Amsterdam Bewaar

Voorlopig geen protonencentrum in Amsterdam

Amsterdam UMC
Amsterdam UMC © ANP

Amsterdam krijgt voorlopig geen eigen protonencentrum. Patiënten gaan voor deze therapie voortaan naar het Protonen Therapie Centrum in Delft.

Amsterdam UMC en het Antoni van Leeuwenhoek (AvL) ondertekenen vandaag, op de dag van de officiële opening van het zogeheten ­HollandPTC, een contract waarin de samenwerking wordt vastgelegd.

Dat betekent niet alleen dat de ziekenhuizen patiënten zullen doorverwijzen naar het centrum, maar ook dat artsen uit Amsterdam meegaan naar Delft om daar de protonenbehandeling te doen.

Protonentherapie is een kanker­behandeling waarbij de tumor met een precisiebombardement wordt bestraald. Bij bestraling van kinderen en bij tumoren in het hoofd, halsgebied, wervelkolom en het oog is protonentherapie de standaardbehandeling.

"Het is eigenlijk een dieptebom­metje dat precies naar de plek gaat die je hebt ingesteld. Het weefsel dat erachter zit, raakt dus minder ­beschadigd. De stralingsdosis in het gezonde weefsel is lager en de kans op bijwerkingen kleiner," zegt medisch directeur van HollandPTC, Marco van Vulpen.

Uitwijken
Het is echter ook een zeer dure ­behandeling. Het ministerie heeft eerder vier vergunningen voor protonencentra in Nederland uitgedeeld, samen goed voor 2200 patiënten tot 2020.

Een voorwaarde om een dergelijk state of the art centrum te kunnen realiseren, was dat de initiatief­nemers een lening van de bank ­moesten krijgen. Ook moesten ze een zorgverzekeraar meekrijgen. "Dat hebben ze voor elkaar gebokst in Delft, Maastricht en Groningen," somt Van Vulpen op. "Maar in ­Amsterdam helaas niet."

Er is 260 miljoen in zulke centra geïnvesteerd, dat geeft best discussie

In 2020, als de drie centra goed op stoom zijn, en er nog meer protonencentra nodig blijken, kan Amsterdam mogelijk nog een centrum beginnen, zegt Van Vulpen. Voorlopig moeten Amsterdamse ­patiënten uitwijken naar Delft. In september werd daar de eerste patiënt bestraald.

Artsen detacheren
Óf Amsterdam ooit een protonencentrum krijgt, hangt af van de vraag of de protonencentra ­elders kunnen bewijzen dat ze hun ­investering waard zijn. Een van de ­opdrachten aan de centra is de ­komende jaren aan te tonen wat de meerwaarde van de veel duurdere protonentherapie is boven de traditionele bestraling.

"Het is duidelijk dat protonentherapie niet slechter is dan normale bestraling. Het aantal bijwerkingen is minder. Maar wat mag dat kosten? Er is nu 260 miljoen in de drie centra geïnvesteerd, heel veel maatschappelijk geld. Dat geeft best wat discussie."

Daarom vindt van Vulpen samenwerking zo belangrijk. HollandPTC moet een 'open werkplaats' worden, waar artsen van het LUMC, Amsterdam UMC, AvL en Erasmus MC samenwerken. "We willen dat iedereen die bezig is met kanker in het centrum kan proeven: wat vind ik nou van protonentherapie? We willen dat artsen gedetacheerd worden uit de betrokken universiteiten. Dat is uniek."

"Als je dit in ziekenhuizen vertelt, schieten ze meteen in een reflex van competitie. Maar let op: als we eenmaal bezig zijn, blijken Amsterdammers en Rotterdammers heel goed samen te kunnen werken."