PlusUitleg

Waarom corona niet leek te bestaan in het Vondelpark

De eerste echte lentedagen in combinatie met de schoolvakantie zorgden deze week direct voor overvolle parken waar corona niet leek te bestaan. Het is meer dan baldadigheid, blijkt uit onderzoek. ‘De rek is eruit.’

De politie moest er woensdag aan te pas komen om het Vondelpark schoon te vegen.   Beeld Joris van Gennip
De politie moest er woensdag aan te pas komen om het Vondelpark schoon te vegen.Beeld Joris van Gennip

1. Wat is er aan de hand?

Als er geen pandemie gaande was, zou het geen nieuws zijn. Maar nu we te maken hebben met corona en coronamaatregelen die iedereen moeiteloos kan opsommen, zijn overvolle parken waarin mensen geen afstand houden op zijn minst opmerkelijk. Het Vondelpark leek deze week zelfs op een festivalterrein als vanouds: honderden mensen drinkend, dansend en zwetend op elkaar geplakt. Woensdagmiddag was het zo druk dat de politie bezoekers verzocht het park te verlaten en zowel donderdag als gisteren werd het park afgesloten om dezelfde reden.

2. Waarom laten we de teugels ineens vieren?

Die vraag mag meteen genuanceerd worden volgens Bas van den Putte, hoogleraar gezondheidscommunicatie aan de UvA en lid van de wetenschappelijke adviesraad van de RIVM-gedragsunit. “De meesten houden zich nog altijd wél aan de regels. Zo’n 870.000 Amsterdammers waren niet in het Vondelpark toen het er extreem druk was.” Maar het klopt wel dat het maatschappelijk draagvlak voor het coronabeleid afneemt, blijkt uit onderzoek van het RIVM. Slechts vier op de tien Nederlanders hebben nog vertrouwen in de aanpak van het kabinet. Volgens Van den Putte heeft dat meerdere redenen. “Het duurt gewoon heel erg lang. De rek is eruit. Er zijn best veel mensen die het zwaar hebben momenteel.”

Sommigen hebben geen tuin, er zijn mensen zonder balkon en zelfs zonder kiepraam. Als je dan het hele jaar binnen zit, werken zonnestralen enorm aanlokkelijk. “De gelegenheid maakt de dief,” zegt de hoogleraar. Uit onderzoek van het RIVM blijkt ook dat mensen gebaat zijn bij consistentie en moeite hebben met continu wisselende maatregelen. En dat het vaccineren met horten en stoten gaat, werkt ook niet mee, zegt Van den Putte. “Maar je moet je ogen niet op de bal houden, maar op het doel. Als we vaccineren, als we ons aan de afstandsregel houden, worden we daarvoor beloond met vrijheid. We hebben het in eigen hand.”

3. Was het feest in het Vondelpark eigenlijk een virusbrandhaard?

Misschien. De kans op virusoverdracht in de buitenlucht is naar schatting zo’n twintig keer kleiner dan in binnenruimten –waar ademdruppeltjes met virusdeeltjes langer blijven hangen – maar dat maakt de kans nog niet nul. Zeker niet als mensen geen anderhalve meter afstand houden. Ook is aannemelijk dat feestgedrag met bijbehorend drank- en drugsgebruik de kans op virustransmissie vergroot: zoenen, knuffelen; drankflessen en lachgasballonnen worden gedeeld.

4. Hoe risicovol was het, vergeleken met de Black Lives Matterdemonstratie op de Dam?

Die bijeenkomst in juni leidde niet tot veel besmettingen, concludeerde de GGD naderhand. De situatie destijds verschilt echter met die van nu. In juni waren in Nederland naar schatting van het RIVM zo’n 7000 mensen besmettelijk, afgelopen week zo’n 100.000. De kans dat een feestnummer in het Vondelpark het virus bij zich droeg en overdroeg, is dus vele malen groter. Bovendien bestond vorig jaar de Engelse variant nog niet: die is naar schatting 30 tot 60 procent besmettelijker.

Er spelen echter ook gunstigere omstandigheden. In vergelijking met juni vorig jaar hebben meer Amsterdammers antistoffen in hun lichaam: 15 procent versus 6 procent, volgens metingen van bloedbank Sanquin onder bloeddonoren. Onder jongeren is dat percentage waarschijnlijk hoger, doordat zij vaker geïnfecteerd raakten. Mensen die immuun zijn, worden niet meer ziek en dragen het virus waarschijnlijk niet of nauwelijks over.

Verder heeft de huidige lockdown een remmende werking op de virusbrandhaard die het feest in het Vondelpark in potentie is. De maatregelen waren in juni lichter. Van den Putte wijst er wel op dat het besef van gevaar aan het teruglopen is, doordat we ons zo lang aan de regels hebben gehouden. “Dat noemen we de preventieparadox: juist doordat we het met zijn allen zolang al zo goed doen, zien we relatief weinig nadelen van het virus. Jaap van Dissel wist het woensdag in de Tweede Kamer goed te verwoorden: Door ons goede gedrag zijn er 41.000 ziekenhuis- en 6300 ic-opnames voorkomen. Om ons goed aan de maatregelen te houden, moeten we de risico’s van het virus blijven benadrukken.”

5. Wat moet er nog meer gebeuren om te zorgen dat we ons weer aan de regels houden?

“Er moet harder gewerkt worden aan wat wél mogelijk is,” zegt de hoogleraar. “Waarom kunnen die terrassen bijvoorbeeld niet open? Heeft dat een reden? Betekent open terrassen dat het risico dat straks alle scholen weer dicht moeten wordt verhoogd? Dat moet het Outbreak Management Team serieus onderzoeken. Mensen willen begrijpen waarom die regels er zijn. Dan weten ze waarom iets voorlopig nog niet mag.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden