vijf voor twaalf, schrijft de senaat van het ASC/AVSV, die zelfs vreest voor het voortbestaan van de 169-jarige vereniging. ‘Als wij de vereniging willen behouden en er in de toekomst nog plezier aan willen beleven, is het tijd voor een drastische cultuuromslag.’ Aanpassen of opdoeken dus. De moderne tijd rammelt opeens aan de sociëteitspoorten.

Studentenexcessen door de jaren heen

♦ Roetkapaffaire, Utrecht 1965

In 1965, tijdens de ontgroening van dispuut Tres van het Utrechtsch Studenten Corps (USC), kreeg ieder aspirant-lid een roetkap over het hoofd getrokken. Bij het plaatsen van de zak werd een ander soort roet gekozen dan de gebruikelijke steenkool. Door de inademing van dit, veel taaiere, petroleumroet stikte een aspirant-lid en overleed ter plekke. Zes leden moesten voor de rechter verschijnen.

♦ Vindicatstudent drinkt zich dood, Groningen 1997

Bij een zogeheten ‘indrinkborrel’ van het Groningse studentencorps Vindicat dronk de 18-jarige Rotterdammer Reinout Pfeiffer ongeveer een liter jenever. Het werd hem fataal, waarna er een brede maatschappelijke discussie ontstond over het drankgebruik bij studentenverenigingen.

♦ Poep in het haar, Utrecht 2002

De Universiteit Utrecht besloot in 2002 de subsidie aan studentenvereniging Veritas stop te zetten. Nuldejaars studenten hadden onder meer poep in het haar gesmeerd gekregen, levertraan moeten slikken en bruistabletten toegediend gekregen, waardoor ze gingen schuimbekken. Er was volgens de universiteit sprake van geestelijke en lichamelijke uitputting.

♦ Coma door watervergiftiging, Groningen 2005

In 2005 raakte een student van de Groningse vereniging Albert Magnus in coma, nadat hij in korte tijd liefst zes liter water had gedronken. Hij deed dit om zich te bewijzen aan de kroegcommissie van de vereniging. Zijn coma duurde anderhalve dag.

♦ Goudvissen doorslikken, Amsterdam 2007

Een groepje leden van Unitas had de opdracht van Groningen naar Amsterdam te reizen met een flesje water met daarin een goudvis. Bij aankomst in Amsterdam werd ze opgedragen het flesje met vis en al leeg te drinken.

♦ Brandende Sint, Groningen 2010

In 2010 vroeg een als Sinterklaas verklede Albert Magnusstudent aan zijn kameraad of hij hem in brand wilde steken. De jongen ging in op zijn verzoek, waarna de brandende Sint het water in sprong om zichzelf te redden. Pas veertig uur na de ontgroening ging hij naar het ziekenhuis. Van zijn rug was zes procent verbrand. De brandstichtende student kreeg 50 uur werkstraf en het dispuut werd geschorst door het bestuur.

♦ Vindicatlid staat op hoofd, Groningen 2016

Tijdens de ontgroeningsperiode van 2016 bij Vindicat is een lid bij een aspirant-lid op het hoofd gaan staan. Dit gebeurde nadat de twee eerder die week in conflict waren geraakt. Het slachtoffer liep hersenschade op, de dader moest hem een schadevergoeding van 5066 euro betalen.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden