PlusExclusief

Was het ‘Mo Terror’ die de bommen in het portiek plaatste?

Een afgezette Plantage Parklaan, nadat een oefengranaat werd gevonden voor de woning van de ondernemer. Beeld Joris Van Gennip
Een afgezette Plantage Parklaan, nadat een oefengranaat werd gevonden voor de woning van de ondernemer.Beeld Joris Van Gennip

Justitie eist 4 jaar cel waarvan 1 jaar voorwaardelijk tegen Mohamed B. (29) voor het leggen van explosieven voor de woning en het bedrijf van een Amsterdamse ondernemer, vorig jaar november en december.

In de ochtend van 25 november 2020 trof een buurvrouw, die haar dochtertje naar school bracht, een oefengranaat in het portiek van het pand waar de ondernemer woont, aan de Plantage Parklaan. De straat werd urenlang afgezet en verscheidene woningen werden ontruimd.

Op 8 december werd in de vroege ochtend een vergelijkbare bom gelegd voor een vestiging van het bedrijf van de ondernemer, verderop in de Amsterdamse binnenstad.

Bij allebei de explosieven lag een elektriciteitskabel, kennelijk om ze van afstand mee tot ontploffing te brengen. Volgens justitie is het vooral aan geklungel van Mohamed B. en ‘meer geluk dan wijsheid’ te danken dat de pogingen tot het aanrichten van forse schade mislukten.

Wanbetaling

De ondernemer was eerder al meermaals bedreigd en klemgereden, waarschijnlijk vanwege een conflict over wanbetaling door een criminele klant. Ook waren zijn voordeur en bedrijf al eens beschoten. De ondernemer kreeg een bericht dat hij ‘500 k’ (500.000 euro) moest overmaken, anders zouden adressen aan de beurt komen waar een vestiging van zijn bedrijf zit en waar familie woont.

In juli had een kennis van Mohamed B. ’s nachts de Mercedes G-klasse van de ondernemer in brand gestoken. De prijzige terreinwagen stond voor zijn deur geparkeerd op de Plantage Parklaan. Die brandstichter heeft bekend. De zaken tegen hem en tegen de vermoede opdrachtgever voor de aanslagen lopen nog.

‘Volop bewijs’

Het Openbaar Ministerie ziet volop bewijs dat Mohamed B. in november en december de bommen legde. Zijn dna zat op de oefengranaten en de elektriciteitsdraden. Op camerabeelden is te zien dat de dader tijdens allebei de pogingen slechts één handschoen droeg, waardoor het dna via de andere hand op de spullen kan zijn gekomen.

In B.’s telefoons zaten volop foto’s van de getroffen woning en het bedrijf, plus een foto van een gelijksoortig explosief dat iemand vasthoudt. Met een telefoon is gezocht op de werktijden van de politie, kort voordat een van de explosieven net voor het einde van de nachtdienst van de politie werd geplaatst.

Haakneus

Kleding, schoenen, een bril en een schoudertas die de dader op camerabeelden lijkt te dragen, lijken sprekend op de spullen die zijn gevonden op de zolder van de woning van B.’s ouders, waar hij verbleef. Hij kent de andere verdachten, reden waarom de officier van justitie een contactverbod wil. Mohamed B. zegt niet te weten hoe zijn dna op de explosieven en snoeren is gekomen.

“Het kan zijn dat ik in die wintertijd mijn handschoenen ergens heb laten liggen waarna een ander die heeft gebruikt.” Elektriciteitssnoeren liggen volgens hem in elk huis. Hij zegt niet de ‘Mo Terror’ te zijn waarvan in telefoons sprake is. Dat de bommenlegger een haakneus lijkt te hebben, net als B.? “Ik ken genoeg mensen met een haakneus.” Zijn lankmoedige houding die een rechter opmerkte? “Ik ben zenuwachtig.”

‘Bewijs niet overtuigend’

Advocaat Jurjen Boorsma vindt het bewijs ‘niet zo overtuigend als je het stuk voor stuk neemt’. Hij legt de ‘foute vrienden’ van B. juist in diens voordeel uit. “Het dna plaatst mijn cliënt nog niet op de plaats delict. Hij leidde een ongeregeld leven en sliep misschien wel bij de daders, waardoor zijn dna op spullen kan zijn gekomen die later zijn gebruikt om de explosieven te plaatsen.”

De bril en de schoenen ‘zijn bijna net zo gewoon als een Albert Heijntas’, de schoudertas is niet goed te herkennen. De telefoons van B. met al die belastende gegevens kan hij hebben uitgeleend.

‘Ik wil fatsoenlijke rechtspraak’

Zijn cliënt wil op Boorsma’s advies maar weinig zeggen omdat hij moet vrezen voor represailles. De explosieven waren geen deugdelijke bommen, maar ‘met duct-tape bijeengeplakte oefengranaten met daarbij snoeren die niet geschikt waren als ontsteking’.

“Iedereen die dat ziet, schrikt zich rot en dat is waarschijnlijk de bedoeling geweest van de dader, maar je moet je afvragen of het de bedoeling van de dader was de oefengranaten tot ontploffing te brengen.”

De ondernemer, aanwezig in de rechtszaal, vraagt schadevergoedingen voor zijn immateriële schade – hij lijdt zwaar onder de dreiging – en de kostbare beveiligingsmaatregelen die hij heeft moeten treffen. “Maar eigenlijk wil ik het niet hebben over die rotcenten, ik wil fatsoenlijke rechtspraak.”

De rechtbank doet op 23 juni uitspraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden