PlusAchtergrond

Terug naar de jaren 50: zo werd de Amsterdamse Stalinlaan hernoemd

De Stalinlaan in 1948, kort na de vernoeming; eerder was dit de Amstellaan, in 1956 werd het de Vrijheids­laan.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Amsterdammers kunnen bepalen dat de Coentunnel een andere naam krijgt, vindt burgemeester Femke Halsema, net zoals dat in de jaren vijftig gebeurde met de Stalinlaan. Hoe ging dat ook alweer?

Een jaar na de Tweede Wereld­oorlog bracht de Britse premier Winston Churchill een feestelijk bezoek aan Amsterdam. Voor die gelegenheid werd een laan naar hem vernoemd, net als de twee andere grote geallieerde overwinnaars, Franklin Roosevelt en Joseph Stalin. De drie lanen kwamen mooi uit op de Wolkenkrabber.

De publieke opinie over Stalin sloeg daarna vrij snel om.

Naarmate de Russische overwinnaar zijn greep op de landen in het Oostblok verstevigde, duidelijk werd wat zijn eigen bevolking moest doorstaan en de Koude Oorlog verhevigde, kwam Stalin aan de ­verkeerde kant van de geschiedenis te staan. In de jaren vijftig werd hij door zijn opvolger Nikita Chroesjtsjov ontmaskerd als massamoordenaar.

Stalin was al drie jaar dood toen het Sovjetleger op 4 november 1956 Hongarije binnenviel, maar toch trokken Amsterdammers de volgende dag het bordje Stalinlaan van de muur. Joop Zwart, voormalig communist, plakte plakkaten met ‘4 novemberlaan’ over twee naamborden. Het Parool schreef dat communisten in Amsterdam ‘burgerlijk dood zijn verklaard’.

Op 14 november, behoorlijk voortvarend, werd in de gemeenteraad geopperd de Stalinlaan voortaan Vrijheidslaan te noemen. Raadslid Joop den Uyl sprak: “Deze naamsverandering moge een in wezen machteloze daad zijn, zij symboliseert echter dit: nulla communio, geen gemeenschap met de communisten.”

Toen Leen Seegers en Henk Gortzak, voormannen van de communistische partij (8 zetels in de gemeenteraad van Amsterdam), het woord namen, verlieten de overige raadsleden demonstratief de zaal. Seegers vond de protesten maar ‘gejank om de vrijheid’ in Hongarije. En Gortzak verklaarde: “Wij zijn ­tegen de naamsverandering van Stalinlaan in Vrijheidslaan, omdat wij ons zullen blijven verzetten tegen het in diskrediet brengen van grote figuren uit de arbeidersbeweging.”

‘Welk een bewustzijnsvernauwing en welk een tragische domheid!’ schreef het Algemeen Handelsblad.

Terughoudend

Het voorstel tot naamsverandering werd aangenomen met 29 tegen 8 stemmen. De foto hoe de borden werden verwisseld, stond de volgende dag op de voorpagina van Het Parool.

De verandering van een straatnaam in Amsterdam is uiterst zeldzaam. “Het stadsbestuur is daar terecht heel terughoudend mee,” zegt stadshistoricus Peter Paul de Baar. “Het brengt een hoop praktische ellende met zich mee. Alle bewoners krijgen een nieuw adres, bedrijven nieuw briefpapier en postbodes raken de weg kwijt. Bovendien kun je erover twisten of je het verleden moet wissen.”

Ook moet het stadsbestuur ervoor waken bij een naamsverandering te veel mee te gaan met de waan van de dag. Zo is er na de vredesdemonstratie in 1981 serieus voor gepleit het Museum­plein te herdopen tot ‘Plein van de 21ste november’, naar de dag dat de demonstratie werd gehouden.

De huidige wens de Coentunnel te hernoemen lijkt volgens De Baar wel degelijk op het schrappen van de Stalinlaan. “Het is eenzelfde heftige collectieve emotie: dit kan niet meer. De bordjes met Stalinlaan werden spontaan weggehaald. Dan moet je als stadsbestuur sterk in je schoenen staan om dan nog te zeggen: ‘Ho ho, dat hadden we niet afgesproken’.”

Ook de Euterpestraat kreeg een andere naam, op 9 mei 1945, vrijwel onmiddellijk na de bevrijding. Dat was niet omdat Euterpe (een van de negen muzen) opeens omstreden was, maar omdat in die straat tijdens de bezetting het gevreesde hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst gevestigd was geweest en daar gevangenen werden gemarteld. De Baar: “Dat was overduidelijk. Aan de Euterpestraat zaten te veel akelige associaties, en dat is mild uitgedrukt. De straat werd vernoemd naar Gerrit van der Veen, hij was dé verzetsheld. Daar is geen spoor van discussie over geweest.”

De hernoeming van het Pretoriusplein was wel een politiek statement. En dat terwijl begin vorige eeuw een complete Amsterdamse buurt juist was vernoemd naar de Zuid-Afrikaanse republiek Transvaal, bakermat van de Apartheid. De stad voelde zich verwant met de Afrikaanse Boeren, nazaten van Nederlandse kolonisten, die er vochten tegen de Britse overheersing. Daarom werden straten en pleinen getooid met de namen van Afrikaners als Paul Kruger, Andries Pretorius, Ben Viljoen, Piet Retief en Gerrit Maritz.

Steve Biko

In de jaren zeventig kwam de ommekeer, onder aanvoering van linkse protesten tegen het Apartheidsregime. In 1978 werd het Pretoriusplein, vernoemd naar de stichter van de blanke Zuid-Afrikaanse republiek, herdoopt tot het Steve Bikoplein, als eerbetoon aan de dood­gemartelde antiapartheidsstrijder. De Baar: “Pretorius was een minder emotionele zaak. Apartheid lag destijds terecht onder vuur. Biko was vermoord en er bestond een grote behoefte aan een symbolisch statement tegenover het Zuid-Afrikaanse regime. Ik heb alleen nooit helemaal begrepen waarom Pretorius het moest ontgelden. Als je een sterk signaal wilt afgeven, neem je een plein. Dan maar Pretorius. Dat gebeurde niet systematisch. De Pretoriusstraat is gewoon de Pretoriusstraat blijven heten.”

Sportleider Karel Lotsy was in 1997 de laatste die sneuvelde als naamgever van een straat in Amsterdam, nadat hij door historicus André Swijtink was ontmaskerd als collaborateur en antisemiet. Stadsdeel Buitenveldert veranderde de Karel Lotsylaan in de Gustav Mahlerlaan. De Baar: “Het speelde ook een rol dat de Lotsylaan in een gloednieuw zakencentrum lag. Als net bedrijf wil je niet aan een laan liggen met zo’n foute naam.”

De komst van een nieuw hoofdkantoor van ABN Amro werd gezien als ‘mooie aanleiding’, al kwam het initiatief zeker niet van de bank, verzekerde een zegsman van ABN Amro destijds: “We weten nergens van. Het is te hopen dat er een naam uitkomt, die in de wereld uitspreekbaar is, want we hebben kantoren in 71 landen.”

De kans is zeer aanwezig dat ook de Coen­tunnel binnen afzienbare tijd een andere naam draagt. De Baar: “Het zou me niets verbazen. Het komt ook doordat er geen praktische bezwaren zijn. Er woont niemand in de Coentunnel, voor zover ik weet, en de navigatiesystemen kunnen het ook vast aan. Het is maar een tunnel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden