PlusReportage

TikTokkers van de toekomst leren spelend over nepnieuws: ‘Bij typfouten moet je goed nadenken’

Basisschoolkinderen scoren maar net een voldoende op het gebied van mediawijsheid. Om online kritischer te worden en nepnieuws en desinformatie te herkennen spelen ze HackShield in de OBA. ‘Soms zie je niet dat video’s niet kloppen. Het gaat zo snel.’

Basisschoolkinderen spelen in de OBA HackShield, een spelend-leerprogramma over nepnieuws. Beeld Sophie Saddington
Basisschoolkinderen spelen in de OBA HackShield, een spelend-leerprogramma over nepnieuws.Beeld Sophie Saddington

Met een tablet in de hand rennen basisschoolkinderen in groepjes van vier over de jeugdetage van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) op de Oosterdokskade. Ze spelen HackShield. Een augmented reality spel dat kinderen leert hoe ze nepnieuws kunnen herkennen, welke gevaren het internet met zich meebrengt en hoe ze verantwoord kunnen omgaan met hun data. Geen overbodige kennis, gezien de ambities van de kinderen. De negenjarige Jemayla bijvoorbeeld wil het liefst professioneel TikTokker worden. “En anders wil ik bij de McDonald’s werken en een ballerina zijn .”

Ook Ivan (9) zoekt samen met zijn klasgenoten naar codes in de bibliotheek die bij het scannen veranderen in een virtueel figuur om vervolgens de juiste antwoorden te vinden op vragen als ‘wat is nepnieuws’, ‘wat is een goed wachtwoord’ en ‘wat is een datablock’. “Dit spelletje is leuk,” zegt Ivan, die elke dag op zijn computer zit. “Ik kijk vooral naar YouTube. Geen Enzo Knol, dat vind ik niet leuk, maar naar Engelse vloggers. Om eerlijk te zijn weet ik het verschil niet tussen nepvideo’s en echte. Dat ben ik nu aan het leren.”

Amsterdam wordt gehackt

Kinderen konden het spel al thuis op computer of laptop spelen en in de klas. Het is de Week van de Mediawijsheid en in dat kader is dinsdag de nieuwe editie van het spel gelanceerd. Deze versie, die is ontwikkeld in samenwerking met de OBA en de gemeente om kinderen digitaal weerbaar te maken, is levendiger dan de vorige. De komende maanden zullen minimaal duizend Amsterdamse basisschoolkinderen naar de bibliotheek gaan om er het spel te spelen. Voor de lancering zijn dinsdag vier schoolklassen naar de Oosterdokskade gekomen.

De dag wordt vroeg afgetrapt in het theater van de OBA. Tim Murck, een van de HackShieldoprichters, presenteert de ochtend en burgemeester Femke Halsema leidt het spel via een (fictieve) videoboodschap in: “Het is niet waar, Amsterdam wordt gehackt,” zegt de burgemeester al bellend. Politiechef Frank Paauw zegt toe hulptroepen in te schakelen: de junior cyber agents die in de zaal zitten.

Een paar minuten laten zijn de kinderen in hun nieuwe functie aan het werk. “Ik heb van mijn vader geleerd hoe je neppe dingen herkent op het internet,” zegt de 10-jarige Toby die vaak Minecraft speelt. “Je moet altijd goed opletten. Als er een foto is die niet klopt bij de tekst of er een beetje slecht uitziet, dan kan het nep zijn.”

Maar lang niet alle kinderen kunnen de misleidingen op het internet vinden, zo blijkt uit begin november verschenen onderzoek van het Electronic Commerce Platform Nederland (ECP), een platform voor de informatiesamenleving van bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke organisaties.

Magere voldoende

Uit dat onderzoek bleek ook dat basisschoolleerlingen maar nét een voldoende scoren als het gaat om digitale geletterdheid. Deze score is berekend op basis van de gemiddelden van vier onderdelen: ict-basisvaardigheden, computational thinking, informatievaardigheden en mediawijsheid. De gemiddeld score is met een 6,0 beduidend hoger dan de 4,9 van de vorige meting, in 2019. Op het onderdeel mediawijsheid, waar de kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met digitale media centraal staan, werd een krappe voldoende gescoord: een 5,8.

Het is ook niet makkelijk, geeft de 9-jarige Ella toe. “Je moet goed kijken en zoeken om dingen te zien die niet kloppen. En soms zie je die niet, want de video’s gaan snel.”

“De beste tip is om te letten op typfouten of de snelheid,” zegt Daneel (10). “Als iemand zegt dat je nu meteen geld moet overmaken, dan is er vaak iets aan de hand. En als er fouten in zitten moet je ook goed nadenken. Want soms zijn die berichten vertaald en nep.”

Als alle groepjes binnen de tijd de goede antwoorden vinden, krijgt elk groepje een stukje code. Alle codes samen vormen de oplossing van het spel. Aan het einde van de dag zijn de deelnemers allemaal cyberagenten en krijgen ze een pin opgespeld die verantwoordelijkheid met zich meebrengt: “We willen dat ze hun kennis delen met ouders en vrienden zodat we allemaal wijzer worden online,” zegt Emily Jacometti, co-founder van HackShield.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden