Plus

Unieke verhuizing voor wandreliëf van Pierre van Soest

Een deel van het wandreliëf wordt in Amsterdam op een ‘beunbak’ gehesen om verscheept te worden. Beeld Lin Woldendorp

Na achttien jaar in de opslag is dinsdag een monumentaal wandreliëf van Pierre van Soest uit een gesloopt Amsterdams pand verscheept naar Den Haag.

“Een onwaarschijnlijke hereniging,” noemt ­Esther Lagendijk, portefeuillehouder Kunst en Cultuur in Noord, de herbestemming van een Amsterdams wandreliëf in een Haags naoorlogs monument. Het kunstwerk, dat woensdag op transport gaat, is gemaakt door Pierre van Soest (1930-2001). Het wordt geplaatst in een pand van architect Frank van Klingeren (1919-1999), die ook het gebouw ontwierp waar het oorspronkelijk uitkwam.

Nauwe samenwerking tussen architecten en kunstenaars was niet ongewoon in het naoorlogse Nederland, maar weinigen hadden zo’n ­innige werkrelatie als Van Soest en Van Klingeren. “Er is maar één architect met wie ik overweg kan, dat wil zeggen die mij mijn gang laat gaan,” stelde Van Soest over zijn partner. Samen realiseerden ze multifunctionele panden in onder andere Dronten, Eindhoven en Zaandam.

Vernietigd

Het was een woest en heftig ding, de 20 meter lange wandsculptuur die Van Soest in 1965 maakte. Hij goot vele kubieke meters beton in mallen gemaakt van piepschuim. Het resultaat is een typisch voorbeeld van monumentaal wandwerk in de abstract-expressionistische stijl van een vooraanstaand Amsterdams schilder en beeldhouwer. Maar in 2001 stond het op de nominatie om gesloopt te worden, ­samen met De Albatros, het pand in Amsterdam-Noord waar het aan vast zat.

Tegenwoordig spant de gemeente zich in om de circa 220 naoorlogse betonreliëfs, glasappliqués, baksteenmozaïeken, tegeltableaus en schilderingen te behouden. Maar begin deze eeuw was dat nog anders. Zogenoemde ‘nagelvaste kunst’ werd meestal vernietigd als het gebouw ‘op’ was. Een ambtenaar bij stadsdeel Noord zag echter de waarde van de wandsculptuur, nam contact op met de erven van de kunstenaar en zorgde ervoor dat het zorgvuldig uit het gebouw werd verwijderd.

Jeugdherberg Ockenburgh

In eerste instantie werd het gevaarte bewaard op de NDSM-werf. Later verhuisde het naar het Cornelis Douwesterrein, waar het de laatste vijftien jaar heeft gestaan. Maar vanwege bouwplannen in het gebied moest de vraag beantwoord worden: wat te doen met het kunstwerk?

De verhuizing van het kunstwerk. Beeld Lin Woldendorp

Toevalligerwijs wordt op dit moment in Den Haag gewerkt aan het herplaatsen van jeugdherberg Ockenburgh, het laatste gebouw dat ­architect Van Klingeren heeft gerealiseerd. Na tien jaar in de opslag wordt het neergezet op ­creatief bedrijventerrein De Binckhorst. Van Klingerens dochter Nora lichtte de restauratiearchitecten in over de verweesde wandsculptuur in Amsterdam, zij schakelden op hun beurt kunstcentrum Stroom in om te bemiddelen.

“Het is een puzzel geworden, maar kunstwerk en gebouw zijn in elkaar gepast,” vertelt Vincent de Boer, adviseur van Stroom. “Voorheen bevond twee derde van het wandreliëf zich binnen en een derde buiten. Nu is dat omgekeerd. Het gebouw is omgedoopt tot Van Klingeren Paviljoen, met op de begane grond horeca en boven longstayverblijven, maar het zal publiek toegankelijk zijn. Iedereen kan het werk van Van Soest komen bekijken.”

“Het is vaak lastig om monumenten te herplaatsen,” geeft De Boer toe. “Zeker als ze zo hoog zijn als deze – vijf meter past simpelweg niet in de meeste hedendaagse gebouwen. Daarom is dit zo’n geweldige match. Zowel ­gebouw als wandsculptuur krijgt een tweede leven. De kans op zoiets is één op duizend.”

Over water naar Den Haag

Het L-vormige wand­reliëf van Pierre van Soest is bij de sloop van De Albatros in drie stukken gezaagd. Die wegen respectievelijk 30, 26 en 19 ton. Voor het vervoer is Kunstwacht ingeschakeld, het bedrijf dat zorgdraagt voor bijna alle kunst in de openbare ruimte van Amsterdam.

“Van de plek waar ze nu staan, worden de wanddelen een paar honderd meter verreden, tot aan het water,” vertelt Jesper Schreuder van Kunstwacht. “Dan worden ze in een beunbak gehesen, een soort drijvende bak waar ze rechtop in kunnen staan.”

Vervoer over de weg was ook mogelijk maar door de hoogte van viaducten lastig. Nu leidt de route van het Noordzeekanaal via het Amsterdam-Rijnkanaal naar de Binckhorsthaven in Den Haag. Daar komt het transport woensdag aan.

“We vervoeren wel vaker grote objecten, zo zijn we nu bezig met de voorbereidingen om De Kus te verplaatsen,” vertelt Scheuder. “Maar een werk van dit formaat en met dit gewicht is geen dagelijkse kost.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden