PlusReportage

Theo Thijssenmuseum viert 25-jarig jubileum, maar sluiting dreigt

Al 25 jaar huist het sympathieke en piepkleine Theo Thijssenmuseum in het geboortehuis van de schrijver in de Jordaan. Hoe lang het nog zal bestaan is ongewis: er is te weinig geld en storm loopt het er niet. ‘Schrijvers raken nu eenmaal in de vergetelheid.’

Peter-Paul de Baar hangt de vlag uit bij het museum.Beeld Jean-Pierre Jans

Het had een feestelijk jubileum moeten worden, het 25-jarig bestaan van het Theo Thijssenmuseum, maar het coronavirus gooide roet in het eten. Alle musea zijn gesloten, en dus ook een van de kleinste van de stad: het geboortehuis van schrijver, onderwijzer, politicus en esperantist Theo Thijssen (1879-1943) dat een kwart eeuw geleden werd omgedoopt tot museum. 

Winkeltje

Een van de initiatiefnemers destijds was Peter-Paul de Baar, die nog steeds bestuurslid is van het sympathieke museum en over ieder rekwisiet dat in de vitrines ligt een anekdote uit de mouw schudt. Foto’s van de jonge Theo Thijssen, manuscripten van zijn boeken, en uiteraard Thijssens bekendste boek Kees de jongen, dat zich afspeelt in de Jordaan. “Bijna al zijn boeken bevatten autobiografische elementen. Niet toevallig groeit de Kees uit het boek op in de Jordaan en is zijn vader, net als die van Thijssen, schoenmaker.”

Hier is een piepklein huisje in de Eerste Leliedwarsstraat, pal onder de Westertoren. De Baar en mede-initiatiefnemer Rob Grootendorst, beiden Thijssenfan, wilden aanvankelijk slechts een gedenksteen op de gevel van het pand krijgen. Daar werd een stichting voor opgericht, en in 1987 onthulde wethouder Walter Etty de steen. Wat volgde was een stencil, wat weer uitliep op een boek en acht jaar later, na een hoop gesteggel met de gemeente die het pand wilde slopen en uiteindelijke tussenkomst van Jan Schaefer, werd het museum geopend.

“Nee, eigenlijk is er sindsdien niet zo heel veel veranderd,” zegt De Baar. “Behalve dan de voortdurend wisselende exposities die we hebben. Het boeiende aan Thijssen was dat hij zo veelzijdig was. Hij gaf les, was actief in de vakbond, was gemeenteraadslid en Tweede Kamerlid namens de SDAP, schreef boeken, was een enorme sportfanaat en kenner van de internationale hulptaal Esparanto. We kunnen dus veel verschillende kanten van hem laten zien.”

Thijssenadepten

Het museum, dat donderdag- tot en met zondagmiddag is geopend, wordt gerund door een clubje van zo’n vijftien Thijssenadepten, die elk eens in de paar weken het museum bemensen. “Op sommige dagen komt er niemand, op andere dagen tien of twintig mensen. Mensen uit het onderwijs, leesclubjes die een dagje Amsterdam doen, of gewoon mensen die geïnteresseerd zijn in het leven van Thijssen.”

Een van de hoogtepunten uit de 25-jarige geschiedenis van het museum was de Dag van de Zwembadpas, die in 2001 plaatsvond, en in het teken stond van de merkwaardige manier van lopen die Kees in Kees de jongen had bedacht, en waarmee hij naar het zwembad liep. Het was een pas die het midden hield tussen rennen en schaatsen, en waar iedereen een eigen invulling aan gaf, zo bleek tijdens het eerste, en tevens laatste Nederlands Kampioenschap Zwembadpas dat gehouden werd op de Westermarkt. Het trok tweeduizend mensen, onder anderen de Tröckener Kecks traden op en die avond zat het in ieder journaal.

Thijssen raakt nog steeds een snaar, merkt De Baar. “Soms krijgen we parafernalia aangeboden: mensen die een liniaal of een griffel van begin twintigste eeuw hebben, of mensen die de familie van Thijssen nog gekend hebben en verhalen over hem kennen. Maar ja, dat worden er natuurlijk steeds minder.”

Of het museum het nóg vijfentwintig jaar volhoudt betwijfelt De Baar. “We krijgen geen cent subsidie, moeten onszelf bedruipen met donaties, de drie euro entreegeld en de wandelingen die we organiseren (zie kader, red). Eigenlijk drijft het vooral op ons eigen fanatisme. Het Multatulimuseum heeft het ook moeilijk, en het lukt ook maar niet om het museum voor Harry Mulisch van de grond te krijgen. Ach, schrijvers raken nu eenmaal in de vergetelheid. Er zijn inmiddels generaties voor wie Gerard Reve of Simon Carmiggelt niets betekenen. Dat droevige lot zal Thijssen op den duur ook treffen.”

Doodsteek

Het Theo Thijssen Museum organiseert wandelingen door de Jordaan, langs plekken die een rol spelen in de boeken van Thijssen. Maar vanaf volgende maand is dat verboden: de gemeente heeft om de drukte in de binnenstad tegen te gaan commerciële rondleidingen voor groepen van meer dan vier personen plus een gids verboden.

De Baar vreest dat dit wel eens de doodsteek kan zijn voor het Theo Thijssen Museum, dat wandelingen voor acht euro per persoon aanbiedt. “Ik snap dat groepen dronken Engelsen die over de Wallen struinen overlast veroorzaken, maar niet de leesclubjes of groepen scholieren die wij rondleiden. Die wandelingen hebben een belangrijke educatieve functie, en worden straks onmogelijk.”

Het is mogelijk om een ontheffing aan te vragen, maar daarvoor rekent de gemeente tweehonderd euro per gids. “Wij hebben vijf verschillende gidsen, maar duizend euro is voor ons veel te veel,” zegt De Baar. Hij hoopt op coulance van de gemeente, en het bestuur van het museum heeft een brief naar de raadscommissie gestuurd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden