PlusInterview

Vader Jan Kloppenburg, 25 jaar na de dood van Joes: ‘Het is nu de ene vechtpartij na de andere’

Jan Kloppenburg: ‘Iemand die hier over honderd jaar loopt, moet zich ook nog een beeld kunnen vormen wat daar gebeurd is.’ Beeld Eva Plevier
Jan Kloppenburg: ‘Iemand die hier over honderd jaar loopt, moet zich ook nog een beeld kunnen vormen wat daar gebeurd is.’Beeld Eva Plevier

Dinsdag is het 25 jaar geleden dat Joes Kloppenburg werd doodgeslagen in de Voetboogstraat in Amsterdam. De huidige hausse aan geweldplegingen doet vader Jan Kloppenburg pijn. ‘Ik weet hoeveel ellende nabestaanden nog te wachten staat.’

Vlak voordat Jan Kloppenburg, bijna 84, arriveert in de Voetboogstraat, stoppen twee mannen van een jaar of vijftig bij de gedenksteen voor Joes. Een van hen salueert naar de tegel, daarna loopt hij verder.

Kloppenburg, even later: “Iedereen boven de 35 weet wie Joes is, iedereen daaronder nauwelijks. Daar zit ik niet mee. Je moet realistisch zijn. Joes is maar één keer in zijn leven in het nieuws geweest.”

Hij vindt het erger dat deze plek begin deze week vol stond met tafeltjes en stoelen, gewoon over de gedenksteen heen. Het was het terras van een eettentje aan de overkant. “Ik heb gezegd dat dit niet de bedoeling was. De eigenaar wist van de tegel, maar het is coronatijd, hè, zo’n terras is belangrijk nu. Ach ja, ik til er niet te zwaar aan. Alleen, ik vind het op de 17de niet passen.”

Dat is komende dinsdag, als het precies 25 jaar geleden is dat Joes, destijds 26 jaar, met een reeks karateklappen werd doodgeslagen door een opgefokte, dronken man. Joes had gezien hoe die man een student in elkaar sloeg, en riep de later beroemd geworden woorden: “Kappen nou!”, die Joes fataal werden.

Het drama lijkt sterk op de recente fatale mishandeling op Mallorca. Ook een groepje jongens, ook doelbewust op pad om te vechten.

Kloppenburg: “De latere dader was in een nachtclub in Hoofddorp op zijn nummer gezet. Dat was voor hem gezichtsverlies. Joes was de achtste die hij die nacht sloeg.”

De gewelddadige incidenten van de laatste tijd komen hard aan bij Kloppenburg. De jongens op vakantie op Schouwen-Duiveland en bij het Gardameer, en ook de Amsterdammer die in april aan één oog blind werd geslagen na een opmerking over een foutgeparkeerde bestelbus in de Van Baerlestraat.
“Het is de ene vechtpartij na de andere, dat ervaar ik ook zo. En dat doet zeer, want ik weet hoeveel ellende nabestaanden nog te wachten staat.”

Als oorzaak noemt hij onder meer de individualisering van de maatschappij, en ook de toename van het aantal scheidingen. “Veel kinderen hebben geen rolmodel. Ze zijn thuis vaak de baas. De vader van de dader van Joes was kort na zijn geboorte uit beeld. Het was een bazig ventje. Zijn moeder was labiel, op zijn tiende was hij al de baas in huis. En hij zat ook nog op een vechtsport. Ik ben eigenlijk bozer op zijn ouders. Die hebben hun plicht verzaakt.”

HELP-letters verdwenen

Joes Kloppenburg was in 1996 de eerste die landelijk bekend werd na te zijn gestorven door zinloos geweld. Een stille tocht bestond nog niet. De eerste kwam een jaar later, voor Meindert Tjoelker in Leeuwarden. Jan Kloppenburg was erbij. De laatste stille tocht waarin hij meeliep was vorig jaar voor Bas van Wijk.

Hij bood destijds nog zijn hulp aan de vader van Van Wijk aan, ‘als ervaringsdeskundige’, maar de vader belde de avond voor de afspraak af. “Ik had best met een aantal tips kunnen helpen. Bijvoorbeeld: bereid je erop voor dat er een verzoek van de dader kan komen voor een gesprek met de nabestaanden. Wees dan niet teleurgesteld als dat niet uitpakt zoals jij denkt.”

Met de dader van Joes, die voor de rechter geen enkel berouw toonde en na vijf jaar weer op vrije voeten was, heeft Kloppenburg nooit contact gehad. “Nooit meer gezien of gehoord. Hij is later weer met de politie in aanraking gekomen, hoorde ik van een agent. Hij mocht verder niks zeggen. Het verbaast me helemaal niet. Zo gaat dat.”

Kloppenburg wijst naar een blinde muur boven de gedenktegel. Daar hing een kunstwerk voor Joes, een installatie van neonlicht met de letters HELP. Afgelopen maand was die opeens verdwenen. Er bleek een vergunning nodig. De gemeente heeft beloofd de installatie op te sporen en tot die tijd komt er een noodoplossing, een tijdelijke constructie, die er komende dinsdag zal hangen als hier de 25ste sterfdag van Joes wordt herdacht door Kloppenburg, zijn vrouw en drie dochters, en enkele goede kennissen. Ze komen enkele keren per jaar naar deze plek, in elk geval op de geboortedag en sterfdag van Joes.

“Dan maken we hier een kring en dan worden gevoelens geuit: dat we hier zo staan, is toch godgeklaagd. Daar hoef je niet heel veel aan toe te voegen.”

Dubbel verdriet

Na de dood van Joes zette Kloppenburg de stichting Kappen Nou! op en gaf honderden lezingen aan jongeren. Hij wilde zijn trauma omzetten in iets positiefs.

“Het was echt mijn missie. Ik had er tien jaar lang fulltime werk aan. Te fulltime. Mijn vrouw en drie dochters begonnen steeds harder te protesteren: ‘Jan, wij zijn er ook nog.’ Daar hadden ze gelijk in. Ik heb toen een punt gezet achter al die lezingen.”

Hij vertelt dat zestig procent van de relaties stukgaan na zo’n trauma. “Mannen en vrouwen zijn heel anders in hun verwerking. Wij hebben ook een gevecht moeten leveren om onze relatie heel te houden. Daar heb je eigenlijk helemaal geen energie voor. En de drie zussen van Joes hebben een dubbel verdriet. Ze verliezen hun enige broer, en ze zien het verdriet van hun ouders er bovenop. Dat realiseer je je nooit voordat je het meemaakt.”

Brug met zijn naam

In zijn missie om de naam Joes Kloppenburg niet te laten vergeten is het goed nieuws dat Badhoevedorp een straat naar hem gaat vernoemen, de Joes Kloppenburghof. Amsterdam heeft al de Joes Kloppenburgbrug, over het Singel ter hoogte van de Raamsteeg. Op die brug zijn geparkeerde fietsen nu verboden, ziet Kloppenburg als hij hem nadert. Op twee als plantenbak versierde fietsen na. Eentje staat geparkeerd pal naast het gedenkbordje en de naam van Joes op de brugreling.

“Leuk,” zegt Kloppenburg. “Heel creatief.”

Op het bordje staat in enkele alinea’s een beschrijving van de fatale vechtpartij.
“Ik heb gevochten voor dat bordje. De gemeente wilde geen precedent scheppen. Maar iemand die hier over honderd jaar loopt, moet zich ook nog een beeld kunnen vormen van wat daar gebeurd is. Niet alleen: hier is Joes Kloppenburg gestorven, met een datum. Dat is alleen een feitje.”

Dan ziet Kloppenburg dat aan het bordje een slotje is vastgemaakt, een van die liefdesslotjes die de bruggen van deze stad teisteren. “Verdomd als het niet waar is. Daar komen er steeds meer van, dat kan ik je verzekeren.”

Vindt hij dat geen onprettig idee?
“Joes wordt niet vergeten. Daar gaat het om. Hij heeft niet voor niets geleefd. Dat is het. Dat is waar ik me mijn leven, na die fatale dag, druk voor heb gemaakt. Joes doet ertoe. Deed ertoe. Nee, doet ertoe.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden