Amsterdam Bewaar

Van seksueel misbruik verdachte docent weigert onderzoek

Scholieren komen aan bij de orthodox-joodse school Cheider.
Scholieren komen aan bij de orthodox-joodse school Cheider. © ANP

De van ernstig seksueel misbruik verdachte Ephraïm S., voorheen docent op de orthodox-joodse school Cheider, heeft niet willen meewerken aan een onderzoek van het Pieter Baan Centrum.

Dat bleek tijdens een pro formazitting in de langslepende zaak, waarop de rechtbank dinsdagmiddag oordeelde dat Ephraïm S. zijn zaak niet in vrijheid mag afwachten.

Volgens de meervoudige kamer van de rechtbank is het recidivegevaar niet ondenkbaar. Ook wordt rekening gehouden met vluchtgevaar omdat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats meer heeft in Nederland.

Arrestatie ontlopen
In 2012 werd Ephraïm S. geschorst als basisschoolleraar op het Cheider in Buitenveldert nadat er tegen hem verdenkingen waren gerezen en ouders naar het schoolbestuur waren gestapt. De school deed pas enkele maanden later aangifte.

S. vertrok voor die tijd naar Israël, volgens zijn advocaat voor een geplande emigratie, volgens het OM om zijn arrestatie te ontlopen. S. werd na het vervullen van zijn militaire dienst in Israël pas in maart van 2016 aangehouden door de autoriteiten in Tel Aviv, op verzoek van de Nederlandse autoriteiten. In december van vorig jaar werd hij uitgeleverd aan Nederland, sindsdien zit hij vast.

Het OM verdenkt de 30-jarige S. van verkrachting en ook van ontucht met zeker vier kinderen, jonger dan 16 jaar.

Op basis van het Pieter Baanonderzoek, waar S. dus niet aan meewerkte, is geconcludeerd dat de verdachte waarschijnlijk niet lijdt aan persoonlijkheidsstoornissen, in de gecontroleerde omgeving van de kliniek.

'Volstrekt niet relevant'
Wel lieten de deskundigen ruimte voor afwijkingen in het seksuele spectrum, maar dat verdient volgens het OM nog nader onderzoek.

Volgens zijn advocaat Geert-Jan Knoops was het "nodeloos en volstrekt niet relevant" dat S. zou meewerken tijdens zijn recente verblijf in de psychiatrische observatiekliniek.

Ook vindt hij dat de "onschuldpresumptie" ver te zoeken is in de zaak tegen zijn cliënt.

De inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen Ephraïm S. start op 16 april 2018, de meervoudige kamer van de rechtbank denkt er vier dagen voor nodig te hebben.