Wachtrij voor The Amsterdam Dungeon op het Rokin.

PlusAchtergrond

Toeristen spreiden? Het kan wél, blijkt uit een nieuwe proef

Wachtrij voor The Amsterdam Dungeon op het Rokin.Beeld Desiré van den Berg

De drukte is terug in Amsterdam. Maatregelen om de bezoekersstroom in te dammen lijken zinloos. Toch is er hoop, blijkt uit een proef in Overijssel. Bezoekers laten zich best verleiden om naar andere plekken te gaan, maar dan moeten ze wel op de juiste manier worden aangesproken.

Herman Stil

Als in de bossen van Nijverdal eind februari op de traditionele Lammetjesdag de schapen over de velden huppelen, staan de parkeerplaatsen langs de weg tussen Nijverdal en Holten bomvol, tot onveilig verkeersgekrioel aan toe.

Waar dat toe kan leiden was vorig weekend te zien, toen op de Sallandse Heuvelrug een bosbrand uitbrak en brandweerwagens zich maar met moeite langs bermparkeerders manoeuvreerden. “Terwijl een kilometer verderop geen kip te bekennen is,” zegt Wendy Weijdema van Marketing Oost, de toerismeorganisatie van Overijssel. “Wij zoeken al jaren naar een methode om die mensen beter te spreiden.”

Natuurlijk, Zwolle is Amsterdam niet en Giethoorn niet de Wallen. Maar zowel problemen als voordelen van de bezoekersstroom zijn in Overijssel niet anders dan in de hoofdstad. “In Giethoorn kan het ook te druk worden, met bewoners die het te veel en ondernemers die het nog niet genoeg vinden.”

Overijssel is een proeftuin. Een jaar lang zijn bezoekers en toeristen gevolgd bij het vakantievieren. Sommigen gingen, op de voet gevolgd via GPS, zelf op pad. Anderen deden dat aan de hand van traditionele toeristenfolders met daarin highlights, fietstochten en stadswandelingen.

Maar ook werd een groep bezoekers virtueel aan de hand genomen door ‘Nienke’, een app die niet alleen rekening houdt met de belangstelling van de bezoeker maar ook met plekken waar het te druk wordt. In interactieve appgesprekken wijst Nienke toeristen op alternatief vakantieplezier. Eind maart werden de resultaten gepresenteerd.

“Het onderzoek levert overtuigend bewijs op dat als je bezoekers dynamisch tips geeft om naar rustige locaties te gaan, mensen daar gevoelig voor zijn,” zegt Jeroen Klijs, professor ‘sociale impact van toerisme’ aan toerismehogeschool Buas in Breda. Terwijl de controlegroepen zich nauwelijks lieten spreiden, zagen de onderzoekers de apptoeristen naar alternatieve plekken reizen.

Niet minder pret

Wat Klijs vooral opviel, was dat de apptoeristen niet minder vakantiepret hadden dan de anderen, ook niet als ze de hotspots oversloegen. “Dat vinden wij een spectaculair resultaat. Van alle groepen waardeerden deze mensen de informatieverschaffing bovendien het meest.”

Tekst gaat verder onder de foto

Madame Tussauds. Beeld Desiré van den Berg
Madame Tussauds.Beeld Desiré van den Berg

Dat wist de Amsterdamse techondernemer Rajneesh Badal al langer. Hij was een tijdje de Zoey van Travel with Zoey; de virtuele reisleider die hij vijf jaar geleden begon. “Gewoon op de bank via WhatsApp vragen beantwoorden van klanten, met de reisboekjes naast me.”

“Ik stelde ze eerst een aantal vragen om te ontdekken waar hun interesse naar uitging. Vervolgens gaf ik hen actief tips.” Vooral die gespreksvorm werkte. “In een dialoog voelen reisadviezen persoonlijk aan.”

Inmiddels is Zoey – of Nienke – een geavanceerde, kunstmatig intelligente softwarerobot die over de taalvaardigheden van een gemiddelde reisleider beschikt en wordt gevoed met allerhande toeristische en geografische informatie.

“De software leert van de interesses van elke gebruiker, kent de mooie plekken, de evenementen, de attracties. Maar ook kunnen we voorkeuren van bestemmingen invoeren, zoals aanwijzingen voor het mijden van drukke plekken of het managen van de bezoekersstroom aan highlights.”

Travel with Zoey doet dat inmiddels met veertig werknemers en is na een investeringsronde van 2 miljoen euro eind vorig jaar de start-upfase voorbij. Het bedrijf, dat vooral voor reisorganisaties als TUI werkt, wil de vleugels verder uitslaan.

Versnipperd

“We kunnen zulke diensten ook aan gemeenten te leveren,” zegt Badal. “Op basis van de proeven in Overijssel praten we daar nu over met Amsterdam. Maar de besluitvorming gaat traag. De aanpak is heel versnipperd. In elk stadsdeel, elke plaats, elke provincie zijn eigen initiatieven. Het is generiek, niet interactief en vooral: niet persoonlijk.”

“Je moet verschillende groepen op een verschillende manier aanspreken. Je moet ze benaderen voor het moment dat problemen ontstaan. Dat is trial and error. Met de gegevens uit de app, maar ook met actuele druktecijfers, of aan de hand van evenementen kunnen we actief sturen.”

Voorkomen dat bezoekers naar de Wallen, het Museumplein of het Anne Frankhuis gaan, is volgens Badal een utopie. “Maar wij kunnen ervoor zorgen dat mensen niet drie dagen naar de Wallen gaan. Een groot deel van de bezoekers vráágt om alternatieven. Alleen is het toeristisch aanbod op de traditionele manier gepresenteerd zó groot dat mensen door de bomen het bos niet zien.”

Ook de Overijsselse onderzoekers praten nu met Amsterdam over een vervolg. “We willen onze proef herhalen in Amsterdam,” zegt toerismelector Klijs. “Het onderzoek in Overijssel is een eerste stap in de bewijsvoering dat bezoekersspreiding werkt. We zeggen niet dat het altijd werkt, maar we kunnen zien onder welke omstandigheden mensen zich laten sturen en wanneer niet.”

Een goede dweil

Spreiden is volgens hem ook niet hét antwoord op overtoerisme. “Het kan een goede dweil zijn, maar je moet de kraan niet open laten staan. In het uiterste geval zijn ook capaciteitsbeperkingen nodig zoals in Venetië, waar bezoekers nu betalen voor de drukste plekken. Of juridische maatregelen tegen toerismewinkels en een hotelstop, zoals Amsterdam dat doet.”

Alleen zijn zulke druktemaatregelen op toeristen gericht, terwijl in Amsterdam tenminste tweederde van de bezoekersstroom Nederlandse dagjesmensen zijn. “Voor hen speelt een hotelstop of hogere toeristenbelasting geen rol. Die laten zich niet op dezelfde manier beïnvloeden als toeristen.”

Tekst gaat verder onder de foto

Het Rijksmuseum. Beeld Desiré van den Berg
Het Rijksmuseum.Beeld Desiré van den Berg

Bovendien: de ene toerist is de andere niet. “Je moet ze op verschillende manieren bewerken. Bij sommige groepen werkt niets. Dat weet je alleen door te leren van hun gedrag en dat kan heel goed met de data die dit soort toepassingen oplevert.”

Het gaat om balans, zegt Weijdema van Marketing Oost. “Ook in Overijssel hebben we jarenlang beleid gevoerd dat te veel gericht was op mensen trekken. Maar niet aan promotie doen, zoals Amsterdam, vind ik een schrikbeeld. Bezoekers en toeristen zorgen er ook voor dat voorzieningen zoals winkels, ov en horeca overeind blijven die anders niet rendabel zijn.”

“Wij moeten leren de ruimte beter te gebruiken, of dat nu in Overijssel is of in Amsterdam. Dat gaat niet met aannames of discussies uit de onderbuik. We horen te vaak dat spreiden niet werkt. Nu blijkt dat mensen zich wel degelijk laten sturen. Als je ze tenminste goed informeert en aanspreekt.”

Tekst gaat verder onder de foto

Van Gogh Museum. Beeld Desiré van den Berg
Van Gogh Museum.Beeld Desiré van den Berg

Authentic Haarlem en New Land Flevoland

Om bezoekers te spreiden, zijn er wel plekken nodig om bezoekers naartóe te spreiden.

Groot-Amsterdam probeert dat sinds 2013 door een nieuw sausje over aloude attracties te gieten en het Muiderslot Amsterdam Castle te dopen en Zandvoort Amsterdam Beach. Ook figureren steden als ‘authentic’ Haarlem’, ‘garden’ Amstelveen en gebieden als ‘new land’ Flevoland in de toerismefolders.

Met enig succes. In 2018 maakte 24 procent van de internationale bezoekers aan Amsterdam ook een uitje buiten de stad. Maar tegelijkertijd nam de drukte in Amsterdam voelbaar en meetbaar toe. Er lijken simpelweg te weinig alternatieven te zijn om bezoekers te verlokken.

“Alleen op basis van kennis en data kan je bepalen of toeristen spreiden door te re-branden werkt,” zegt toerismeprofessor Jeroen Klijs, “en of er nieuwe plekken nodig zijn om mensen naar toe te bewegen. Daarvoor heb je gegevens nodig zoals wij die uit apps halen. In het geval van Amsterdam moet je waarschijnlijk verder kijken dan de regio, tot Friesland en Overijssel toe.”

“Wíj hebben ruimte zat,” zegt Weijdema van Marketing Oost. “We hebben natuur en cultureel erfgoed in overvloed met bossen, campings, water en de Hanzesteden. Maar dat betekent nu ook weer niet dat wij al die mensen uit Amsterdam willen. Zeker niet het deel dat voor overlast zorgt.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden