PlusAchtergrond

Verliezers van de crisis: tienduizenden Amsterdamse zzp’ers vroegen uitkering aan

De cijfers wijzen rechtstreeks naar de verliezers van de coronacrisis: duizenden zzp’ers raakten afhankelijk van staatssteun en jonge flexwerkers vielen bij bosjes terug naar de bijstand. Voor Amsterdam toont het de noodzaak van een beter vangnet.

Berdien Siere. Beeld Lin Woldendorp
Berdien Siere.Beeld Lin Woldendorp

Cateraar Berdien Siere weet nog goed hoe rap haar opdrachtenportefeuille in maart vorig jaar opdroogde. Tot het coronavirus ging rondwaren verdiende ze een mooie boterham met catering bij uitvaarten, huwelijken en congressen op historische locaties zoals de Westerkerk, De Duif en Museumwerf ‘t Kromhout. “Maar de agenda werd héél snel leeg.”

Ze kreeg de Tozo-uitkering die het inkomen van zzp’ers aanvult tot bijstandsniveau. Dat was prettig, maar ook niet alles. “Je teert snel in op je spaargeld.” In de zomer werd het meteen weer drukker bij Siere Cateraars, maar toen kwam de tweede golf en werden de vooruitzichten echt somber. Want of haar werk nou snel weer wordt zoals voor corona? Voorlopig zijn er alleen uitvaarten en dan alleen met strenge restricties. Dus neemt ze nu ook examens af bij een horecaopleiding van ROC van Amsterdam.

Taxichauffeur, gids en kok

Tienduizenden zzp’ers in Amsterdam werden een jaar geleden wakker in een heel andere werkelijkheid. Ondernemers die al jaren goed boerden zagen zich door corona voor het eerst genoodzaakt een uitkering aan te vragen. Liefst 40.000 Amsterdammers, ongeveer de helft van alle Amsterdamse zzp’ers, deden toen een beroep op de Tozo.

Het zegt iets over de Amsterdamse economie dat die nog meer dan in de rest van het land werd getroffen door corona. Maar het zegt ook iets over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Van de taxichauffeur die je naar een restaurant rijdt tot de kok die daar voor je kookt en van de gids in een museum tot de trainer in de sportschool – grote kans dat het gaat om zzp’ers. Het gaat veelal om dienstverlenende beroepen, uitgerekend in sectoren (horeca, cultuur, recreatie, toerisme, taxi) die werden lamgelegd om verspreiding van het virus te remmen.

Veel aanvragen uit de Jordaan

En nog steeds zitten zij financieel klem, blijkt uit cijfers die wethouder Rutger Groot Wassink naar de gemeenteraad heeft gestuurd over de Tozo-3, de steun die zelfstandigen vanaf oktober konden krijgen. Dat zijn logischerwijs de zzp’ers die het diepst in de problemen zitten. De eisen zijn strenger dan een jaar geleden, want inmiddels wordt eerst bekeken of zzp’ers kunnen terugvallen op het inkomen van hun partner. Toch gaat het nog altijd om ruim 20.000 Amsterdamse zzp’ers. Bij een tussenstand in december waren het er in Amsterdam zelfs meer dan in Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Eindhoven bij elkaar opgeteld.

Net als vorig jaar kwamen de aanvragen uit heel de stad, dus bepaald niet alleen uit de traditioneel kwetsbare wijken buiten de Ring. Van alle buurten scoort de Jordaan met afstand het hoogste. Aan de andere kant: afgezet tegen het totale aantal zzp’ers is het toch stadsdeel Nieuw-West waar de meeste ondernemers steun hebben aangevraagd. In welvarende wijken als het Museumkwartier, Middenmeer, de Apollobuurt en het Oostelijk Havengebied werden juist minder uitkeringen aangevraagd dan op grond van het aantal zzp’ers mocht worden verwacht.

Massaal in de bijstand

Ook bij een andere, nog grotere groep Amsterdammers die niet in dienst zijn bij een vaste werkgever, zijn rake klappen gevallen als gevolg van corona. Dan gaat het om de 113.000 Amsterdammers met een tijdelijk of flexibel contract. Eigenlijk was het de bedoeling dat werkgevers met behulp van steunregeling NOW hun personeel zouden vasthouden, maar dat is duidelijk niet overal gelukt. Vooral in het voorjaar van vorig jaar schoot het aantal Amsterdammers in de bijstand omhoog. Tot februari kwamen er zo’n tweeduizend bij, een groei van 5 procent in één jaar.

De leeftijdsopbouw suggereert dat het vooral om flexwerkers gaat, zegt Groot Wassink. Boven de 40 is het aantal Amsterdammers in de bijstand maar mondjesmaat gestegen, maar in de leeftijdsgroepen daaronder ging het hard – precies de generatie waar een vast contract een zeldzaamheid is geworden. Hun werkgevers konden makkelijker van ze af en een deel deed dat dus ook. Door hun korte loopbaan krijgen jongeren soms maar enkele maanden WW; daarna vallen ze terug in de bijstand.

Commissie-Borstlap

Volgens Groot Wassink is er een duidelijke les te trekken uit de coronaperiode. Veel flexwerkers en zzp’ers konden prima voor zichzelf zorgen, maar door de crisis die volgde op corona moest de gemeente ze plotsklaps uit de brand helpen. “Zolang het goed gaat, gaat het goed. Maar ze vliegen er als eersten uit als het tegenzit en hebben dan niks om op terug te vallen.”

Hij verwijst naar de commissie-Borstlap, die in 2019, dus al voor corona, met een lange lijst aanbevelingen kwam om de kloof tussen flexwerk en vaste banen minder groot te maken. De vaste baan is te vast en te duur, terwijl flexwerk een onzeker bestaan kan zijn en, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, te goedkoop is. Naamgever Hans Borstlap verwees eerder dit jaar al naar de pandemie om de bevindingen van zijn commissie te onderstrepen: “Corona maakte zichtbaar waar de zwakke plekken en gaten in ons arbeidsmarktbestel zitten,” zei hij bij BNR Nieuwsradio. “Het heeft de urgentie en de noodzaak dat we iets moeten doen zichtbaar gemaakt.”

Flexwerkers zullen keer op keer de klappen opvangen als er een crisis opdoemt, vreest Groot Wassink. “De sociale zekerheid past niet meer bij de arbeidsmarkt die we hebben. De schokbestendigheid is beperkt. Corona laat zien dat ook voor flexwerkers een vorm van sociale zekerheid noodzakelijk is.”

Hij krijgt bijval van hoogleraar arbeidsmarkt aan de Tilburg University, Ton Wilthagen, maar die denkt daarbij toch vooral aan de jongeren met flexibele en tijdelijke contracten. “Corona legt de kwetsbaarheid bloot van jonge flexwerkers. Zij zijn het grote slachtoffer van de coronacrisis.”

Soms eigen keus

Als het gaat om zzp’ers ligt het genuanceerder, vindt hij. Een deel is wellicht alleen noodgedwongen ondernemer geworden en in die rol gedrongen door één opdrachtgever, maar voor een groot deel gaat het wel degelijk om mensen die niets liever willen dan eigen baas zijn. “Amsterdam heeft daar ook de vruchten van geplukt. Kijk naar de creatieve industrie.” Zelfstandigen die zelf om zich heen kijken zullen ook hun weg vinden naar sectoren die voor de stad nieuwe kansen opleveren, zoals de digitale economie en duurzaamheid. “Dat ondernemerschap moet je wel koesteren.”

In december lanceerde Amsterdam het eigen steunprogramma Actieplan Veerkracht voor zzp’ers. Als ze de Tozo-regeling aanvragen, krijgen ze ook de vraag of ze openstaan voor ‘heroriëntatie’ op ander werk. Ze kunnen daar hulp bij krijgen, maar ook bij het wegwerken van schulden.

Maar het programma is er niet op gericht om zzp’ers om te turnen tot werknemers. Het staat ze vrij om door te gaan met hun bedrijf, dan kunnen ze coaching krijgen.

Cateraar Siere kan voorlopig zelf haar broek ophouden door het werk dat ze via de gemeente heeft gevonden als examinator bij de horeca-opleiding. “Ik ben graag lekker bezig.” Toch blijft ze erbij dat het ondernemerschap bij haar past. De eerste coronaperiode kwam te plotseling om daar helemaal op terug te vallen, maar inmiddels biedt ze haar waar ook online aan, zoals een maaltijdbox voor het weekend. “En bruidsparen blijven zich aanmelden als opdrachtgever, zelfs als ze nog geen trouwdatum hebben.”

‘Van 100 procent naar 1 procent werk’

Amsterdammer Harry Schuyt (64) zat al sinds 1989 achter het stuur van zijn taxi, maar door corona bleef daar opeens niets van over. “We gingen van 100 procent naar 1 procent werk.” Terwijl hij altijd eigen baas is geweest, voelde hij zich vorig jaar voor het eerst genoodzaakt om steun aan te vragen. “Een nieuwe dimensie in mijn leven.” Met de Tozo-uitkering kreeg hij de mogelijkheid een opleiding voor rijinstructeur te volgen. Dat geeft hem, na een lange reeks stages, iets om op terug te vallen. Stoppen met werken wil hij voorlopig niet. De taxi houdt hij erbij. “Je moet nooit oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt.”

Ondernemerstraining van de gemeente

Bij drummer Bartho Staalman (35) vielen vorig jaar pardoes alle optredens in het water en ook veel van de drumlessen die hij gaf, werden afgezegd vanwege corona. Hij had al wel een plan om zijn eigen online drumlesmethode te ontwikkelen. “Zodat je vlug kunt meespelen met de muziek die je gaaf vindt.” Toen hij zich meldde voor de Tozo-uitkering kon hij bij de gemeente meteen een investering en ondernemerstraining krijgen. Daar was op het conservatorium wel aandacht voor, maar ook weer niet heel veel. Zijn nieuwe start komt als geroepen, want hoe lang tourt hij nog door het land met zijn bands? “Ik ben niet meer die jonge hond in de muziek.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden