PlusAchtergrond

Terug naar basisschool de Toekomst in Slotervaart, voor wie nog durft

Beeld Jakob Van Vliet

Op basisschool De Toekomst in Slotervaart draaide het deze week niet om de inhaalslag met de lesstof, maar om het herstel van het contact met de kinderen. ‘We maakten ons zorgen, omdat je de telefoon niet opnam.’

Omschrijf dat maar eens in één woord: hoe was het om acht weken thuis te zitten, en niet naar school te gaan? De vijfdegroepers van meester Matisse Kleinjan (33) moeten er maandagochtend lang over nadenken. ‘Gewoon’ komt vaak voorbij, een jongen die moeilijk stil kan zitten roept ‘Gamen!’, maar bij het raam is ook een zacht ‘Stom’ te horen. Amin vertelt dat hij op raamvisite bij zijn oom is geweest. De kinderen willen vooral met elkaar kletsen, maar uit een hoek klinkt ook de vraag: “Meester, straks om 11.00 uur hebben we gewoon dictee, toch?”

De leerkrachten van basisschool De Toekomst in Slotervaart weten dat er deze dagen nog niet veel van rekenen en taal zal komen. Sterker, ­directeur Marlie de Wijs (38) heeft er bij haar team op gehamerd: de eerste schoolweek staat in het teken van weer contact maken met de kinderen. “Denk niet dat je alles van de afgelopen acht weken nu zo kunt inhalen. Kijk eerst hoe het met ze gaat: hoe waren de afgelopen weken? De angst van ouders straalt over naar kinderen, meer dan we soms doorhebben.”

Nieuwkomers

De Toekomst heeft veel leerlingen die onder normale omstandigheden al wat extra aandacht kunnen gebruiken. Sommige leerlingen zijn acht weken niet buiten geweest, vermoeden ze. Bij gezinnen waar niet op telefoontjes werd gereageerd, zijn docenten langsgegaan op de fiets. “De kinderen met een moeilijke thuissituatie hebben we uitgenodigd om naar de nood­opvang te komen,” zegt De Wijs. Daar was soms wel wat overredingskracht voor nodig. “Zo vroeg een leerling: waarom moet ik dan naar school komen, juf? Nou, we maakten ons zorgen, omdat je de telefoon niet opnam.”

De wacht­plekken voor ouders zijn met krijt gemarkeerd.Beeld Jakob Van Vliet

Juf Bianca Pleune (49) geeft les aan een groep nieuwkomers, leerlingen die het afgelopen jaar in Nederland kwamen wonen. “Gelukkig heb ik met allemaal contact kunnen houden. Het was bij deze groep extra belangrijk om ze elke dag te spreken. Thuis wordt geen Nederlands gesproken, en anders zijn ze na twee maanden alles weer kwijt.” Voor de meivakantie bracht ze op de fiets lespakketjes langs. “Hoe blij sommige kinderen waren om de juf te zien: kleine inspanning voor mij, groot resultaat.”

Draagbaar plastic scherm

De eerste lesdagen na al die weken zonder les is de spanning tot op het schoolplein te voelen, voor kinderen en ouders. Al vroeg staan ze klaar bij de verschillende ingangen. Sommige ouders lopen ondanks de gestoepkrijte instructies (‘ouders hier wachten’) het schoolplein op. De heropening is grondig voorbereid: er zijn looproutes, een wachtzone voor ouders, desinfecterende handgel. Dan nog zit de eerste schoolweek vol met kleine hindernissen: sommige leerlingen blijken geen lunch bij zich te hebben; en hoe oefen je een eindmusical als je niet dicht naast elkaar kunt staan om te zingen?

De docenten krijgen veel vragen bij het hek. Moeten de kinderen ook onderling 1,5 meter afstand houden? In Marokko is dat wel zo, zegt een bezorgd kijkende moeder. De Wijs: “In de klas zitten ze zoveel mogelijk uit elkaar, maar tijdens het buitenspelen hoeven ze geen afstand te houden.” De moeder lijkt niet overtuigd.

Beeld Jakob Van Vliet

Moeder Juweli komt zoon Caesar-Romeo (groep 3) op dinsdag naar school brengen. Nog lang nadat haar zoon naar binnen is gegaan, blijft ze hangen bij het schoolhek. Omdat ze als vitale medewerker bij een alarmcentrale werkt, kreeg haar zoon de afgelopen weken al opvang op school. “Toch vond hij het spannend om nu weer echt te gaan. Ik merkte dat hij veel vragen had, en vannacht kon hij er niet van slapen.”

Intussen zit Ceasar-Romeo alweer te rekenen in de klas van juf Lieke Kamsma (30). In een lokaal met maar vijf leerlingen is het een rustige eerste schooldag. Als een van de leerlingen extra uitleg vraagt, geeft juf Lieke die vanachter een draagbaar plastic scherm, dat ze tussen hen in zet. De kinderen liggen in een deuk, ook de juf moet lachen. “Dat ziet er wel raar uit, hè jongens? Laten we het toch maar even proberen.”

Buurtgenoten overleden

Hygiëne is sowieso een thema deze week in de klassen. Het houdt ook de kinderen bezig: een meisje in de klas van juf Lieke heeft zelf al een manier bedacht om de kraan te openen met een papieren doekje, en demonstreert dat aan de klas. Bij het naar buiten gaan opent ze de deur zorgvuldig met haar elleboog.

Beeld Jakob Van Vliet

Docenten hebben hier en daar hun twijfels. “Voldoende afstand houden gaat bijna niet. Ik ga ze geen hand geven of knuffelen, maar wat moet je als een kind zijn knie schaaft?” zegt onderwijsassistent Emine Polat (23), die als kind op de school zat waar ze nu werkt. “Ik maak me zorgen om mijn moeder. Die heeft suikerziekte en last van haar cholesterol, valt zij dan ook in een risicogroep? Ik wil ook niet thuis blijven. Wat moet ik daar als mijn collega’s weer aan het werk zijn?”

Ook juf Bianca (49) had moeite met de terugkeer naar school. “In het begin voelde ik me niet veilig, dat zeg ik eerlijk. Nu, na een paar dagen, gaat het beter.” Directeur De Wijs: “Ik heb dit weekend toch nog van veel collega’s gehoord dat ze het spannend vonden. Maar ik ben blij dat ze bellen om het bespreken, in plaats van ermee rond te lopen.” Juf Malika Harhour (46) heeft in groep vier geëxperimenteerd met het dragen van gezichtsbescherming – een soort lasmasker. “Maar dat is ook niet fijn, daar krijg je het heel benauwd achter.”

Afwezigheid

Op dinsdag mogen de zevendegroepers van meester Bjorn Pels (37) voor het eerst naar school. De klas heeft net gegymd en buiten gespeeld en is druk, uitgelaten. Ook hier worden de afgelopen weken besproken. Tussen de jolige uitroepen zijn ook de serieuzere verhalen te horen: van een meisje in wier flat drie mensen ­corona kregen, van wie twee overleden. Een klasgenoot vertelt dat hij angst had om zijn opa, die ondanks het advies thuis te blijven toch veel naar buiten ging. Een jongen in een trainingspak achter in de klas laat niet veel los over zijn ervaringen. In de nabespreking met de docenten vertelt meester Bjorn dat hij blij verrast was dat de jongen was gekomen; daar had hij vooraf zijn twijfels over gehad.

Beeld Jakob Van Vliet

In de lerarenkamer komen de afwezigen een voor een voorbij: sommige klassen zijn compleet, in andere ontbreekt een derde van de leerlingen. Directeur De Wijs houdt de lijst dagelijks bij: op de eerste schooldagen was zo’n 20 procent van de leerlingen afwezig. Een deel van hen heeft zich volgens de aangepaste regels afgemeld vanwege ziekte, of omdat een gezinslid ziek is. Zo’n 7 procent van de ouders houdt de kinderen thuis uit angst, schat ze. Aan het eind van de week is het afwezigheidspercentage gezakt naar 16 procent. De gezinnen van de afwezige leerlingen worden na schooltijd gebeld door de docenten. “Ongeveer 4 procent van de ouders zegt nu nog: wij houden ons kind tot ­­ 1 juni thuis,” aldus De Wijs.

Grote lesachterstand

Veel docenten blijken te worstelen met de vraag hoeveel druk je moet uitoefenen op ouders om hun kinderen naar school te sturen. Ze hebben ook wel begrip voor de ouders: die kijken bijvoorbeeld naar landen waar de regels veel strenger zijn en vragen zich af waarom Nederlandse kinderen alweer naar school mogen. Of denken, soms ten onrechte, dat ze in een risicogroep vallen. Sommigen ouders kunnen hun angst niet goed verwoorden, maar houden hun kinderen toch thuis.

De Wijs herhaalt keer op keer: de zorgen zijn begrijpelijk, maar alle kinderen die niet in een risicogroep vallen, moeten zo snel mogelijk weer naar school komen. “Ouders moeten hun kind elke dag opnieuw telefonisch afmelden, zodat we steeds weer in gesprek kunnen gaan. Vraag waar hun angst ligt, en hoe we die kunnen wegnemen. Bouw het langzaam op, eerst een halve dag of alleen mee buiten spelen. Op 1 juni verwachten we weer volledig open te gaan, en dan wordt de drempel om te komen alleen maar hoger.”

Aan het eind van de week blikt directeur De Wijs terug op de eerste schooldagen. “Veel van de kinderen die de eerste dagen thuisbleven, zijn intussen al een dag of dagdeel op school geweest. Om een handvol kinderen maken we ons nog zorgen: die worden thuisgehouden. Dat komt echt door angst; sommige van die gezinnen zijn tijdens de lockdown nauwelijks buiten geweest.”

Na de hectiek van de eerste schooldagen hebben de leraren een voorzichtige inschatting gemaakt van de opgelopen achterstanden. “We zijn wel geschrokken van hoezeer sommige lesstof is weggezakt,” zegt De Wijs. “Kinderen in groep 4 tellen bijvoorbeeld ineens weer sommetjes op hun handen. Het kan zijn dat dat snel weer bijtrekt, maar dat vind ik nu nog moeilijk te voorspellen.”

Elders in Amsterdam

Eerste inschattingen van school­besturen laten zien dat zo’n 15 procent van de Amsterdamse basisschoolleerlingen tijdens de eerste schooldagen afwezig was. De onderlinge verschillen zijn groot; waar sommigen spreken van 5 tot 10 procent, kwam op andere scholen 30 tot 40 procent van de leerlingen niet opdagen. De opkomst fluctueerde bovendien gedurende de week: sommige leerlingen die de eerste dagen verstek lieten gaan, kwamen later in de week wel. Deze cijfers zijn gebaseerd op voor­lopige schattingen van schoolbesturen: begin volgende week worden exacte cijfers voor de hele stad verwacht.

Vooraf hadden kinderopvangorganisaties zorgen geuit over de aansluiting met scholen, die soms toch kozen voor een halvedagenrooster. “Ik ben positiever dan een paar weken geleden,” zegt Erik Vlutters van Brancheorganisatie Kinderopvang Amsterdam. “Een grove schatting: in zo’n 80 procent van de gevallen gaat de aansluiting nu goed, voor de rest werken we aan andere oplossingen.”

Over die halve dagen komen nog wel een hoop klachten van ouders binnen, zegt Marjet Winsemius van Stichting Voor Werkende Ouders. “Sommige ouders zijn zoveel aan het halen en brengen dat ze niet veel meer aan werken toekomen dan voor de scholen weer opengingen.” Andere klachten gaan over scholen waar nieuwe vierjarigen pas na de zomervakantie welkom zijn. Winsemius: “Als die ook niet bij de kinderopvang terechtkunnen, vallen ze tussen wal en schip.”

Beeld Jakob Van Vliet
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden