Amsterdam Bewaar

Amsterdamse centra voorlopig niet zonder proefdieren

Er is alleen nog ruimte voor kleine knagers in het nieuwe proefdiercentrum
Er is alleen nog ruimte voor kleine knagers in het nieuwe proefdiercentrum © ANP

De VU bouwt een nieuw en kleiner proefdiercentrum omdat steeds betere alternatieven voorhanden zijn voor dierproeven. Dat betekent niet dat Amsterdam binnen afzienbare tijd fors minder proefdieren zal tellen.

Voor schapen en varkens is geen plek meer in het proefdiercentrum dat de Vrije Universiteit volgend jaar laat bouwen aan de De Boelelaan, op de plek waar nu stadstuintjes liggen en tegenover de huidige locatie in de vleugel van het wis- en natuurkundegebouw.

Het centrum, dat ook zal worden gebruikt door het VUmc, wordt moderner, zegt een woordvoerder van de universiteit. Volgens de laatste eisen, dus met betere omstandigheden voor de dieren.

En niet te vergeten kleiner - van 2000 naar 1500 m2 vloeroppervlak - waardoor alleen nog ruimte is voor de kleine knagers: muizen en ratten. De woordvoerder: "Een kleiner oppervlak betekent automatisch dat het aantal proefdieren minder zal zijn." Dat is mogelijk, doordat er steeds meer manieren zijn om de proefdieren te vervangen door andere technieken, laat VUmc op zijn beurt weten.

'Wil je dat je kind wordt gevaccineerd dan zijn daar nog altijd dierproeven voor nodig'

Dierproeven
Amsterdam telt negen instellingen met een vergunning voor dierproeven. Er wordt voornamelijk getest op muizen. Naast VU en VUmc (samen bijna 10.000 proeven in 2016) mogen het AMC (ruim 14.000 proeven in 2016), de Universiteit van Amsterdam (2011 proeven in 2016), bloedbank Sanquin (heeft een vergunning, maar geen dieren in huis), het Nederlands Kanker Instituut (ruim 20.500 muizen in een experiment in 2016), het Nederlands Herseninstituut (bijna 4400 dierproeven in 2017), verkoper van echoapparatuur FujiFilm SonoSite (50 muizen), en biotechbedrijf Uniqure (onbekend) testen met dieren.

Bijna allemaal laten ze weten bezig te zijn met en te investeren in alternatieve methoden. Het is in lijn met de landelijke ambitie om het aantal proefdieren flink in te perken.

"Veel proeven waarvoor vroeger dieren nodig waren, worden nu al gedaan met alternatieven die niet zelden intern zijn ontwikkeld bij de ziekenhuizen en universiteiten," zegt Jan-Bas Prins, hoogleraar Proefdierwetenschappen in Leiden.

"Instellingen zijn zich bewust van het belang van vervanging en er is aandacht voor in het onderwijs. De Wet op dierproeven heeft als uitgangspunt het principe van 'geen dierproeven, tenzij'. Een onderzoeker moet overtuigen waarom dierproeven strikt noodzakelijk zijn, dat het echt niet met alternatieven kan. Als het als onderzoeker nog niet tussen je oren zit dat je er op die manier over na dient te denken, dan heb je ergens een afslag gemist."

Toch is volledig proefdiervrij (medisch) onderzoek en zelfs een flinke vermindering in het aantal proefdieren binnen afzienbare tijd volgens sommigen onwaarschijnlijk. De maatschappij vraagt om genezen, zegt Henriette Griffioen, proefdierdeskundige van het AMC. "Wil je dat je kind wordt gevaccineerd dan zijn daar dierproeven voor nodig. Ga je op reis en heb je een inenting nodig, wil je een remedie tegen hart- en vaatziekten? Zelfde verhaal. Daar hebben we proefdieren nu nog heel hard voor nodig."

Testen op apen
VUmc verwacht zelfs dat het nog tientallen jaren zal duren voordat het lichaam van een dier kan worden nagebootst in het lab. "Voor veel van onze vraagstukken zijn nog geen alternatieven op dierproeven," zegt ook Pieter Roelfsema, directeur van het Nederlands Herseninstituut in Zuidoost. Het is de enige plek in Amsterdam waar getest wordt op apen, bijvoorbeeld in het onderzoek dat blinden weer moet laten zien. "Maar zodra je weet dat het wel kan, schakel je om."

"Iedereen zou misschien wel liever zonder proefdieren werken," zegt de woordvoerder van de VU. "Maar de werkelijkheid is dat (wetenschappelijk) onderzoek nog niet zonder proefdieren kan. Het is een keuze die je moet maken en we vinden het hogere doel erg belangrijk."

Vragen over centrum

Een nieuw proefdiercentrum staat volgens Robert Molenaar, directeur van Stichting Animal Rights, lijnrecht tegenover overheidsplannen om het gebruik van proefdieren te verminderen.

Dinsdag overhandigde hij op Wereldproefdierendag 75.000 handtekeningen aan de Tweede Kamer. De organisatie wil dat meer geld wordt vrijgemaakt voor onderzoek naar alternatieven.

Juridische stappen tegen de bouw van het centrum schuwt hij niet. "Ik wil concrete plannen zien die moeten uitwijzen of ze echt gaan doen wat ze zeggen. Er wordt veel geroepen dat we richting minder proefdieren willen, maar het aantal proefdieren neemt nog steeds niet drastisch af, het budget voor onderzoek naar alternatieven blijft achter en we merken dat onderzoekers nog vaak sceptisch zijn tegenover vervanging."

Hetzelfde bedrag
De Amsterdamse Partij voor de Dieren stelde de gemeenteraad al vragen over het nieuwe centrum en Proefdiervrij is benieuwd wat de bouw precies betekent.

De stichting werkt aan een brief gericht aan de betrokken instellingen, zegt algemeen directeur Debby Weijers. "We zouden graag zien dat ze hetzelfde bedrag inzetten op onderzoek naar alternatieve manieren van onderzoek als op het nieuwe centrum."

Helemaal tegen de bouw van een kleiner centrum is ze niet. "Van vandaag op morgen stoppen met proefdieren kan niet, maar daarom is het juist zo belangrijk dat geïnvesteerd wordt in vervanging. Er moet een oplossing komen en dat kan niet snel genoeg gaan."