PlusReportage

Voor de bewoners van Kleiklooster Bijlmer is 2020 de ultieme test

Met de komst van het virus in maart gingen ook de deuren dicht van het Kleiklooster in de Bijlmer. De kloosterlingen bleven - op afstand - actief in de buurt: door boodschappen te doen, met het uitdelen van muffins en in gebed.

De kloosterlingen bezorgen in de buurt boodschappen. Beeld Joris Van Gennip
De kloosterlingen bezorgen in de buurt boodschappen.Beeld Joris Van Gennip

In een klooster wordt uit overtuiging niet gevloekt. Maar nee, het was ook voor de bewoners van het Kleiklooster geen leuk jaar. De geplande viering van de vijfde verjaardag van het klooster in de klusflat Kleiburg kon niet doorgaan en de brouwerij van het Kleiburg kloosterbier deelde in de malaise van de horeca. Maar het ergste van alles was het sluiten van de deuren voor de buurt, vertelt kloosterling Gerrit Riemer. “De koffieochtenden, de gezamenlijke maaltijd met buurtbewoners en het avondgebed in de kapel: we geloven heel erg in de kracht van de ontmoeting. Dat is er sinds maart nauwelijks van gekomen.”

Riemer sloeg na de jaarwisseling alarm binnen de leefgemeenschap. “Ik volgde de buitenlandse berichtgeving over het virus. Ik begreep dat dit anders was dan sars. Ik had een sterk voorgevoel: dit is niet pluis.”

Het avondmaal Beeld Joris Van Gennip
Het avondmaalBeeld Joris Van Gennip

In februari kwam een internationale delegatie op bezoek in het klooster. “Toen hebben we vooraf nog wel gecheckt of de mensen op de een of andere manier een connectie met China hadden,” vertelt abt Johannes van den Akker. “Na de persconferentie van maart hebben we de koppen bij elkaar gestoken. Stoppen we met samenleven als gemeenschap of gaan we hier samen doorheen?”

Opzet

Die vraag hangt samen met de opzet van het klooster. Alle bewoners – zestien mannen, vrouwen en kinderen – hebben een eigen ruimte, maar in de praktijk wordt vooral veel samen gedaan. “We hebben ervoor gekozen om daarmee door te gaan,” zegt Aart de Bonte. “Het speelde ook mee dat we eerder hadden gegeten met iemand die later besmet bleek. We hadden het vermoeden dat sommigen van ons het virus al hadden opgedaan.”

Marjolein Riemer over het besluit: “Als iemand zich daar ongemakkelijk bij had gevoeld, hadden we het anders gedaan. Zo werkt de besluitvorming hier in huis.”

Volgende punt: de ambities van de kloosterlingen reiken verder dan de voordeur. Hoe kun je aanwezig blijven in de buurt in tijden van corona en lockdown? Van den Akker: “We hebben op onze facebookpagina meteen een gebedsmuur geïntroduceerd. Mensen kunnen daarop anoniem een intentie achterlaten, die nemen wij dan ’s avonds mee in het avondgebed.”

Riemer: “Er komen normaal geregeld mensen uit de flat meedoen met het gebed. Iedereen is welkom, christen of niet. De kapel is een plek van stilte. We hoorden van onze vaste gasten dat ze er elke avond om acht uur toch even bij stilstaan.”

Noodopvang

Wat wel doorging, was de opvang van mensen in nood. In het klooster zijn drie gastenverblijven beschikbaar voor mensen die tijdelijk onderdak nodig hebben. Een van de kamers was het afgelopen jaar in gebruik bij een moeder van twee kinderen die na een scheiding zonder woning kwam te zitten. In het Kleiklooster heeft ze op adem kunnen komen, vertelt ze, en een plan voor de toekomst kunnen maken. Na de jaarwisseling vertrekt het gezin naar een eigen woning. “De behoefte aan crisisopvang is groot,” vertelt Van den Akker. “De kamers staan nooit lang leeg.”

Verder werden de handen uit de mouwen gestoken. De kloosterlingen deden bijvoorbeeld boodschappen voor ouderen in de buurt. Van den Akker: “Ik kwam er achter dat sommige mensen echt de hele week alleen thuis zaten. Wij deden de boodschappen en dan kwam er elke week alleen nog iemand van de thuiszorg langs. Die mensen waren dolblij dat ze even een praatje konden maken.” Van één oudere buurtbewoner werden de boodschappenlijstjes elke week langer. De Bonte, lachend: “Die man bleek een handeltje te hebben opgezet in het verzorgingshuis. Daar zijn we toch maar mee gestopt.”

Het avondgebed Beeld Joris Van Gennip
Het avondgebedBeeld Joris Van Gennip

In de flat werden allerlei activiteiten op touw gezet om de mensen bij elkaar te houden. Een ruilmarkt voor plantenstekjes, het uitdelen van zelfgebakken muffins, een ruilmarkt voor kerstballen: allemaal bedoeld om de coronasleur even te doorbreken. “Er wonen veel expats in de flat,” vertelt Marjolein Riemer. “Die mensen zitten ook ver van alles en iedereen vandaan. Zo’n kleine, onbenullige actie als het uitdelen van muffins kan toch een steuntje in de rug zijn. Het klinkt misschien suf, maar het gaat om de boodschap: je bent hier niet alleen, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje.”

Wereldse zorgen

Ook in het klooster waren er trouwens wereldse zorgen. Met het sluiten van de horeca kwam ook de klad in de verkoop van het zelfgebrouwen Kleiburgbier. In april ging café De Proefzaak failliet, de thuisbasis van het kloosterbier naast de Ikea. “We hadden een goed jaar achter de rug,” vertelt Van den Akker. “We hadden een huurcontract gesloten voor een tweede horecazaak. Dat hebben we moeten ontbinden voor een flink bedrag. We hadden ook de pech dat de werknemers in de kantoren in Zuidoost massaal gingen thuiswerken. Dat zijn precies de mensen die normaal na werktijd samen een biertje drinken.”

In afwachting van betere tijden staat de brouwerij op een laag pitje. Er wordt nog steeds bier geproduceerd, maar in kleine hoeveelheden en met minder medewerkers. Van den Akker: “Het is voor een brouwerij als de onze heel simpel: er moeten flessen bier worden verkocht. Als dat niet gebeurt, kachelt het heel snel achteruit.” Ook in lastige tijden bleef de behoefte bestaan om meer te doen dan bier te verkopen. De grote demonstratie voor Black Lives Matter inspireerde tot het maken van een bierdop met een gebalde vuist. “De manager van de lokale Albert Heijn hielp mee om de stickers te plakken. Dat geeft weer energie.”

Muffins uitdelen aan de buurtbewoners. Beeld Joris Van Gennip
Muffins uitdelen aan de buurtbewoners.Beeld Joris Van Gennip

Hebben de kloosterlingen in het afgelopen jaar steun ervaren van het geloof? De Bonte: “Het helpt mij wel om hoop te houden. Er gaat veel mis in de wereld. Het gebed geeft moed.” Gerrit Riemer knikt: “Het geloof is ook geloof in een groter plaatje. Dat de grenzen die wij zien zijn niet per se de echte grenzen zijn. Dat we verder mogen kijken.” Echtgenote Marjolein vult aan: “Het kan best zijn dat we over vijftig jaar op deze periode terugkijken als de tijd waarin de grote verandering ten goede begon. Het is ook dubbel hoor. Hoe kan ik mijn geloof rijmen met het gegeven dat zoveel mensen veel te vroeg overlijden?”

Van den Akker wijst op de rituelen van het geloof, juist voor moeilijke tijden. “Ik vind het fijn om af en toe een kaars aan te steken, ook om iets te doen met het gevoel van machteloosheid. Wat we nu meemaken, hebben we als mensen niet in de hand. Het ligt bij God. Het kan steun geven om te erkennen dat we geen controle hebben en het mogen overlaten aan een hogere macht. Een kaars aansteken is voor mij ook een vraag om hulp: het is klote, los het op, alsjeblieft.” 

Het inpakken van de muffins in het Kleiklooster. Beeld Joris Van Gennip
Het inpakken van de muffins in het Kleiklooster.Beeld Joris Van Gennip

Leefgemeenschappen

Het Kleiklooster, opgericht in 2015, is een van de naar schatting dertig christelijke leefgemeenschappen in Amsterdam. Sommige groepen zijn eeuwen oud, zoals de Sociëteit van Jezus die in 1654 neerstreek in de stad. Maar het merendeel is van recenter datum, vertelt Rosaliene Israel die komend jaar aan de VU hoopt te promoveren op een onderzoek naar leefgemeenschappen in Amsterdam. “De laatste tien tot vijftien jaar is er duidelijk sprake van een groeiende belangstelling. Het gaat vaak om christelijke millennials die niet alleen op zondag met het geloof bezig willen zijn, maar de hele week. Het zijn praktische idealisten die zich actief bezighouden met de thema’s van deze tijd: ongelijkheid, vluchtelingen en milieu.” Net als in het Kleiklooster leven de nieuwe kloosterlingen niet in celibaat, maar wonen ze met partners en kinderen. Ook de gelofte voor het leven heeft zijn langste tijd gehad. Israel: “Je weet immers niet hoe het leven gaat lopen. Er wordt natuurlijk wel een commitment gevraagd van de deelnemers, maar dat begint meestal met een periode van vijf jaar.”   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden