PlusPunt voor punt

Wat doet de overheid tegen doorverkoop van gestolen spullen?

Justitie eist zware straffen voor de uitbaters van het inmiddels gesloten Used Products Amsterdam-Oost, dat stelselmatig gestolen spullen doorverkocht. De handel in ‘tweedehands’ spullen geeft vaker zorgen.

De inmiddels gesloten vestiging van Used Products Amsterdam-Oost, aan de Kamerlingh Onneslaan in de Watergraafsmeer. Beeld GOOGLE
De inmiddels gesloten vestiging van Used Products Amsterdam-Oost, aan de Kamerlingh Onneslaan in de Watergraafsmeer.Beeld GOOGLE

De zorgen om winkels en branches waar dieven hun buit kwijt kunnen, zijn van alle tijden. Wat kan de overheid doen?

Zo nu en dan is er, ook in Amsterdam, een breder onderzoek naar een specifieke winkel of een bedrijfstak die de controle op mogelijk gestolen spullen niet al te nauw lijken te nemen. Zulke onderzoeken van de recherche kosten veel tijd en mankracht, maar politie, justitie en gemeente willen op die manier heling aan de kaak te stellen.

Van 2011 tot 2014 liep de strafzaak tegen de broers Litchidov die in de Van Woustraat en op de Nieuwezijds Voorburgwal volgens justitie gestolen juwelen opkochten.

Momenteel loopt er de meerdaagse strafzaak waarin forse boetes en celstraffen zijn geëist tegen de eigenaar en de bedrijfsleider van Used Products Amsterdam-Oost. Het gaat om een franchise van een veel grotere keten, waar volgens justitie jarenlang buit van autokrakers, inbrekers en andere dieven werd ingekocht.

In andere gevallen kiest de overheid voor preventieve controles.

In welke branches zijn de problemen het grootst?

Van oudsher treft de politie gestolen spullen aan bij opkopers en lommerds (pandhuizen waar je spullen kunt belenen), fietsenwinkels waar de eigenaars geen lastige vragen stellen, op markten en bijvoorbeeld in de roemruchte Beverwijkse Bazaar. Opkopers van edelmetalen zoals zilver en goud zijn ook een risico.

Verkoopwebsites zoals Marktplaats zijn voor dieven een voor de hand liggend afzetmarkt. Samen met de overheid voerde de site campagnes om kopers te waarschuwen en op de site staan tips om gestolen goederen te melden en veilig te handelen.

Wat kan de overheid nog meer doen behalve slepende strafzaken en campagnes voeren?

Het belangrijkste wapen tegen heling door winkeliers en marktkooplieden is het Digitaal Opkopers Register (DOR), dat in 2011 is opgezet. Althans, de digitale versie is nieuw. Regels die opkopers verplichten te registreren wat ze van wie inkopen, bestaan al sinds 1886.

Inmiddels zijn opkopers wettelijk verplicht zich in het DOR te registreren, op grond van artikel 437 in het wetboek van strafrecht. Van elke aankoop moet de datum worden ingevoerd, de specifieke kenmerken beschreven worden, de prijs en liefst ook de serienummers. Bij voorkeur voegt de inkoper een foto van het artikel toe. Van de verkoper moeten identiteit en adres worden vastgelegd.

Als een aankoop als gestolen staat geregistreerd én de inkoper de gegevens correct invoert, krijgt de politie via het DOR automatisch een seintje en kunnen agenten de gestolen spullen in beslag nemen.

Werkt het systeem naar behoren?

Zoals met alle systemen, is er mee te marchanderen. Dan hangt het van controles af of misstanden aan het licht komen. Twee jaar geleden keek Het Parool mee met een steekproef onder de minstens 45 Amsterdamse opkopers van goud van particulieren. Van de vier bezochte juweliers hield er maar één het systeem behoorlijk bij.

Het niet goed invullen van het register is een overtreding, geen misdrijf. Heling is dat natuurlijk wel. Via de website stopheling.nl kan iedereen nagaan of een artikel als gestolen staat geregistreerd – als het een serienummer heeft tenminste. Die databank, met ruim 1,5 miljoen geregistreerde goederen, gaat terug tot 2010.

Bij een controle van liefst zes goudopkopers in de Eerste van Swindenstraat in Oost bleken niet alleen DOR-registraties te rammelen, maar had één ondernemer ook een geladen vuurwapen onder handbereik. Zijn zaak is gesloten.

In de strafzaak rond Used Products Amsterdam-Oost bleek dat het DOR daar op zijn best slordig werd ingevuld. De helft van de goederen was onjuist of onvolledig omschreven en (delen van) serienummers waren weggelaten.

Draaideurcriminelen die honderden artikelen hadden geleverd, stonden onder verschillende identiteiten in de systemen. Ook verkochten medewerkers spullen (zoals een gestolen telefoon) meteen door, terwijl dat volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in Amsterdam pas na drie dagen mag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden