PlusAchtergrond

Uitzetting dreigt voor model-Amsterdammers Sofia en Najoua: zijn ze wel Nederlands genoeg?

Najoua Sabbar (links): ‘Marokko is voor mij een vreemd land. Ik ken de taal en de cultuur helemaal niet.’  Beeld Hilde Harshagen
Najoua Sabbar (links): ‘Marokko is voor mij een vreemd land. Ik ken de taal en de cultuur helemaal niet.’Beeld Hilde Harshagen

Uitstekende scholieren, ideale oppassen, bevlogen vrijwilligers, en ondertussen woonden ze in een kelderbox langs de A10. De zussen Sofia en Najoua Sabbar zijn geworteld in Amsterdam, maar hebben nooit een verblijfsvergunning gehad. Nu dreigt uitzetting naar Marokko.

De zusjes Sofia (24) en ­Najoua (21) Sabbar zijn model-Amsterdammers. Ze moeten wel. Najoua: “Het geeft een enorme druk. Je moet altijd de ­beste zijn. Altijd presteren. Puur omdat we illegaal zijn. Je hebt het idee dat je moet compenseren, omdat het anders tegen je wordt gebruikt.”

Nooit iemand boos maken, niet eens fietsen door rood licht, maar belangrijker: geen bijdrage mogen leveren aan de samenleving waar ze zich thuisvoelen. Huilen bij slechts een 7 op school, en niet tenminste een 8. De ideale oppas bij welgestelde gezinnen in de Valeriusbuurt en Rivierenbuurt, en ondertussen zelf wonen in een kelderbox ergens langs de A10.

Van de IND moeten Sofia en Najoua terug­keren naar Marokko, het land van hun moeder. Ze spreken nauwelijks Arabisch en al helemaal geen Berbers.

‘Moeder van de klas’

De rechter oordeelde begin dit jaar (zie kader) dat de IND de zusjes inderdaad ten onrechte heeft afgewezen voor een verblijfsvergunning, en noemt de zusjes ‘twee hardwerkende, ambitieuze, volledige geïntegreerde ‘Nederlandse’ vrouwen, die een positieve bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving.’ Het ministerie van Justitie en Veiligheid is tegen die uitspraak in beroep gegaan.

Sofia en Najoua Sabbar hebben ondanks een leven in de illegaliteit een havo- en vwo-diploma op zak en zijn zeer actief met vrijwilligerswerk. Ze geven huiswerkbegeleiding aan kinderen met een migrantenachtergrond. Najoua is spreekuurmedewerker bij een steungroep voor vrouwen zonder verblijfsvergunning. Een ­mentor op het Comenius Lyceum noemt haar ‘de moeder van de klas’.

Junior Held van Amsterdam

Sofia is benoemd tot ambassadeur van het ­Amsterdam Fashion College, een titel voor veelbelovend talent. Ze heeft Juf Soof opgericht, waarmee ze de kloof tussen arme en rijke kinderen in Amsterdam wil verkleinen. Zo organiseert ze bijvoorbeeld schaakles door een twaalfjarige jongen uit de Rivierenbuurt aan een achtjarige jongen in Osdorp. In 2019 wordt ze benoemd tot Junior Held van Amsterdam.

Sofia heeft Juf Soof opgericht, waarmee ze de kloof tussen arme en rijke kinderen in Amsterdam wil verkleinen. Beeld Hilde Harshagen
Sofia heeft Juf Soof opgericht, waarmee ze de kloof tussen arme en rijke kinderen in Amsterdam wil verkleinen.Beeld Hilde Harshagen

Hun moeder heeft nooit een verblijfsvergunning aangevraagd en ze groeien grotendeels op in een kelderbox bij de A10. In de zomer van 2019, als beide zusjes meerderjarig zijn, vragen ze zelf een verblijfsvergunning aan. Die wordt door de IND afgewezen. Sofia en Najoua dienen Nederland binnen vier weken te verlaten en terug te keren naar Marokko. Sofia: “Het werd een terugkeer genoemd. Voor ons was het een uitzetting. Terugkeer naar waar? En naar wie?”

Sofia is vier jaar en Najoua een baby als hun moeder haar gewelddadige man ontvlucht. Het gezin woont in Marokko in één huis met ooms, tantes en opa en oma van vaders kant. Hun moeder is als bruid nooit welkom geweest in de familie. Het eerste kind is eigenlijk al te veel en na de geboorte van Najoua wordt het geweld ­extreem. Ze vluchten het land uit. Sofia: “De overlevingsmodus is toen ingeschakeld. Eigenlijk dragen we dat nog steeds met ons mee.”

25 keer verhuisd

Via Spanje komen ze in 2003 in Amsterdam ­terecht, om te beginnen in Noord. Sofia is dan zeven jaar, Najoua drie. Hun moeder vraagt geen verblijfsvergunning aan en kiest voor een leven in de illegaliteit. Sofia: “Dit is ons over­komen en we hebben hier geen enkele zeggenschap in gehad.”

Het betekent een leven van onrust, onzekerheid en onbestemde angst. Pas als ze ouder zijn, beseffen ze de reden: ze hebben geen papieren.

Aanvankelijk is het enige rustpunt hun basisschool Al Wafa in Bos en Lommer. ‘Ons landingsplekje’ noemen de zussen die school.

Elke dag om zes uur op, met de bus en het pontje naar West, waar ze elke ochtend ontbijt krijgen van juf Martha. Sofia: “Die school werd ons thuis. We konden alles achter ons laten en focussen op rekenen, taal en spelling.” Najoua: “Op school konden we even kind zijn.”

Najoua Sabbar. Beeld Hilde Harshagen
Najoua Sabbar.Beeld Hilde Harshagen

Ondertussen volgt de ene verhuizing na de andere, uiteindelijk zo’n 25 in totaal. Omdat hun moeder als ongedocumenteerde geen ­woning kan huren, zijn ze afhankelijk van anderen. Een tijdelijke woning van iemand die op ­vakantie gaat, of iemand die nog zwart een ­kamer verhuurt. Van die afhankelijkheid is vaak misbruik gemaakt.

Een verhuizing betekent in de regel: snel je ­lievelingsboek pakken, schoolspullen, twee ­pyjama’s en twee broeken en dan weer naar het volgende adres. Najoua: “Je werd gedwongen zo minimalistisch mogelijk te leven.”

Geen ramen

Uiteindelijk komen ze terecht in een kelderbox in een parkeergarage bij het Fashion Centre langs de A10. Daar wonen ze een kleine tien jaar. Ramen zijn er niet, de schimmel staat op de ­muren. Een opgerolde placemat in de brievenbus zorgt voor frisse lucht. Sofia: “We waren er blij mee. We dachten: eindelijk een vast dak boven ons hoofd. Dan denk je niet: er zijn hier geen ramen.”

Aan die jaren houdt Sofia zware astma over. Ze kan niet lachen zonder daarna heel hard te hoesten. Maar nog erger is de voortdurende angst. Om niet op te vallen gaan ze om 06.30 uur de deur uit, lopen voor en na school rondjes door de buurt of verblijven in de bibliotheek, en komen pas om 19.30 uur terug. De lichten ­mogen niet aan, koken kan pas ’s avonds laat. Omdat dan de rook in de kelderbox blijft hangen, gaat de deur op een kier, maar zodra ze een auto horen, moet die snel weer dicht. Pas als ze schoenen horen die rustig naar een eigen huis wandelen, kan de deur weer op een kier.

Sofia: “De enigen die echt wisten hoe we leefden, waren de buurtkatten.”

Ondanks alles lukt het de zusjes om hun middelbare school af te maken. Najoua haalt eerst haar havo- en daarna haar vwo-diploma op het Comenius Lyceum. Sofia haalt haar havo-­diploma ook op het Comenius Lyceum en ­begint daarna met het vwo op het Joke Smit ­College, een avondopleiding omdat ze overdag werkt.

Liegen over vakantie

Het is allesbehalve een normale schooltijd. Vriendinnen kunnen nooit komen spelen, geen schoolreisjes, geen feestjes, geen verjaardagen, nooit op vakantie, en ondanks hun dromen: geen toekomstperspectief. Sofia: “Vooral op jonge leeftijd wil je er zo graag bijhoren. We ­hebben heel vaak gelogen hoe leuk onze vakantie in Spanje was. En we hebben de kaart van Marokko uit ons hoofd geleerd. Als er vragen kwamen hoe de vakantie in Marokko was, ­kenden we de plaatsen tenminste.”

En nu wil de IND dat ze naar dat Marokko vertrekken. Ze spreken de taal ­nauwelijks en kennen hun familieleden niet. Najoua: “Marokko is voor mij een vreemd land. Ik ken de taal en de cultuur helemaal niet.”

Sofia: “Op school werden we ‘de zusjes Sabbar, de meest verkaasde Marokkanen van het Comenius Lyceum’ genoemd. We spraken ook geen straat en voelden ons veel minder kind dan onze klasgenoten.”

Na school lezen ze de OBA leeg, als jonge kinderen Annie M.G. Schmidt, Carrie Slee en Jacques Vriens, later vooral zelfstudie: Sofia is groot fan van kinderpsychologie en Najoua verdiept zich in politiek en recht. Of ze passen op kinderen bij gezinnen uit de betere buurten, zoals de Valeriusbuurt en de Rivierenbuurt – om daarna weer terug te keren naar hun kelderbox.

Amsterdam in twee uitersten.

Sofia (rechts) & Najoua zijn twee zussen die dreigen te worden uitgezet naar Marokko. Beeld Hilde Harshagen
Sofia (rechts) & Najoua zijn twee zussen die dreigen te worden uitgezet naar Marokko.Beeld Hilde Harshagen

Als Sofia vier maanden voor haar eindexamen vwo zit, moet ze bij de schoolleiding komen. Omdat ze niet meer leerplichtig is, mag de school haar niet inschrijven voor het examen. Lessen mag ze wel blijven volgen.

Sofia: “En dan mag je weer terug naar de les. Tussen klasgenoten die zeuren dat ze volgende week een tentamen hebben. Ik wilde niets liever.”

Klap in je gezicht

Sofia stapt naar het juridisch loket en schakelt een advocaat in. De directeur van het Joke Smit College antwoordt dat Sofia het verkeerd heeft begrepen: natuurlijk kan ze wel degelijk examen doen.

Sofia: “Dan mag je weer soort van meedoen. Maar inmiddels was ik vier maanden verder en stond met 4-0 achter, en dan krijg je steeds weer een klap in je gezicht.”

Ze zakt voor haar examen en krijgt last van een depressie. Sofia: “Ik heb bijna een jaar lang in bed gelegen. Je voelt je niet illegaal, maar je hoort er toch niet bij. Je kunt nog zo je best doen, maar je mag niet. Ik hoor hier toch gewoon? Dat kan je echt ziek maken van binnen.”

Ademhalen

Sofia wil pedagogiek studeren aan de Hogeschool van Amsterdam en Najoua rechts­wetenschappen aan de universiteit. Dat kan ­alleen als ze een verblijfsvergunning hebben, en mede daarom doen ze in maart 2019 een ­aanvraag bij de IND. Die wordt in de zomer afgewezen, en in maart 2020 opnieuw.

De zusjes stappen naar de rechter om die ­beslissing aan te vechten. In januari dit jaar stelt de rechter hen in het gelijk en vernietigt het besluit van de IND. Die gaat daarop in beroep.

Komende week moet hun advocaat alle stukken inleveren voor het hoger beroep. Dat dient pas over zes maanden tot een jaar. Najoua: “Het voelde even als ademhalen. We hadden perspectief, maar dat is nu weer weg. Door het hoger beroep is weer alles stilgezet. Wéér kan ik me niet inschrijven voor de universiteit.” Sofia: “Er wordt gespeeld met je leven. We ­kunnen allebei met een Nederlandse vriend trouwen en op die manier een verblijfsvergunning krijgen, maar dat willen we niet. Omdat we in het Nederlands rechtssysteem geloven.”

Najoua: “Misschien is het naïef, maar ik hoop dat de IND inziet dat wij het verdienen om ­gewoon Nederlander te zijn.”

In de bijzondere zaak van Sofia en Najoua Sabbar draait het om de vraag: horen de zussen thuis in Nederland of in Marokko?

In hun aanvraag voor een verblijfsvergunning hebben Sofia en Najoua Sabbar zich beroepen op ‘privéleven op grond van artikel 8’ van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM): ze zijn geworteld in Nederland en hebben feitelijk niks in Marokko.

De IND heeft vervolgens een belangenafweging gemaakt tussen het privéleven (onder meer verblijfsduur, leeftijd van aankomst, het spreken van de taal, opleiding, (vrijwilligers)werk, vriendschappen in Nederland) en het belang van de staat: strafbare feiten, ‘de goede zeden’ en het economisch welzijn van Nederland. Dat laatste betekent dat de staat het recht heeft migratie te reguleren, zegt Betty de Hart, hoogleraar transnationale gezinnen en migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Een restrictief vreemdelingenbeleid wordt gezien als van economisch belang.”

De IND heeft de aanvraag voor een verblijfsvergunning van de zussen Sabbar in maart vorig jaar, na bezwaar, opnieuw afgewezen. Een rechter heeft de afwijzing vervolgens in januari dit jaar ongegrond verklaard. De IND gaat daar nu tegen in beroep – uitzetting naar Marokko is een mogelijke uitkomst. De vraag waar de rechter zich nu over zal moeten buigen: heeft de IND een adequate belangenafweging gemaakt?

De IND erkent dat de vrouwen een privéleven hebben in Nederland, maar stelt dat het belang van de Nederlandse overheid zwaarder weegt. Volgens de rechter is dat belang onvoldoende aangetoond. De rechter verwijst naar meerdere verklaringen van docenten, een rector en de schoolleiding van het Amsterdamse Comenius Lyceum die een beeld geven van ‘twee zeer betrokken, getalenteerde en gedreven leerlingen die worden bedolven onder loftuitingen’. Ze worden gezien als ‘twee hardwerkende, ambitieuze, volledig geïntegreerde ‘Nederlandse’ vrouwen, die een positieve bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving’. Volgens de rechtbank heeft de IND die bijdrage ‘gebagatelliseerd’.

De IND weegt ook zwaar mee of iemand een sociaal netwerk heeft in het land van herkomst. Dat kan familie zijn, maar ook familie of contacten die vanuit Nederland daarmee kunnen helpen. Ook een factor: spreekt iemand de taal en is hij sinds zijn vertrek nog teruggekeerd? In het geval van de zussen stelt de IND dat in Marokko enkele broers en zussen van hun moeder wonen, en ook hun moeder kan helpen bij het opbouwen van een netwerk. Ook zouden de zussen hun Nederlandse vriendschappen in Marokko kunnen onderhouden door korte bezoekjes en moderne communicatiemiddelen.

Hoogleraar De Hart: “Met dergelijke redenering worden banden in het andere land weggestreept tegen banden in Nederland. Je kunt hier een modelburger zijn, maar als dat in het andere land ook het geval is, zit je nog verkeerd. Uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens blijkt dat als je bijvoorbeeld ooit een keer hebt gebeld met een oom, kan worden gezegd: dan kun je bij die oom gaan wonen.” De Hart stelt dat eventuele contacten in het land van herkomst niet af zouden moeten doen aan het opgebouwde leven in Nederland. “Bovendien is het de vraag of je deze kinderen, nu jonge vrouwen, kunt aanrekenen dat hun moeder hun verblijfspositie nooit heeft geregeld. Zij waren toen minderjarig en hadden daar geen invloed op.”

Sofia en Najoua Sabbar stellen dat ze geen enkel contact hebben met de familie van hun moeder, alleen al vanwege hun gebrekkige Arabisch, en ook is er nog maar beperkt (telefonisch) contact met hun moeder.

Bij de IND ligt een grote verantwoordelijkheid om het bestaan van dergelijk sociaal netwerk in het herkomstland te onderbouwen. Zeker als iemand op jonge leeftijd naar Nederland is gekomen en geen contact heeft met familieleden. De IND moet dan volgens de eigen richtlijn met zorgvuldig onderzoek, waaronder een hoorzitting, en een uitgebreid motivatie komen. Precies dat is volgens de rechter onvoldoende gebeurd.

Tot slot vreest de IND dat de moeder voor zichzelf een verblijfsvergunning in Nederland zal proberen te krijgen als dat recht aan haar dochters is toegewezen. Dat acht de rechter niet waarschijnlijk, omdat de dochters volwassen zijn en niet meer in gezinsverband leven met hun moeder.

“Kern van de zaak,” zegt advocaat van de zussen Simon van der Woude, “is dat Sofia en Najoua op eigen kracht bovengemiddeld goed zijn geïntegreerd in Nederland en dat Nederland dus ook een positief belang heeft bij hun verblijf hier. Terwijl zij het in Marokko als jonge, verwesterde en alleenstaande vrouwen buitengewoon moeilijk zullen gaan krijgen.” Wanneer het hoger beroep dient is nog onbekend.

De IND wil geen uitspraken doen over individuele gevallen. De dienst kan niet aangeven hoe vaak een dergelijke zaak, waarbij iemand op jonge leeftijd in Nederland terechtkomt en als volwassene een verblijfsvergunning aanvraagt, zich voordoet. In de recente geschiedenis heeft de zaak van Amsterdammer Daniël Buter enige gelijkenis. Toen hij in 2019 als negentienjarige een paspoort aanvroeg om zich te kunnen inschrijven voor een studie, belandde hij in de cel voor mogelijke uitzetting. Buter was op 3-jarige leeftijd achtergelaten door zijn ouders, allebei van Dominicaanse komaf. Ze gingen ‘op vakantie’, maar kwamen nooit meer terug. Buter kreeg toen hij werd geboren wel een burgerservicenummer en stond bijgeschreven in het Nederlandse paspoort van zijn ouders, maar toen die afstand deden van dat paspoort, had hij niet langer Nederlandse documenten. Hij heeft momenteel een verblijfsvergunning van vijf jaar.

‘Van beide dames zou ik er als docent nog wel 30 in de klas kunnen hebben. Twee zonnetjes die je dag als docent oplichten’

Gerda Veerman, docent geschiedenis Comenius Lyceum

Een fragment uit een van de tien referenties die werden toegevoegd ter ondersteuning van de aanvraag voor een verblijfsvergunning door Sofia en Najoua Sabbar. De referenties kwamen van docenten, mentoren, ouders van hun oppaskinderen, en namens het schoolbestuur van het Comenius Lyceum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden