PlusAchtergrond

Wapenbezit en geweld op scholen: ‘Alleen straffen helpt niet’

‘Tegen ons bekennen de kinderen dat ze zich veiliger voelen met een mes op zak.’Beeld Getty Images

Tientallen middelbare scholen, vooral voor speciaal onderwijs, sloegen eind februari alarm over leerlingengeweld en wapenbezit. Wat kunnen scholen doen?

Woensdag werd het Vossius Gymnasium nog opgeschrikt door een vechtpartij, waarbij een leerling van een andere school een stroomstootwapen trok. Volgens rector Jan van Muilekom gaat het om een losstaand incident. “Ik maak me geen zorgen over wapenbezit of wapengeweld onder mijn leerlingen. Tegelijkertijd merk ik wel dat je alert moet blijven.”

Voor Mariëtte van Leeuwen, bestuurder van scholenkoepel iHUB, is de situatie wel nijpend; zij sloeg anderhalve week geleden alarm over de situatie op de dertig scholen voor speciaal onderwijs die onder de koepel vallen. “Nood breekt wetten,” zegt zij. “We moesten vanuit onze verantwoordelijkheid wel maatregelen treffen.”

De scholen kregen met steeds meer wapen­bezit en geweld te maken. Zo ontploften op het Altra College in de Jordaan twee door de leerlingen gefabriceerde bommen. De politie wist een ontploffing van een derde te voorkomen. Van Leeuwen zag er aanleiding in om camera’s op te hangen en wapencontroles uit te voeren.

Elke paar jaar laait het debat weer op, zegt Klaas Hiemstra, directeur van de stichting School en Veiligheid. “Het is niet alleen een probleem van deze tijd.” Volgens Hiemstra verschaffen maatregelen als camera’s en kluiscontroles vooral inzicht in wat er op de school gebeurt. “Maar camera’s vangen geen boeven,” zegt hij stellig. Hij verwijst naar detectiepoortjes, waar met regelmaat door de buitenwereld om wordt geroepen. Die werden na een schietpartij ook ooit op mbo-scholen neergezet. “Ze bleken niet te werken, omdat enorme drommen leerlingen erlangs moeten als de lessen beginnen. Dan springen ze eroverheen om niet te laat te komen.” Schijnveiligheid dus.

Kluisjescontrole

Van Leeuwen benadrukt dat ze liever ook geen camera’s had opgehangen, of controles had uitgevoerd. “We hebben ook maar beperkte mogelijkheden om controles uit te voeren; dat kan alleen als we een leerling verdenken.”

Vossiusrector Van Muilekom heeft de afgelopen jaren slechts één keer een kluisje moeten doorzoeken, na een gerichte aanwijzing. Ook heeft hij al jaren geleden camera’s opgehangen, ‘vooral om te voorkomen dat fietsen rondom de school worden gestolen, of dat kinderen iets kapotmaken in een hoekje waar je niet zo vaak komt.’

Gesprek aangaan

Hiemstra is niet per definitie tegen zulke maatregelen. Hij vindt het zelfs dapper dat iHub openlijk heeft gezegd dat ze camera’s zouden gaan ophangen. “Ouders kunnen snel denken: wat is dat voor rare gevangenis. Maar als school kun je juist met het ophangen van camera’s uitleggen dat je grip hebt op de situ­atie.”

Toch houdt het daarbij niet op. “De dag na een kluisjescontrole zitten die kinderen weer gewoon in je klas, en dan moet je er wat mee. Het moet dan niet gaan over wat je niet wilt, maar over wat je wel wilt.” Hij benadrukt het belang van het gesprek aangaan met leerlingen.

Dat heeft men zich ook op het Bindelmeer College in Zuidoost gerealiseerd. In de brugklassen heeft men ‘kerndocenten’, mentoren, op elke twintig leerlingen. Kerndocent en leerling zien elkaar meermaals in de week. “Dat helpt,” zegt directiesecretaresse Petra van der Pol. “Ruzies onder leerlingen zijn er altijd: die ontstaan vooral buiten, in de vakantie of thuis, maar in de kringgesprekken met de kerndocent vertellen ze eerder wat er speelt. Of ze zoeken zelf hun meester of juf op.”

Kluiscontroles worden op het Bindelmeer onverwachts en willekeurig ingezet, en soms is het raak: recentelijk is er nog een mes bij een kluiscontrole aangetroffen. Daarna volgt een gesprek. “We vragen dan waarom iemand een mes bij zich heeft.”

Niet stoer, maar angstig

Dat kost veel tijd: docenten zijn vaak tot half zes in de avond nog met leerlingen in gesprek, en brengen die ook wel eens daarna thuis omdat het al donker is geworden. Maar het heeft zelfs de aandacht van minister Ferd Grapperhaus (Veiligheid) getrokken. Dinsdag heeft hij met docenten en leerlingen op het Bindelmeer over hun aanpak gesproken.

Van der Pol ziet dat veel messendragers zijn gemotiveerd door angst, in plaats van door stoerdoenerij. “Veelal horen we dat kinderen zich veiliger voelen met een mes op zak. Dat zeggen ze eerder als je een vertrouwensband met ze hebt.”

Op dat soort momenten wordt weer even heel duidelijk dat het om middelbare scholieren gaat. Dat zie je ook in andere dingen terug: zo dienen de camera’s van het Bindelmeer in de corridors naar de wc’s vooral ‘zodat je weet wie het is die de wc volpropte met toiletpapier’, zegt de directiesecretaresse. “Het blijven kwajongens.”

Wie bang is voor een te zachte hand, hoeft zich overigens geen zorgen te maken. Sancties blijven in stand. Van der Pol: “Messendragers worden zeker intern geschorst. Maar alleen straffen helpt niet.”

Ook Van Leeuwen van iHub zet in op een combinatie. “Enerzijds moeten we repressieve maatregelen handhaven, maar anderzijds zetten we ook in op opvoeden, samen met de ouders.” Veelal zijn ouders blij met de interventie van de school. Die hebben niet altijd grip op wat zich binnen de wanden van het klaslokaal afspeelt. “Vreemde ogen dwingen toch beter dan die van moeder,” zegt Van der Pol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden