Plus Achtergrond

‘Vader Klaren’ was de speeltuinman van Wittenburg

Scheepstimmerman Uilke Jans Klaren – ‘Vader Klaren’ – streed voor een speeltuin op de Oostelijke Eilanden, waar hij woonde. De eerste van en voor de leden zelf. Die Ooster­speeltuin bestaat nog altijd en krijgt deze zomer een grondige opknapbeurt.

De speeltuin in het Wetering­plantsoen kreeg in 1956 officieel Klarens naam: Speeltuin UJ Klaren. Beeld Stadsarchief

De leefomstandig­heden van de arbeidersgezinnen op de Oostelijke Eilanden gingen Uilke Jans Klaren (1852-1947) uit de Bootstraat op Wittenburg aan het hart. Op 17 juni 1900 richtte de scheepstimmerman samen met dertien anderen de Vereeni­ging Oosterspeeltuin op. Ze kregen een stuk grond van de gemeente toegewezen, waar op 23 april 1902 de eerste alleen voor leden toegankelijke en door de leden zelf geleide speeltuin van Nederland werd geopend. Een doorbraak. De nieuwe speeltuin in de Czaar Peterstraat markeerde het ­begin van de speeltuinbeweging.

Klaren maakte als kostwinner van een gezin met acht kinderen werkweken van 50 tot 60 uur en had daarnaast zijn handen vol aan allerlei ­sociale en politieke activiteiten. Zo was hij ­bestuurslid van de Amsterdamse SDAP, secretaris van Verbetering Zij Ons Streven, de vakbond van metaalbewerkers en scheepstimmerlieden (1896-1903), en tussen 1898 en 1905 ook nog ­bestuurslid van de vereniging Samenwerking, gericht op de volksontwikkeling op de Oostelijke Eilanden.

Verder zat hij in de Commissie tot Weering van het Schoolverzuim, in het bestuur van de Amsterdamse Bond voor Lichamelijke Opvoeding (ABLO) en in de Commissie Klompen en Pantoffels van de vereniging Voor het Schoolkind.

Onbeschaafde straatvermaken

Hij was vooral getroffen door de na schooltijd op straat rondzwervende kinderen. Speelterreinen ontbraken, waardoor baldadigheid en kwajongensstreken voorname vormen van vermaak waren. De burgerij sprak er schande van. “Niet de jeugd is misdadig, maar de samenleving,” vond Klaren. “Zij ontneemt de jeugd alle gelegenheid tot spelen, tot goede lichamelijke ontwikkeling.”

Alle reden dus voor de oprichting van speeltuinen, te beginnen in zijn eigen buurt. De eerste speeltuin in Amsterdam was het overigens niet. In het Tweede Weteringplantsoen was al in 1880 de Openbare Speeltuin no. 1 geopend, op initiatief van Nicolaas Tetterode (van de bekende lettergieterij). Een jaar later volgde aan de Marnixstraat, nabij de Westerstraat, nog een tweede. Tetterode had in 1878 in het Algemeen Handelsblad gepleit voor een speelplaats ‘waar de kinderen van het volk een schat van pret kunnen hebben en die er prachtig toe zou kunnen meewerken om het ellendig dobbelen en andere ­ongezonde en onbeschaafde straatvermaken de kop in te drukken.’

De arbeidersjeugd kon zich in de twee speeltuinen, onder het toeziend oog van ‘oppassers’, ontspannen. Kinderen hadden alleen toegang bij ‘geregeld schoolbezoek’ – een praktijk die ook in andere speeltuinen gewoon was. “Bergplaatsen van een troep jongens en meisjes,” ­aldus Klaren. Ook had hij een hekel aan klimrekken, schommels en wippen. Alleen de handigste en sterkste kinderen konden met deze toestellen uit de voeten en dat vond hij niet eerlijk tegenover de zwakkere jongens en meisjes. “Ik beschouw alleen groepsspelen als opvoedend en veredelend,” zei hij op zijn 80ste verjaardag, in 1932, tegen een verslaggever.

Hoon was zijn deel

De speeltuin die Klaren voor ogen stond, had voldoende open ruimte voor spel, opvoeding en culturele ontwikkeling, onder deskundige leiding van en bestuurd door een vereniging van ouders en buurtbewoners. Als de ouders van hun kinderen ‘zelfbeheersing en ferme degelijkheid’ verwachtten, dan moesten zij zelf het voorbeeld zijn. Iedereen was welkom die een gezonde ontwikkeling voor zijn kinderen en een ‘toekomst van betere mensen’ wilde. Politieke richting of religieuze levensovertuiging mochten geen belemmering zijn om tot de vereniging toe te treden.

Voor de financiering van zijn Oosterspeeltuin klopte Klaren in de zomer van 1899 aan bij het Scheepsbouwcomité, een combinatie van de verenigingen van scheepstimmerlieden, scheepsbeschieters en metaalbewerkers. Dat waren zijn collega’s – en bijna allemaal vaders van grote gezinnen. Hij vroeg om een lening van 1000 gulden, terug te betalen via de contributie. Die kreeg hij niet. Hoon was zelfs zijn deel. “Jij moet je schamen je met zulk kinderachtig werk te bemoeien!” Het was voor Klaren buitengewoon wrang dat juist de arbeiders zo afwijzend reageerden. Uit de hoek van het onderwijs kon hij evenmin steun verwachten. Uiteindelijk schoot Ons Huis-bestuurslid Gideon den Tex te hulp, een jonge bankier.

1500 gezinnen

Ook de gemeente gaf groen licht. Klaren: “Na ongeveer anderhalf jaar werd ik door wethouder Blooker geroepen. Hij scheen er genoegen in te vinden om mij nogmaals op stang te jagen. Dan… stond hij op, reikte mij de hand en zei: ‘Zoo optimistisch ben ik niet, Klaren, maar toch het terrein is jullie door B en W toegestaan.’ Ik zie hem nog voor mij staan en hoor het hem nog zeggen.” Architect H.P. Berlage ontwierp het clubgebouw en vroeg, als dienaar van de goede zaak, geen honorarium. Binnen een jaar na de opening waren 1500 gezinnen lid. In de speeltuin werden ook concerten gegeven, in het clubgebouw kwam een leeszaal.

Maurits Klaren is de achterkleinzoon van Uilke Jans Klaren en publiceerde in 2018 de biografie ‘Uilke Jans Klaren, icoon van de speeltuinbeweging’. In ‘Ons Amsterdam’ staat een uitgebreide versie van dit verhaal. Zie: onsamsterdam.nl.

Verzoeken uit Wenen en Parijs

Uilke Jans Klaren werd in 1852 in het Friese dorp Tjalleberd geboren als zoon van een turfwerker. Al op z’n twaalfde ging hij werken als scheepstimmerman, maar de slechte vooruitzichten in Friesland dreven hem in 1881 met zijn jonge ­gezin naar Amsterdam.

Zijn inspanningen daar voor de verspreiding van speeltuinen ­vonden breed weerklank. Klaren kreeg verzoeken uit Haarlem, ­Leiden, Deventer, Nijmegen en Dordrecht om zijn verhaal te doen of advies te geven. Er kwamen zelfs uit Wenen en Parijs verzoeken om informatie. In Amsterdam-West en -Noord gingen in 1908 speeltuinen open, naar voorbeeld van de Ooster. Het tienjarig bestaan van de Vereeniging Oosterspeeltuin werd gevierd in de tot de nok toe gevulde grote zaal van het Paleis voor Volksvlijt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden