PlusAchtergrond

Uit de archieven van Artis: zo kwamen orang-oetan Sultan en olifant Murugan in Amsterdam terecht

Artisdirecteur Armand Sunier (links) en Inspecteur der Levende Have Frits Portielje met de eerste gorilla in Artis, Japie. Op de achtergrond het Apenhuis. Beeld Stadsarchief
Artisdirecteur Armand Sunier (links) en Inspecteur der Levende Have Frits Portielje met de eerste gorilla in Artis, Japie. Op de achtergrond het Apenhuis.Beeld Stadsarchief

Op zijn dagelijkse rondjes door Artis stuitte dierverzorger Job van Tol op herinneringen aan voorgangers als Portielje, Houtman en Bollee. Tussen het voeren van de pinguïns door dook hij de archieven in, op zoek naar hun verhalen.

‘Het ruime, zonnige leeuwenterras ligt voor ons, met daarnaast in een lange rij de overige buitenverblijven van de grote, katachtige roofdieren,’ schreef Frits Portielje trots in het Verkadealbum Dierenleven in Artis, waarvoor de koekjeseters in 1939 dierenplaatjes konden verzamelen. Portielje had als Artis­medewerker ook meegewerkt aan het ontwerp van het revolutionaire verblijf, waar de bezoekers voor het eerst zonder hinderlijke tralies wilde dieren konden aanschouwen. Afgelopen januari deelde de dierentuin mee dat de leeuwen uit Amsterdam zouden verdwijnen, bij gebrek aan financiële middelen voor vervanging van het inmiddels gedateerde en als dier­onvriendelijk beschouwde onderkomen.

Portielje, dat was zo’n illustere naam waar dierenverzorger Job van Tol over struikelde bij zijn rondes door Artis. Een naam waar vaste bezoekers naar verwezen als hij als nieuweling niet het laatste nieuws wilde prijsgeven, want interne informatie: “Hoe lang denk jij dat wij hier al komen? Wij liepen hier al toen jij nog niets eens bedacht was. Wij hebben Portielje nog gekend!”

Veranderende relaties

En die in het Apenhuis aan de muur vereeuwigde orang-oetan Sultan? Ook uit de tijd van Portielje, volgens een collega. En dus besloot Van Tol zich te gaan verdiepen in zijn voorgangers. Het resultaat is een boek met een reeks opmerkelijke levensverhalen, afgewisseld met zijn persoonlijke dagelijkse belevenissen en bespiegelingen over de veranderende relaties tussen mens en dier in de lange geschiedenis van Artis.

Boekhandelaar Gerardus Frederik Westerman, commissionair Johann Wilhelm Heinrich Werlemann en horlogemaker Jan Jacob Wijsmuller wilden met de oprichting van sociëteit Natura Artis Magistra in 1838 de opkomende Amsterdamse middenklasse laten kennis­maken met de natuur. Op het aangekochte buiten Middenhof konden de leden zich vergapen aan enkele opgezette dieren en een Surinaamse boskat. Het ledenbestand nam pas een vlucht na de overname, in 1839, van de menagerie van kermisexploitant Cornelis van Aken. Met de verworven leeuwen, ijsberen, zebra, gnoe en een vijf meter lange wurgslang werd Artis een heuse dierentuin.

Olifanten in Artis, circa 1900. Beeld Stadsarchief
Olifanten in Artis, circa 1900.Beeld Stadsarchief

Sultan, Murugan en Mafuka

Tot ver in de vorige eeuw kwamen dieren vaak als eenlingen in Amsterdam terecht, soms als geschenk van een gulle buitenlandse heerser. Zo stuurde de sultan van Serdang de beroemde orang-oetan Sultan naar Artis. Olifant Murugan arriveerde op eenjarige leeftijd moederziel ­alleen in Amsterdam. Hij was een geschenk van de Indiase premier Nehru aan de Amsterdamse kinderen, die hem per brief hadden gevraagd om een olifantenmannetje. Andere in de collectie ontbrekende, maar gewenste diersoorten werden door dierenhandelaren op bestelling geleverd, vaak direct uit het wild.

Zijn er tegenwoordig speciale opleidingen voor dierenverzorgers, dat was vroeger wel anders. Oppasser Wilhelmus Hendricus Houtman begon als 15-jarige in het voedselmagazijn. Vier jaar later stroomde hij door als verzorger in het Apenhuis. Als nieuwe, onervaren oppasser kon hij terugvallen op ‘bewoner’ Mafuka (zie kader), die hem hielp op zijn voederronde langs de ­andere apen. Zijn picknick met de jonge, nog ongevaarlijke apen buiten op het gras werd een heuse publiekstrekker.

Werden apen ooit door Houtman buiten aan tafel gezet om thee te drinken uit kopjes, tegenwoordig is het streven om de dieren meer hun natuurlijke gedrag te laten vertonen. Toch is de behoefte om contact te leggen en onszelf te herkennen in een dier nog steeds sterk aanwezig bij dierentuinbezoekers, signaleert Van Tol. Als dierenverzorger kent hij echter zijn plek, als zoogdier van 1,85 meter lengte met een bril. ‘Sommige dieren vinden dat leuk en stimulerend. Als ik langs de laaglandtapir loop, dan komt hij vanzelf een beetje aandacht vragen. Andere dieren zijn allerminst onder de indruk van mijn gestalte. Wanneer de jaguar mij vanuit haar hoge boom aanstaart, voel ik dat ze weet dat ze mij op elk moment zou kunnen overmeesteren en verscheuren.’

Grotere werken

Een andere illustere voorganger, Boudewijn Bollee, ontving als oppasser in het Reptielenhuis niet veel warmte van de bewoners. Hij zag echter wel dat de fysieke schoonheid van zijn hagedissen en krokodillen niet tot haar recht kwam in de kale hokken. Met zelf opgekweekte tropische planten transformeerde hij de verblijven tot levende diorama’s. Bollee had er oog voor, als vaardig amateurbeeldhouwer. Maakte hij eerst alleen kleine dierenbeeldjes voor jubilerende collega’s, in de jaren vijftig begon hij aan grotere werken. Zijn in beton uitgevoerde stegosaurus en allosaurus zijn nog steeds blikvangers achter het hek bij de Plantage Middenlaan – en onder kinderen geliefde klimobjecten. De twee dinosaurussen horen bij Artis. En dat geldt ook voor de leeuwen, die toch in Amsterdam kunnen blijven na een gift van twee filantropen voor de bouw van een nieuw verblijf.

Geen chimpansee, maar een bonobo

Ook de speelse en leergierige Mafuka vermaakte een eeuw geleden bij de populaire apenpicknick de bezoekers met zijn kunsten. Het was een unieke chimpansee, anders in gedrag en kleiner van stuk ook dan zijn soort­genoten. Dat was ook Frits Portielje opgevallen, de drukkerszoon uit de Spuistraat, die door Artisdirecteur Kerbert was aangenomen als biologisch assistent. ‘Deze mensch-aap, van het mannelijk geslacht, wijkt van den bekende Chimpansee in vorm enigermate af,’ noteerde Portielje, die na zijn gedragsstudie twijfelde of Mafuka wel een chimpansee was. Tien jaar later werd zijn vermoeden bevestigd, na ontdekking van een ondersoort in Belgisch Kongo. Mafuka bleek de eerste beschreven bonobo. Zijn zachtaardige karakter bleek geen individuele eigenschap, maar inherent aan de soort.

Job van Tol, De oppasser. Uitgeverij De Geus, 232 blz., € 21,50.

Mafuka op de arm van oppasser Houtman. Beeld Stadsarchief
Mafuka op de arm van oppasser Houtman.Beeld Stadsarchief
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden