Plus Reconstructie

Vuilverbrander AEB: van afvaldroom tot tikkende tijdbom

De problemen bij vuilverbrander AEB dreigen te ontsporen tot een nationale afvalcrisis. Op papier is AEB zelfstandig, in de praktijk is het een speelbal van de enige aandeelhouder en de grootste klant: de gemeente Amsterdam.

Beeld Berlinda van Dam/HH

Paul Dirix, directeur van afvalenergiebedrijf AEB, schudt het hoofd. Het is vrijdagochtend 21 juni 2019 en tegenover hem in een vergaderzaaltje naast de centrale in Westpoort zitten de, meest, mannen die verantwoordelijk zijn voor de technische staat van het bedrijf. In goede tijden worden daar 24 uur per dag, zeven dagen per week afval verbrand en tegelijkertijd stroom en warmte opgewekt. Jaarlijks gaat het om zo’n 1,4 miljoen ton afval, een zesde van de landelijke afvalproductie.

De technici aan tafel, zoals de manager rookgasreiniging (schoorstenen), de projectleider ketelhuis (verbrandingsovens) en de eindverantwoordelijke voor de turbines (elektriciteit), kijken hem somber aan. In de weken daarvoor is een Cold Iron uitgevoerd, een megaoperatie waarbij een deel van de ovens uitgezet wordt, de machines afkoelen en 240 monteurs de gigantische ketels ingestuurd worden om noodzakelijk onderhoud uit te voeren. Maar vergeefs.

De stemming is bedrukt omdat de Cold Iron vooral blootlegt dat de problemen binnen AEB zo groot zijn dat het gebruik van de verbrandingslijnen eigenlijk niet verantwoord is. De gigan­tische ovens, transportsystemen, pijp­leidingen, turbines en rookgaskanalen doen het wel, maar de onderhoudsbeurt heeft de hardnekkige veiligheidsrisico’s niet weggenomen.

De kans op brandjes, rookontwikkeling en gasvorming in het afval, incidenten waar AEB al jaren last van heeft, blijft bestaan. Daar komt bij dat onduidelijk is wie precies verantwoordelijk is voor welk onderdeel van de centrale. Er draaien te veel en verouderde ict-systemen naast elkaar, zonder dat het personeel weet hoe de programma’s in elkaar steken. Oude aanwijzingen na calamiteiten zijn blijven liggen. De toezichthouder pikt het niet meer.

Al sinds februari 2018 staat AEB ­onder verscherpt toezicht van de inspec­tie, de Omgevingsdienst Noordzee­kanaalgebied (OD). 

De grootste zorgen van de OD zitten juist bij de staat van het onderhoud, waar AEB al jaren geen grip op krijgt. Begin 2019 heeft de OD het AEB drie keer op de vingers getikt met de op een na zwaarste waarschuwing: de fabriek wordt niet meteen stilgelegd, maar de zorgen zijn groot. Eerdere beloftes om orde op zaken te stellen zijn niet nagekomen. Het is letterlijk een rommeltje bij AEB. ‘Orde en netheid op het terrein laten te wensen over,’ aldus het inspectierapport.

Die vrijdagochtend begint tijdens de vergadering het besef in te dalen dat rigoureuze maatregelen nodig zijn. Het stilleggen van vier van de zes verbrandingslijnen stond niet op de agenda, maar het lijkt de enige manier om zeker te zijn dat de brandjes, ongelukken en veiligheidsrisico’s tot het verleden gaan behoren. Achteraf blijkt dit een juiste inschatting. “Dit heeft een directe ingreep tot stillegging van de OD voorkomen,” zegt de inspectie als de sluiting bekend wordt gemaakt. Ergo: als Dirix het zelf niet had gedaan, had de inspectie AEB stilgelegd.

Het besluit van Dirix komt daadkrachtig over, tegelijkertijd is het controversieel. 

Never waste a good crisis, leren managers op school. Als de nood hoog is, moet je doorpakken. Maar een zwak punt is dat Dirix op dat moment geen plan heeft voor hoe het nu verder moet. Zijn idee is dat de twee overgebleven verbrandingslijnen afdoende zijn voor het verbranden van het huisvuil van Amsterdam en omliggende gemeenten die klant zijn. Voor alle andere afvalstromen die eindigen in de ovens van AEB, zoals rioolslib en bedrijfsafval, één miljoen ton per jaar, is nog geen oplossing.

Dat is de stand van zaken als Dirix zich meldt bij Amsterdam, enige aandeelhouder en dus eigenaar van AEB. In het weekend krijgen medewerkers van de afdeling Deel­nemingen, die de dochterbedrijven van de gemeente beheert, een appje. Kort daarop wordt wethouder Udo Kock (D66) ingelicht. Die ontbiedt meteen na het weekend de AEB-top in de Stopera.

Op de werkvloer van AEB heerst een machocultuur, die sceptisch staat tegen Beeld Mariette Carstens/HH

Maandagmiddag 24 juni ontvangt de wethouder AEB-directeur Paul Dirix en de voorzitter van de raad van commissarissen, Yvonne Timmerman-Buck. Het plan dat zij dan hebben bedacht en aan Kock presenteren is beknopt: AEB heeft zo snel mogelijk 150 miljoen euro nodig, zodat het in zes tot negen maanden tijd alle technische installaties up-to-date kan brengen.

Kock verslikt zich bijna van woede als hij het verzoek van de twee aanhoort. 

Het verzoek is namelijk niet voorzien van een onderbouwing van de kosten of een inventarisatie van de gevolgen. Niet de reparaties, maar het omzetverlies is de grootste kostenpost. Elke maand dat de ovens uit staan, kost ruim 13 miljoen euro omdat AEB geen rekeningen kan sturen voor het verbranden van afval. Ook wordt er geen elektriciteit opgewekt. Dirix en Timmerman leggen wel een impliciet dreigement op tafel: als de gemeente niet betaalt, kan AEB niet anders dan surseance aanvragen, de opmaat naar een faillissement. Dat zou betekenen dat ook het huishoudelijk afval niet verbrand kan worden en in de straten blijft liggen, voor de gemeente een doemscenario.

Kort daarop, 27 juni, is er een aandeelhoudersvergadering. Ook dan is er nog geen uitgewerkt plan. De gemeente moet zelf inventariseren wat de gevolgen zijn voor Amsterdam van het stilleggen van 70 procent van de verbrandings­capaciteit van AEB.

Alleen al de hitte uit de ovens van AEB is van vitaal belang voor de stad. Via de stadsverwarming worden daarmee 35.000 huishoudens verwarmd. Later komen daar de verwerking van riool­slib en het storten van bedrijfsafval bij. Het wegvallen van de AEB-ovens dreigt een landelijke afvalcrisis te ontketenen. Het stadsbestuur is geschokt door de drastische beslissing die ­Dirix heeft genomen, zonder eerst een plan te verzinnen.

Toch draagt ook Amsterdam grote verantwoordelijkheid voor de problemen bij AEB. Tot 2014 was het bedrijf een gemeenteafdeling. Formeel werd AEB daarna onafhankelijk, maar zelfstandig is het nooit echt geworden. Dat schetsen twaalf betrokken uit verschillende lagen van het bedrijf in gesprek met Het Parool als de werkelijke oorzaak van de problemen rond AEB. De afvalcrisis die Dirix in gang zet, zien ze als een symptoom van een probleem dat al veel langer speelt. Ook na de verzelfstandiging van 2014 blijft AEB de speelbal van het stadsbestuur die het altijd was. Amsterdam is AEB’s enige aandeelhouder, maar ook schuldeiser en de grootste klant.

De stad eiste een hoog rendement, maar legde tegelijk ook hoge duurzaamheidsambities op aan AEB. Geld verdienen, vooropgaan op weg naar een circulaire economie én de 25 jaar oude machines up-to-date houden: AEB moest het allemaal tegelijk doen. “De ene keer werd AEB heel kritisch onderhouden over de cijfers en wilde de gemeente meer dividend,” herinnert een direct betrokkene uit die tijd. “De wethouder Duurzaamheid gedroeg zich intussen als een opdrachtgever van AEB om nieuwe, groene projecten te starten.” Als grootste klant van AEB drong Amsterdam dan weer aan op lage tarieven voor de verbranding van afval en hield altijd de mogelijkheid open om een andere afvalverwerker op te zoeken.

Waar zijn voorgangers zich vanaf de verzelfstandiging in 2014 in alle bochten wrongen om tegemoet te komen aan de wensen van de gemeente, besluit Dirix eind juni dat op dezelfde voet voortgaan onverantwoord is. Woedende wethouders en een landelijke afvalcrisis ten spijt, het brengt Dirix tot een radicale conclusie: zo kan het niet langer.

Die stapeling van drie grote ambities – rendement, duurzaamheid en een betrouw­bare vuilverbranding – is een last waar AEB al sinds 2003 onder ­gebukt gaat. 

In dat jaar besluit de gemeente tot de bouw van een nieuwe, tweede afvalverbrandingscentrale. Deze hoogrendementscentrale, gereed in 2007, wordt gepresenteerd als een wonder van techniek dat met on­geëvenaarde efficiëntie afval kan omzetten in energie. De oude centrale uit 1993 was ruim voldoende voor het Amsterdamse huisvuil, maar die ovens waren zo lucratief dat de stad nóg meer wil profiteren.

Het gevolg is dat AEB de afvalmarkt op moet om de ovens te vullen. Als de nieuwe centrale na tegenslag in 2009 eindelijk op volle toeren draait, zijn inmiddels zoveel afvalverbranders bijgebouwd dat de verdiensten voor AEB zwaar tegenvallen. Tot overmaat van ramp breekt de economische crisis uit, zodat er veel minder afval is en ook de opbrengsten van de elektriciteit die AEB opwekt, diep wegzakken.

Het brengt het stadsbestuur in juli 2009 tot het besluit om af te zien van de verzelfstandiging die was gepland. Het tekent de wispelturigheid waarmee de stad omspringt met AEB. In april van dat jaar was nog besloten dat AEB begin 2010 zelfstandig moest zijn.

In 2014 komt het alsnog zo ver. Nog altijd zijn de verwachtingen binnen het stadsbestuur hooggespannen. “Garbage is gold,” zei verantwoordelijk wethouder Carolien Gehrels (PvdA) in 2012 trots tegen de Financial Times.

Rond de verzelfstandiging is voor het eerst vastgelegd dat AEB voorop moet lopen bij de verduurzaming van Amsterdam.

 In 2009 was de klimaattop van Kopenhagen, klimaatverandering staat wereldwijd hoog op de politieke agenda. De gemeente – GroenLinks zit in de coalitie – beschouwt AEB daarbij als de belangrijkste knop om aan te draaien.

De dienst AEB is in aanloop naar 2014 klaargestoomd voor een ‘Transitiescenario’, waarbij de ovens uiteindelijk gesloten worden en de centrale verandert in een grondstoffenfabriek, waar afval gescheiden en opgewaardeerd wordt tot nieuwe producten. Hiervoor is het gek genoeg juist nodig dat AEB op de korte termijn méér afval gaat aantrekken, ondanks de slechte markt. AEB doet dat door de import van Brits afval, zo’n 200.000 ton per jaar, en probeert via lage prijzen klanten op de Nederlandse markt naar Amsterdam te lokken.

Adviesbureaus PwC, USI én KPMG waarschuwen in 2012 allemaal dat de gemeente wel erg positief is over het Transitiescenario. Maar het stadhuis zet door, met overweldigende steun uit de gemeenteraad. Alle partijen met uitzondering van de SP stemmen voor. Per 1 januari 2014 is de AEB Holding NV een feit, met Jeroen de Swart als ceo.

Maar logischerwijs zit de ambtelijke cultuur nog diep in de vezels. Het achterstallig onderhoud waarover de OD in 2019 klaagt, zit niet alleen in de machines, maar ook in de organisatie. 

Decennialang waren de medewerkers van AEB immers ambtenaren, met een heel andere mentaliteit dan in een commerciële fabriek. Een scan die begin 2014 wordt uitgevoerd door een externe adviseur, wijst uit dat op 22 punten niet wordt voldaan aan de basale voorschriften die gelden in de procesindustrie. Helmen, veiligheidsbrillen, handschoenen, het is allemaal niet vanzelfsprekend en wordt nauwelijks gehandhaafd.

Het personeel laat zich weinig zeggen, de cultuur van 2014 lijkt op die van de geplaagde brandweer Amsterdam-Amstelland. Ook bij AEB worden het fabrieksterrein en de machines gebruikt om op zaterdag aan oude auto’s te klussen, herinnert een naaste betrokkene zich. Ook bij AEB heerst een machocultuur, die vooruitgang en vernieuwing op z’n best sceptisch benadert en in het uiterste geval blokkeert. Het komt regelmatig voor dat het brandalarm gaat, zodat de hele fabriek ontruimd moet worden. Maar controles achteraf wijzen dan uit dat er helemaal geen brand was op de plek waar het alarm was ingedrukt. Het gebeurde opzettelijk, om een rookpauze af te dwingen.

De bedrijfsleiding heeft in 2014 maanden nodig om het personeel te dwingen om alleen via de gemarkeerde wandelpaden door de fabriekshallen te lopen, en niet kriskras de kortste weg, zodat de kans op aanrijdingen en andere ongelukken afneemt. Doodgewoon bij elk ander industrieel bedrijf, maar een heidens karwei bij AEB.

Bij de verzelfstandiging eist de stad van AEB ook dat het bedrijf geld gaat opleveren, bovenop de plicht tot verduurzaming. In een ‘Meerjaren­visie’ wordt tot in detail vastgelegd hoe het bedrijf gerund moet worden. Zo wordt AEB expliciet opgedragen om kosten te besparen. ‘Vanwege de ouderdom van de installatie nemen de onderhoudskosten toe,’ is de analyse. ‘Om ondanks deze effecten de prijs op een constant niveau te houden, zal er jaarlijks een kosten­besparing van ongeveer 2 procent gerealiseerd moeten worden.’

In de jaren na de verzelfstandiging verandert AEB in een melkkoe. 

Eens per kwartaal komen de betrokken ambtenaren en de financieel specialisten van AEB bij elkaar. “De aandacht was er toen vooral op gericht om AEB rendementstechnisch naar een hoger plan te tillen,” zegt een toenmalige manager die daarbij zat. Tussen 2014 en 2017 vloeit zeker 175 miljoen euro aan rente, aflossing, dividend en erfpacht van AEB naar de stadsschatkist, blijkt uit de jaarverslagen van het bedrijf. De gemeente krijgt ook de 235 miljoen terug die AEB als lening meekreeg bij de verzelfstandiging. Het lukt AEB in 2017 om de gemeentelijke lening te herfinancieren bij een consortium van banken, waardoor Amsterdam ervan af is.

De stad maakt in die tijd ook boekhoudkundig verlies op AEB, maar die zijn direct te wijten aan fouten die zijn gemaakt bij de verzelfstandiging. Aan het bedrijf is een grotere waarde toegekend dan feitelijk was toegestaan. Daarom moet de gemeente in 2015 ook een langlopende lening van 60 miljoen euro aan AEB omzetten in eigen vermogen van het bedrijf, en schrijft het 45 miljoen euro boekwaarde af. Hinderlijk voor de stadsbegroting, maar met de prestaties van AEB heeft het niets te maken, concludeert de Rekenkamer.

Tegelijk vindt AEB geen luisterend oor binnen het stadsbestuur als het zijn nood klaagt over het gebrekkige onderhoud of de cultuur op de werkvloer – een erfenis per slot van rekening van de jaren als gemeentebedrijf. De stad richt zich op na de crisis en moet hard bezuinigen. Minder nadruk op rendement, dividend of rente is geen optie. Breed leeft het besef binnen de AEB-top dat de D66-wethouder Deelnemingen na 2015 niet openstaat voor slecht nieuws. “Kajsa Ollongren zei altijd: ik wil geen gezeik.”

Ook de vergroeningsopdracht die AEB meekrijgt, wordt opgepakt. 

Geen sinecure, de duurzaamheidsambities zijn enorm, maar niet erg realistisch. ‘Het Transitieprogramma bestond uit een overzicht van goede ideeën,’ rapporteert de Rekenkamer in 2015.

Sommige projecten die voor verzelfstandiging in 2014 door de gemeente zijn bedacht, vallen bijna meteen af, zoals leidingen om nabijgelegen bedrijven van stoom te voorzien of het plan om eiwitten te winnen uit vliegenlarven die organisch afval van AEB moeten opeten (zie kader). In de loop van de jaren verzint AEB daar zelf allerlei projecten bij die met veel bombarie de wereld in worden geslingerd. De recycling van luiers, walstroom voor cruiseschepen of het inzamelen en hergebruiken van oude emmers latex, bijvoorbeeld.

Ook het creëren van grondstoffen uit afval komt ondertussen op gang; in 2017 wordt een nascheidingsinstallatie opgeleverd. Het probleem is dat de plastics en drankkartons die door deze machine uit het huisvuil worden gehaald, nog niet erg bruikbaar zijn als nieuwe grondstof. Ze komen immers uit de vuilniszak waar de Amsterdammers alle soorten afval bij elkaar gooien. Het gevolg is dat AEB blijft zitten met ruwe grondstoffen die niet per se waardevol zijn. Dat de inkomsten uit recycling langzamerhand de dalende verbrandingswinsten zouden compenseren, zoals de bedoeling was van de gemeente, blijkt een illusie. De opbrengsten uit recy­cling zijn tussen 2014 en 2017 ongeveer gelijk gebleven en nog altijd maar zo’n 5 procent van de AEB-begroting.

De grote druk om winst te maken en de toren­hoge ambities om te verduurzamen gaan ten koste van aandacht voor de kernactiviteit: effi­ciënt afval verbranden. 

Betrokkenen zien dat alle projecten veel management atten­tion kosten. Daardoor is veel minder aandacht voor het verbeteren van de verbrandingsinstallaties, terwijl die steeds ouder worden en in de loop van de jaren alleen maar meer aandacht en onderhoud nodig hebben.

Onderzoeksbureau Deltaway concludeert kort na de verzelfstandiging dat de staat van het machinepark vergelijkbaar is met die van andere afvalcentrales, maar vooral de werkwijze kan beter. Er wordt wel onderhoud gepleegd, maar de focus ligt op het verhelpen van problemen die naar voren kwamen uit rapportages of audits van de inspectie. Het lukt maar niet om een stap te maken naar een systeem waarbij alle onderdelen individueel zijn genoteerd en preventief vervangen kunnen worden, opdat het aantal storingen daalt.

In het jaarverslag over 2014 maakt AEB goede sier met maintenance engineer Guido Hendriks. “Nu lossen we veel ad-hocproblemen op, ik wil toe naar proactief onderhoud: repareren vóór het stuk is.” Jaren later blijkt er nog niks van terecht­gekomen. In het jaarverslag over 2017 staat opnieuw dat AEB een ‘kanteling’ wil maken ‘van een correctief naar een preventief onderhoudsregime’.

De lijst met gebreken die de OD vaststelt, wordt tussen 2017 en 2019 steeds langer. Dit voorjaar concluderen inspecteurs dat onderhoud nog steeds niet tijdig wordt uitgevoerd, dat onderdelen geen maximale levensduur hebben, zodat niet duidelijk is wanneer ze vervangen moeten worden, en dat de lessen uit veiligheidsoefeningen niet geregistreerd worden.

Volgens een voormalige leidinggevende vindt het personeel bij de ketels zelf dat het de fabriek het beste kent. ‘Ik repareer op gevoel,’ kreeg hij te horen. De onderhoudshistorie van een aantal cruciale onderdelen is nauwelijks gedocumenteerd, waardoor niet te voorspellen valt hoe lang ze het nog volhouden. Ook de samenstelling van het afval, en daarmee de temperatuur in de ovens, is steeds onvoorspelbaarder. AEB is een tikkende tijdbom geworden.

Met de komst van Dirix verdwijnt de schroom bij AEB om te erkennen dat het zo niet langer gaat. De nascheidingsinstallatie werkt na twee jaar nog altijd niet naar behoren, de inspectie zit AEB op de huid en de rendementen staan onder druk. In december 2018 meldt het bedrijf dat er zeker twee jaar geen dividend wordt uitgekeerd. In maart en in mei dit jaar zijn er twee grote ­revisies van de centrale, die meer vraagtekens opleveren dan ze oplossen.

Kort daarna trekt Dirix aan de noodrem en ontketent hij bijna een landelijke afvalcrisis. AEB moet met miljoenen overeind worden gehouden en de gemeente onderzoekt inmiddels een verkoop van AEB.

Van luierrecycling tot eiwitwinning uit vliegenlarven

Keer op keer kreeg AEB nieuwe ­taken erbij die het bedrijf ‘groener’ moesten maken.

Scheidingsmachine Sinds 2017 worden papier, plastic, metaal en organisch afval uit huisvuil gescheiden. De installatie bij AEB kan 300.000 ton huisvuil per jaar verwerken en kostte 35 miljoen euro. Nog altijd werkt de machine niet optimaal.

Groengas Omdat Amsterdam nauwelijks gft-afval apart inzamelt, komt uit de scheidingsmachine een grote stroom organisch afval. Een nieuwe installatie kan daar biogas van maken.

Folies De plastics die uit de scheidingsinstallatie komen, zijn een waardeloos allegaartje. Er zijn extra installaties nodig die folies en harde plastics opwerken tot bruikbare grondstoffen.

Luiers In een samenwerking met Procter & Gamble werkte AEB aan een installatie die luiers en incontinentiemateriaal kan recyclen. Dan gaat het om zo’n 5 procent van het Amsterdamse afval.

Biomassacentrale AEB besluit in 2018 tot de bouw van een biomassacentrale en investeert 59 miljoen euro in een bestaand plan van een projectontwikkelaar.

Recycle- en Servicecentrum In dit centrum werken 75 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en dat moet tot 2021 verdubbelen. Zij halen onder meer afgedankte apparaten uit elkaar.

Stadsverwarming Uit de AEB-ovens komt genoeg warmte voor 35.000 woningen. Met een investering van 35 miljoen (samen met Nuon) besluit AEB in 2018 de verbinding te leggen tussen de stadsverwarming van West (rond AEB) en Oost (rond de gascentrales van Nuon bij Diemen).

Stoom In 2019 onderzoekt AEB de mogelijkheid stoom uit de verbrandingsinstallaties te leveren aan bedrijven in het Westelijk Havengebied, Argent Energy om te beginnen.

Bodemas Nadat metalen eruit gehaald zijn, werkt AEB bodemas uit de verbrandingsovens op tot bouw­materialen die een alternatief kunnen worden voor zand en grind.

CO2 AEB onderzoekt de mogelijkheid CO2 uit de verbranding via een oude oliepijpleiding richting de Rotterdamse haven en tuinbouwkassen in het Westland te brengen.

Verf In een proef met AkzoNobel heeft AEB latexresten van Amsterdammers ingezameld. Die werden via kringloopwinkels verkocht.

Eiwit Al tien jaar duikt geregeld het plan op om eiwitten terug te winnen uit afval. In 2013 onderzocht AEB met een start-up de mogelijkheid om dat door vliegenlarven te laten doen, als grondstof voor diervoeder.

Bepalende momenten

1919 De AVI Noord is de eerste Amsterdamse vuilverbranding, gelegen aan de Papaverweg.

1993 De stad neemt een nieuwe, grotere vuilverbranding in het Westelijk Haven­gebied in gebruik, waar met de hitte uit de ovens ook elektriciteit wordt opgewekt.

2003 AEB is de nieuwe naam voor de Gemeentelijke Dienst Afvalverwerking. AEB blijft een afdeling van de gemeente, de medewerkers zijn ambtenaren.

Voorjaar 2007 De oude centrale uit 1993 wordt uitgebreid met een Hoogrendementscentrale, waar nog efficiënter elektriciteit kan worden opgewekt. De investering van 453 miljoen euro komt veel hoger uit dan de 338 miljoen euro die voorzien was.

Voorjaar 2008 Een asbreuk in de nieuwe HR-centrale zorgt voor een strop van 45 miljoen euro.

Voorjaar 2009 Start onderzoek verzelfstandiging. AEB moet een koploper worden: de gemeente wil ‘sturen in plaats van roeien’.

Najaar 2009 De verzelfstandiging wordt al weer afgebroken. Als gevolg van de wereldwijde economische crisis is het afval­aanbod ingestort en ook de vraag naar elektriciteit vermindert.

2010 In de Meerjarenvisie 2020 legt de gemeente de nieuwe taak voor AEB officieel vast: ‘Het ontwikkelen tot dé producent van duurzame energie in Amsterdam, en het bijdragen aan de klimaatambities van de stad Amsterdam.’

Najaar 2012 De gemeenteraad stemt in met verzelfstandiging van AEB in 2014. AEB wordt een overheids-nv, een zelfstandig bedrijf waarvan alle aandelen in handen komen van de gemeente Amsterdam. Adviesbureau PwC is kritisch en waarschuwt: de plannen zijn ‘niet voldoende navolgbaar’.

2014 Onverwachte stilstand van de turbines en een brand in een hoogspanningsruimte: de verzekering betaalt, maar het resultaat over 2014 valt wel 16 miljoen lager uit. AEB draagt dat jaar geen dividend af aan de gemeente.

2015 Amsterdam had AEB bij de verzelfstandiging een te hoge boekwaarde toegekend en moet daarom 45 miljoen euro afschrijven op AEB.

De stad is daardoor ook gedwon­gen een langlopende lening van 60 miljoen euro aan AEB om te zetten in eigen vermogen van het bedrijf.

2017 Gereedkomen nascheidingsinstallatie voor 300.000 ton huisvuil per jaar.

2017 Interimmer Jos van der Werff is de opvolger van ­Jeroen de Swart, de eerste ceo na de verzelfstandiging.

Februari 2018 Na een serie branden komt AEB onder verscherpt toezicht te staan van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD).

September 2018 Paul Dirix nieuwe ceo van AEB.

December 2018 AEB besluit tot de bouw van een biomassacentrale. AEB meldt de gemeen­te dat in 2018 en 2019 geen dividend kan worden ­betaald.

Mei 2019 Start Cold Iron, grootschalige onderhoudsbeurt voor afvallijn 11 en 12.

21 juni 2019 Besluit om vier van de zes verbrandingslijnen stil te leggen.

Augustus 2019 Start onderzoek verkoop AEB.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden