PlusAchtergrond

Vragen na schokkende vondst baby in container: wie doet dit?

De container waarin de baby werd gevonden. Beeld ANP
De container waarin de baby werd gevonden.Beeld ANP

De schokkende vondst van een levende baby in een vuilcontainer in Amsterdam-Zuidoost doet een oude discussie oplaaien: kunnen wanhopige moeders die zich geen raad weten met hun baby voldoende hulp vinden?

De Amsterdamse politie trof zondagavond rond elf uur in een ondergrondse container aan de Meernhof in Zuidoost een pasgeboren levende baby aan. Het meisje, dat in een grote gele Jumbotas zat, is direct per ambulance overgebracht naar het ziekenhuis. Haar situatie was maandagochtend stabiel.

De politie kreeg om 22.40 uur een melding van iemand die geluiden hoorde uit de vuilcontainer. Er werden diverse vuilniszakken uit de container gehaald voordat het kindje werd gevonden. De politie kon maandagochtend niet vertellen of het baby’tje toen kleding aan had. Het meisje werd ingepakt in jassen van politieagenten.

Volgens het Nidaa (Nederlands Instituut voor de Documentatie van Anoniem Afstanddoen) zijn er ruwweg twee soorten moeders die zich schuldig maken aan babydoding of een poging daartoe. De ene groep betreft jonge meisjes die veelal door incest of ander seksueel misbruik zwanger worden. Zowel de moeder als de dader heeft een belang om de baby weg te maken. De andere groep betreft moeders die de zwangerschap verdringen uit angst voor hun ouders of partner. Deze vrouwen zijn doorgaans zelf verantwoordelijk voor de babydoding. Het grootste deel van deze moeders is tussen 17 en 26 jaar.

Bevallen in eenzaamheid

Forensisch psycholoog Katinka de Wijs van het Expertisecentrum Kinderdoding: “Deze moeders, die zich schuldig maken aan neo­naticide, waarbij een pasgeboren baby wordt gedood, hebben te weinig voeling met de zwangerschap. Ze ontdekken die vaak laat, houden het verborgen en zijn angstig voor ontdekking of eerwraak. Ze hebben het idee er niet mee aan te kunnen ­komen bij ouders of partner. Ze bevallen vaak in eenzaamheid en hebben maar één gedachte: dat kindje moet weg.”

De Wijs, in 2019 gepromoveerd op kinder­doding, deed onderzoek naar 30 vrouwen die de afgelopen 22 jaar verdacht waren van neo­naticide. “Vaak weten de moeders achteraf niet hoe het kindje eruitzag, van welk geslacht het was en denken ze dat het doodgeboren was.”

Het Nidaa houdt de cijfers bij van de vondelingen en aangetroffen kinderlijkjes in Nederland. Vanaf 2006 zijn 44 babylijkjes aangetroffen, waarvan twee in Amsterdam. In Nederland zijn vanaf 2006 negentien vondelingen aangetroffen, waarvan drie in Amsterdam. Het gaat om vondelingen van wie de moeder niet direct gevonden werd en daardoor in de publiciteit kwamen. Het werkelijke aantal vondelingen is niet bekend. Dat geldt ook voor de babylijkjes. “Het is het topje van de ijsberg, omdat veel babylijkjes niet gevonden worden,” aldus het Nidaa.

Vondelingenkamer

In Nederland zijn er nu acht zogeheten vondelingenkamers in ziekenhuizen of bij particulieren ingericht waar vrouwen hun kind kunnen achterlaten. De Stichting Beschermde Wieg pleit al jaren voor een ‘vondelingenkamer’ in Amsterdam. “Dit toont weer eens aan hoe belangrijk zo’n kamer is. Voor iedere wanhopige vrouw moet er een manier zijn om haar kind op een veilige plek neer te leggen. Een kind achterlaten in zo’n vondelingenkamer is niet strafbaar,” zegt Kitty Nusteling van de stichting, die een noodlijn heeft waar ongeveer duizend vrouwen per jaar naar toe bellen. “Een aanzienlijk deel van die vrouwen komt uit Amsterdam.”

In oktober 2014 werd in een vuilcontainer in West ook een meisje gevonden, van 10 tot 20 dagen oud. In 2017 werd een vondeling (van drie jaar) aangetroffen bij het Centraal Station.

De twee babylijkjes dateren uit 2007 en in 2016. In 2007 werd een lijkje aangetroffen in het Noordhollandsch Kanaal. In 2016 werd de Sloterplasbaby gevonden, een jongetje van een paar dagen oud.

De moeder van de Sloterplasbaby werd na intensieve zoektocht door de recherche gevonden. Ze werd vrijgesproken in de rechtszaak die erop volgde.

In het ziekenhuis Isala in Zwolle is in 2016 de eerste vondelingenkamer gerealiseerd waarin vijf moeders hun kinderen wilden neerleggen. Vier van de moeders besloten hun kind achteraf toch te houden. Eentje is ter adoptie afgestaan. “In Amsterdam, zo’n grote stad, zou elk zichzelf respecterend ziekenhuis ook een vondelingenkamer moeten hebben,” aldus de gynaecoloog Harm de Haan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden