PlusAchtergrond

Waarom verdween er zo enorm veel zand in de bodem van het IJ?

Bij de aanleg van het Zeeburgereiland in de 19de eeuw kampten de aannemers met raadselachtige verzakkingen: enorm veel zand verdween in de bodem van het IJ. Jaren later werd pas duidelijk waarom.

Oranjesluizen in aanleg, september 1869.
 Beeld Stadsarchief Amsterdam
Oranjesluizen in aanleg, september 1869.Beeld Stadsarchief Amsterdam

In 1863 kreeg de Amsterdamsche Kanaal Maatschappij (AKM) groen licht voor de aanleg van het Noordzeekanaal. Een enorm waterstaatkundig project, van groot belang voor de haven van Amsterdam. In het nieuwe ­kanaal moest het waterpeil ­constant worden gehouden. Omdat het IJ in directe verbinding stond met de Zuiderzee, waar nog altijd eb en vloed bestond, werd een afsluitdijk aangelegd met schutsluis tussen de Waterlandse Zeedijk bij Schellingwoude en de Paardenhoek, een markant punt op de hoek van de dijk die tussen 1828 en 1832 was aangelegd om het Oosterdok te kunnen vormen.

De AKM huurde voor het hele Noordzee­kanaalproject een Britse aannemer in, Henry Lee & Sons, die op zijn beurt werd geadviseerd door de ingenieur Sir John Hawkshaw. Het technisch toezicht was toevertrouwd aan Justus Dirks, die als ‘eerstaanwezend ingenieur’ door Rijkswaterstaat werd uitgeleend. Hawkshaw en Dirks tekenden in het Algemeen Plan van 1 juli 1865 het tracé van de dijk met een lengte van 1360 meter tussen de Waterlandse Zeedijk en de Paardenhoek.

Oranjesluizen

Over de volle breedte van de basis van de nieuwe dijk, 45 meter, bracht aannemer Jan Christiaan van Hattum zinkstukken aan in de slappe IJ­bodem. Van Hattum kwam uit Sliedrecht, waar ze eeuwen ervaring hadden met zinkstukken. Deze grote matten werden op locatie samen­gesteld uit stokken en kruisbanden en bij dood tij afgezonken en verzwaard met puin. Vervolgens begon het ‘opwerken’ van de dijk met klei en zand. Dat leek in eerste instantie vlot te gaan, maar in september 1868 werden lekken ontdekt. Een maand later bezweek de kistdam over een lengte van wel 25 meter. Vier schepen werden de bouwput ingesleurd.

De schade werd hersteld. Drie jaar later, met de opening op 18 maart 1872 van de Oranjesluizen voor de scheepvaart, naderde het werk zijn voltooiing. De afsluitdijk was toen nog niet helemaal klaar; er was nog een ‘sluitgat’ opengebleven. Na afzinking van het laatste zinkstuk kwam op 6 juni ook hier de grond boven het water uit.

Het volledige werk van de afsluiting van het IJ, inclusief de Oranjesluizen, had bijna 4,5 miljoen gulden gekost. De AKM klopte zich op de borst dat de afsluitdijk ‘zoodanige overmaat van sterkte gegeven was’ dat de toekomst met vertrouwen tegemoet kon worden gezien. In 1883 moest het provinciaal bestuur van Noord-Holland echter een aanbesteding doen voor ‘het op profiel brengen van een verzakt gedeelte’. Sterker nog: in 1895 moest dat nog een keer gebeuren.

‘Trouweloozen ondergrond’

Die problemen deden zich ook voor bij het tweede grote project: de strekdam langs de vaargeul in het Buiten-IJ. Boringen toonden aan dat het aangebrachte zand tot een maximale diepte van 22 meter beneden NAP was doorgedrongen, veel dieper dan gedacht. Er was vier tot vijf maal zo veel zand nodig als berekend en er moesten extra zinkstukken en bermen worden aan­gebracht. De opleveringstermijn van 1 juli 1892 werd niet gehaald.

Aanleg van het Noordzeekanaal tussen Amsterdam en de Noordzee. De werkzaamheden begonnen op 8 maart 1865 en werden voltooid in 1876. De foto stamt uit 1866. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Aanleg van het Noordzeekanaal tussen Amsterdam en de Noordzee. De werkzaamheden begonnen op 8 maart 1865 en werden voltooid in 1876. De foto stamt uit 1866.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Bij de aanleg van het Merwedekanaal, het derde grote werk in het IJ, deden die problemen zich opnieuw voor. Om dit nieuwe kanaal in het afgesloten IJ te laten uitkomen, moest precies het dijkdeel dat in 1872-1874 zo moeizaam tot stand was gekomen, worden verlegd. De ­president van het Koninklijk Instituut van ­Ingenieurs, J.F.W. Conrad, waarschuwde op 9 februari 1886 voor de ‘moeijelijke aanleg’ die ‘veel tijd en geld’ zou gaan kosten. De Amsterdamse stadsingenieur Jacob van Niftrik ­betichtte het IJ van een ‘trouweloozen, mod­derigen ondergrond’.

Prehistorische geul

Pas bij de aanleg van de strekdam in het ­Buiten-IJ, in 1893, begon een vermoeden te ­dagen van de mogelijke oorzaak: een zeer diepe en brede dichtgeslibde geul. Landbouwkundig ingenieur A.R. Güray kreeg later, dankzij bodemkartering in de IJpolders en de inzet van luchtfoto’s, inzicht in het verloop van een prehistorische geul, die hij ‘Oer-IJ’ doopte. In zijn proefschrift toonde hij aan dat deze Oer-IJ vanaf de monding van de Utrechtse Vecht in het Almere naar de Noordzee had gekronkeld. Door de stevige stroming was de rond Amsterdam aanwezige eerste zandlaag, en soms ook de tweede, weg­gespoeld, waarna deze getijdengeul geleidelijk was dichtgeslibd met slappe kleilagen. Bij de aanleg van de Schellingwouderbrug en het ­Zeeburgereiland werden ‘slappe lagen’ aan­getoond tot soms 30 meter onder NAP.

Baggerreservoir

Het laatste deel van het Zeeburgereiland kreeg zijn beslag vanaf eind 1893. Het Noordzeekanaal werd in die tijd verdiept en er werden haven­bassins gegraven in de toenmalige Stads-Rietlanden, het begin van het Oostelijk Haven­gebied. Het opgebaggerde slib werd opgeslagen ten zuiden van de lange strekdam. Om te zorgen dat het daar bleef liggen, moest er een derde dijk aan de zuidkant worden aangelegd. De aan­besteding vond plaats op 14 december 1893; voor zover bekend heeft de aanleg ervan geen moeilijkheden bezorgd. Zo was het baggerreservoir van drie kanten ingedamd. Toen dat met slib was gevuld, lag er een nieuw eiland.

Dit is een ingekorte bewerking van het ­oorspronkelijke verhaal uit het juninummer van Ons Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden