Plus

Twee clubs dicht in een maand: wat gaat er mis?

Het nachtleven verloor twee clubs in één maand: Sugar Factory en Noorderling. Een te groot aanbod, concurrentie van festivals, een verwend publiek? Wat speelt er in de clubscene?

Beeld Eline van Strien

Waar gaan we dit weekend dansen? Met je vrienden scrol je op Facebook door de programma's van de Amsterdamse nachtclubs. Wordt het De Marktkantine? Radion of De School misschien? En dan heb je ook nog Claire, Jack, ­Garage Noord, noem maar op.

De keuze aan plekken om te feesten in de stad is enorm. Tegelijkertijd lijkt het voor clubs steeds moeilijker het hoofd boven water te houden.

Sugar Factory kondigde vorige maand haar faillissement aan en vorige week werd duidelijk dat ook club en restaurant Noorderling, gevestigd op het historische Veronicaschip, haar deuren, al dan niet tijdelijk, heeft gesloten. Voor het Amsterdamse nachtleven in korte tijd tweemaal een flinke dreun. Wat is er aan de hand in het clublandschap?

"Amsterdam is een relatief kleine stad, met een groot aanbod aan nachtclubs op wereldniveau," zegt Ramon de Lima van Stichting Nachtburgemeester Amsterdam (N8BM). Harde cijfers ontbreken, maar volgens De Lima zijn er 'zeker in vergelijking met pak 'm beet tien jaar geleden' de laatste jaren veel clubs bijgekomen en 'is het aanbod versplinterd'.

Het rijtje clubs aan het begin van dit verhaal? Geen daarvan bestaat langer dan vijf jaar. Sommige volgden een voorganger in hetzelfde pand op, andere openden hun deuren op totaal nieuwe plekken. Alleen het afgelopen jaar al voegden Jack in de Bijlmer, Temp in Zuid en Noorderling - inmiddels dus alweer dicht - zich bij dat rijtje.

De concurrentie is dus groot, met de recente sluitingen misschien wel moordend te noemen. En dan wedijveren de clubs niet alleen met elkaar. Ook festivals zijn een ­geduchte concurrent geworden. In en om ­Amsterdam ­alleen al worden rond de 130 festivals per jaar gehouden, blijkt uit de jaarlijkse Festival Monitor van onderzoeks­bureau Respons.

Zomermaanden
"Je hoeft niet meer per se de nacht in om je favoriete dj te zien," zegt Frits Zanen, samen met zijn broer Cees eigenaar van Radion in Nieuw-West. De generatie van nu, de jonge twintigers, is volgens hem niet opgegroeid in clubs en gaat vooral naar festivals. "Daar gaan ze heen voor de ervaring: het dagje uit, met vrienden, in de buitenlucht, en dan draaien er ook nog tien dj's die je tof vindt. Dan hoef je daarna, of een week later, niet ook nog naar een club."

Daarbij duurt het festivalseizoen steeds langer, met DGTL dat al in april de aftrap verzorgt. Zanen: "Dat loopt bijna door tot Amsterdam Dance Event in oktober. Voor clubs blijven dan weinig maanden over."

Ook Nick 't Riet van De Marktkantine merkt dat het in de zomermaanden lastiger is om de club vol te krijgen. Daarbij, zeggen 't Riet en Zanen beiden, bemoeilijken festivals het boeken van bepaalde dj's. 't Riet: "Artiesten willen in het kader van exclusiviteit niet vaker dan vier keer per jaar in Amsterdam draaien. Drie daarvan zijn festivals, omdat die meer geld opleveren, waardoor er slechts één overblijft voor clubs. Daar moet je dan met zijn allen om vechten, wat de prijzen nog meer opdrijft."

Die prijzen liggen in Amsterdam sowieso al hoog, ­volgens Zanen hoger dan in andere Europese steden. "Het is en blijft een industrie," benadrukt de eigenaar van ­Radion, "en Nederland wordt gezien als een cash cow. ­Alsof de boekers van dj's er al handenwrijvend een ander mapje bij pakken als het om Amsterdam gaat." Oftewel: als hij de prijs niet betaalt, doet de buurman het wel.

Het grote aanbod zorgt er volgens Kolja Verhage van club Shelter in de A'DAM Toren voor dat het Amsterdamse ­publiek 'kritisch' en 'ook een beetje verwend' is. "Amsterdammers kiezen hun aanbod echt uit." Precies wat hij met Shelter wil, zegt Verhage. Hij vindt het fijn als zijn bezoekers een beetje vooronderzoek doen, zodat ze weten waarvoor ze komen. "Niet dat ze zomaar binnenwandelen met het idee: we gaan wel zien hoe deze avond wordt."

Daarmee druist Shelter gedeeltelijk in tegen wat clubs als De School, Radion en De Marktkantine proberen te creëren: het traditionele 'thuishonkgevoel'. Ervoor zorgen dat mensen naar je club komen voor de club, voor de sfeer die er hangt.

De tijd dat mensen drie, vier keer per maand naar dezelfde tent gingen, is voorbij, merken de clubeigenaren op. Dat maakt het lastig om een community uit de grond te stampen, beaamt 't Riet - "Je wordt niet zomaar een plek waar mensen blind naartoe gaan, ongeacht de programmering" - maar het lukt De Marktkantine 'aardig'. Ook Claire en met name De School weten volgens hem een vaste groep jonge clubbers aan zich te binden.

"Ons lukt dat ook wel," zegt Verhage, "maar wij zien onze club meer als een kameleon." Daarmee bedoelt hij dat Shelter zich met de programmering per avond richt op verschillende soorten publiek. Daarvoor wordt de club omgetoverd naar de gewilde sfeer, bijvoorbeeld door palmbomen neer te zetten of het lichtplan te wijzigen. "We bouwen dus ook meerdere communities."

Subculturen
De clubeigenaren zijn optimistisch over een deel van de huidige ontwikkelingen. 't Riet heeft zelfs het idee dat ­iedereen, buiten de clubs die nu sluiten, 'juist wel lekker gaat'. De Amsterdamse clubs varen hun eigen koers, en doen dat volgens hem vrij verdienstelijk.

Ook Zanen van Radion, dat na een moeilijke tijd sinds ­afgelopen zomer minder aan eigen programmering doet ten gunste van externe organisaties, ziet een omslag. "De echte subculturen beginnen hun weg naar de club terug te vinden."

"Wij hebben in Radion sinds een jaar het Berlijn-achtige Spielraum, een openminded rave- en techno­concept. Dat begon met tweehonderd man, ging naar zes- en vervolgens achthonderd bezoekers, de vierde editie verkochten ze uit. We zaten allemaal: what the fuck, we kunnen ze niet kwijt."

't Riet van De Marktkantine vindt het verdwijnen van clubs als Sugar Factory en Noorderling wel jammer voor het totale aanbod. "Alle clubs bedienen namelijk hun ­eigen niche. In Berlijn heeft elke substroming een eigen plek, zelfs als er elke avond maar tachtig man komt. We moeten ervoor waken dat Amsterdam te veel van dit soort plekken verliest."

Maken de heren uit het nachtleven zich zorgen om de ­komende jaren? Niet echt, zeggen ze, al voorziet Shelter-eigenaar Verhage wel een omslag: "In mijn jeugd luisterde ik naar TMF en MTV. Die zaten vol met dance, house en techno, dus daar ging je naartoe in de club toen je twintig was. De jonge massa gaat nu met bijvoorbeeld Boef de andere kant op: naar urban en hiphop. De functie van clubs zal hetzelfde blijven, maar qua sound gaat er de ­komende jaren, denk ik, veel veranderen."

Tekort aan ruimte

Nachtclubs als Garage Noord, De Marktkantine, De School en Temp zitten op een tijdelijke locatie en moeten binnen een paar jaar ruimte maken voor woningbouw. De vraag is of er clubs voor in de plaats komen, en vooral: waar? "Amsterdam groeit en de ruimte raakt op," zegt Ramon de Lima (N8BM).

"We maken ons vooral zorgen over het gebrek aan ruimte voor nieuwe initiatieven. Door de hoge huren worden experimentele programma's de stad uitgedrukt, ­terwijl die juist zo belangrijk zijn voor talentontwikkeling in de creatieve sector."

Rotterdam

Amsterdam is niet de enige stad waar het nachtleven onder druk staat. Honderden Rotterdammers verzamelden zich vorige week op het Stadhuisplein om met een openluchtfeest te demonstreren voor een beter uitgaansleven.

De gemeente Rotterdam maakte onlangs bekend de stekker uit een project in Delfshaven te trekken, waardoor de komst van de club Maatschappij voor Volksgeluk - 'opvolger' van het succesvolle BAR - niet meer doorgaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden