PlusNieuws

Vraag naar speciaal onderwijs stijgt explosief: te weinig plekken in Amsterdam

Het aantal aanvragen voor speciaal onderwijs in Amsterdam stijgt explosief. Steeds meer leerlingen kunnen in het reguliere onderwijs niet de hulp en aandacht krijgen die ze nodig hebben en worden doorverwezen. Maar er zijn niet voldoende plekken. ‘We moeten de lat voor leerlingen lager leggen.’

Raounak Khaddari
De Visio-school in het gerenoveerde schoolgebouw aan de Burgemeester Eliasstraat in Amsterdam-West, voor slechtziende en blinde leerlingen. Beeld Marc Driessen
De Visio-school in het gerenoveerde schoolgebouw aan de Burgemeester Eliasstraat in Amsterdam-West, voor slechtziende en blinde leerlingen.Beeld Marc Driessen

In Amsterdam zijn vorig jaar 20 procent meer aanvragen gedaan voor een plek op het speciaal basisonderwijs dan in het jaar ervoor. Die aanvragen komen van reguliere scholen. Voor Amsterdam beoordelen deskundigen van het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen of er inderdaad een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs wordt afgegeven.

Joost van Caam, directeur van het samenwerkingsverband, ziet dat het systeem vastloopt. Er zitten nu al 1200 kinderen in het speciaal basisonderwijs in Amsterdam. “Normaliter druppelen er gedurende het schooljaar gestaag leerlingen binnen en aan het einde van het schooljaar is het altijd wel puzzelen om een plek te vinden. Maar nu zitten we in september, aan het begin van het schooljaar al op het niveau waar we normaal pas aan het einde van het jaar op zitten. Je kunt stellen dat we een serieuze uitdaging hebben als stad.”

Niet zindelijk

Ook landelijk neemt het aantal leerlingen dat naar het speciaal onderwijs gaat toe, blijkt uit cijfers van de Onderwijsinspectie. Daardoor blijkt het haast onmogelijk om alle kinderen van goed en passend onderwijs te voorzien.

Van Caam ziet verschillende oorzaken: “Het lerarentekort duurt maar voort en dat wordt steeds merkbaarder in klassen. De onderwijskwaliteit gaat omlaag omdat er minder bevoegde en bekwame leraren voor de klas staan. Als een minder bekwame leraar niet kan omgaan met kinderen die in andere tempo’s leren, classificeert die hen eerder als kinderen die op het speciaal onderwijs thuishoren.”

Ook de coronapandemie heeft een grote rol gespeeld. “We zien kinderen in groep 1 die nog niet goed kunnen praten, omdat ze de coronajaren in een taalarme omgeving doorbrachten. Of kinderen die niet zindelijk zijn of niet samen kunnen spelen met anderen, omdat ze weinig contact hebben gehad met leeftijdsgenoten. Scholen zijn onvoldoende toegerust om deze ontwikkelingsachterstanden het hoofd te bieden.”

Het kabinet heeft 8,5 miljard euro uitgetrokken voor een Nationaal Programma Onderwijs, zodat scholen de corona-achterstanden kunnen inlopen. De invulling mochten scholen zelf bepalen, waardoor bijvoorbeeld mindfulnesscursussen werden ingekocht, maar de impact van de ontwikkelingsachterstand komt nu pas werkelijk aan het licht.

‘Lat moet lager’

Al langere tijd roepen betrokkenen dat het onderwijs fundamenteel anders moet worden ingericht. Van Caam eveneens, al noemt hij het inmiddels wensdenken. “Inclusief onderwijs, waar kinderen op hun eigen school de hulp krijgen die nodig is, werkt op deze manier niet. Met de huidige middelen moeten we noodgedwongen op een andere manier naar prestaties van kinderen gaan kijken. De lat moet lager; we moeten afscheid nemen van de prestatiedruk in het onderwijs, nu de huidige werkelijkheid is dat kinderen een ontwikkelingsachterstand hebben.”

Thijs Roovers, dagelijks bestuurder van de Algemene Onderwijsbond, zag deze ‘onderwijsramp’ van mijlenver aankomen. “Het gaat niet goed. Er mist een visie voor de langere termijn voor het belangrijkste van onze maatschappij: de scholen, de instituties waar de basis wordt gelegd. Er worden continu noodoplossingen bedacht. Wat er écht moet gebeuren, is nadenken hoe we over tien, vijftien jaar kinderen kwalitatief goed onderwijs kunnen bieden.”

Dat er íéts anders moet, is evident. De sterke groei van het aantal aanvragen voor speciaal onderwijs staat immers haaks op de Wet passend onderwijs, die tien jaar geleden werden aangenomen. Die moest waarborgen dat er voor kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte zo passend mogelijk onderwijs zou worden gerealiseerd op een reguliere school.

In de praktijk lijkt dat te mislukken. In 2020 gaf bijna 70 procent van de leraren aan moeite te hebben om voldoende ondersteuning te regelen voor leerlingen die dat nodig hebben, bijvoorbeeld vanwege leer- en gedragsproblemen. Sharon Martens van het Lerarencollectief zei toen al: “Leraren willen graag passend onderwijs bieden aan alle leerlingen, maar in het huidige systeem gaat dat niet.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden