Plus Voorpublicatie

Waar de oorlog niet zichtbaar is

In 2005 verscheen De bezette stad van Bianca Stigter over Amsterdam in oorlogstijd. Nu is er de uitgebreide Atlas van een bezette stad, die de locaties uitlicht waar de Tweede Wereldoorlog zich afspeelde.

De schadekaart van het Gemeente­grondbedrijf, de zogenoemde ‘gatenkaart’, uit 1945-1946. Beeld Stadsarchief

Op 15 mei 1940 trekken Duitse troepen over de Berlagebrug Amsterdam binnen. De stad wordt bezet. Pantserwagens in de Raadhuisstraat, helmen op de Dam. Ze rijden naar het stadhuis. Daar staat een man klaar met een grote plattegrond om de troepen wegwijs te maken in de stad.

Nog steeds zijn een paar plekken in Amsterdam voorgoed met de oorlog verbonden, zoals de Hollandsche Schouwburg en het Achterhuis. Elders is de oorlog onzichtbaar geworden. Hier en daar staat een monument of is er een straatnaam of een ander overblijfsel dat aan de bezetting herinnert, zoals een groot wit nummer, op de muur gekalkt om tijdens de verduistering een huis te kunnen vinden.

De meeste adressen uit de oorlog zijn uit de geschiedenisboeken verdwenen of in de vergetelheid geraakt. Ze worden in Atlas van een bezette stad op een rij gezet om een indruk te geven van de extremen van het leven in Amsterdam in die vijf jaar van bezetting, vervolging, collaboratie en verzet. Waar zetelden de Duitse instanties? Waar moesten Joden de gele sterren kopen? Waar werd Het Parool gedrukt? Waar meldden mannen zich aan voor de Waffen-SS? Waar waren de gaarkeukens?

Infrastructuur verdwenen

Anders dan Rotterdam of Arnhem is Amsterdam de oorlog betrekkelijk ongeschonden doorgekomen. De stad werd slechts een paar keer gebombardeerd. Wel is er in die vijf jaren weinig gebouwd, en was er van de infrastructuur in mei 1945 echter nauwelijks iets over. Er was geen gas, geen licht, geen voedsel. Kinderen liepen op blote voeten door de Van Baerlestraat. In een schuilsynagoge op de Nieuwe Keizersgracht werden nog diensten gehouden. Bijna een tiende van de bevolking had zich moeten verstoppen of was weggevoerd en vermoord.

Misschien is dat juist het verbluffende: het ­decor stond er al en staat er nog. Het Achterhuis aan de Prinsengracht werd gebouwd in 1740. In de villa op het Museumplein waar nu het Amerikaanse consulaat is gevestigd, zat voor de oorlog het Duitse consulaat en tijdens de bezetting de Ortskommandantur. Wat heeft zich in al die grachtenpanden uit de 18de, die herenhuizen uit de 19de en die eerste flats uit de 20ste eeuw afgespeeld in de jaren 1940-1945?

In Atlas van een bezette stad zijn bekende en onbekende plekken uit de oorlog te vinden. Het Oosterpark was in die jaren een parkeerplaats voor het Duitse leger, op de Keizersgracht werden persoonsbewijzen vervalst, vanaf het Cornelis Troostplein nam de Nederlandse politie deel aan razzia’s, op de Oudeschans gaf de Joodse Raad kampartikelen uit, in de buurt van de Rietlanden werd een jongetje doodgeschoten dat kooltjes zocht, op de Levantkade werden NSB’ers opgesloten, op het Centraal Station werden ­Joden na terugkeer uit de kampen ondervraagd.

Telefoonboek

Atlas van een bezette stad gaat niet over sporen van de oorlog. De adressen zijn niet uitgezocht op hun zichtbaarheid in hedendaags Amsterdam. Er staan ook gebouwen in die er nu niet meer zijn, zoals het Gemeentelijk Distributiekantoor op Amstel 1, waar nu de Stopera staat, en de Zentralstelle für jüdische Auswanderung op het Adama van Scheltemaplein, die in 1944 werd gebombardeerd. Het gaat evenmin om monumenten. Die zeggen meer over de manier waarop de oorlog naderhand wordt herinnerd.

Wanneer gedenktekens als uitgangspunt ­waren genomen, was een vertekend beeld ontstaan: van een stad van alleen verzetsstrijders en slachtoffers. Veel monumenten staan bovendien in buurten die toen nog niet waren ­gebouwd, zoals Geuzenveld en de Bijlmer.

1943: Het Wehrmachtheim op de Dam, in het pand van Hotel Krasnapolsky. Beeld Stadsarchief

Een van de beste boeken over de oorlog in ­Amsterdam is de Kroniek van Amsterdam over de ­jaren 1940-1945, een uitgave van het Genootschap Amstelodamum, al is het slechts een aaneenrijging van feiten in chronologische volgorde, dag na dag, jaar na jaar. 

Op 18 mei 1942 defileren bijvoorbeeld compagnieën van het Politie Bataljon Amsterdam op het Museumplein voor de Reichsführer-SS Heinrich Himmler, en wordt in de Jasmijnstraat een nieuwe speeltuin geopend; de volgende dag vordert de Wehr­macht het Ajaxstadion aan de Middenweg en op 23 mei opent een lunapark ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van voetbalvereniging Blauw-Wit. Geen ander boek laat zo goed zien dat in elk geval tot aan de Hongerwinter het gewone leven niet stokte.

Een andere goede bron is het telefoonboek uit die jaren. Hier staan bijvoorbeeld de kringhuizen van de Nationaal-Socialistische Beweging in, de uitreiklokalen van de centrale keuken, die in 1945 de halve stad voedden, het adres van de firma A. Puls, het verhuisbedrijf dat de inboedels van gedeporteerde Joden ophaalde, en de kantoren van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, de Duitse instantie die Puls de opdrachten gaf.

De meeste Duitse instanties stonden niet in het telefoonboek. De locatie van Wehrmacht­onderdelen was geheim. Vele daarvan zijn wel terug te vinden in het archief van het Gemeentelijk Bureau Inkwartiering en in de spionage­verslagen van verschillende verzetsgroepen. Vooral toen Amsterdam een slagveld zou kunnen worden, waren die locaties van belang.

Een bijzonder document is de Gids van de Joodse Raad voor Amsterdam, een in maart 1943 uitgegeven boekje, waarin alle adressen zijn verzameld waarover dit ‘Potemkindorp’, zoals historicus Jacques Presser deze organisatie in zijn Ondergang omschreef, mocht beschikken. Adressen die in 1945 ondergronds waren, zijn dat na de oorlog vaak gebleven. Er zijn maar weinig plekken in Amsterdam die met de illegaliteit worden geassocieerd. Slechts een paar adressen zijn bekend geworden, zoals Corelli­straat 6, omdat de verzetsgroep CS6 waarschijnlijk naar dit adres is genoemd.

Alles door elkaar

De oorlog was niet gelijkmatig over de stad verdeeld. In Zuid was de bezetter aanweziger dan in West, in de Jodenhoek gedroeg hij zich afschuwelijker dan bij het Hoofddorpplein. In Noord vielen de meeste bommen, uit de Transvaalbuurt werden de meeste mensen gedeporteerd. Ook de Hongerwinter blijkt niet in elke buurt op dezelfde wijze te hebben gewoed. In Zuid had men relatief meer last van de kou, in West meer van het gebrek aan voedsel.

Toch is soms juist het opvallendst hoe dicht alles bij en door elkaar was gelegen. Etty Hillesum woonde in de Gabriël Metsustraat, tussen alle Duitse instanties die zich achter de Ortskommandantur op het Museumplein hadden genesteld. Sommige gebouwen boden onderdak aan zeer diverse activiteiten. In het Tropenmuseum was de staf van de Ordnungspolizei gevestigd, maar op de zolder van het gebouw zaten onderduikers en in een aantal beelden uit de collectie waren wapens verstopt.

Amsterdam telde in 1940 zo’n 220.000 woningen. Achter al die gevels gaat een verhaal schuil. Niet al die verhalen staan in het boek. Er moest worden gekozen. Het was bijvoorbeeld ondoenlijk alle adressen die met het schrijven, zetten, drukken en verspreiden van Het Parool te maken hadden, op te nemen. Niet alleen omdat ze niet allemaal achterhaald zijn, maar ook omdat het aantal bekende adressen de honderd overstijgt.

Bianca Stigter: Atlas van een bezette stad, Atlas Contact, € 59,99, 560 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden