Plus

Vogels in het Schinkelbos: een mysterieuze, bruingekleurde roerdomp

Beeld Ted Struwer

Vogelaar Arjan Dwarshuis speurt deze zomer Amsterdamse parken, bossen en achtertuinen af naar de ruim 300 ­vogelsoorten die de stad rijk is. Deze week: opwinding in het Schinkelbos, een roerdomp!

Het is drukkend warm en nagenoeg windstil. De laaghangende zon gaat verborgen achter een muur van onheilspellende onweerswolken. Libellen scheren als miniatuurhelikopters over het rimpelloze wateroppervlak en een zwerm van ontelbare dansmuggen ligt als een zoemende deken over de wilgenstruiken die uit het riet omhoogsteken. Er heerst deze avond een serene stilte in het Schinkelbos, waarschijnlijk hebben de gebruikelijke wandelaars en hardlopers zich laten afschrikken door het naderende regenfront. Ik deel het pad alleen met een familie Schotse hooglanders, die tevreden staan te herkauwen en me af en toe met een schuin oog van onder hun oranje pony’s aankijken.

Plotseling klinkt er een diep, resonerend ‘whoemp’, vanuit een dichte rietkraag aan de overkant van het water. Mijn adem stokt: een roerdomp. Deze mysterieuze, bruingekleurde reigerachtige wordt maar zelden open en bloot waargenomen. Met zijn stevige poten en lange tenen sluipt hij behoedzaam door de oever­vegetatie op zoek naar visjes en kikkers en als er gevaar dreigt neemt hij de paalhouding aan: dan steekt hij zijn dolkvormige snavel loodrecht omhoog en wordt hij door de camouflagestrepen op zijn buik en keel één met het dorre riet.

400 broedparen

Ik ben om de plas heengeslopen en sta nu zo dichtbij dat ik hem voor iedere misthoornachtige toon zachtjes hoor inademen: ‘huu-WHOEMP!’. Dit geluid wordt met een interval van tweeënhalve seconde herhaald en is zo laag in frequentie dat het op een windstille avond tot wel vijf kilometer kan dragen. In de middeleeuwen dacht men dat de roerdomp zijn snavel onderdompelde tijdens het zingen en het water als klankkast gebruikte. Vermoedelijk komt daar ook zijn naam vandaan: ‘roer’ betekent riet en ‘dumpeln’ onderduiken in het Middelnederlands – de voorloper van de moderne Nederlandse taal.

Ik besluit het bij een hoorwaarneming te laten, want ik wil deze zeldzame vogel absoluut niet storen. Nederland telt slechts 400 broedparen, die normaal gesproken alleen in uitgestrekte moerasgebieden zoals de Oostvaardersplassen en de Weerribben te vinden zijn. Dit roerdompenpaar, onder de rook van Amsterdam, is dus uniek.

Het is bijna niet te bevatten dat dit ruige mozaïek­landschap van riet, open water, grasland en struweel nog niet zo heel lang geleden bestond uit weiland. Het Schinkelbos werd in 1999 aangelegd in de gelijknamige Schinkelpolder, als uitbreiding van het Amsterdamse Bos en onderdeel van de Groene As. Deze ecologische verbindingszone tussen de natuurgebieden ten zuidwesten van Amsterdam maakt het voor dieren mogelijk veilig tussen groenstroken te migreren; cruciaal voor de biodiversiteit van onze gemeente. In het Schinkelbos kan de natuur haar gang gaan. Van beheer is nauwelijks sprake: de Schotse hooglanders zorgen met hun gegraas dat het gebied op een natuurlijke manier open blijft.

Twee jongen op haar rug

Ik heb de roerdomp achter me gelaten en volg een modderig laarzenpad langs dichte braamstruiken en ondiepe, vegetatierijke poelen. Een dodaars duikt direct onder als hij me ziet, om even verderop weer boven te komen, in de schaduw van een overhangende wilg. Nu zie ik ook zijn partner, half verscholen tussen de dode takken die uit het water omhoogsteken. Ze draagt twee jongen op haar rug, die maar net met hun piepkleine roze snaveltjes boven haar schouderveren uitkomen. De dodaars is een van de kleinste futensoorten ter wereld, ruim de helft zo klein als zijn veel algemenere neef, de fuut, die je regelmatig tegenkomt op de Amsterdamse grachten.

Vanuit de bosrand komt een sperwerachtige vogel met een opvallend lange staart en puntige vleugels aangevlogen, met in zijn kielzog een horde luid alarmerende kleine karekieten en grasmussen. De vogel landt boven in een struik en maakt zich kenbaar met een luid ‘goe-koe!’. De koekoek is een onomatopee: hij heeft zijn naam te danken aan zijn geluid.

Perfecte misdaad

De woedende zangvogels laten hem geen seconde met rust, maar hij roept stoïcijns door. Dergelijke pesterijen zijn voor hem dan ook aan de orde van de dag en onderdeel van een voortdurende evolutionaire wapenwedloop.

Een koekoek voedt zijn jong niet zelf op, maar laat die ondankbare taak over aan een pleeggezin. Dit luistert erg nauw: het ei van een koekoeksvrouwtje lijkt bedrieglijk veel op dat van één specifieke zangvogelsoort. Dat is erfelijk bepaald, net als dat wij bruine of blauwe ogen hebben. Als de beoogde pleegouders druk in de weer zijn met het verdrijven van de mannetjeskoekoek uit hun territorium, grijpt het vrouwtje haar kans en legt haar ei ongezien in hun nest. Ondanks het grootteverschil hebben de pleegouders, door de treffende gelijkenis met hun eigen eitjes, niets door. The perfect crime.

Het koekoeksei komt nét iets eerder uit, waarna het nog blinde en naakte koekoeksjong, door instinct gedreven, zijn ongeboren stiefbroertjes en -zusjes het nest uit werkt. Een paar weken later volgt het bekende plaatje van een moddervet koekoeksjong op een veel te klein nestje, dat aan de lopende band door twee volledig overspannen pleegouders wordt gevoerd. Helaas staat deze fascinerende vogel op de Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten: door de dramatische afname van insecten zijn veel zangvogelpopulaties achteruitgegaan en daarmee dus ook de koekoek, die van hun pleegouderschap afhankelijk is.

Boven mijn hoofd hebben zich donkere wolken samengepakt. Er is een stevig briesje opgestoken en de eerst dikke regendruppels vormen kringetjes in het water. Terwijl ik terugloop naar mijn fiets landt er ineens een kleine zangvogel boven op een meidoorn. Er klinken een paar aarzelende trillers gevolgd door een explosieve zangstrofe. Ik pak mijn kijker, stel scherp en kijk recht in het aquamarijnblauwe keeltje van een blauwborst.

Moerasvogels

Ze sluipen ongezien door de ruigtes en moerasgebieden onder de rook van Amsterdam. Dit zijn de vogels van het Schinkelbos.

Roerdomp

Zeldzame, compacte bruingekleurde reigerachtige, met camouflagetekening, stevige lichtgroene poten en dolkvormige snavel. Uitgesproken moerasvogel.

Dodaars

Kleine fuutachtige met roodbruine hals en opvallende gele vlek aan de snavelbasis. Schaarse broedvogel van ondiepe, vegetatierijke poelen.

Koekoek

Slanke, lichtgrijze vogel met opvallend lange staart en puntige vleugels, die met zijn gebandeerde buik en gele poten, oog en snavelbasis opvallende gelijkenis met een sperwer toont. Broedparasiet: laat de ouderzorg aan andere vogelsoorten (waardvogels) over.

Blauwborst

Kleine grijsbruine zangvogel, met roest­kleurige staartzijdes, witte wenkbrauwstreep, oranje borstband en onmiskenbare, knalblauwe keel met witte ‘ster’ in het midden. Moerasvogel, maar soms ook te vinden in ruigtes zonder water in de buurt. 

Zomerserie

Arjan Dwarshuis heeft in veertig landen bijna 7000 vogelsoorten ­gespot. Hij schreef er het boek Een ­bevlogen jaar over. In deze ­zomerserie richt hij zijn verrekijker op de vogels in Amsterdam.

1. De stad
2. Vondelpark
3. Schinkelbos
4. Westelijk ­Havengebied
5. Amsterdamse Bos
6. Polder IJdoorn en Kinseldam
7. Waterland

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden