PlusGeschiedenis

Voor alle rangen en standen: Nederlands eerste schouwburg verrees aan de Keizersgracht

Rijk of arm, iedereen was vanaf de opening in 1638 welkom in de Amsterdamsche Schouwburg aan de Keizersgracht. In Podium van Europa neemt Frans Blom de lezers mee in de coulissen van het eerste openbare theater in het Nederlands taalgebied.

De gereformeerde kerk was niet blij met de komst van een permanent onderkomen voor de ‘geile en dartele’ toneelwereld.  Beeld Stadsarchief
De gereformeerde kerk was niet blij met de komst van een permanent onderkomen voor de ‘geile en dartele’ toneelwereld.Beeld Stadsarchief

Joost van den Vondel vergeleek de bouw van de Amsterdamsche Schouwburg met de glorieuze toneeltijden uit het oude Rome. In zijn voor de opening van het theater aan de Keizersgracht geschreven gedicht prees hij grondlegger Nicolaas van Campen, schepen van Amsterdam, en diens neef architect Jacob van Campen. Vondel leverde ook het openingstoneelstuk: Gysbrecht van Aemstel, d’Ondergang van zijn stad en ballingschap. Een opvallende keuze: zowel de titelheld als de stad gaat erin ten onder in de strijd tegen de machtige graven van Holland. Maar wel met het vooruitzicht dat het uitverkoren Amsterdam ooit zou verrijzen.

In zijn nieuwe boek Podium van Europa vertelt Frans Blom de ontstaansgeschiedenis van deze eerste schouwburg in het Nederlandse taalgebied. Voordat de schouwburg er was moesten Amsterdammers het doen met reizende toneelgezelschappen, die tegen betaling speelden op kermissen. De welgestelde burgerij was welkom bij besloten voorstellingen in de rederijkerskamers. De rederijkers verzorgden op verzoek van het stadsbestuur ook publieke vertoningen bij speciale gelegenheden, zoals staatsbezoeken van buitenlandse vorsten. Rond 1610 begonnen de rederijkerskamers hun deuren te openen voor betalende bezoekers, met succes. Dat bracht het stadsbestuur op het idee voor de bouw van een permanent theatergebouw.

Een publiekstrekker

De Gysbrecht bleek een publiekstrekker. Na de première op 3 januari 1638 volgden dertien voorstellingen. Het begin van een eeuwenlange opvoeringstraditie, met jaarlijkse voorstellingen rond nieuwjaarsdag. Totdat in 1968 de tomaten, rookbommen en pamfletten van Aktie Tomaat Gijsbrecht, Badeloch en bisschop Gozewijn van het toneel verjaagden.

De Gysbrecht was ook een kaskraker, blijkt uit de boekhouding, die bewaard is in het oudste en meest complete artistieke en zakelijke theaterarchief ter wereld. Waarin ieder in het theater opgevoerd toneelstuk administratief is vastgelegd, van de thematiek tot de recette. De winst werd verdeeld onder het Burgerweeshuis en het Oudemannenhuis. De onbetaalde schouwburghoofden werden benoemd door de regenten van deze stedelijke zorginstellingen.

Staanplaatsen en skyboxen

Theatersuccessen uit Londen en Parijs, als Titus Andronicus en Le Cid, beleefden als snel ook hun Nederlandse première aan de Keizersgracht. Door vergelijkingen te maken met de oorspronkelijke versies toont Blom aan dat de 17de-eeuwse Amsterdamse theatermakers die aanpasten aan het eigen publiek, met kleine en grotere ingrepen.

De toeschouwers kwamen uit alle rangen en standen. Het goedkoopst waren de staanplaatsen van vier stuivers in de ‘halfronde schouwplaets’. Voor drie stuivers meer kon je hangen over de balustrade van de halfronde galerij. Wie echt wat te spenderen had, telde een zilveren dukaat of drie gulden en drie stuivers neer voor een eigen loge, de 17de-eeuwse versie van de skybox. Het gespeelde repertoire aan de Keizersgracht biedt ‘een spiegel van het kijkgedrag van brede lagen van de samenleving’ stelt Blom. ‘De populairste toneelstukken, zijn vensters op het vermaak en de smaak, gevoeligheden, angsten en fantasieën van mensen die anders zijn dan wij, maar in veel opzichten ook overeenkomen.’

De Amsterdamse gereformeerde kerkenraad ageerde fel tegen de komst van een permanent onderkomen voor de ‘geile en dartele’ toneelwereld vol onkuise verkleedpartijen van mannen als vrouwen. Bovendien was Vondels Gysbrecht een stuk vol ‘paaperij’, zelfs met een bisschop als personage. Het stadsbestuur stelde de beoogde opening op Kerstmis 1637 uit. Enkele dagen later mochten Gysbrecht en Amsterdam alsnog ten onder gaan, na aanpassingen van de meest ‘aenstootelijckste saken’ in de uitvoering.

In die laatste jaren van de Tachtigjarige Oorlog, die in 1648 zou eindigen, veroverde de katholieke erfvijand een plek op de planken. De populariteit van Spaanse comedias was opmerkelijk, zeker gezien de theateraversie van gereformeerde predikers. Blom constateert dat in de 17de eeuw zelfs meer dan vijftig populaire van oorsprong Spaanse stukken met regelmaat werden opgevoerd: ‘Veel comedias hebben in Amsterdam zelfs een langere levensduur dan in Spanje of elders in Europa.’

Pestepidemie

Voortdurend waren er in de Schouwburg kleine en grotere aanpassingen, om meer publiek te trekken. De sluiting tijdens de pestepidemie werd gebruikt voor een ingrijpende verbouwing door architect Philips Vingboons. De zaal werd een kwart slag gedraaid, de capaciteit vergroot. De nieuwe zeven coulissen, valluiken, wolken en een zwevende strijdwagen zorgden voor meer spektakel.

Een van de meest ingrijpende vernieuwingen was de toelating van vrouwen op de Amsterdamse planken. Ariana van den Bergh, Liesbeth Kalbergen en Susanna van Lee bleken publiekstrekkers. Brachten voorstellingen van De beklaaglyke dwang voordien gemiddeld 130 gulden op, na de komst van het trio was dat 177 gulden. De drie gecontracteerde actrices waren wel keurig getrouwd, om de gereformeerde zedenpredikers de wind uit de zeilen te nemen.

Na de aanval in 1672 op de jonge Republiek door Frankrijk, Engeland en de Duitse keurvorstendommen moest de Schouwburg de deuren sluiten. Vijf jaar na het Rampjaar mocht er weer gespeeld worden van het stadsbestuur, maar pas na reorganisatie van de schouwburgdirectie. De nieuwe repertoirekeuze voor het Frans-classicisme kon niet iedereen charmeren. Overigens niet vanwege de vijandige Franse Zonnekoning. Kritiek was er vooral op de statische speelvorm met strenge regels ‘zonder vermaakelykheid’ voor het oog.

Frans Blom, Podium van Europa, Querido, 503 blz., €28,99.

null Beeld Stadsarchief
Beeld Stadsarchief

Afgebrand

Op 18 mei 1772 brandde de Amsterdamsche Schouwbrug aan de Keizersgracht af, tijdens de populaire opera De Deserteur. Achttien mensen kwamen om, gebouw en inboedel gingen verloren. Het was de ‘verschrikkelijkste brand ooit bij menschen geheugen in Amsterdam gezien’ volgens een populaire prent van de ramp. De ruïne werd verkocht aan het Rooms-Katholieke Armenbestuur, voor de bouw van het Roomsche Armenkantoor. Dat werd in 1999 verbouwd tot luxueus hotel. Van het theater resteert alleen nog de toegangspoort, met de inscriptie van Vondel: ‘De weereld is een speel tooneel, Elck speelt zyn rol en krygt zyn deel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden