PlusReportage

Volgens Vrolik was de zwarte mens inferieur, nu ligt hij onder vuur

Na de koloniale standbeelden, straatnamen en musea ligt ook de wetenschap onder het vergrootglas. Bij voorbeeld Gerardus Vrolik, prominent wetenschapper uit het Amsterdam van de 19de eeuw die over de zwarte mens schreef dat deze bijna dierlijk was.

Een deel van de collectie van Museum Vrolik.Beeld Maarten Steenvoort

“Ons allen - jongeren en ouderen - blijve zijn werkzaam en welbesteed leven tot een glansrijk voorbeeld,” besloot wetenschapper Jan van der Hoeven in 1859 zijn lofzang op de net overleden anatoom en botanicus Gerardus Vrolik. De waardering was op zijn plaats, want Vrolik had een indrukwekkende staat van dienst. Hij was directeur van de Hortus, maar ook de eerste hoogleraar verloskunde in het land. Als onderzoeker met een brede belangstelling publiceerde hij over uiteenlopende zaken, van de snijtanden van de neushoorn en zeldzame ziekten bij aardappelen tot de vermeende oorzaken van de hazenlip.

In de vorige week gepresenteerde bundel Slavernij in Oost en West duikt de naam van Vrolik ook op, in een bijdrage van VU-onderzoeker Dienke Hondius over het rassendenken dat in de late 18de en 19de eeuw een populair onderwerp van studie was aan Europese universiteiten. Ook in Amsterdam, waar Vrolik aan de hand van een verzameling schedels en botten van over de hele wereld in 1826 een indeling maakte van de verschillende mensenrassen. Hondius: “Inclusief de kenmerken die volgens hem met die rassen waren verbonden, zoals de mate van beschaving, wildheid, ijver en zelfs tederheid en charme.”

Raciale hiërarchie

In de overzichtelijke raciale hiërarchie van Vrolik was de witte mens superieur aan alle anderen en de zwarte mens inferieur aan alle anderen, een opvatting die aan andere Europese universiteiten als vanzelfsprekend werd gedeeld. Over de zwarte mens schreef Vrolik in de publicatie van zijn bottenonderzoek: “Of zij echter wel immer, als volk beschouwd, geraken zullen tot het hooge punt van beschaving waardoor Europa en andere verlichte werelddeelen, zoo heerlijk schitteren, hieraan zoude ik schier wanhopen, bij de overweging van zoo vele raakpunten, dat zij aan het dierlijke grenzen.”

Vrolik was niet de enige in die tijd die zo dacht, zegt Hondius. “De wetenschap was bezig om de wereld te begrijpen. Er was een enorme fascinatie voor de variatie bij dieren en mensen. Alles werd beschreven, alles werd in kaart gebracht. Men probeerde de natuur te begrijpen. Er was een stroming die meende dat de sleutel te vinden was in het onderscheid tussen klassen en er was een stroming die keek naar de verschillende rassen. Vrolik behoorde tot de laatste categorie. Het onderzoek zelf hing van verzinsels aan elkaar. Hij keek naar een bekken en fantaseerde daar de eigenschappen bij.”

Het is volgens de onderzoeker geen toeval dat juist in de 19de eeuw het wetenschappelijke rassendenken in zwang was. In steeds meer landen werd slavenhandel en slavernij verboden. Hondius: “De toon van het wetenschappelijke werk veranderde ook. Voor die tijd was er meer nieuwsgierige verbazing over de grote variëteit aan mensen. In de 19de eeuw verhardden de ideeën en beelden.” Dat kan niet los worden gezien van de afschaffing van de slavernij die eraan zat te komen. Op Haïti waren de tot slaaf gemaakten in opstand gekomen. De actualiteit nodigde academici uit om na te denken over de verschillen tussen wit en zwart. In het geval van Vrolik gebeurde dat defensief en met grote hooghartigheid.”

Gerardus Vrolik (1775-1859), hoogleraar aan het Athenaeum Illustre te AmsterdamBeeld Hodges, C.H. (Charles Howard), Senus, W. van / collectie stadsarchief Amsterdam
Willem Vrolik (1801-1863), zoon van Gerardus en hoogleraar in de medicijnen te Amsterdam (1843-1863).Beeld Couwenberg, Henricus Wilhelmus / collectie stadsarchief Amsterdam

Daarin stonden zij niet alleen aan de universiteit. Het rassendenken was gemeengoed in academische kringen. Hondius heeft met studenten onderzoek ingesteld naar de veertig wetenschappers en kunstenaars die met hun naam in gouden letters zijn vermeld op de bibliotheek van Artis, een gebouw dat uit dezelfde periode stamt. Hondius: “Dan kom je meer onderzoekers naar rassen tegen. Het rasdenken zit diep in de grote natuurhistorische collecties in het land. Dat geldt voor Artis, maar ook voor het Tropeninstituut, Naturalis en Boerhaave. Die zijn gebouwd op de verzamelingen en de ideeën die halverwege de 19de eeuw tot stand zijn gekomen.”

De collectie van Gerard Vrolik en diens zoon Willem – bij elkaar meer dan 10.000 anatomische en medische preparaten, deels verzameld in de voormalige koloniën – belandde in een museum dat hun naam draagt en is gehuisvest in het AMC. “Daar wordt de verzameling nog steeds beheerd,” vertelt Hondius. “Daar is niks mis mee, maar er mag wat mij betreft wel iets meer aandacht zijn voor de andere kant van de medaille.” Dat geldt ook voor de Vrolikstraat in Oost. “Ik vond dat altijd een leuke naam, maar kijk er nu toch wat anders tegenaan. Het kan geen kwaad om een extra regel toe te voegen aan het straatnaambordje.”

Want: het wetenschappelijke rassendenken gebeurde weliswaar in een andere tijd, maar de sporen ervan zijn vandaag de dag nog steeds terug te vinden. Hondius: “Ik werk ook voor de Anne Frank Stichting. Ik zie grote gelijkenis tussen antisemitisme en racisme. Het is voortdurend aanwezig, soms openlijk, soms subtiel. Dat is het rottige van huidskleur: het is iets simpels, maar je kunt er elk moment op worden beoordeeld of aangesproken. Het is belangrijk om racisme voortdurend te blijven benoemen en aan te pakken. Het is een illusie om te denken dat het verdwijnt.”

Koloniale collectie

Het zijn nare teksten, zegt conservator Laurens de Rooy van het Vrolik Museum over de raciale typeringen door de naamgever van het museum. Het bekkenonderzoek uit 1826 vloeide voort uit Vroliks achtergrond als hoogleraar verloskunde. Het bleef bij een eenmalige publicatie. De Rooy: “Er kwam kritiek van een Duitse collega, die Vrolik verweet zijn werk niet goed te hebben gedaan. Daarna heeft hij het laten rusten.” De conservator werkt al een tijd aan een eigen publicatie over de bijdragen van wetenschappers uit de 19de eeuw aan racistische ideeën. Ook wordt gedacht aan een expositie. “Ook ons museum is deels gebouwd op een koloniale collectie. Het is belangrijk om daar aandacht aan te geven.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden