Plus

Tweedehandskleding hoopt zich op: hier liggen de afdankertjes van de stad

Tweedehandskleding hoopt zich op in een havenpakhuis vanwege het coronavirus. Maar ook zonder pandemie levert de handel in afdankertjes amper nog wat op. De toekomst is aan meer hergebruik van katoen in nieuwe kleding.

Het pakhuis van stichting Sympany, aan de Kopraweg in de Amsterdamse haven.Beeld Nosh Neneh

Diep in de Amsterdamse haven ligt de oogst van de grote schoonmaak die door heel wat kledingkasten raasde toen iedereen dit voorjaar thuis moest blijven vanwege het coronavirus. De kledingbakken op straat puilden uit. Een half jaar later ligt in een pakhuis nog altijd ruim 1 miljoen kilo kleren opgeslagen. Wie binnenstapt, kan niet anders dan versteld staan over deze berg van afgedankte kleding. Joekels van zakken liggen op meer dan manshoge stapels en dat over een lengte van tientallen meters.

Voor stichting Sympany, die al sinds 1975 textiel inzamelt voor het goede doel, zat er niks anders op dan extra opslagruimte te huren. Normaal wordt de kleding verkocht in Zuid- en Oost-Europa of Afrika, maar daar gingen vanwege de pandemie de grenzen dicht. Overal in Europa sloten de tweedehandswinkels, waar ook een groot deel van onze afdankertjes terechtkomt.

De handel in tweedehandskleding is een lastige geworden, maar dat komt niet alleen door de pandemie. Een opengereten zak verraadt wat er zoal tussen de kledingberg zit: petjes en winterjassen, schoenen, broekriemen en dekens. En dan is het afval er al tussenuit gehaald. Sympany beklaagde zich vorig jaar al over het vuilnis dat in de verkeerde bak wordt gegooid. Hele partijen kleding gaan verloren doordat ze te vies zijn geworden, en dat drukt de opbrengst. In de kledingcontainers is zeker 10 tot 15 procent afval, zegt directeur Erica van Doorn.

In grotere steden komt daar nog bij dat door ruimtegebrek op straat de bakken plaatsmaken voor speciale ondergrondse textielcontainers. “Veel van die containers zijn zo lek als een mandje,” zegt Van Doorn. Het gevolg is niet anders dan wanneer huisvuil de kleding bezoedelt: het textiel gaat naar de afvalverbranding. “Natte kleding is afval, dat kun je meteen weggooien.”

Vintage

Maar het probleem is ook dat de kleding in de bakken steeds minder waardevol is. Kledingstukken die er nog goed uitzien worden vaker dan voorheen doorverkocht via Marktplaats of verkoopapps als Vinted. Dit verkoopplatform voor tweedehandskleding is in heel Europa actief en snel populair geworden. Inmiddels is het meer dan een miljard euro waard. Deze week nam Vinted zijn Nederlandse tegenhanger United Wardrobe over.

De ‘vintage’ die op dit soort verkoopplatforms wordt verkocht, belandt dus niet langer in de kledingbakken op straat. De kwaliteit van veel kleding is intussen juist minder geworden door de populariteit van goedkope fastfashionwinkelketens. Van Doorn: “Vroeger woog een T-shirt 160 gram en nu nog maar 70 gram. Dan zitten er dus sneller gaten in en lubbert het sneller uit.”

Daar komt bij dat de markt voor gedragen kleding slechter is geworden. Nederlandse kleding staat van oudsher goed bekend bij opkopers uit Afrika of Oost-Europa, vertelt Jan-Maarten Zeldenrust van Sympany in het pakhuis. Maar de laatste jaren hebben ze daar stukken minder voor over. “De prijs is in tien jaar gehalveerd.” En dan dreigt het aanbod ook nog eens overspoeld te raken nu Europese regelgeving langzaam maar zeker alle EU-lidstaten verplicht om hun kledingafval apart in te zamelen. “Over vijf jaar komt tot vier keer zoveel textiel op de markt.”

Het heeft er allemaal toe geleid dat de handel in tweedehandskleding nog maar weinig opbrengt. De organisaties die sinds de Zak van Max al zo’n veertig jaar zorgen voor recycling van textiel, houden aan het einde van de rit nog maar weinig over voor goede doelen. Er zijn simpelweg minder kwalitatieve tweedehands­jes waarvan Sympany de kosten voor het sorteren en het vervoer van ruim 20 miljoen kilo kleding per jaar betaalt. “Voorheen was 80 procent van wat we ophaalden mooi herdraagbaar textiel, nu geldt dat nog maar voor zo’n 60 procent.”

Voor Sympany reden het over een andere boeg te gaan gooien: investeren in nieuwe technieken die kleding verwerken tot nieuwe grondstoffen. Deze week beloofden jeansfabrikanten in een Denim Deal met de overheid 3 miljoen spijkerbroeken te maken uit ten minste 20 procent hergebruikt textiel (zie kader). Maar er is nog een lange weg te gaan. Nu wordt hooguit 1 procent van de kleding gemaakt uit hergebruikt textiel. En een groot deel van het textielafval haalt de kledingbak niet eens. Zo’n 145 miljoen kilo eindigt elk jaar tussen het restafval in de vuilnisbak en wordt verbrand.

Vilt, hoedenplanken

Sympany werkt met onder meer Hogeschool Saxion aan een methode om textiel chemisch te recyclen. Na oplossing in een vloeistof wordt het in een proeffabriek verwerkt tot nieuw, schoon garen dat zelfs van betere kwaliteit is dan katoengaren. Al langer worden lompen waar geen markt voor is uit elkaar getrokken en verwerkt tot geluidsisolerend vilt in apparaten en materiaal voor bijvoorbeeld hoedenplanken.

Technieken die van gebruikt textiel weer nieuwe grondstoffen maken hebben de toekomst, verwacht Sympany. Wat er overblijft uit de verkoop van gedragen kleding steekt de stichting daarom volledig in dit soort investeringen die de kledingbranche circulair moeten maken. Maar dat vergt een lange adem. Isolatiemateriaal uit oude spijkerbroeken is mede dankzij Sympany nu te koop in bouwmarkten. “Maar dat heeft wel tien jaar geduurd,” zegt Van Doorn.

Oud inzamelsysteem

Sympany is daarom benieuwd naar de resultaten van Reflow, een onderzoeksgroep die in Amsterdam op zoek gaat naar nieuwe methoden om zo veel mogelijk textiel te recyclen. Van Doorn kijkt intussen gespannen naar de afloop van een aanbesteding door de gemeente Amsterdam voor de kledinginzameling. Voorheen kregen gemeenten geld voor het recht om kledingbakken te plaatsen, maar dat zit er volgens Sympany echt niet meer in.

Van Doorn vreest dat het oude vertrouwde inzamelsysteem voor kleding onderuitgaat voordat de nieuwe technieken om op grote schaal textiel te recyclen zich uitbetalen. De gevolgen zullen ons bekend voorkomen. Ze verwijst naar het volle pakhuis in de Amsterdamse haven. “Als de markt stokt, dan ziet dat er zo uit.”

Duurzame jeans

In miljoenen spijkerbroeken wordt de komende jaren al wél hergebruikte kleding verwerkt. Dat hebben Amsterdamse jeansfabrikanten als Kuyichi, Scotch & Soda en Mud Jeans deze week afgesproken met staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Milieu).

De staatssecretaris wil dat kledingfabrikanten meer aan recycling gaan doen en wijst ze op hun ‘producentenverantwoordelijkheid’. Vooralsnog wordt nauwelijks gebruikt textiel verwerkt in nieuwe kleding, hooguit zo’n 1 procent. De spijkerbroekfabrikanten gaan 3 miljoen paar jeans maken die voor 20 procent bestaan uit gerecycled katoen.

De lompen worden versnipperd en teruggebracht tot katoenvezels. In Turkije maken wevers daar weer garens van die worden verwerkt in nieuwe jeans. Dat bespaart om te beginnen veel water. Elke nieuwe spijkerbroek vergt 8000 liter water. Het verduurzamen van de kledingbranche zou bovendien veel broeikasgassen uitsparen, want met kleding is wereldwijd minstens zoveel klimaatschade gemoeid als met de luchtvaart.

De afspraken met de jeansbranche worden mogelijk gemaakt door nieuwe technieken. De zogeheten Fibersort, een sorteermachine van kledingrecyclaar Wieland in Wormerveer, kan aan de afdankertjes aflezen van welk materiaal ze zijn gemaakt. “Ze krijgen het ook op kleur gesorteerd, als ze willen,” zegt directeur Hans Bon.

De jeansfabrikanten zijn er daarom zeker van dat ze honderd procent katoen krijgen. Dat is nog geen sinecure gezien de vele kunststoffen zoals elastaan, acryl en polyester die zijn verwerkt in de kleding van goedkope fastfashionwinkelketens. “Sorteren op de hand is absoluut geen garantie. En labels liegen, blijkt uit onderzoek,” zegt Bon. Uit onderzoek in opdracht van Van Veldhoven bleek 59 procent van de kleding­labels nauwkeurig. In 20 procent van de steekproef was de samenstelling net anders dan mocht worden verwacht, in nog eens 20 procent zelfs heel anders.

Wieland sorteert onder meer textiel uit de kledingbakken van Leger des Heils Reshare, wat naast Sympany de tweede grote kledinginzamelaar van het land is. Als het aan Bon ligt, worden veel meer kledingfabrikanten aangespoord om afgedankt textiel te verwerken in nieuwe kleren. “Als de industrie wil, kan alle kleding worden gemaakt van dit soort materialen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden