Amsterdam Bewaar

Voor Eberhard van der Laan (1955-2017) bestond er geen mooiere stad dan Amsterdam

Voor Eberhard van der Laan (1955-2017) bestond er geen mooiere stad dan Amsterdam
© Lenny Oosterwijk/Lumen

Hij was veel meer een probleemoplosser dan politicus. Eberhard van der Laan handelde praktisch, doelgericht en met volle overgave.

Niemand kon met meer overtuiging zeggen dat Amsterdam de allermooiste stad van de wereld is. Eberhard van der Laan zei het vaak en graag, en zo stellig dat er geen ruimte overbleef voor enige twijfel aan de juistheid van zijn bewering.

Ook bijzonder: hij zei het met zoveel charme dat mensen buiten Amsterdam er geen aanstoot aan namen. Van der Laan was chauvinistisch zonder dat het voor arrogantie versleten kon worden.

Wat hielp was dat zijn liefde voor Amsterdam geen pose was. Voor Van der Laan bestond er echt geen mooiere stad dan de stad waar hij in 1975 kwam wonen en waarvan hij 35 jaar later benoemd zou worden tot eerste burger.

Optimistische calvinist
Een 'optimistische calvinist die graag dingen wil veranderen', zo noemde Van der Laan zichzelf. Een beschrijving waarin meerdere contradicties schuilgaan, zoals ook de gecompliceerde persoonlijkheid Van der Laan een vat vol ogenschijnlijke tegenstrijdigheden was.

Ik heb me weleens afgevraagd waarom ik zo'n haast heb.

Van der Laan in 2014

Diep van binnen was Van der Laan een klassieke sociaaldemocraat voor wie de spreiding van kennis, inkomen en macht een centraal uitgangspunt vormde, maar in de praktijk opereerde hij toch vooral als een pragmaticus die politieke problemen het liefst met een juridische blik tegemoet trad.

Hij kon oergeestig uit de hoek komen, was attent en meelevend, maar ook bot en keihard als hij dat nodig vond. Van der Laan had een grondige hekel aan protocol, maar kon zich ernaar schikken als de situatie daarom vroeg.

Hij wilde altijd winnen en had een gigantische geldingsdrang, maar was geen ijdeltuit die graag aanschoof bij televisieshows. "Dan moet ik zeker gaan debatteren met zo'n nitwit die er de ballen verstand van heeft," kon hij antwoorden als zijn medewerkers hem probeerden te overtuigen om toch eens in te gaan op een uitnodiging van De wereld draait door. 

Politiek met een kleine p
Voor iemand die meer dan veertig jaar actief was in de politiek hield Eberhard van der Laan een opvallende afkeer van politiek. Politiek stond in zijn ogen voor geruzie en gekonkel, voor partijpolitieke spelletjes, voor gedoe.

Hij begreep de machinaties van het politieke bedrijf maar wist zich er gedurende zijn hele loopbaan zoveel mogelijk te onttrekken aan 'politiek met een kleine p', zoals hij dat zelf noemde.

"Laten we dit nou alsjeblieft niet politiek maken," kon hij als burgemeester de gemeenteraad vaderlijk toespreken. Niet zelden stuurde hij de besluitvorming vervolgens in de richting die hij al ver van tevoren had uitgestippeld.

Voor Van der Laan was politiek een middel om dingen voor elkaar te krijgen, en soms een noodzakelijk kwaad dat in stond tussen het resultaat dat hij voor ogen had en de uiteindelijke uitkomst.

In 1978 verscheen het eerste interview met Van der Laan in het afdelingsblad van de PvdA, de partij waar hij twee jaar eerder lid van was geworden.

Van der Laan studeerde rechten en hielp bij de Ombudspost in Oud-West huurders die in de clinch lagen met hun huurbazen. Het artikel ging over het door hem opgerichte actiecomité Handhaaf de Huurbescherming, waarin meerdere partijen ten strijde trokken tegen woonplannen van het kabinet.

"Het (is) een actie voor en door huurders, en geen partijpolitieke actie. Als dit soort zaken partijpolitiek vertaald wordt, gaan er allerlei onduidelijke, door de partijpolitiek bepaalde of door de coalitie bepaalde zaken een rol spelen," sprak de toen 23-jarige Van der Laan. De kop boven het stuk: 'Ik snap toch al zo weinig van de politiek.'

'Zomaar een gedachtekronkel'
Daarmee maakte hij zichzelf kleiner dan hij was, zoals hij dat vaak zou blijven doen. Dan zei hij in een raadsdebat quasinederig: "Sta mij toe om als eenvoudige benoemd dienaar van de gemeenteraad hier ook iets over te zeggen," om vervolgens een weldoordacht vertoog af te steken.

Of hij introduceerde zijn mening over een controversieel onderwerp als 'zomaar een gedachtekronkel' en kwam dan met een messcherpe analyse van het probleem, inclusief een door hem bedachte oplossing. 

"Hou toch eens op met die flauwekul!" riep GroenLinks-wethouder Maarten van Poelgeest eens geërgerd tegen Van der Laan nadat hij in een collegevergadering voor de derde keer had gezegd dat hij 'als benoemd burgemeester eigenlijk geen mening mocht hebben'.

Van der Laan had namelijk overal een mening over, voelde precies aan hoeveel politieke speelruimte hij had en wist die geregeld tot het uiterste op te rekken.

Oorlog
Van der Laan groeide op in Rijnsburg, als jongste van een gezin met zes kinderen. Zijn ouders waren in de oorlog actief in het verzet, hun woning diende als uitvalsbasis voor de knokploegen van onder anderen de gebroeders Johannes en Marinus Post.

De oorlog drukte een zwaar stempel op het doktersgezin. Bij iedere dodenherdenking barstte zijn moeder in tranen uit, zijn vader ging de tuin in om te schoffelen, zo vertelde Van der Laan op 4 mei 2014 bij de nationale herdenking op de Dam.

Krakersproblematiek
Op het Visser 't Hooftlyceum ontpopte Van der Laan zich als een snelle leerling met een activistische inborst. Hij schreef scherpe stukken in de schoolkrant, werd voorzitter van het leerlingenparlement en regelde dat Cuby + Blizzards kwamen optreden op een schoolfeest.

Na een mislukte studie geneeskunde in Brussel streek Van der Laan in 1975 neer in Amsterdam om rechten te studeren aan de Vrije Universiteit.

Hij trad toe tot de faculteitsraad, en werd in 1976 lid van de PvdA. Samen met D66'er Roger van Boxtel zette hij een (succesvolle) actie op poten om de huurbescherming te behouden, hij hielp mee met het beteugelen van de krakersproblematiek en kwam in contact met Jan Schaefer, de roemruchte wethouder Volkshuisvesting die Van der Laan in 1982 als assistent aannam en die zo Van der Laans grote politieke leermeester werd.

In 1989 haalde Felix Rottenberg Van der Laan over om raadslid te worden, een functie die hij acht jaar lang naast zijn werk als advocaat vervulde, eerst bij Van Doorne en vanaf 1992 voor het door hemzelf opgerichte kantoor Kennedy Van der Laan. Van der Laan bedreef politiek in de stijl van Schaefer: pragmatisch, oplossings­gericht en met het hart op de tong.

Woede-uitbarstingen
Bekend werd zijn ongenadige uitval tegen een boze witte man (ook toen bestonden die al) tijdens een AT5-debat onder leiding van Ton van Royen in café De Kroon. "U bent een ouwehoer, u bent gewoon een ouwehoer!" beet een furieuze Van der Laan de man toe die hem verweet nooit met echte Amsterdammers te spreken.

"Flikker toch op, ik woon in De Baarsjes, waar woon jij? Ouwehoer!" Zijn woede-uitbarstingen waren niet gespeeld. Als Van der Laan boos was dan was hij ook echt boos. Maar als hij aan jouw kant stond, dan ging hij ook voor je door het vuur, merkten mensen die met hem te maken kregen.

Het paste bij zijn onmatige karakter: hij werkte veel te hard, rookte veel te veel en leefde ongezond. Niemand kon sneller een schaaltje ossenworst naar binnen werken dan Van der Laan. Alles of niks, dat was de modus operandi van Van der Laan, en het was aanzienlijk vaker alles dan niks. 

Ook nadat Van der Laan de gemeenteraad had verlaten bleef hij nadrukkelijk betrokken bij de Amsterdamse politiek. Van der Laan fungeerde als vraagbaak, juridisch adviseur en probleemoplosser: als zich een ingewikkeld probleem voordeed, kreeg Van der Laan een belletje vanuit het stadhuis.

Eind 2008 deed de PvdA opnieuw een beroep op Van der Laan, maar dit keer kwam het telefoontje uit Den Haag. Of hij er wat voor voelde om Ella Vogelaar op te volgen als minister van Wonen, Wijken en Integratie. En al ging Van der Laan een stuk daadkrachtiger te werk dan zijn weifelende voorganger, hij zou zich achteraf maar zelden positief uitlaten over het Haagse avontuur dat door het voortijdig vallen van het kabinet nog geen anderhalf jaar zou duren.

Het stak Van der Laan dat hij niets waar hij aan was begonnen af had kunnen maken, en de Haagse slangenkuil stond wat hem betreft te ver af van wat hem dreef: problemen oplossen voor normale mensen. 

Ongekende dadendrang
Door de stoelendans in de PvdA - Wouter Bos verliet de politiek, Job Cohen werd partijleider - kwam in 2010 de droombaan vrij voor Van der Laan: het burgemeesterschap van zijn stad.

Mateloos bleef Van der Laan. Zijn werklust, die voortkwam uit een calvinistisch plichtsbesef en een ongekende dadendrang, grensde aan het ziekelijke. Telkens nam hij zich voor minder hard te gaan werken, taken over te dragen en meer tijd vrij te maken voor zijn gezin, telkens verviel hij na verloop van tijd weer in zijn oude gedrag. 

Hier, en nog eentje voor straks.

Tegen iedere dakloze die een peukje kwam bietsen

Wethouders en naaste medewerkers maakten zich zorgen over de roofbouw die Van der Laan pleegde op zijn lichaam. Na de inhuldiging van koning Willem-Alexander in 2013 stortte Van der Laan in. Kort erop werd bij hem prostaatkanker geconstateerd.

Tijdens zijn behandeling werkte Van der Laan stug door: 's ochtends werd hij in alle vroegte bestraald in het Antoni van Leeuwenhoek, een uur later was hij vaak alsnog als een van de eersten op het stadhuis. Doorwerken, doorvechten, altijd maar doorgaan.

"Ik heb me weleens afgevraagd waarom ik zo'n haast heb," zei hij in de zomer van 2014 in de Volkskrant. "Mijn ziekte kan daar ook een rol in hebben gespeeld, zonder dat ik me daarvan bewust was. Als je voelt dat er een paar moeren en schroefjes los zitten, krijg je meer haast."

Haast had hij altijd, de stad was immers nooit af en de sociaaldemocratische idealen nooit vervuld, maar in zijn contact met Amsterdammers was Van der Laan nooit haastig. Voor het jaarlijkse daklozenontbijt in café Amstelhoeck nam hij uitgebreid de tijd, de drie pakjes sigaretten die hij meenam gingen steevast op.

"Hier, en nog eentje voor straks," zei hij tegen iedere dakloze die een peukje kwam bietsen bij de burgemeester; lachend ging hij met iedereen die erom vroeg op de foto. Iemand die de burgemeester wanhopig aanklampte met zijn droevige levensverhaal kreeg zijn kaartje.

"Beloof je me te bellen?" zei hij dan dwingend, om het volgende moment in te haken bij een paar mannen die in kennelijke staat en uit volle borst 'een pikketanissie gaat er altijd in' zongen.

Van der Laan kon streng zijn, hij kon empathisch zijn, hij kon uitbundig vrolijk zijn of strontchagrijnig. Maar bovenal was Eberhard van der Laan altijd volstrekt authentiek.

Hij overleed donderdagavond op 62-jarige leeftijd thuis aan de gevolgen van de longkanker. 

(Voor dit artikel is geput uit het in 2016 verschenen 'Van der Laan, biografie van een burgemeester' van Kemal Rijken, uitgeverij Ambo|Anthos.)  

Zie ook

- Burgemeester Eberhard van der Laan werkte maandenlang door, ondanks zijn ziekte. Hij deelde uit, incasseerde. Hij was kwetsbaar en scherp: De laatste maanden van Van der Laan als burgemeester.

- Geliefd was hij altijd al, maar nadat Van der Laan meldde dat hij ziek was steeg zijn populariteit tot ongekende hoogte: De burgemeester die een volksheld werd. 

- Een burgervader die geliefd was bij alle Amsterdammers, maar ook een harde bestuurder die werd gevreesd door zijn ambtenaren. Joviaal en charmant, maar soms ook bot en bloedchagrijnig. Een straatvechter met een hekel aan verliezen: Amsterdam is zijn geliefde, integere doordouwer kwijt.

Eberhard van der Laan, de bepalende momenten uit zijn leven