PlusInterview

Voetbalpresentator Fresia Cousiño Arias: ‘Ik vind dat het te vaak over Ajax gaat’

Als kind verhuisde Fresia Cousiño Arias naar Almere, maar Amsterdam bleef altijd als thuis voelen. Op haar 18de verjaardag verhuisde ze terug. ‘Ik ben een kind van een Chileense politieke vluchteling en een moeder uit Brabant, wat moet ik zeggen over import-Amsterdammers?’

Robert Vuijsje
Fresia Cousiño Arias: 'Voetballers zijn gewend om te worden ondervraagd door een man. Ineens kregen ze een meisje van 1 meter 60 voor zich, ik denk dat ze dan toch anders reageren.' Beeld Erik Smits
Fresia Cousiño Arias: 'Voetballers zijn gewend om te worden ondervraagd door een man. Ineens kregen ze een meisje van 1 meter 60 voor zich, ik denk dat ze dan toch anders reageren.'Beeld Erik Smits

Fresia Cousiño Arias (31) is nog steeds verliefd op Amsterdam-Oost – en dat terwijl ze er alleen de eerste vier jaar van haar leven woonde. Toen vertrok ze naar Almere. “Ik weet dat iedereen in Amsterdam afgeeft op Almere. Maar als kind vond ik het heerlijk. Ik ben sportief en daar kon alles: wakeboarden, windsurfen... En met andere scholen hadden we allemaal sporttoernooien.”

Toch wilde je terug?

“Ken je het gevoel dat je na een lange werkdag bijna thuis bent? Hier hoor ik, bij deze plek voel ik me goed? Zo heb ik me in Almere nooit gevoeld. Mijn eerste herinneringen lagen in Oost, de Reinwardtstraat. Een hele gemengde buurt. Zoals de Indische buurt tien jaar geleden was: zo was het daar toen. Op mijn 18de verjaardag kon ik terug naar Amsterdam.”

Precies op je 18de verjaardag?

“Toevallig kon ik op die dag erin. De Jordaan, de Marnixkade, antikraak. Anderhalf jaar, voor alleen servicekosten. Hoe sick is dat? Mijn moeder zei: weet je wel dat je nooit meer zo mooi gaat wonen, en dan ook nog bijna voor niks?”

Waarom waren jullie naar Almere verhuisd?

“Mijn moeder werkte als huisarts, eerst kon ze op en neer reizen naar Almere, daarna moest ze daar ook gaan wonen. Ze heeft vier masters gedaan. Mijn moeder komt uit Vierlingsbeek, een dorpje in Brabant, op haar 17de of 18de ging ze op klompen naar Amsterdam om medicijnen te studeren. Mijn vader is meer streetsmart.”

“Ze zat hier ook in het vluchtelingenwerk. Met een hele groep Chilenen was mijn vader gevlucht, tijdens de dictatuur van Pinochet. Mijn moeder had daarvoor al een Chileense vriend gehad, ze voelde zich verbonden met de situatie daar. Binnen een paar weken woonden ze samen.”

Hoe vond je vader het hier?

“Ik voelde wel dat hij niet echt kon aarden, het zit in kleine dingen. Hij houdt van cultuur en theater en hij sprak best goed Nederlands, maar het blijft toch lastig. De dictatuur was voorbij en hij ging terug naar Chili. Ik was 12 en begreep het wel. Hij wilde ondernemen, dat ging hier niet echt. In Chili heeft hij nu een eigen bedrijf.”

Hoe begon je met voetballen?

“Mijn broer voetbalde en mijn vader was de leider van zijn team. Zelf voetbalde hij ook, bij Fortius, in Oost, met allemaal andere Chilenen. De vader van mijn moeder was in Brabant ook fanatiek betrokken bij een voetbalclub. Mijn vader wilde niet dat ik ging voetballen, daar kreeg je lelijke benen van, vond hij. Eerst moest ik turnen.”

“Het is niet zo dat ik meteen voetbalschoenen aantrok zodra mijn vader er niet meer was, maar ik ben begonnen toen ik 12 was, nadat hij naar Chili verhuisde. Met mijn beste vriendinnen in een elftal. Een tweeling, een daarvan is Lilian de Geus, de Olympische windsurfster. Bij SV Almere hadden we een heel sterk team, bijna iedereen zat in de regioselectie.”

Kun je goed voetballen?

“Ik heb in de topklasse gespeeld, dat is het hoogste amateurniveau. Maar ik heb nooit gedacht dat ik profvoetballer zou worden.”

De televisieloopbaan van Cousiño Arias, tegenwoordig presentator bij sportzender ESPN, had een curieuze start. Ze had zich ingeschreven als ballenjongen, zo noemt ze het zelf, voor de wedstrijden van het Nederlands elftal. In aanloop naar het EK van 2008 wilde muziekzender TMF een tv-programma opnemen waarvoor drie ballenjongens werden geselecteerd.

“Het liep allemaal toevallig. Ik wilde gewoon in de buurt van het Nederlands elftal zijn en had nooit nagedacht over werken bij de televisie. Ik werd uitgekozen en kreeg een camera voor mijn snufferd: ga het maar doen. Na een jaar was dat programma voorbij en zei de baas daar: je hebt er gevoel voor, maar ik weet niet wat ik verder met je kan doen. Dat begreep ik wel. Ik was 16 en zag eruit als 12. Het was gewoon een leuk bijbaantje.”

Toch leidde het tot andere kindersportprogramma’s bij Nickelodeon en Disney XD. “Nog steeds zag ik het als bijbaantjes. Ik studeerde aan de ALO, in Osdorp. En toen kwam het moment dat ik daar afstudeerde. Op dezelfde dag hoorde ik dat Jonge Leeuwen stopte, mijn programma op Disney XD. Iedereen was blij omdat we waren afgestudeerd en aan het werk konden, ik dacht alleen maar: wat de fuck ga ik nu doen?”

“Ik kreeg een baan aangeboden, als gymleraar, op de middelbare school in Almere waar ik mijn eindstage had gedaan. Andere mensen raadden me aan: mooi, een fulltime baan. Ik dacht: dit wil ik helemaal niet. De maanden erna gebruikte ik om mijn rijbewijs te halen en wat andere dingen te regelen. Toen mocht ik op gesprek komen bij Ajax TV.”

Was het als vrouw een rare gedachte om voetbalpresentator te worden?

“In die tijd had je alleen Barbara Barend en Carrie ten Napel. Ik begrijp het verhaal dat kinderen dromen hebben en een voorbeeld willen zien, alleen was het nooit mijn droom om dit te doen. Als kind keek ik nooit naar Studio Sport of andere tv-programma’s, ik was altijd buiten aan het spelen.”

Was het moeilijk om voetbalpresentator te worden?

“Misschien in het begin, later niet meer. Ik weet nog dat ik bij RTL klaar stond om een trainer te interviewen. Op een kistje bij de camera, zodat we op gelijke hoogte zouden staan. En met een microfoon in mijn hand. Die trainer kwam eraan en vroeg: waar moet ik zijn voor het interview? Ik sta daar met een microfoon en een camera, waar denk je dat je moet zijn?”

“Nu kent iedereen me wel. Ik heb het altijd gezien als een voordeel, als een manier waarop ik me kon onderscheiden en profileren. Voetballers zijn gewend om te worden ondervraagd door een man. Ineens kregen ze een meisje van 1 meter 60 voor zich, ik denk dat ze dan toch anders reageren. Misschien praten ze makkelijker over hun gevoel tegen een vrouw.”

Waar denk je dat je goed in bent?

“Ik kan met veel mensen contact maken en ik ben niet snel onder de indruk. En ik ben nieuwsgierig.”

Je komt uit Amsterdam. Ben je voor Ajax?

Gedecideerd: “Ik ben een objectieve journalist en ik doe gewoon mijn werk. Of ik nou uit Amsterdam kom of niet.”

In andere delen van het land wordt, zeker onder voetbalfans, gedacht dat iedereen in de voetbalmedia voor Ajax is.

“Complete onzin. Ik wil een spannende competitie en benader iedereen op dezelfde manier. En ik vind ook dat het te vaak over Ajax gaat, dat zou best wat minder kunnen.”

Zijn er veel Amsterdammers bij de tv?

“Bij ons niet, bij ESPN. Ik vind het juist leuk: Nederland is zo klein dat je de ene dag bij een wedstrijd in Sittard kunt zijn en de dag erna in Groningen. In een land als Spanje kunnen collega’s maar één club volgen, omdat ze anders de hele tijd in een vliegtuig zitten.”

Is er ook een nadeel aan in Amsterdam wonen?

“De mensen die op fatbikes door de stad rijden en wel uit een kopieermachine lijken te komen, ik word er gek van. Waarom al die elektrische bikes, je kunt toch ook gewoon fietsen? Heel jammer dat zij nu de stad overnemen. Alleen is er niets meer aan te doen. Tientallen jaren geleden had al op de rem moeten worden getrapt, toen werd besloten de sociale huurwoningen te verkopen, zodat het koopwoningen werden. Nu kunnen we het niet meer stoppen.”

CV
Fresia Cousiño Arias (Amsterdam, 1991) werkt sinds 2018 als presentator en verslaggever voor ESPN.

De stad van... Fresia Cousiño Arias

Echt Amsterdams
“Toch wel gewoon fietsen door de stad. Mopperen op de toeristen die in een rijtje naast elkaar rijden.”

Accent
“Ik doe heel erg mijn best om ABN te praten. Maar als het laat is, of ik ben moe, wil ik de s en de z weleens omdraaien.”

Partner
“Mijn vriendin is Duits. Ze heeft over de hele wereld gewoond en vindt Amsterdam schattig.”

Huur of koop
“We wonen in haar koopwoning. Om me heen is iedereen bezig met: ik moet een huis kopen. Ik denk: als je ergens huurt, op een mooie plek, waar je energie van krijgt, dat is toch ook wat waard?

Import
“Wat is een echte Amsterdammer? Die wonen in Purmerend of Almere. Ik ben een kind van een Chileense politieke vluchteling en een moeder uit Brabant, wat moet ik zeggen over import?”

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 33. Lees hier alle afleveringen terug.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden