Ten slotte

Turnkampioen Joost Blits (1931-2019)

Zijn gymleraar van het Barlaeus Gymnasium spotte zijn talent in turnen en stuurde de destijds 17-jarige Joost Blits richting de turnwereld. Binnen twee jaar zat Blits in het keurkorps van de beste turners van Nederland. Zelf zei hij erover: “Ach, in het land der blinden is éénoog koning.” Vannacht overleed de 87-jarige achtvoudig Amsterdams turnkampioen.

Joost Blits in 2012 met het dikke plakboek dat hij van zijn moeder kreeg en zijn rozet van de Joodse Maccabia Games. Beeld Marcel Israel

Blits, opgegroeid in de Amsterdamse Rivierenbuurt, stapte na het advies van zijn gymleraar de turnhal aan de Nieuwe Passeerdersstraat, thans theater de Krakeling, binnen en werd lid van turnvereniging Olympia. André Verhoeven, een van zijn turnmaatjes, zag hem binnenkomen. “Als een raket schoot hij mij in alle vaardigheden voorbij. Zelf turnde ik al enkele jaren maar de moeilijkste dingen lukte Joost binnen de kortste keren. Hij zag een handstand in de ringen en zei: ‘Dat wil ik ook leren.’ En al snel kon hij het.” Vooral rek en ringen lagen hem. “Daar was hij goed in, want hij had er ook de bouw voor: hij was betrekkelijk klein en sterk. Net als Epke Zonderland.”

In kranten van de jaren vijftig en zestig komt zijn naam geregeld voorbij tijdens verslagen van turnwedstrijden. Blits deed vele malen mee aan de ‘Steenwedstrijden’ van de toenmalige Amsterdamse Turnbond. Acht keer is zijn naam in de marmeren steen van de gedenkplaats aan de wand gegraveerd.

Hij was lid van het Nederlands turnteam en stond op foto’s afgebeeld in de ringen en tijdens een paardsprong. Ook is er een foto van een handstand op één hand. In 1957 wilde hij graag deelnemen aan de Joodse Maccabia Games. Voor de organisatie was dat een probleem. Blits was half-Joods. ‘Maar op welk niveau turnt u?’ vroegen ze me. ‘U bent vierde van Nederland? O, maar dan wordt het een ander verhaal,’” vertelde Blits in 2012 in een interview aan Het Parool.

Dikwijls deed Blits mee aan turndemonstraties voor jubilerende turnverenigingen. “Dat vond hij leuk om te doen, maar het bijbehorende feest had ook zijn warme belangstelling. Turnsters zijn mooie vrouwen. Daar had hij ook oog voor,” zegt Verhoeven, zelf 86.

In de Soos in het souterrain van de voormalige Amsterdamse turnhal was Blits elke vrijdagavond te vinden voor het spelen van een potje tafeltennis, biljart of miezemauzen. Verhoeven: “Hij vond het pas mooi als hij kon winnen. Hij was heel fanatiek.”

Tijdens het Parool-interview in 2012 toonde Blits het dikke plakdoek dat zijn trotse moeder van alle prestaties van haar zoon had gemaakt. Uit een oude Yahtzeedoos haalde hij zijn medailles. Zelfs zijn witte turnbroek, inmiddels een maatje te klein, lag nog in de kast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden