Reportage

Tuinvlinders tellen om de natuur te redden: ‘zonder vlinders geen bestuiving’

Voor het tiende jaar organiseert de Vlinderstichting de tuinvlindertelling, ook in Amsterdam. Een kwartiertje tellen en we weten weer hoe het er voor staat met de natuur. ‘De mensen maken van hun tuin een landingsplaats voor helikopters’.

Vlindertelling in sportpark Voorland Middenmeer. Beeld Jean-Pierre Jans

Natuurlijk, zegt Els de Vos, vlinderteller en natuurhobbyist. “Je kunt de mensen ook vragen om pissenbedden te tellen. Zie je het voor je?”

Nee, dan vlinders. Vlinders zijn leuk. Van vlinders word je vrolijk. Vlinders fladderen lekker rond. De distelvlinder? Het lijkt een topjaar te worden voor het beestje dat zijn leven begint in Noord-Afrika. Ze zien er wat vaal en gerafeld uit na de lange reis. “Wacht maar,” zegt De Vos lachend. “Er groeit nu een hele nieuwe generatie op. Die is hier geboren en ziet er al een stuk beter uit.”

Mooi hoor: de gehakkelde aurelia. Op de eerste dag van de jaarlijkse tuinvlindertelling zijn er al zestig van geteld. Het zwartsprietdikkopje (zeven keer), het koevinkje (28 keer) of het bont zandoogje (72 keer), er is meer te zien tussen de bloemen en planten dan het klein koolwitje (357) en het groot koolwitje (229). Ook in Amsterdam.

Lavendel

Wat is er mis met de vlinders? De Vos: “Niets. Er is wat mis met de mensen. Die maken van hun tuinen landingsplaatsen voor helikopters. Alleen maar tegels. Een potje met lavendel zou al schelen. Of doe zoals ik: neem een wilde tuin. Ziet er prachtig uit en je hoeft er bijna niets aan te doen.”

Je moet, zegt ze, onder een steen hebben gelegen als je nu nog niet weet hoe slecht het er voor staat met de insecten. En met de vlinders. Alleen de motten en de eikenprocessierups weten het hoofd nog boven water te houden.

Het is eigenlijk vrij simpel, legt ze uit: als het goed gaat met de vlinders, gaat het goed met de insecten en als het goed gaat met de insecten gaat het beter met de wereld.

En dus wil de Vlinderstichting weten hoe het er voor staat. Dit jaar niet door één weekend te tellen, maar drie weken achter elkaar, om te voorkomen dat de vlinders zich door regen of kou net niet laten zien. Vlinders komen vooral tevoorschijn bij een lekker zonnetje, tussen elf uur ‘s ochtends en drie uur in de middag. Hoe werkt het? De Vlinderstichting: ‘Loop een rondje door de tuin en noteer gedurende vijftien minuten alle vlinders die je ziet.’

“Makkelijk toch,” zegt De Vos. “Met die tuinen in Amsterdam hoef je alleen maar een stoel te pakken en een kwartiertje om je heen te kijken.”

Bestuiving

Ze is zelf lid van de ‘informele werkgroep Natuur is je beste buur’, regelmatig te vinden aan de randen van de velden in sportparken Middenmeer en Voorland. Vrijwilligers, gewapend met tuingereedschap en rubber laarzen, planten er bloemen en hangen kastjes op voor vogels en vleermuizen. Ze plaatsen insectenhotels en graven ijsvogelwanden. En ze tellen. Vlinders hommels, bijen en libellen.

De Vos beheert daarvoor met haar werkgroep langs de rand van voetbalclub TOG voor de Vlinderstichting een tweehonderd meter lange ‘idylle’, de enige in Noord-Holland: een bloemrijke plek, speciaal aangelegd voor vlinders en bijen. Een poging om van Nederland ‘een kleurrijker land te maken’.

Wat staat ons te wachten als we niets doen? De Vos: “Dat we straks 25 euro betalen voor een appeltje, omdat zonder insecten de bomen met de hand bestoven moeten worden. In China worden daar al kinderen voor ingezet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden