Plus

Uitvalsbasis van slechtvalken: rond het Rijks is geen vogel meer veilig

Een paartje slechtvalken heeft een wel heel bijzondere plek uitgekozen om te nestelen: de klokkentoren van het Rijksmuseum.

Met een topsnelheid van 360 kilometer per uur is de slechtvalk een geduchte rover in het Amsterdamse luchtruim.Beeld Theo van Lent

Van onbekenden die met een verrekijker de gevel aan het bestuderen zijn, worden de beveiligers van het Rijksmuseum ambtshalve enigszins onrustig. Kunstroof in voorbereiding? Nee, in dit geval bleken vogelspotters vanaf de Stadhouderskade te kijken naar een paartje slechtvalken dat af en aan vloog naar de zogeheten klokkentoren aan de voorzijde van het gebouw.

Een museum is geen volière, maar in het Rijks was iedereen meteen enthousiast, vertelt Igor Santhagens. “We hebben ons snel verdiept in de slechtvalk en de voors en tegens op een rijtje gezet. Ze vangen veel duiven en dat kan hier geen kwaad. Een nadeel is dat ze hun prooi op het dak uit elkaar scheuren en het afval naar beneden gooien. Er zal dus wat vaker moeten worden schoongemaakt.”

Een week na de melding is het gebouw uitgerust met twee nestkasten, zodat de vogels kunnen kiezen. “De deskundigen verschilden van mening over de beste plek,” vertelt Santhagens. “Wij dachten: dan doen we er gewoon twee.” De kasten meten negentig bij tachtig bij zeventig centimeter, voorzien van een landingsplek in de vorm van een rooster. Het uitzicht over de stad is spectaculair.

In de klokkentoren staat de nestkast pal onder een klok. Een nepperd, legt Santhagens uit. Het carillon zit een stuk hoger in de toren, en kan dus geen overlast veroorzaken voor het nest. “De vogels broeden op een laag kiezel,” vertelt de facilitair manager, die in korte tijd is uitgegroeid tot de slechtvalkdeskundige in huis. “En wist je dat ze een snelheid kunnen halen van 360 kilometer per uur?”

Boeven

Dat laatste wordt bevestigd door Martin Melchers, voormalig stadsecoloog en een van de deskundigen die het museum van advies dient. “Het zijn boeven hoor,” zegt hij enthousiast over de valken. “We weten van de informatie op de ringen dat het mannetje uit Amsterdam komt en het vrouwtje uit Brussel. We vermoeden dat ze eerder in het Rembrandtpark hebben gezeten, maar daar is het niet gelukt.”

Is het museum midden in de drukke stad geen gekke plek voor een valkennest? Ja en nee, zegt Melchers. “We hebben tegenwoordig zes paar­tjes in Amsterdam. De randen van de stad zijn wel zo’n beetje bezet. Slechtvalken hanteren een territorium van 2 kilometer. Daar houden ze zich ook aan, want als ze elkaar tegenkomen, is de kans groot dat er een het loodje legt.”

Vrij zicht richting Spiegelgracht vanuit de nestkast op het museum.Beeld Jakob van Vliet

Het is een neutrale constatering, maar de slechtvalken in Amsterdam hebben een voorkeur voor bankgebouwen. Zowel op het kantoor van ABN Amro op de Zuidas als op de toren van ING in Zuidoost wordt met goed rendement ­gebroed. Een ander paartje nestelt in het havengebied, en weer een ander stel op het Steigereiland.

Aan voedsel geen gebrek in de stad. Dikke duiven voor het oprapen, maar ook spreeuwen, kauwtjes en halsbandparkieten staan op het menu van de slechtvalk. De vogel is een geweldige jager die zich op topsnelheid op zijn prooi stort. Melchers: “We kijken de andere nestkasten geregeld na, en daar komen we de gekste resten tegen. IJsvogels, visdiefjes, houtsnippen: het wordt allemaal met smaak verorberd.”

Max Verstappen

De hoop is dat de nestkasten in het Rijks nog net op tijd zijn voor het broedseizoen. Spotters op straat hebben de vogels al zien paren op grote hoogte. Het broedsel bestaat doorgaans uit drie of vier eieren die na een maand uitkomen. Daarna blijven de jongen nog een maand op het ­ouderlijk nest om zich voor te bereiden op een zelfstandig bestaan.

Vanwege de hoge snelheid die zij kunnen behalen is de eerste vlucht van de jonge slechtvalk vergelijkbaar met een ritje van een tiener zonder rijbewijs in de auto van Max Verstappen. “Het gaat nogal eens mis,” zegt Melchers. “De jonge vogels zijn sterk en hebben mooie vleugels, maar ze hebben geen idee wat ze er mee moeten doen. Een paar jaar terug heeft het vogelasiel in de Bijlmer vier jongen moeten oplappen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden