PlusExclusief

Topambtenaar Gerrit Hoekstra (1948-2023) kon het stadhuis niet loslaten

Van topambtenaar Gerrit Hoekstra wist je: als die zich liet zien bij een gemeenteraadsvergadering, was er serieuze stront aan de knikker. Het stadhuis heeft hij nooit los kunnen laten.

Marcel Wiegman
null Beeld Privebeeld
Beeld Privebeeld

Bouwwethouder Duco Stadig en zijn beleidsadviseur Gerrit Hoekstra: ze waren, aldus Stadig, een soort Waldorf en Statler, de mopperende oude mannen uit de Muppet Show. Beide met pensioen zaten ze aan hun tafeltje bij café Heuvel of café Wildschut de laatste roddels van het stadhuis door te nemen. Loslaten konden ze niet. “Gelukkig maar dat niemand ons hoorde,” zegt Stadig.

Hoekstra overleed op 10 januari aan een slopende ziekte. Hij begon in de jaren tachtig als wethouder-assistent bij Piet Jonker, ontwikkelde zich tot beleidsambtenaar en eindigde bij Stadig en wethouder Carolien Gehrels, die hij even makkelijk voorzag van advies over het beleid als over de keuze van een galajurk.

Hij was zo’n topambtenaar van wie je wist: als die zich vertoont bij een vergadering van de gemeenteraad, is er serieuze stront aan de knikker. Maar voor de buitenwacht, journalisten voorop, kwam er meestal niet veel meer uit dan een langgerekte bromtoon: mmmm. Was dat nou een ontkenning? Of juist een bevestiging?

Uit de hand gelopen nieuwsgierigheid

Woensdag werd hij herdacht op een bijeenkomst in Huize Frankendael. Stadig, die hij hielp bij de ontwikkeling van de Zuidas en de sanering van de Diemerzeedijk, roemde hem om zijn zorgvuldigheid, discretie, oplettendheid en scherpte. Na Hoekstra’s vertrek in 2012 uit het stadhuis werden ze vrienden.

Stadig, in zijn afscheidsspeech: “Twee ouder wordende heren die hun beste krachten aan de stad hadden gegeven en die zeer betrokken bleven – ook toen jou wegens uit de hand gelopen nieuwsgierigheid de toegang tot het stadhuis was ontzegd.”

Hoekstra was op zijn manier een kleurrijk man, niet in de laatste plaats dankzij een bizarre vorm van verzamelwoede: in zijn huis op het Singel bevonden zich duizenden suikerzakjes, keurig gesorteerd op kleur. In cafés wilden nog weleens potloden, pennen, telefoonkaarten en asbakken van de tafel verdwijnen.

Gerrit Pinda

In café De Zwart noemden ze hem Gerrit Pinda, aldus zijn kroegmaat Eric Slot. “Met de regelmaat van Chinese watertortuur ging zijn linkerhand naar de rechterbinnenzak van zijn colbert, waarin een zakje met pinda’s zat. En diepte hij er één uit op. Altijd één tegelijk, het liefst een halve. Maar wel de ganse avond door.”

Volgens zijn ex-vrouw Sacha Happée, moeder van zijn kinderen, had Hoekstra vele talenten. Hij zeilde en schaakte op topniveau, en was slim, leuk, gek, scherpzinnig en creatief. “Maar een talent voor het leven had hij niet,” zei ze. “Altijd was er onrust, twijfel en onzekerheid.” Hij was, zei zijn zoon Diederik, ‘een rommelaar in elke betekenis van het woord’. “Hij was een stadsnomade die zijn kamp opsloeg waar wat te beleven was.”

Zijn kleindochter over haar opa: “Zijn collectie foto’s van bierdopjes in plakjes rozijnenbrood is ongeëvenaard.”

Hoekstra ligt begraven op de Nieuwe Ooster, om de hoek bij oud-burgemeester Eberhard van der Laan. Dat vond hij wel een mooi idee. Toch nog een beetje stadhuisgevoel.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden