Amsterdam Bewaar

Verdachten grote diamantroof Schiphol voorlopig vrij

De hoofdverdachten van links naar rechts: Ramazan N., Errol H., Raoul T., August B. en Erik P.
De hoofdverdachten van links naar rechts: Ramazan N., Errol H., Raoul T., August B. en Erik P. © ANP

De vijf verdachten van de geruchtmakende diamantroof op Schiphol in 2005, zijn door de rechtbank op vrije voeten gesteld. Zij mogen hun berechting in vrijheid afwachten.

Dat is een tegenvaller voor het Openbaar Ministerie, dat wilde dat de mannen vast bleven zitten. De rechtbank meent dat er niet voldoende redenen zijn om de mannen tot aan een volgende zitting, die gepland is in oktober, vast te houden. Alle verdachten zijn geschorst. 

Volgens de advocaten van hoofdverdachten August B., Errol H.V., Erik P. is er onvoldoende bewijs dat de drie samen verantwoordelijk zijn voor de geruchtmakende overval op 25 februari 2005, waarbij een twee gewapende mannen toesloegen toen een vrachtvliegtuig werd geladen. De lading, diamanten en juwelen bestemd voor Antwerpen, kon worden gestolen. De buit is nooit teruggevonden.  

Sieradenzakjes
Al kort na de overval werden de drie Amsterdammers verdacht, maar zij konden niet worden veroordeeld. Twaalf jaar later probeert justitie dat, met nieuw bewijs, opnieuw.  

Justitie had betoogd dat er voldoende ernstige bezwaren zijn om het drietal vrij te laten, net als bij hun medeverdachten Raoul T. en Ramazan N. Deze medewerkers van KLM zouden de rovers destijds van binnenuit hebben geholpen.

Volgens justitie heeft een jarenlang undercovertraject, waarbij agenten zich voordeden als vrienden van Ramazan N. veel bewijs opgeleverd. Ook uit afgeluisterde gesprekken en observaties zou de rol van 'de Lange' B. en zijn vrienden Erik P. en Errol H.V. zijn gebleken. Bij N. werden bovendien sieradenzakjes gevonden die uit de gestolen buit lijken te komen. Op rekeningen van de KLM-medewerkers werden grote bedragen gestort.  

Afgeluisterde gesprekken
B.'s advocaat Inez Weski noemde het undercovertraject 'juridisch en moreel verwerpelijk.' Het onderzoeksteam zou 'vanaf het prille begin' op Weski's cliënt B. gefocust zijn geweest. Daniël Fontein, raadsman van Raoul T., zette zijn vraagtekens bij de werkwijze dat een undercoveragent met T. belde en zich voordeed als een medewerker van een journalistiek onderzoeksbureau.

"Volgens justitie was dat dringend noodzakelijk. Maar is er wat uitgekomen? Nee, het enige dat we horen is dat mijn cliënt wat moppert na dat telefoontje."  

Volgens Hans Otto den Otter, de advocaat van Erik P., zijn de afgeluisterde gesprekken waarin die lijkt te spreken over een overval en waarin hij lijkt te verwijzen naar zijn medeverdachten 'slechts vage gesprekken.' "Aanwijzingen voor een rol bij de overval op in 2005 zijn echt nog heel ver weg,"  aldus den Otter.  

De zaak is nog niet inhoudelijk behandeld - en dat zal ook nog wel even duren. Het Openbaar Ministerie mikt op begin 2018, maar de raadslieden vinden die planning te optimistisch.