AMSTERDAM - Het moet één van de kleinste musea van Amsterdam zijn: de woning aan de Meteorenweg 174 in Noord. Het huis is door een paar enthousiaste Noorderlingen ingericht in de stijl van de jaren twintig en dertig. Terug naar de tijd dat Tuindorp Oostzaan werd gebouwd (1921-1924), terug naar de tijd dat de was nog in de tobbe werd gedaan. Terug naar de tijd dat de mannen nog in lange onderbroeken naar bed gingen en vrouwen nog achter kamerschermen in hun nachtjapon stapten.

Corry Fellinga (71) en Marten Wijbenga (67) zijn vandaag gastheer en gastvrouw. Elke tweede zondag van de maand, wanneer het museum geopend is, worden ze bijgestaan door andere vrijwilligers van de stichting Historisch Archief Tuindorp Oostzaan. Allemaal liefdewerk oud papier. De stichting, die de cultuur en geschiedenis van Tuindorp Oostzaan wil behoeden voor de vergetelheid, bestaat nu een kwart eeuw en het museum vijf jaar - een jubileum dus.

Het huis staat aan het gouden randje van de Meteorenweg. ''Hier woonden de dokter, de dominee, de leraar en de vroedvrouw.'' Op nummer 174 woonde een chef van de Shell, weet Corry. ''Hij kreeg één dochter, die nooit is getrouwd. Zij heeft haar hele leven hier gewoond.'' Deze mevrouw moet dus ook de watersnood in 1960 hebben meegemaakt, toen het water vanwege de verzakking van een dijk tot aan de vensters van de slaapkamerramen stond. Ook overleefde het huisje diverse sloopplannen.

Toen woningcorporatie Ymere begin deze eeuw de huizen ging renoveren, kwam nummer 174 vrij. ''Alles was nog hetzelfde als 85 jaar geleden,'' zegt Marten. ''Er zat geen badkamer in, maar een wasbak. Geen verwarming, maar een kolenkachel.'' Corry kreeg het na twee jaar lobbyen voor elkaar: het werd een museum. Ymere vraagt geen huur, en stadsdeel Noord betaalt gas, water en licht.

Bijna alles wat er te zien is, is geschonken. Een vitrinekast van de familie Rietveld uit de Asterstraat - ''Familie van? Dat moet toch haast wel'' -, een vergeelde bijbel waar kinderen in hebben zitten tekenen, een water- en lichtrekening uit 1926 (juli en augustus 8,96 gulden) en een oude grammofoon. Ook veel vergeten attributen. Een stoflat bijvoorbeeld - een plint die het stof moet opvangen. En draadomroep, voor radio-ontvangst zonder een eigen toestel. In de keuken overheerst de kleur blauw. Corry: ''Heel praktisch. Vliegen houden niet van blauw.'' Curieus zijn de weckflessen met sperziebonen uit 1968 (!). Wie wat bewaart, heeft wat. Corry garandeert dat de inhoud nog goed is. (MALIKA SEVIL)

Elke tweede zondag van de maand, dus ook aanstaande zondag, is het museum van 11-17 uur open voor publiek. Entree 2 euro. Kinderen onder de 12 jaar onder begeleiding gratis.