VOC-schip kan in oude luister terug naar Scheepvaartmuseum

Het gerestaureerde VOC schip gaat vrijdag terug naar het Scheepvaartmuseum. Beeld Nina Schollaardt
Het gerestaureerde VOC schip gaat vrijdag terug naar het Scheepvaartmuseum.Beeld Nina Schollaardt

Het gerestaureerde VOC-schip meert vrijdag aan bij de kade van het Scheepvaartmuseum. De restauratie was harder nodig dan was ingeschat. ‘Het was zwaar voor de oude dame om op het droogdok te staan.’

Het VOC-schip ligt blinkend en glanzend te dobberen aan de kade van Damen Shiprepair in Noord, klaar voor de terugreis naar haar oude plek achter het Scheepvaartmuseum. De zon kaatst het licht op de achtersteven met daarop een beeltenis van scheepsbouwer Kees van der Meer.

Op het schip zijn de tuigers, breeuwers, timmermannen en schilders nog druk bezig met de laatste werkzaamheden. Schilder Leo van Zoeren werkt vanaf een hoogwerker de laatste oneffenheden bij de raampjes van de kapiteinshut weg. “Hoogglansverf geeft de beste bescherming,” zegt Van Zoeren. “Het schip was behoorlijk vuil geworden. In de vele hoekjes bleef het regenwater staan omdat het niet vaart maar stilligt.”

Bijzonder

Hij noemt het opknappen van het schip, het belangrijkste en grootste type goederenschip van de VOC, een bijzonder project. “Ik hou van geschiedenis en verbeeld me de historie van het schip.”

Collega-schilder Eric Janssen staat in de kapiteinshut en wijst aan hoe hij de passagiers- en chirurgijnshut, masten, trappen en het roer heeft geverfd. “Dit is zo mooi werk. Dat maak je nooit meer mee.”

De ruim dertig jaar oude replica van het VOC-schip, dat in 1985 is gebouwd en in 1990 meedeed aan Sail, was dringend aan onderhoud toe. Iedere acht minuten moest er water uit het schip worden gepompt. Veel planken waren door de lekkende naden rot. Breeuwers hebben zo’n veertig procent van het aangetaste henneptouw tussen de naden van de planken met een haak eruit gehaald en vervangen door nieuw touw. Er is met 500 kilo henneptouw vier kilometer gebreeuwd. Een vakwerkje.

Verrot

“Het touw was in slechtere staat dan we hadden verwacht. Het was behoorlijk versleten waardoor het hout verrot was. Nu is het schip waterdicht,” zegt Jan Kuperus van timmerbedrijf Kuperus en Gardenier dat gespecialiseerd is in restauratie van historische schepen en twee keer eerder bij de restauratie van het schip betrokken was.

De tuigers hebben de drie oude masten van het schip, de ra’s (dwarshout) en ruim de helft van de touwen aan de masten vervangen. Ook de kraaiennesten van het schip moesten grotendeels worden vernieuwd. Tuiger Thomas de Nijs klimt in klimuitrusting langs de touwen naar het kraaiennest, omdat de ra’s voor de terugvaart scheef moeten worden gezet. Het kaaien en brassen vergt een handeling die door verschillende tuigers wordt begeleid. “De brede ra’s moeten schuin en binnen de breedte van het schip staan, anders komen we de doorgang van de spoorbrug bij het CS niet door. Het schip dat donderdagnacht door twee slepers door de doorgang wordt geleid, houdt aan beide kanten slechts dertig centimeter over,” zegt De Nijs.

De Amsterdam, die twintig jaar geleden zijn eerste onderhoudsbeurt in Den Helder en in 2011 zijn tweede beurt kreeg in Zaandam, werd in september naar Noord gesleept en heeft acht weken op het droogdok gestaan om het deel onder de waterlijn te restaureren. “Dat is zwaar voor een oude dame. Ze stond op stresspunten, op een soort spijkerbed. Nu ligt ze op een matras en wordt lekker gedragen door het water en is de druk overal gelijk,” zegt Kuperus.

Bij de boeg op het kanonnendek staat Aart de Braaf, die normaal Supervisor Operaties in het museum is. Hij heeft met veel liefde de boeg geschuurd en enkele kanonnen opnieuw geschilderd. “Dit is even een hele andere tak van sport. Erg leuk om te doen.”

De kosten van de onderhoudsbeurt bedragen 1,2 miljoen euro. De drie masten kosten samen al twee ton.

Publiekstrekker

Het VOC-schip is de publiekstrekker van het Scheepvaartmuseum. Tachtig procent van de bezoekers neemt een kijkje op de replica. Het museum wil bij het schip het bredere verhaal gaan vertellen over de koloniale geschiedenis. “Het schip dat er nu mooi uitziet, roept ook allerlei kritische vragen vragen en minder mooie herinneringen op bij onze bezoekers. Een jonge bezoeker vroeg of er ook slaafgemaakten aan boord zaten. Wij willen die vragen gaan verzamelen en aan het einde van het jaar beantwoorden. We vertellen dan het verhaal over het leven aan boord, maar ook het bredere verhaal over de VOC en de niet zo mooie kanten ervan,” zegt Stefanie van Gemert, hoofd educatie.

Slaven zijn er aan boord van de Amsterdam overigens niet geweest. De originele Oost-Indiëvaarder Amsterdam vertrok in 1749 vanaf Texel voor haar eerste reis naar Batavia, het huidige Jakarta in Indonesië. Op de Noordzee raakte het tijdens een storm een zandbank. Schipper Klump besloot het stuurloze schip te laten stranden op de Engelse zuidkust waar de restanten nog steeds liggen.

Het Scheepvaartmuseum doet tijdens de Nationale Museumweek mee aan de pilot met sneltesten en gaat op 21, 22 en 23 april open.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden