Plus

Waarom het Nationaal Monument op de Dam alweer uit elkaar valt

Scheuren in de buik en knie laten zien hoe kwetsbaar de beelden van John Rädecker zijn. Beeld Lin Woldendorp

Het Nationaal Monument op de Dam brokkelt weer af, ruim twintig jaar na de restauratie. Elk restje water in het poreuze travertin zorgt voor nieuwe schade als het een keertje vriest.

Het ‘petje’ van het Nationaal Monument – de deksteen van de 22 meter hoge gedenkzuil – is eraf gehaald. Vier stenen zijn verwijderd en rond de top is een spanband geplaatst. In de beelden van de figuren op het monument en de sokkel zitten flinke scheuren. Op de grond rondom het monument liggen afgebrokkelde stukjes steen. Wie de moeite neemt ze op te rapen, heeft zo een handjevol.

Het verval van het Nationaal Monument op de Dam, dat er sinds 1956 staat en in 1996 ingrijpend is gerestaureerd, is de laatste jaren in rap tempo gegaan. De vorige restauratie kwam er nadat een brokstuk van een van de sokkels losliet. Het gesteente bleek ernstig aangetast. Een commissie adviseerde drie mogelijkheden: het monument laten afbrokkelen, en dus niets doen, het opnieuw bouwen met een andere steensoort of het ingrijpend herstellen. De keus viel op het laatste.

Duitse impregneermethode

Na lang beraad is de restauratie in 1996 uitgevoerd door het Duitse bedrijf Ibach, dat een nieuwe impregneermethode had ontwikkeld. Het herdenkingsmonument laten herstellen in Duitsland had nogal wat voeten in aarde. Maar het zou, zo zei men, daarna weer generaties lang mee gaan.

Het tegendeel blijkt waar te zijn. 23 jaar na dato zijn de scheuren duidelijk zichtbaar. En dat is precies wat de toenmalige steendeskundige Gerard Overeem van Monumentenzorg en beeldhouwer Ton Mooy vreesden. Zij hadden zich in die tijd over de staat van het monument gebogen, en ze hebben gewaarschuwd. De Duitse methode waarbij de 34 beelden en reliëfs geïmpregneerd werden met acrylhars zou het, zo voorspelden ze, nog geen dertig jaar houden. “Je kunt travertin niet volledig droogstoken en dat is wel nodig voor het impregneren. Als het vocht namelijk niet volledig weg is, knapt de steen kapot als het gaat vriezen,” zegt Mooy (70).

“Er werd niet naar ons geluisterd,” zegt de restauratie-expert vanuit zijn atelier in Amersfoort. Voor de restauratie in Duitsland werd destijds ruim vier miljoen gulden neergeteld, deels opgebracht door de gemeente, deels door het Rijk. Mooy: “En kijk, we zijn nu 23 jaar verder en het impregneren is zinloos geweest.”

Poreuze kalksteen

Het Nationaal Monument, ontworpen door architect J.J.P. Oud bestaat uit een centrale zuil van 22 meter met beelden van John Rädecker en een gedenkmuur met reliëfs van Paul Grégoire. Oud en Rädecker kozen destijds voor de poreuze Italiaanse kalksteen travertin. Deze natuursteen is geschikt voor monumenten en gebouwen in warme landen. Zo zijn ook het Colosseum en de Trevifontein in Rome deels van travertin gemaakt.

Mooy: “In een land als Nederland waar het af en toe vriest, is deze steen volkomen onbruikbaar. Wij adviseerden daarom dat ze het monument beter konden laten namaken met een andere steensoort.”

Mooy constateerde al acht jaar geleden dat het gerestaureerde monument opnieuw verweerde. “Ik zag toen al dat de huid werd afgestoten. Er lagen schilfers op de grond.”

Hij vindt nog steeds dat de zuil, de beelden en reliëfs beter kunnen worden vervangen door Beiers graniet of Engelse natuursteen.

“Rädecker heeft er zelf niet aan gehakt. Steenhouwerij Van Tetterode heeft het monument gemaakt. Graniet is de oplossing, want het is duurzamer. De kleur komt overeen met travertin en een monument van graniet gaat minimaal duizend jaar mee.”

Steenhouwerij Maarssen doet momenteel onderzoek naar het monument. Het bedrijf is niet bereikbaar voor uitleg over de stand van zaken.

Waarom Amsterdam destijds het advies van de steendeskundigen in de wind sloeg, weet een woordvoerder van de gemeente niet. “De keuze is toen gemaakt voor het Duitse restauratieproces. Nu moet opnieuw worden bekeken wat we gaan doen. Wordt het herstellen of gaan we het beeld vervangen door een andere steensoort. Het college moet zich hierover buigen.”

Politie verving travertin wel

De travertinbeelden van ‘stadsbeeldhouwer’ Hildo Krop (1884-1970) bij het Amsterdamse hoofdbureau van politie in de Marnixstraat zijn in 1997 wel vervangen. Het gaat om drie figuren die de kinderpolitie, het gezag en de verkeerspolitie symboliseren. Ook die beelden verkeerden, net als het Nationaal Monument, in een slechte staat.

Beeldhouwer Ton Mooy: “Men wilde destijds die beelden ook impregneren met de Duitse methode. Ik zei: Dat moet je niet doen. Hoofdcommissaris Jelle Kuiper luisterde wel. Een verstandig man. De beelden hangen er nu nog.”

Mooy verving de travertinbeelden in 1997 door replica’s van het weervaste Portland­steen uit Engeland. “Het is een steensoort in dezelfde kleur als travertin die veel langer meegaat. Heel Engeland is ermee volgebouwd. Dat land heeft een vergelijkbaar klimaat als Nederland.”

De oorspronkelijke beelden van Krop werden naar het politiemuseum in Apeldoorn verhuisd waar ze binnen kwamen te staan. Ze zijn nu in het bezit van het Nationaal Veiligheidsinstituut en staan in het collectiedepot in Apeldoorn.

Ook de kwetsbare tufsteenbeelden van Hildo Krop aan het Berlage Lyceum aan de Jozef Israëlskade – waaronder De Geboorte van de Daad – zijn rond die tijd vervangen door Mooy. “Het ging onder meer om mensfiguren en een paard op de hoeken van het gebouw. Ook deze beelden waren verweerd. Ik heb ze toen vervangen door graniet. Graniet is duurzamer.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden