PlusReportage

Trambestuurder: ‘Ik ben opgelucht als mensen bij halte al mondkapjes op hebben’

Bestuurder Narcis Skeliç op tramlijn 19, het langste tracé van Amsterdam.Beeld Nosh Neneh

Wangedrag en gedoe rond de verplichte mondkapjes in het openbaar vervoer maken het werk van buschauffeurs en trambestuurders niet makkelijker. Op lijn 19 vraagt Narcis Skeliç een paar keer per week om assistentie.

Als je aardig bent, krijg je aardig terug, zegt hij. Maar soms is aardig zijn niet genoeg bij zoiets eenvoudigs als mondkapjes, heeft trambestuurder Narcis Skeliç (43) de afgelopen maanden regelmatig ondervonden. “Dan krijg je, terwijl je het nog zo vriendelijk hebt gevraagd, een grote bek, krijg je allerlei ziektes naar je hoofd.”

Zo was er die keer dat net zijn moeder een stukje meereed in de tram: ze had een lunch afgegeven voor haar zoon en zijn collega’s en zat nog even achter hem terwijl hij lijn 19 over de Middenweg richting binnenstad stuurde. “Er stapte een man in die geen mondkapje droeg. Toen ik vroeg of hij dat wel wilde doen, werd hij heel agressief. ‘Dus ík ben hier vervelend?’ schreeuwde hij. Terwijl mijn moeder er pal achter zat dus.”

Skelice nam contact met de verkeersleiding. “Terwijl ik op een halte om assistentie verzocht zette ik de omroepinstallatie aan zodat iedereen kon horen dat ik om hulp vroeg. De man stapte gelijk uit. Terwijl hij langs de voorkant van de tram liep, stak hij zijn middelvinger op. Tja, dat is een snoepje dat ik regelmatig krijg. Mijn moeder was enorm geschrokken. Ik moet twee tot drie keer per week de verkeersleiding om assistentie verzoeken.”

Boksbal

Deze ochtend is het rustig op lijn 19. Wel moet Skeliç enkele malen omroepen als hij via de vier camera’s aan boord ziet dat mensen tijdens de rit hun mondkapje afdoen. Vaak hebben ze het alweer op voordat Skeliç zijn hele verzoek heeft uitgesproken. “Soms lijkt het wel een ­crèche: ik moet continu vragen of ze zich aan de regels willen houden.”

Toch, de meeste mensen zijn niet van kwade wil, zegt Skeliç. “Een enkeling verpest het.” Ook hij zag afgelopen week met afgrijzen de beelden van een collega die in bus 21 werd mishandeld door een reiziger die was verzocht een mondkapje te dragen. “Echt heel erg. Wij zijn allemaal deze collega. Tegen die agressieve types zeg ik: koop een boksbal.”

Wacht even, zegt hij, en hij zet de omroep­installatie aan. “Jonge meid daar achterin, wil je misschien je mondkapje opzetten? Dank je wel!”

Het meeste raak is het op de drukkere ritten op vrijdag- en zaterdagavond, zegt Skeliç. “Dan moet je iedere halte vragen of ze hun maskertje op doen. Dat jonge mensen het meest besmet zijn, kan ik in de tram wel zien: die interesseert het niet zo. Ik vind het prima als je geen mondkapje wil, maar pak dan de fiets.”

Makkelijker is zijn werk er niet op geworden. Skeliç, die 21 jaar op de tram zit, is doodvermoeid ’s avonds. Terwijl hij verknocht is aan het ov en de stad. “Ik ben iedere halte weer opgelucht als ik zie dat mensen hun mondkapjes al op hebben. Bang ben ik niet, wel gespannen.”

Geen handhaver

Plus: op tram 19 zit geen conducteur. “Ik zit in mijn uppie. Als er iets gebeurt, kijkt iedereen mij aan, wordt van mij verwacht dat ik het oplos. Terwijl ik maar beperkte middelen heb. Ik ben geen handhaver. Ik kan vriendelijk vragen of hulp inroepen. Terwijl assistentie een laatste redmiddel is, dat doe ik liever niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden