PlusLief Dagboek

Terug naar 6 april 1990: ‘Van Gogh is een soort allemanskunst’

Schrijver Marieke Groen (1966) hield ruim veertig jaar een dagboek bij. Op maandag, woensdag en ­vrijdag leest u hier wat zij in het verleden op deze datum schreef.

Beeld Shutterstock

Terug naar 6 april 1990 

Het walgelijk commerciële Van Goghjaar is begonnen met vuurwerk in de vorm van… zonnebloemen! Kwam dat even goed uit, dat hij die dingen ook geschilderd had. Ik was met F. en E. en E. naar het Museumplein om ernaar te kijken, maar we werden er alleen maar heel balorig van. Dames en heren, welkom bij het Van Goghjaar, wij bieden u een keur aan Van Goghprullaria: Van Goghmousepads, Van Goghmokken, Van Goghstrandlakens, Van Goghasbakken en Van Goghaannaai-oren. Nee, dat laatste verzin ik.

Er is een grote tentoonstelling in het Van Gogh Museum, maar alle kaarten zijn in handen gevallen van Amerikanen, Japanners en yuppies (ze kosten maar liefst 20 piek!).

E. staat achter de infobalie, als bijbaantje, en zij heeft me tijdens haar pauze via de achterdeur naar binnen geloodst zodat ik daar van de week als een van de eerste Nederlanders rondliep. Ongelofelijk, wat een desillusie, je kon bijna niet naar de schilderijen kijken, overal stonden massa’s toeries met walkmans voor. Het was idioot. Ik ben erdoorheen geracet en toen snel weer naar buiten, meer voor het idee, zo van: ik ben er geweest.

Ik hou niet eens van de schilderijen van Van Gogh. Het is een soort allemanskunst, iets wat iedereen te pruimen vindt en waar je je geen buil aan kunt vallen. Een Van Goghposter aan de muur, Satie uit je boxen en een toastje camembert erbij om beschaafd te genieten. Laat ze een Willem De Kooning-jaar organiseren, daar komt geen hond op af, veel te ingewikkeld, abstracte kunst. Maar er moet geld worden verdiend, dus gaan we lekker veilig voor Van Gogh.

Zo. Nu ga ik Hüsker Dü draaien, naar mijn poster van Joy Division kijken en een hap shag eten.

De 100ste verjaardag van Vincent van Gogh werd groots gevierd met een dubbeltentoonstelling in het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum Kröller-Müller. Achteraf was er veel kritiek op het commerciële karakter van het Van Goghjaar en de overdaad aan Van Goghmerchandise.

Terug naar 3 april 2003

De Tweede Golfoorlog, oftewel Operation Iraqi Freedom, duurt voort en lijkt op alle vlakken níet te verlopen zoals Bush dat wil, maar ik heb andere zaken aan mijn hoofd. Een huis, dat is één. De scheiding, dat is twee. Werk, dat is drie. Operation Marieki Freedom.

Omdat ik nog lang niet voor een woning in aanmerking kom via Woningnet (de wachttijd voor een sociale huurwoning is nu 10-12 jaar), heb ik uit arren moede maar een advertentie in de krant gezet. Tot mijn verbazing reageerden er twee mensen: een vrouw met een etage in de Reestraat die iets anders heeft gekocht en dit aan wil houden, en een makelaar bij wie ik me kan inschrijven. Over een halfuurtje ga ik die woning in de Reestraat bekijken.

God wat zou ik graag in de Reestraat wonen. De straat van Ischa Meijer. Ik heb IM op mijn borst gekalkt, als geluksbrenger (of Ischa een borstenman was weet ik niet). De huur is 1000 euro per maand. Maar als ik het goed heb begrepen kan ik die huur laten toetsen door de huurcommissie en als blijkt dat hij te hoog is voor het aantal punten van de woning, kan ik een huurverlaging afdwingen. Bovendien kom ik na de scheiding in aanmerking voor huursubsidie.

Het is dus zaak snel te scheiden. Een flitsscheiding. Ja, dat bestaat. Kwam O. achter. Bij een flitsscheiding wordt je huwelijk bij het stadsdeelkantoor omgezet in een samenlevingscontract, wat je vervolgens bij een notaris kunt laten ontbinden. Stukken goedkoper – en sneller – dan een echtscheiding. O. heeft een goedkope notaris gevonden in Maarssen die dat voor ons gaat doen. Ja, we werken enorm goed samen als het op onze scheiding aankomt. Beter dan toen we nog – nee, dat is flauw.

De flitsscheiding was tussen 2001 en 2009 in Nederland een vorm van echtscheiding waarbij het huwelijk eerst werd omgezet in een geregistreerd partnerschap, waarna de beëindiging van dat geregistreerd partnerschap werd ingeschreven bij de burgerlijke stand.

Terug naar 31 maart 1978 en 1 april 1993

31 maart 1978
Lief Dagboek, M, J. en D. hebben een 1 aprilmop bedacht: we doen net of er bij ons is ingebroken. D. slaapt vannacht bij ons. Ik ga m’n wekker op 7 uur zetten, dan ga ik met D. naar M.’s kamer en dan gaan we beneden een heleboel troep maken en sommige waardevolle spullen verstoppen zodat papa en mama denken dat er is ingebroken! Vind je het een leuke mop? We moesten onder het eten steeds giechelen en dan vroeg mamma wat er was, maar gelukkig had ze het niet door!

1 april 1993
F. kwam met het idee om in Artis ‘ZOO TV- filmpjes’ te maken voor mijn boekpresentatie (die waarschijnlijk in Paradiso gaat plaatsvinden). Omdat hij vandaag vrij had, besloten we alvast naar Artis te gaan om te filmen. Eenmaal daar moesten we ons melden op het kantoor om een pasje te halen waarmee we gratis naar binnen konden. Terwijl we wachtten bij de balie rinkelde de telefoon in het kantoor aan één stuk door. Telkens hoorden we degene die opnam zeggen: “Het spijt me, die werkt hier niet.” Een paar seconden later ging de telefoon opnieuw. “Sorry, die ken ik niet.” De vrouw die ons hielp zei dat het elk jaar hetzelfde liedje was: op kantoren door heel Nederland leggen mensen op 1 april blijkbaar briefjes bij collega’s op het bureau met de vraag of ze meneer De Beer of mevrouw De Leeuw kunnen bellen. Met het telefoonnummer van Artis erbij. Kantoorhumor.

Afijn, Artis was leuk. Mooie shots geschoten voor de boek­presentatie, en patat met kroketten gegeten na afloop. Mijn U2-boek (op floppy) ligt bij de uitgever, die gaat er nu mee aan de slag. Ik kan niet geloven dat ik straks een schrijfster ben.

Terug naar 28 maart 2007

Vanmorgen werd bekendgemaakt dat Willem-Alexander zich gaat verloven met de Argentijnse Maxima Zorregieta en prompt ging de telefoon (om 9:20 ’s morgens): iemand van het ANP die vroeg of dit het nummer was van de Willem-Alexander Fanclub.

De W.A.F. staat blijkbaar nog steeds geregistreerd op mijn telefoonnummer. Tjonge jonge, houdt het dan nooit op? Het was een stunt van F. destijds, iets waarmee hij wilde uitzoeken hoe je publiciteit genereert voor iets (of zoiets).

Een vriend van hem die net web–sites had leren bouwen, vond het wel een goeie grap en maakte een website voor de W.A.F. We deden allemaal mee, we kregen een rol en een pseudoniem. E. zat zelfs nog in de show van Catherine Keijl als meisje dat verliefd was op W.A.

Deed ze heel overtuigend.

Bij W., die thuis een muziekstudio had, namen we een carnavalslied op over Prins Pils: Met een biertje in de hand. (F. wist zeker dat hij daarna binnen zou lopen). Op Koninginnedag organiseerden ze een Miss Queen-verkiezing, met een wedstrijd aardappels schillen, om een degelijke Hollandse vrouw voor W.A. te zoeken. Het was hilarisch, maar op een gegeven moment was het ook wel klaar.

Toen F. en ik uit elkaar gingen, nam ik het telefoonnummer waarop de W.A.F. was geregistreerd mee naar mijn nieuwe huis. Het is nu al jaren geleden, maar elke keer als W.A. een scheet laat, rinkelt de telefoon weer voor de W.A.F.

“Nee, dit is niet het nummer van de Willem-Alexander Fanclub,” zei ik vandaag drie keer (het ANP en twee radioprogramma’s), “en ik heb geen idee waar je ze wel kunt bereiken.”

Het is genoeg geweest, klaar, over.

Verhalen over drinkgelagen tijdens zijn studententijd in Leiden leverden Willem-Alexander de bijnaam ‘prins Pils’ op en er werd publiekelijk getwijfeld of hij wel geschikt was voor het koningschap. Inmiddels staat hij bekend als een onomstreden en populaire vorst.

Terug naar 28 maart 2007

Wat een opwinding, wat een commotie. Een paar dagen geleden had ik Arnon Grunberg gemaild (zijn e-mailadres losgepeuterd bij G.B.) met de vraag of hij beschermheer van Club Propaganda wilde worden. Uiteraard gerefereerd aan de MacBook die hij me had overhandigd toen ik de Tirzaprijsvraag won, en waarop ik nu de Club Propaganda-site in elkaar zit te knutselen.

Net, terwijl ik zat te werken, ­verscheen er een pop-up in mijn scherm. Mail. Van Arnon Grunberg! Ik opende het bericht meteen, maar het bleek niet aan mij gericht, maar aan Johannes, zijn assistent.

Hij schreef: Johannes, kun je hier even naar kijken en me adviseren?

Krijg nou wat, dacht ik, hij heeft de mail naar zijn assistent willen forwarden, maar heeft in plaats daarvan mij gereplyd. Een soort raket die zich met een boogje in de grond boort, maar dan andersom. (Sorry, ik ben een beetje hyper).

Dus ik typte: ‘Zou het kunnen dat je in plaats van op forward op reply hebt gedrukt?’

Er kwam vrijwel onmiddellijk een bericht terug: ‘Dat zou heel goed kunnen. Laten we hopen dat het advies van Johannes gunstig uitvalt. Hartelijke groet, Arnon.’

Leuk! Dus ik tikte: ‘Misschien kun je een goed woordje voor me doen.’

Een halve minuut later weer een pingetje: ‘Zal ik doen en bovendien een advies is slechts een advies.’

Ik, met klamme handen, me realiserend dat het elk moment voorbij kon zijn: ‘We wachten af. Johannes is de baas.’

Hij: ‘Jij zegt het.’

Dat was het. Het had in totaal niet langer dan tien minuten geduurd, maar de hele tijd dacht ik: Ik! Mail! Met! Arnon! Grunberg!

O, nu komt er een mailtje binnen van Johannes die schrijft dat Arnon wil weten wat het concreet inhoudt. Ik zit er vlakbij, echt vlákbij. Als Grunberg zijn naam wil ­verbinden aan Club Propaganda zitten we gebakken.

Club Propaganda was een website over Nederlandstalige literatuur en poëzie die twee jaar heeft bestaan. Arnon Grunberg wilde geen beschermheer worden.

Terug naar 25 maart 1977

In het speelkwartier, vandaag op school, kwam mama me halen. We gingen naar de beugeltandarts, voor de tweede keer. Ik moest nu gips happen en er werden foto’s gemaakt. Het gips was een rozig papje wat haast geen smaak had. Een mevrouw smeerde het op een soort ijzeren voorwerp wat precies tussen mijn tanden en kiezen kwam. Ze drukte het heel hard tegen mijn gehemelte en toen ze het eruit trok had ik het gevoel dat ze mijn hele gebit meetrok. Die mevrouw rook ook heel vies uit haar mond, alsof ze rookte.

Het foto’s maken ging gemakkelijker. Ik moest in allerlei standen achter een bordje met mijn naam staan en ik moest voor een groot apparaat staan met mijn jas en mijn oorbelletjes uit. Toen moest ik gaan zitten en me niet bewegen. Even later zoemde er een ding om me heen dat foto’s maakte. Ik moest ook ergens mijn hand op leggen, daar werd ook een foto van gemaakt. 

Volgens mij om te zien hoe ver in de groei ik ben. Toen was ik klaar. Ik moest nog even met mama naar boven om te praten over wat ze gaan doen. Nou, dit dus: ik moet bij onze eigen tandarts kiezen laten trekken omdat mijn mondholte te klein is. Mama vond het zonde van mijn kiezen omdat ik helemaal geen gaatjes heb. Als de kiezen worden getrokken krijg ik verdoving, ongeveer drie prikken per kies. 

Ik moet vier kiezen laten trekken dus krijg ik totaal twaalf prikken!! Daarna komt pas de beugel. Wat een werk, hè! Ik krijg een plaatjesbeugel. Ik hoop dat ik ook een buitenboordbeugel krijg, M. heeft die ook, ‘buitenboordmotor’ zegt hij.

Toen we thuiskwamen waren er drie kaarten voor mij gekomen van een kettingbrief waar ik aan meegedaan had. Ze kwamen allemaal van meisjes uit Oisterhout. Dat is heel ver. Ik moet ook naar tien meisjes een kaart sturen, maar ik heb er pas zes gedaan omdat ik niet weet wie nog meer.

Jou Marieke

Terug naar 22 maart 1977

Vandaag kregen we eerst de verkeerstoets. Er kwam een echte agent die ons de blaadjes gaf waar de vragen op stonden. Ik dacht dat het heel gemakkelijk zou zijn, maar het was heel moeilijk en ik raakte helemaal in paniek, zodat ik iets van zes fout heb, denk ik. De uitslag krijgen we pas over twee maanden of zo.

’s Middags moest ik mijn boek­bespreking houden. Ik had op één of andere manier geen zin.

Eerst moesten twee andere kinderen. Ik luisterde maar half, zo zenuwachtig was ik. Eindelijk was ik. Ik had mijn nieuwe spijker­overgooier aan, maar daar lette ik niet eens op, ik was alleen maar bang wat fout te zeggen. Ik begon zo: ‘Ik ga mijn boekbespreking houden over….’ Toen werd ik vuurrood. Maar verder ging het wel goed. Ik hield het over Rossy dat krantenkind (geschreven: An Rutgers van der Loeff). 

Het is een heel zielig verhaal, het gaat over een meisje dat heel arm is. Ze heeft zeven broertjes en zusjes waarvan één een baby is. Haar lievelingseten is brood met appelmoes. Eigenlijk kip met appelmoes, maar dat kunnen ze niet betalen omdat ze zo arm zijn. Als er op een keer brand uitbreekt, redt Rossy de baby uit het brandende huis. Ze is zo erg verbrand dat ze heel lang in het ziekenhuis moet liggen en haar haar is afgeschroeid. Het wordt bekend en dan sturen mensen uit het hele land kip met appelmoes naar haar op. Dan moet je echt huilen, joh! Nog een boek van An Rutgers van der Loeff is: De kinderkaravaan, een heel goed en ook zielig boek (vooral op het laatst).

Toen ik klaar was zei iedereen: “Goed hé!” en “Jee wat goed” en zo. Dat hebben ze nog nooit bij iemand verteld! De meester zei ook dat het op de goede volgorde stond en zo. Ik was heel blij!

Je Marieke

Het Verkeersdiploma wordt sinds 1932 afgegeven door Veilig Verkeer Nederland aan basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8, als zij met succes een theorie-examen en praktische verkeerstest hebben afgelegd. 

Terug naar 20 maart 2020

Een beladen middag bij de Syriërs. Ik vertelde ze over de dood van [Frank] Starik en de dood van Menno [Wigman], op wiens begrafenis hij vijf weken eerder nog sprak. Ik wilde ze ook vertellen over De eenzame uitvaart, dat ik zo’n hartverscheurend mooi initiatief vind, maar ik deed het niet, omdat ik vermoedde dat hun kennis van Nederland en het Nederlands nog niet toereikend was. Ook wilde ik ze niet te veel lastig vallen met verhalen over dood. Omdat, nou ja, duidelijk. Dus zei ik: “Wat. Doet. U. Als U. Te laat. Komt. En. Hoe vaak. Gebeurt dat?”

E. zei: “Ik bel mijn baas. Dat gebeurt… bijna nooit?”

Ik knikte.

M. zei: “Dat gebeurt bijna één keer per jaar.”

“Eén keer per jaar. Zonder bijna.”

We oefenden nog wat vragen en antwoorden. Toen hadden we het opeens over de oorlog. “Niemand doet,” zeiden ze. “Waarom? Hele wereld weet. Op televisie, op Facebook, op internet. Waarom doet niemand?”

M. zei dat mensen hun mond moesten opentrekken. “Maar wereld stil.” Toen onthulde hij zijn theorie. Volgens hem is de oorlog onderdeel van een groot plan om alle Syriërs uit te roeien en het land leeg te krijgen. Hij pakte een stuk papier en tekende een kaart: Syrië, de buurlanden, de zee. Dwars door Syrië heen trok hij een lijn. Een pijplijn, voor olie: de kortste weg van Qatar, waar de olie vandaan komt, naar Europa. Nu moet de olie buitenom, over zee, worden vervoerd. De pijplijn ligt er al, maar kan niet worden gebruikt. Eerst moet Syrië leeg zijn.

Ik zei dat ik dat niet kon geloven.

M. hield vol. Ik wilde ook vol­houden, maar op dat moment zag ik de vermoeidheid en de radeloosheid in zijn blik, en ik hield mijn mond.

Toen ik naar huis fietste, voelde ik me verslagen. Misschien kun je inderdaad beter geloven in samenzweringen dan dat je moet accepteren dat deze horror, chaos en ellende, die nu al zeven jaar duurt, zomaar plaatsvindt, zonder enige reden.

Uit het dagboek van Marieke Groen (1966). 

Terug naar 18 maart 1992

We hebben hier een computer neer­gezet, geleend van het kantoor van R.H., want mijn uitgever (mijn hart maakt een nerveus huppeltje als ik die woorden typ) vroeg of ik mijn boek ook op floppy kon aanleveren. Ik: “Ja, hoor!” Daarna belde ik F: “Wat is een floppy?”

Een floppy is dus een soort cassettebandje (maar dan plat), waarop je je tekst kunt opslaan (en versturen). Maar daarvoor moet je je tekst wel eerst bij een computer hebben ingevoerd.

F. heeft een computer van R. in zijn auto geladen en bij mij op de eettafel gezet. Nu zit ik dus mijn hele U2-boek over te tikken. Wat ook weer niet zo’n ramp is, want ik kom nog van alles tegen dat anders kan, dus tussendoor kan ik nog het een en ander verbeteren.

Werken op dat ding is wel even wennen. I. had gezegd: “Je moet niet vergeten alles wat je schrijft te zeven.”

Saven dus, van het Engelse safe.

Je moet alles opslaan en bewaren. Dat ging gisteren al meteen mis. Er kwam een elektricien langs bij de bovenburen, die netjes aanklopte en zei dat de stroom eraf moest.

“Is goed,” zei ik, maar toen de stroom weer aanging, bleek ik alles wat ik die dag had gedaan kwijt te zijn doordat ik niks had ‘gezeefd’.

Maar verder is het veel handiger en sneller dan een elektrische typemachine. Als ik ergens een stukje tussen wil plakken, hoeft dat niet op de manier waarop ik het gewend ben: stukje uitknippen en ertussen plakken en dan onder het kopieerapparaat, maar je plakt het er gewoon op de computer tussen.

Ik schat dat het drie weken kost voor ik mijn hele boek heb over-getypt. Dan kopieert F. het naar een floppy en sturen we het op naar, let op: MIJN UITGEVER.

Een floppy(disk) is een opslag­medium dat eind jaren zestig werd ontwikkeld door IBM en dat in de jaren tachtig, met de komst van de pc, alomtegenwoordig was. In 2011 stopte de productie van floppydisks.

Terug naar 15 maart 2017

Verkiezingen. Voor het eerst hadden we een eigen stemlokaal in de wijk. Toen ik erheen liep scheen de zon en ik had het gevoel dat ik deel uitmaakte van iets groots, een omwenteling, een overgang. Gisteravond had ik mijn schrijfstudenten aan het einde van de les op het hart gedrukt wel te gaan stemmen, zoals ik ze na de laatste les voor de kerstvakantie altijd fijne feestdagen wens. Als ik ze weer terugzie is het nieuwe jaar begonnen. Dat gevoel had ik nu ook: de volgende keer als ik ze zie, is er een nieuwe tijd aangebroken.

’s Avonds ging ik naar A. en S. die een verkiezingsetentje gaven. We aten vegetarische paella en hadden het erover dat de opkomst nog nooit zo hoog was geweest, dat er rijen stonden in ons stemlokaal. Iedereen aan tafel had GroenLinks gestemd, op twee mensen na waaronder een man die Partij voor de Dieren had gestemd omdat het de enige partij was met een vrouw als fractievoorzitter. Hij vond het krankzinnig dat er anders helemaal geen vrouwen in de kamer zouden zitten. We zeiden dat we eigenlijk niemand kenden die níet GroenLinks of Partij voor de Dieren had gestemd. Iedereen wil verandering, zeiden we, die verrechtsing heeft lang genoeg geduurd, we zijn er klaar mee.

Ik dacht aan de Syrische hipster die me had verteld dat hij in de twee jaar dat hij hier was nog nooit een racist had gezien. Hij kende ze niet, racisten. Ik ook niet, zei ik. “Het is maar een héél klein percentage van alle Nederlanders.”

Hij knikte. “En ze wonen heel ver weg. In Friesland, denk ik.”

Het was een mooie, hoopvolle avond. Het ging goed komen met de wereld, om te beginnen met Nederland. Met die gedachte verliet ik het huis van A. en S. Toen kwam ik thuis en zette ik de tv aan.

De Tweede Kamerverkiezingen van 2017 werden gewonnen door de VVD. De PVV werd de op één na grootste partij. Grote verliezer was de PvdA.

Terug naar 14 maart 2001

Het Boekenbal 2001 gaat mijn persoonlijke geschiedenis in als de avond waarop ik Salman Rushdie Nederlands leerde. Ha!

O. en ik hadden kaartjes voor het bal plus voorprogramma. Rushdie en vriendin arriveerden, omringd door lijfwachten en camera’s, en verdwenen meteen in een zijzaal­tje. Tijdens het rondjes lopen op het feest zagen we ze weer. Ze oogden wat verloren, iedereen keek naar ze, maar niemand sprak ze aan. In de drukte schoven we bijna buik aan buik langs elkaar.

In een reflex stak ik mijn hand uit en Rushdie greep hem, hij trok me naar zich toe en vroeg wie ik was. ‘Marieke Groen, a Dutch author,’ riep ik verschrikt en toen stonden we opeens te praten. Hij vertelde dat hij met plezier voor ons het boekenweekgeschenk had geschreven, omdat Nederland hem altijd had gesteund toen de fatwa over hem werd uitgesproken.

‘Dat is mooi,’ zei ik, ‘hoe is uw Nederlands eigenlijk?’ (Het was laat, het was Boekenbal.) Rushdie kende zoals verwacht geen woord Nede­rlands, of ik hem niet wat kon leren.

Het enige wat ik wist te verzinnen op dat moment was: patatje oorlog.

‘Patatje oorlog’, herhaalde Salman Rushdie vrijwel accentloos. Daarna vroeg hij wat ‘this is a great party’ was in het Nederlands.

Really? dacht ik, want hij zag eruit alsof hij zich stierlijk verveelde. Zijn beeldschone vriendin, die er de hele tijd als eye candy bij stond zei: ‘How do you say I love you in Dutch?’ Ik had medelijden met haar, Rushdie negeerde haar volkomen. Toen ze haar arm om hem heen sloeg en zijn wang kuste, rea­geerde hij geërgerd: ‘Excuse me ­dear, I’m talking to a Dutch author.’

Ik wilde graag enthousiast over hem zijn, maar het lukte niet, het stoorde me hoe hij zijn vriendin behandelde. O. zei later dat hij hem zelfs ronduit onbeschoft vond.

De roman De duivelsverzen leverde Salman Rushdie een fatwa met doodsbedreiging op van de Iraanse leider Khomeini. De schrijver krijgt sindsdien bescherming van de ­Britse staat. In 2001 schreef hij, als eerste niet-­Nederlandstalige ­auteur, het boekenweekgeschenk. 

Terug naar 12 maart 2013

Ik zag gisteren een documentaire over een vrouw die na de kernramp in Fukushima, nu twee jaar geleden, gedwongen was geweest haar woonplaats te verlaten. De vrouw runde er een taartjeszaak, een trouwzaal en een uitvaartcentrum. “Ja, ik weet het,” zei ze, “dat klinkt als een rare combinatie.” Ze lachte. Ze lachte de hele tijd. Ze lachte toen ze in een container, waar de plaatselijke kapper nu zijn werk deed, haar haar liet knippen, ze lachte toen haar familie zei dat ze zo dik was geworden sinds ze niet meer werkte. “Niemand heeft mij ooit zien huilen,” zei ze, “ik huil alleen ’s avonds in bed.”

Ze wachtte op een bericht van de regering. Die zou een kaart verspreiden waarop stond welke gebieden waren schoongemaakt en weer bewoonbaar waren verklaard. Ze waren nu al een jaar verder, de vrouw wilde terug naar huis, ze kon niet wachten om weer aan het werk te gaan.

Omdat de kaart op zich liet wachten ging ze zelf kijken hoe het ervoor stond in haar woonplaats. De straten waren uitgestorven en overwoekerd met onkruid. Met een mondkapje voor betrad de vrouw haar oude trouwzaal. Alle stoelen stonden nog overeind. Ze bezocht haar oude taartjeszaak en lachte om de groen uitgeslagen koekjes in de vitrines.

Na anderhalf jaar ontving ze eindelijk het langverwachte bericht van de regering over een mogelijke terugkeer. “O,” zei ze langzaam, de kaart bestuderend, “het gebied is onbewoonbaar verklaard.”

Aan het einde van de documentaire deed ze karaoke met haar man. Ze zongen samen een lied over de schoonheid van je geboortegrond. De vrouw moest zo hard huilen dat ze niet verder kon zingen. Haar man zong stug door. Hij ging zelfs iets harder zingen, alsof hij voor twee zong. Er ging oneindig veel liefde uit van dat gebaar.

De kernramp van Fukushima in Japan was het gevolg van de zee­beving en de daaropvolgende tsunami van 11 maart 2011. Ruim 100.000 mensen werden geëvacueerd om ze te beschermen tegen nucleaire straling.

Terug naar 10 maart 1993

Première van De kleine blonde dood. F. en ik hielpen een beetje mee. Er was een limousine die de hoofdrolspelers vlak om de hoek oppikte en ze honderd meter verder, bij de rode loper voor Tuschniski afzette, waarna hij weer terugreed om het volgende stel op te pikken. Op z’n Hollands, zeg maar.

Het was voor het eerst dat ik de film met muziek eronder zag. Ik vond hem heel mooi geworden, ontroerend. Tien minuten voor het einde verliet ik stilletjes de zaal, samen met de hoofdrolspelers, naar een kamertje achter het podium waar we wachtten tot zij het podium werden opgeroepen. Op het laatst stond ik alleen nog met Antonie Kamerling in dat kamertje. Ik wilde iets tegen hem zeggen, iets om indruk op hem te maken, iets moois of slims, waardoor hij me zou zien. Maar ik kon niks bedenken. Op het moment dat zijn naam werd genoemd en hij op moest zei ik nog snel iets, ik zei: ‘Zet hem op!’ Dat was het, meer wist ik niet te verzinnen. Het sloeg nergens op, want hij hoefde alleen maar bloemen en applaus in ontvangst te nemen. Ik ben een sneue groupie.

Maar het feest was heel leuk. Na afloop namen we een taxi terug naar huis. Toen we langs het Heinekentunneltje bij het Amstel­hotel reden, zei de taxichauffeur opeens: “Ja, daar was het.” Wij, een tikje plichtmatig: “Wat?” Want iederéén begint daar altijd over de ontvoering van Heineken.

Hij: “Daar is-ie ontvoerd, Heineken.” Het bleek slechts een introductie, het verhaal dat hij wilde vertellen was dat die Heineken­ontvoerder zo’n toffe peer was, want de taxi waar we nu in zaten, die had die ontvoerder voor hem betaald. F. en ik keken elkaar aan van: nou jááá. Toen we afrekenden hebben we expres geen fooi gegeven. Wat een idioot.

Het Heinekentunneltje is de bijnaam van de fietstunnel onder brug 325 bij de Weesperzijde. Op 9 november 1983 werden Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer door hun ontvoerders in deze tunnel overgezet in een andere auto.

Terug naar 6 maart 2002, Dublin

Vandaag gaan de Ieren naar de stembus voor een referendum over abortuswetgeving. Overal in de stad hangen borden met Yes of No; blauwe borden voor yes, rode voor no. Yes betekent niet, zoals je zou verwachten: ja, voor het recht op abortus; nee, yes betekent: ja, natuurlijk vierkant tegen abortus! Of zoals de borden zeggen: The unborn depend on you! Protect women & save babies!

Het blijven natuurlijk wel Ieren. Het nee-kamp schuwt overigens ook geen dramatische taal: Raped, pregnant, suicidal... don’t let her die, vote NO. Niet zomaar een hysterische kreet: volgens de wet (uit 1861…) is abortus illegaal tenzij het leven van de moeder op het spel staat. En dat is bij zelfmoord­gedachten het ge­val. Voor baas in eigen buik is het hier duidelijk nog een tikje te vroeg.

Een kleine meerderheid van de ­Ieren stemde in 2002 tegen versoepeling van de abortuswet: abortus bleef in alle gevallen strafbaar. Pas in 2018 stemde een meerderheid van de Ieren voor het liberaliseren van abortus in het geval van verkrachting of incest.

Terug naar 7 maart 1978

Lief Dagboek, vandaag kregen we de laatste Citotoets: rekenen en begrijpend lezen groot – dat was niet zo moeilijk. Ik was ook helemaal niet meer zo zenuwachtig, ik ben het denk ik al meer gewend. De eerste toets was ik ook zenuwachtig omdat het mijn verjaardag was, dat was niet leuk. Ik denk dat ik het wel goed gemaakt heb, en anders hielp de meester nog. Na schooltijd liepen we met de katholieken mee naar huis, die hadden behalve rekenen en begrijpend lezen groot ook woordbenoeming en spelling, dat hadden wij niet. Gek hè? Maar zij hebben ook altijd andere lessen dan ons, bijvoorbeeld ‘godsdienst’. Wij hadden in de vierde wel eens een mevrouw in de klas die dan verhalen vertelde over God en de Bijbel, maar nu niet meer. Het was ook heel saai.

Terug naar 4 maart 2004

Zou het monster Dutroux ook in Nederland hebben kunnen ontstaan? Mijn gevoel zegt van niet. België ligt vlakbij en tegelijkertijd aan de andere kant van de wereld. Op dit moment staat zijn vrouw terecht. Michelle Martin. Ze heeft het altijd geweten, alles, mee­gewerkt ook, elke keer, ze was als de dood voor Dutroux, zegt ze nu. Het was alsof ze in een sekte zat van één persoon.

Toen Dutroux drie maanden de gevangenis in moest en de acht­jarige Julie en Mélissa nog in de kelder van zijn huis zaten, zei hij tegen zijn vrouw: ga erheen en geef de honden en de meisjes te eten. Ze ging, ze durfde niet te weigeren. Dutroux zat dan wel vast, maar hij deelde nog steeds de lakens uit, en binnenkort kwam hij vrij. Ze was bang voor dat huis, maar nog banger voor hem.

Het klinkt verschrikkelijk, maar dit is het punt waarop ik denk even in haar hoofd te kunnen kruipen. Michelle Martin ging de keuken in, trok een blik hondenvoer open en schraapte het haastig leeg boven de voerbakken. Onder haar voeten wist ze de meisjes. Ze bleef er zo ver mogelijk vandaan. Misschien was ze bang dat Julie en Mélissa – die acht jaar waren, vermagerd en uitgeput – haar zouden overmeesteren. Misschien was ze bang dat ze ziek of dood waren en dat er een beslissing van haar werd verwacht. Ze had al heel lang geen beslissingen meer genomen.

Maar die dag nam ze er een. Ze besloot om niet aan de meisjes te denken. Dat kon ze goed, dingen verdringen, ze was erin getraind. Ze gaf de honden eten en liet de meisjes verkommeren. Michelle Martin. Vandaag staat ze terecht. Ze ziet zichzelf niet als dader, maar als slachtoffer, lijkt het. Benieuwd hoe het hof dat ziet.

Michelle Martin, de vrouw van Marc Dutroux, werd veroordeeld tot dertig jaar gevangenisstraf. In 2012 werd ze onder voorwaarden vervroegd vrijgelaten. Ze kreeg opvang in een Belgisch klooster en begon aan een rechtenstudie.

Terug naar 2 maart 1994

De beroemde foto van het Monster van Loch Ness, waarop de lange, gekromde nek van het wezen uit het water steekt, blijkt nep te zijn. Robert Wilson, de Britse arts die de foto nam in 1934, kreeg wroeging en heeft het op zijn sterfbed opgebiecht. Het mythische zeepaard is feitelijk een speelgoedduikbootje dat hij had gekocht bij een nabijgelegen souvenirwinkel. Toch jammer. Nu is het wachten tot de makers van de andere foto’s opbiechten dat hun foto’s ook nep zijn. Tot nu toe is dat niet gebeurd. Dat biedt perspectief. De voetstap van de Verschrikkelijke Sneeuwman, hoog in de Himalaya, het filmpje van een Bigfoot die wegvlucht in het bos, de ufo die neerstortte bij Roswell: voorlopig blijven we er van uitgaan dat ze authentiek zijn.

Ik vind het fascinerend dat overal ter wereld dit soort verhalen op­duiken. Blijkbaar is er een grote behoefte aan mythische monsters. Ik denk dan ook niet dat we ervan af willen, ik denk dat we onze eigen monsters creëren om controle te krijgen over het onbekende en het ontembare. Het is niet voor niets dat die wezens altijd opduiken op onherbergzame plekken. De besneeuwde en maar door een enkeling bedwongen bergen van de Himalaya, de uitgestrekte woestijn van New Mexico, de woeste wouden van Canada, de ruige Schotse Hooglanden. Loch Ness is ook nog eens een krankzinnig diep meer waarin duikers geen hand voor ogen zien, vanwege alle algen. Dat spreekt tot de verbeelding en het roept angst op. Dus geven we vorm aan die angsten door er een monster van te maken. Als je een beeld hebt van dat waar je bang voor bent, kun je het te lijf. Het on­bekende is altijd vele malen enger.

Het Monster van Loch Ness (‘Nessie’) werd voor het eerst gespot in 1933. Sindsdien zijn er vele waar­nemingen gedaan en foto’s gemaakt. In 2000 werd met behulp van sonarapparatuur een wezen ontdekt in het meer, dat bleek een namaak-Nessie uit een Sherlock Holmes-film te zijn.

Terug naar 28 februari 1991

Jarig! 25, halve Sarah, kwart eeuw etc. De maan was vol, en wat ik gehoopt had, maar niet durfde te verwachten: de oorlog is afgelopen, op mijn verjaardag! (Om 1:00, dus nét.) Sadam Hoessein heeft het vredesvoorstel van Bush geaccepteerd. Het mooiste verjaarscadeau. Of eigenlijk het op een na mooiste, het mooiste was van F. die om 12 uur ’s nachts belde (ik sliep al) en ‘Lang zal ze leven’ door de telefoon zong, terwijl ik slaapdronken meezong. Nu taarten bakken want straks komen opa en oma E. en oma G., en vanavond mijn vrienden met bergen liefde en cadeautjes. Jippie.

Terug naar 29 februari 1992

‘Dit jaar ben je eindelijk weer eens jarig hè.’ Ik ben vergeten hoe vaak ik dat dit jaar al heb gehoord. Of als mensen wél weten wanneer ik echt jarig ben: ‘Gelukkig ben je niet op 29 februari geboren, anders was je nu nog maar vier.’ Ja haha, alleen was mijn geboortejaar geen schrikkeljaar.

Er zijn er ook die blijven geloven dat ik wél op 29 februari geboren ben en mijn verjaardag daarom op 28 februari vier. Blijkbaar is er een grote behoefte aan mensen die op een 29 februari geboren zijn. Ik zeg: gat in de markt!

Als ik op 29 februari was geboren was ik vandaag 7 geworden. Ik zou nog op de lagere school zitten, terwijl mijn vrienden allang aan hun leven waren begonnen. Zij zouden bezig zijn met carrière maken en kinderen krijgen en ik zou nog steeds knikkeren en touwtje springen. In mijn eentje, want al mijn vrienden ontgroeiden me vroeg of laat.

Elk jaar leerde ik dezelfde stof op school en ik beleefde nooit iets nieuws. Het leven zou iets zijn dat vooral door anderen werd geleefd, terwijl ik in de wachtkamer zat te wachten tot het mijn beurt was. 

De schrikkeldag werd ingevoerd omdat een kalenderjaar circa zes uur korter duurt dan het tropisch jaar. Om te voorkomen dat de seizoenen te veel verschuiven, wordt het eens in de vier jaar met een schrikkeldag gecorrigeerd.

Terug naar 25 februari 1986

Gisteren weer naar het huiskamerproject in het Lloyd hotel geweest. Er gebeurde iets heel stoms. Normaal gaan we altijd alleen om te praten met de jongens die er gevangen zitten. De bedoeling is dat we het over normale dingen hebben, dus geen therapeutische gesprekken. Daarom mogen we ook niet weten wat ze hebben gedaan, want dan zouden we ze daar maar op beoordelen/veroordelen. Maar vanavond hadden ze iets anders bedacht: een discoavond (van 7 tot half 9). Allemaal in het kader van: normale dingen doen. Dus wij komen boven, alle tafels en stoelen staan aan de kant, en de bewakers draaien plaatjes. Beetje geforceerd allemaal, maar à la, dus wij dansen. Na een paar dansplaatjes zet de ‘DJ’ opeens een schuifelplaatje op. De jongens vroegen ons meteen ten dans. Wij (we zijn met alleen maar meisjes) keken elkaar aan van: wat moeten we doen? Maar we hadden toen iets van: vooruit dan maar. Daarna was het alleen nog maar schuifelplaatjes.

Toen we na afloop door de bewaker naar beneden werden gebracht zei M. dat een van de jongens tegen haar had gezegd dat het meisje waarmee hij schuifelde zich helemaal tegen hem aan had gedrukt. Toen keek ze naar mij en zei lacherig: ‘Jij schuifelde toch met hem? Deed jij dat?’ Ik: ‘Nee, natuurlijk niet!’ Maar terwijl ik het zei voelde ik dat ik knalrood werd en ik dacht: nu gelooft ze me niet. En ik zag de andere meisjes kijken alsof ze het ook niet geloofden. Ik voelde me zó stom, op de fiets naar huis dacht ik de hele tijd: ik ga nooit meer, en dat denk ik nu nog steeds. Ik probeerde de hele tijd terug te halen wat ik dan precies had gedaan waardoor die jongen dat kon denken. Maar volgens mij heb ik niks raars gedaan.

Het Lloyd Hotel was oorspronkelijk een landverhuizershotel. Van 1963 tot 1989 deed het dienst als jeugdgevangenis, daarna zaten er ateliers. Sinds 2004 is het weer een hotel.

Terug naar 23 februari 1979

Lief Dagboek, vandaag was ’t carnavalsfeest. We moesten om zeven uur op school zijn, en dan naar ’n lokaal om je om te kleden. Je beeldde met je hele klas een onderwerp uit. Wij hadden ’t verre oosten. Ik had een rode satijnen broek met een hesje van paars met groen satijn en daaronder m’n bikini. Verder had ik slippers aan en een sluier voor. Ik had hele lange oorbellen in en had me opgemaakt met mascara en ogenschaduw. Onder m’n ogen had ik speciale goudglitter en sterretjes op m’n voorhoofd.

D. en ik hadden beiden een grote waaier van zilverpapier gemaakt. Toen moesten we naar beneden en langs de jury die uit vijf leraren bestond. M.’s klas kwam na ons, ze waren punk. M. had een oude spijkerbroek met veiligheidsspelden erin, gympies en leren jackie aan. Hij had z’n gezicht wit geschminkt met een zwarte ster op z’n wang, net als Kiss. Na ’t showen voor de jury gingen we hossen op carnavalsliedjes. Daarna moest je per klas je liedje opvoeren. Wij waren als tweede aan de beurt. De jongens lagen op de grond terwijl de meisjes naar ze stonden te waaieren. Daarachter stonden meisjes te buikdansen en ondertussen zongen we ons liedje. Dat lukte aardig.

Het liedje van de klas van M. ging over de Dik Voormekaar-show. Ze zongen bijvoorbeeld: “Ik ben meneer de Groot en ik ben dol op krentebrood.” En: “Ik ben Harry Nak en ik heb duiven op m’n dak.” Het was erg leuk. Toen kregen we de uitslag en wij hadden de eerste prijs!! ’t Was niet te geloven. We juichten en gilden dat ’t niet mooi meer was. I. en ik vroegen We are the champions van Queen aan, speciaal voor onze klas. M.’s klas kreeg geen enkele prijs.

Papa kwam ons om een uur of tien ophalen. Thuis ging ik meteen m’n make-up eraf wassen. Ik haalde ’t eraf met tandpasta. Gewoon tandpasta erop en verwijderen met een nat washandje en weg is het! Doei!

Terug naar 22 februari 1985

Vandaag met L. naar Amsterdam geweest, want zij wilde nieuwe schoenen, college shoes, hele truttige dingen. In de Kalverstraat lieten we een computerfoto maken. Je moest op een krukje gaan zitten en dan kwam je hoofd op een tv. Dat werd dan in stipjes op papier gedrukt door een computer.

Omdat het zo duur was, gingen we met z’n tweeën op het krukje, na afloop knipten we de foto doormidden. Daarna gingen we naar de film Twee vorstinnen en een vorst (geproduceerd door de oom van M. en met muziek van de man van mijn lerares Nederlands!!).

Mooie film, het tegenovergestelde van Dallas. Als ze in Dallas met elkaar naar bed gaan, zie je wat gekus en dan zakken ze onder het beeld van de camera. Hier zag je alles heel mooi en puur.

We gingen ook nog heel chique lunchen: pommes frites et la sauce et une icecream de l’eau – oftewel een patatje met bij Ruud Krol en een waterijsje toe.

Hoogachtend:

Mejuffrouw Marieke Gibb-Groen Barones van stuk tot spetters

Terug naar 21 februari 1985

Vandaag was de Elfstedentocht, voor het eerst in 22 jaar. Toen ik vanmorgen opstond, zaten er al een stel in de keuken die om vijf uur waren opgestaan om de start te zien in het pikkedonker.

Het was toch wel een gek gezicht dat toen ik uit school kwam de Elfstedentocht er nog steeds was: ik had er al een hele dag op zitten en zij stonden nog steeds op het ijs. Het dooit al, er ligt heel veel water op het ijs, het lijkt soms wel of ze op het water rijden.

Het zal nu wel weer 20 jaar duren voor er een Elfstedentocht komt, dus toch wel goed dat ik nog even heb gekeken. Nu even naar de Spar klunen, anders heb ik straks niks te eten!

Voor het eerst in 22 jaar werd er een Elfstedentocht gereden in 1985. De wedstrijd werd gewonnen door Evert van Benthem. Het jaar erop was er opnieuw een Elfstedentocht.

Terug naar 19 februari 1983

Lief Dagboek, ik haalde vanmorgen A. op om naar ’t winkelcentrum te gaan, maar hij was helemaal niet vrolijk. Toen vertelde hij ’t: z’n moeder vindt dat we elkaar te vaak zien, dat ik hem te veel in beslag neem, dat z’n schoolwerk er ‘vast’ onder gaat lijden.

Dat als hij dit jaar zakt hij ’t studeren wel kan vergeten, dat hij thuis nooit wat doet maar altijd maar boven zit met mij en wat hij daar niet allemaal doet met mij. Beláchelijk! A. was loeikwaad en zei: ik ben 19 en nog bepalen ze alles voor me! Wat gaat hun aan wat ik met jou doe! Hij liep te vloeken en moest bijna huilen.

We hebben een heel end gelopen, A. zei dat als hij niet mocht gaan studeren, hij ’t huis uit zou gaan en ’n studiebeurs aan zou vragen. Hij wilde dat ik ook van school was en ook ’n studiebeurs had of ’n baantje, dan konden we samen op kamers gaan wonen, weg uit dat klote-huis, bij die klote-ouders.

Toen ik hem ’s avonds weer zag had hij een gesprek gehad met z’n vader erbij. Ze vonden dat hij me alleen nog maar in het weekend mocht zien, anders kon hij zich niet concentreren op z’n examens. We waren allebei een beetje (zeg maar: heel erg) aangedaan. Toen zei A: “Als we elkaar nog maar zo weinig zien…”

Ik: “Wat?”

Hij: “Heeft het dan nog wel zin voor jou?”

Ik schrok heel erg, ik was bang dat hij me kwijt wilde. Maar hij was juist bang dat ik hem kwijt wilde. Hij dacht dat we misschien uit elkaar zouden groeien als we elkaar niet zo vaak meer zien.

A. bracht me thuis en we keken elkaar steeds heel zielig aan en hielden elkaar dan stevig vast.

Hij wilde zeggen: “Nou, tot vrijdag.” Maar ik snoerde hem snel de mond en zei “Tot snel.” Ik kon wel huilen. Ik mis hem nu al. Nog 5 dagen. Hoe kom ik ze door??

x-je M.

Terug naar 18 februari 2012

De hele avond naar het liveverslag van de uitvaart van Whitney Houston op CNN gekeken, iets dat het midden hield tussen een gospelconcert en een soap. Er waren verpleegsters met witte kapjes die kwamen aansnellen als iemand in het publiek onwel werd. Bobby Brown verscheen, veel te laat, met een entourage van negen personen. Toen hij hoorde dat daar geen plaats voor was, maakte hij woedend rechtsomkeert.

Op het podium, schuin achter de piano, en prominent in beeld, zat een vrouw met een imposante hoed op die ik eerst aanzag voor een afro. Misschien dacht ze: ik draag mijn haar voor de gelegenheid een beetje afro-american. Ze was de enige blanke en de enige die zwart droeg, alle anderen waren in het wit. Vergissing. Maar ze liet zich niet kennen. Toen

Alicia Keys zong: ‘She was an angel,’ knikte ze driftig van ja, dat was ze, en toen Keys daaraan toevoegde: ‘We will never forget you,’ schudde ze verwoed nee.

Toen Stevie Wonder achter de piano Love is in Need of Love Today inzette, een nummer waar ze in haar jonge jaren misschien op had gedanst, en iedereen overeind kwam, kon ze niet als enige blijven zitten. Er was één probleem: waar liet ze haar handen? Ze hingen als twee dode vogels onderaan haar armen, je kon zien dat ze ze liever had thuisgelaten.

Voor haar werd iemand uit het publiek weggeleid door een verpleegster, en op dat moment vonden haar handen elkaar, op kruishoogte, meer bij toeval dan met voorbedachten rade, leek het. Even klapte ze mee, toen stak ze de handen in haar zakken. Ze deed haar stinkende best, dat moest ik haar nageven. Maar zwart zou ze nooit worden. Dat wist ze zelf ook.

Whitney Houston overleed op 48-jarige leeftijd in bad aan een hartaanval die mogelijk verband hield met haar drugsverslaving. Drie jaar later overleed de dochter die ze kreeg met Bobby Brown op vrijwel dezelfde manier.

Terug naar 14 februari 1979

Toen ik vanmorgen de gordijnen opendeed en naar buiten keek, wist ik niet wat ik zag! Er woei een verschrikkelijke sneeuwstorm! We zouden naar school fietsen, maar ik wist wel dat dát niet doorging. En ja hoor, de fietspaden waren helemaal dichtgesneeuwd.

En toen zei mama dat de bussen ook niet gingen! I.’s moeder wilde ons anders wel brengen maar dan moesten we eerst de garage uit­graven want die was helemaal ingesneeuwd. We waren wel plusminus 25 minuten bezig en kregen het stikwarm! Toen konden we eindelijk gaan.

Soms kon je nergens langs en overal waren sneeuwduinen van wel tien meter! Sommige huizen waren helemaal ondergesneeuwd en wegschuiven hielp niet, want het stoof zo weer op.

In de auto glipten we steeds en je zag niks. We moesten heel zacht rijden en deden er wel drie kwartier over om op school te komen. Maar daar aangekomen, hadden we vrij want er kon niemand naar school komen, ook de leraars niet. Alleen konden we niet meer naar huis want de bussen reden niet en I.’s moeder was alweer weg.

M. zei dat een kennis van hem vlakbij woonde. We liepen er met z’n allen heen, maar het was heel moeilijk lopen door alle sneeuw die voor je ogen dwarrelde. De ­kennis (man) geloofde niet dat we vrij hadden en ging de school bellen. Daarna geloofde hij het wel en heeft hij ons thuisgebracht met de auto.

Thuis zei mama dat er geen ­vliegtuigen gingen omdat Schiphol dicht was. Dat is nog nooit gebeurd! Op het nieuws zag je boerderijen in Drenthe die helemaal ondergesneeuwd waren en koeien die door de sneeuw opgesloten zaten en nog maar voor één dag eten hadden. Dus zo leuk is het allemaal niet!

Je Marieke

Op 14 februari 1979 woedde de zwaarste sneeuwstorm van de twintigste eeuw in Nederland. Door de stormachtige wind ontstonden er sneeuwduinen tot zes meter hoog. Nederland was dagenlang totaal ontregeld. 

Terug naar 11 februari 2011

Als het woensdag was gebeurd, had ik kunnen zeggen: op een Amsterdamse gracht met een fotograaf die me portretteerde voor mijn nieuwe boek. Of: op de rommelzolder van G. waar ik samen met E. en G. was beland na een copieuze lunch en we op dat moment zijn oude foto’s en plakboeken bekeken.

Als het donderdag was gebeurd, had ik kunnen zeggen: in een restaurant waar krokodil op de kaart stond en waar ik zonet had vernomen wie de BNG Literatuur Prijs had gewonnen (Maartje Wortel).

En als het maandag was gebeurd, had ik kunnen zeggen: op de bank met milde migraine, net als tijdens 9/11, de moord op Fortuyn en vele andere mijlpalen in de geschie­denis. Tenzij het ’s avonds was gebeurd, dan had ik kunnen zeggen: op de boot van J, die de publicatie van haar eerste kinderboek vierde.

Maar aangezien het vandaag ­gebeurde om een uur of vijf, moet ik de vraag ‘waar was je op het moment dat Mubarak aftrad?’ beantwoorden met: in de Hema, waar ik, in joggingbroek, zonder make-up en zonder bh, heen was gehold omdat ik opeens enorme trek had gekregen in chips. Paprikachips.

Nu zit ik met tranen in mijn ogen te kijken naar beelden van de feestende massa op het Tahrirplein, en blijft de chips onaangeroerd op het aanrecht liggen. ‘Dit is een dag van grote vreugde,’ zei Angela Merkel. En zo is het. Godverdomme zeg, wat ze met z’n allen voor elkaar hebben gekregen daar. Tegelij­kertijd vraag ik me af wat ervoor Mubarak in de plaats gaat komen. Voorlopig neemt het leger de macht over. Het leger? Voorlopig? Maar daar hebben we het morgen wel over, vandaag is het feest.

Na vier weken van protesten in ­Caïro en andere plaatsen in Egypte, trad president Mubarak, die Egypte dertig jaar met ijzeren hand had geregeerd, af. De protesten op het Tahrirplein hielden nog maanden aan, omdat er nauwelijks iets veranderde voor de bevolking.

Terug naar 9 februari 1991

Opa G. is dood. Af en toe moet ik even huilen, maar ik besef het nog niet echt. Ik mis hem nog niet. ­Vandaag zou bekend worden gemaakt of er een Elfstedentocht kwam. Opa was de hele ochtend zenuwachtig geweest, oma werd er gek van. Ga anders het stoepje vegen, zei ze. Opa veegde de sneeuw weg.

Hij was heel lang bezig. Toen hij weer binnenkwam schonk oma hem een kop koffie in en gaf hem een stuk kruidkoek. Opa ging op de bank zitten, at de koek op, dronk zijn kopje leeg en sloeg met zijn hoofd achterover. Dood.

M. kwam me ophalen, want het ov lag plat vanwege de sneeuw. Iedereen was er al. Opa lag op de bank onder het dekentje met de margrieten, zoals hij altijd lag als hij een dutje deed na het eten. Zijn hoofd leek zo klein opeens, helemaal verschrompeld.

Oma zat als een standbeeld in haar stoel. Het was zo’n goede man, zei ze. En dat ze niet goed genoeg voor hem was geweest. “Ik kom hier nooit meer overheen.” Toen keek ze me aan en zei: “Voor jou is het ook zo erg, Marieke.” Ik hield haar hand vast en wist niet wat ik moest zeggen.

Na een paar uur kwamen ze opa halen. Ze ritsten hem in een grijze zak en zetten hem op een karretje en reden hem weg. Ik was bang dat ze zijn nek zouden breken, of zijn benen.

Hij zakte scheef – “Ho!” riep iedereen – en werd toen als een brood in de lijkauto geschoven. Nu zit oma alleen in dat huis. Moet ze vanavond alleen naar bed. Morgen ga ik weer naar haar toe. Ik ben doodop. Ik hoop echt dat er geen Elfstedentocht komt. Kut-Elfstedentocht.

Na een strenge vorstperiode van ­bijna twee weken kwamen op 11 februari 1991 de rayonhoofden van de Vereniging Friesche Elfsteden bijeen. Maar als gevolg van de hevige sneeuwval kon geen datum worden geprikt voor de Elfstedentocht, en daarna trad de dooi in.

Terug naar 7 februari 1997

Gisteren aangekomen in Antigua, dat in het verleden meerdere malen is getroffen door aard­bevingen. Overal in de stad zie je ruïnes van kerken en ingestorte gebouwen. Ons hotel zit in een oud klooster, we hebben gigantische kamers met hoge plafonds.

Afijn, gisteravond, we lagen net in bed, begon opeens alles te trillen. Ik schoot overeind, knipte het licht aan en zag de lamp heen en weer zwaaien. Dus ik gilde: “Aardbeving!” We sprongen alle drie uit bed en holden naar buiten, in de verwachting dat daar allemaal mensen zouden zijn, maar het was doodstil. Tenslotte maar weer terug naar bed gegaan, maar we lagen nog niet of het begon weer.

Vanmorgen bleek wat de trillingen had veroorzaakt: de watertank van het hotel, die op het dak staat, was leeg en de waterleidingen die precies boven onze hoofden liggen, gingen daarvan schudden.

Vandaag zouden we de Pacaya-vulkaan (laatste uitbarsting: vorig jaar) beklimmen. Niet geheel ongevaarlijk: er vinden regelmatig overvallen door bandieten plaats en vorige week is er een meisje vermoord. Daarom mag je alleen in een groep naar boven en moet er altijd een bewapende gids mee.

We wilden gisteren al een trip boeken, maar besloten tot vandaag te wachten. Net toen we wilden gaan boeken, komt I. opgewonden naar ons toe hollen en zegt dat alle touroperators hun vulkaanwandelingen hebben gecanceld omdat er gisteren een groep toeristen is overvallen. Hun gids, een Guatemalteek, is doodgeschoten en de toeristen moesten al hun bezittingen, waaronder hun kleren, af­geven aan de overvallers.

We stonden helemaal te bibberen, stel je voor dat wij in die groep hadden gezeten. Dan hadden wij in ons nakie terug gemoeten!

Snap je nu waarom ik me niet helemaal op mijn gemak voel hier?

De Guatemalteekse stad Antigua werd meerdere malen getroffen door zware aardbevingen. De laatste, met een kracht van 6,9 op de schaal van Richter, was in 2014.

Terug naar 5 februari 2011

Egypte staat in brand. Ik zit al dagen aan de tv gekluisterd, net als bij 9/11 en toen de Golfoorlog begon. Het enige verschil is dat mijn tv nu een pc is en dat CNN is vervangen door Al Jazeera.

Nee, dat is niet het enige verschil. Het andere verschil is dat ik nu het gevoel heb dat het over míj gaat, over een plek die me dierbaar is – hoewel ik Caïro als stad haat. Ironisch genoeg vinden de protesten plaats op de enige plek in Caïro die ik niet haat, Midan Tahrir, waar het Egyptisch Museum staat. Duizenden demonstranten staan er, tanks staan verdekt opgesteld in de zijstraten en ik betrap mezelf op een romantisch verlangen erbij te willen zijn.

Wat een rare gedachte is voor iemand die al in paniek raakt bij het zien van een groepje anti­bont­demonstranten op de Dam. Ik slaap onrustig en voel een constante spanning.

Gisteren was de dag dat het ultimatum afliep en Mubarak moest vertrekken. Meer mensen dan ooit gingen de straat op, maar hij zit er nog steeds. Wel heeft hij laten weten zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen.

Vandaag is het wat rustiger.

Nog steeds duizenden demonstranten op het Tahrirplein, maar geen clashes meer met zogenaamde pro-Mubarak-demonstranten (mannen op kamelen die de menigte te lijf gingen, waarschijnlijk betaalde oproepkraaiers), zoals woensdagnacht toen het gigantisch uit de hand liep.

Ik ben zo trots en zo ontroerd dat de Egyptenaren eindelijk massaal in opstand komen. Het is waanzinnig wat er gebeurt. Dit is een opstand, een revolutie.

Hier wordt geschiedenis geschreven, en het is waanzinnig om er getuige van te zijn. Ik zit constant met kippenvel op mijn armen en een brok in mijn keel. Zo veel moed, zo veel hoop. Ik hou mijn hart vast.

De Egyptische revolutie was gericht was tegen de regering van president Mubarak, onder wiens bewind Egypte grote armoede, werkloosheid en voedsel- en woningtekorten kende. Zij begon op 25 januari 2011 en eindigde op 11 februari met het aftreden van Mubarak.

Terug naar 2 februari 2002

Gekkenhuis in de stad – hebben we ons laten vertellen, wij zijn de hele dag binnengebleven. Wel een raar idee dat op een steenworp afstand van hier het koninklijk huwelijk plaatsvindt. Vond. Want het is alweer voorbij. O. zag net onderweg naar de Appie de gouden koets langsrijden, leeg, een beetje stiekem. (Waarheen? Ik heb opeens een beeld van files op de A1 vanwege een gouden koets met acht paarden ervoor. Er zal toch wel ergens een vrachtwagen klaarstaan om hem te vervoeren?)

Verder heb ik vandaag uiteraard vaak moeten denken aan het huwelijk van Beatrix en Claus, vlak voor ik geboren werd, en aan oom A. die destijds in de Raadhuisstraat stond, met zijn fototoestel in de aanslag, wachtend tot zijn provovriendjes hun rookbom zouden gooien (niet over de hoofden, maar tussen de benen door, hadden ze afgesproken). Dit alles omdat de kroonprinses met een Duitser ging trouwen. Claus Raus.

A. was van plan de foto’s te verkopen aan De Telegraaf, die zou er het meeste voor willen betalen, dacht hij. Maar uiteindelijk zijn ze nooit gepubliceerd.

Vandaag bleef het stil, geen rookbommen, geen oproer, alleen een klein demonstratietje op het Koningsplein, en iemand die een zakje meel naar de gouden koets gooide. Poef.

Terwijl we nu toch meer reden hebben om te protesteren; waar Claus een lieve, goedmoedige man bleek zonder een greintje foutheid in zijn donder, zat de vader van de nieuwe koningin in de regering van Videla tijdens de militaire junta in Argentinië. Hij mag er niet bij zijn vandaag, dat was de deal. Maar verder komen ze weer overal mee weg, die Oranjes. Goed. De poppenkast is voorbij, de binnenstad is weer vrijgegeven.

Op 02-02-2002 trouwde Prins Willem-Alexander met de Argentijnse Máxima Zorreguieta. Minister van Staat Max van der Stoel had Máxima’s vader verzocht weg te blijven. Jorge Zorreguieta was minister van landbouw en veeteelt in het kabinet van dictator Videla (1976-1983)

Terug naar 31 januari 2008

Boekpresentatie van G.P. bij Athenaeum. Ik was van plan een uurtje te gaan en dan weer naar huis, lekker op de bank met House, mijn nieuwe lievelingsserie. Over de zwartgallige en aan pijnstillers verslaafde, maar briljante dokter House die diagnoses probeert te stellen van patiënten die met geheimzinnige, en meestal dodelijke aandoeningen in zijn ziekenhuis belanden.

Het klinkt een beetje suf zoals ik het nu beschrijf, maar het is briljant. Iets om voor thuis te blijven. Wat ik vanavond dus ook van plan was. Maar het liep anders.

Na de boekpresentatie belandden we met een groepje in café De Zwart. We gingen patat halen, bleven even hangen in Kapitein Zeppos en gingen weer terug naar De Zwart. Daar werd net de tv aangezet voor Pauw & Witteman, waar Peter R. de Vries een belangrijke onthulling zou gaan doen over Joran van der Sloot en de moord op Natalee Holloway.

Iedereen was stil en keek naar de tv en ik dacht: dit is zo’n moment dat ik me later ga herinneren: waar was je toen bekend werd gemaakt dat. En ik bedacht hoe goed het was dat ik nu niet thuis in mijn joggingbroek voor de tv zat, maar in een schrijverscafé in gezelschap van mensen als Joost Zwagerman en A.F.Th. van der Heijden (oké, die zaten aan de andere kant van de bar, maar toch).

Maar uiteindelijk was het niet veel. Het ‘ultieme bewijs’ van Peter R. de Vries bleek vooral een teaser voor een twee uur durende tv-special waarin een met verborgen camera gefilmd gesprek met Joran van der Sloot zal worden getoond. Volgende week. Dus nu weten we nog niks. De tv ging weer uit, er werden nog twee zinnen aan gewijd en toen gingen we weer door met drinken en roddelen over andere schrijvers.

Natalee Holloway verdween op 30 mei 2005 op Aruba. Haar lichaam is nooit teruggevonden. Joran van der Sloot zit een gevangenisstraf van 28 jaar uit in Peru wegens de moord op de Peruaanse studente Stephany Flores.

Terug naar 29 januari 2015

Nooit kijk ik Het Journaal, nu bleef ik hangen na DWDD en zag ik de melding in beeld verschijnen: ‘Wegens omstandigheden is er geen Journaal mogelijk.’ Ik legde de afstandsbediening weer neer en ging er eens goed voor zitten. (Ha! Er gebeurt iets, iets onverwachts dat de routine doorbreekt.) Even later was NPO2 ook uit de lucht. Een man met een pistool, las ik al snel op internet. En nadat hij was overmeesterd verschenen de beelden, haarscherp en met perfecte belichting (want: in een televisiestudio), alsof het een Nederlandse politieserie was: een man – een jongen nog – verzorgd type, het type dat je vertrouwt als het je op straat aanspreekt, liep met een pistool in zijn hand door de studio en praatte met de bewaker die hij had gegijzeld (gegijzeld? denk je nu, het zag eruit alsof ze vrienden waren). Het was allemaal heel duidelijk en up close te zien. Het duurde een paar minuten, toen werd de jongen overmeesterd. Het was bijna over-realistisch – als er zoiets bestaat.

Een gek, denk ik nu. Een psychiatrisch patiënt. Dat komt ervan als je blijft bezuinigen op de zorg. Maar ik zag ook heus wel dat het een ‘man met een Noord-Afrikaans uiterlijk’ was. En zo vlak na Parijs denk ik: wat is er allemaal met de wereld aan de hand? Wat is de stand, zijn we in oorlog?

Opeens vraag ik me af waar het heen gaat – of er een lijn in zit. Hoe zullen we hier over tien jaar op terug kijken? Hoe noemen we deze tijd dan? Ik heb behoefte aan overzicht, geloof ik, meer nog dan aan veiligheid. Ik voel me niet onveilig. Er is nog geen moment geweest waarop ik me niet veilig voelde. Ik wil alleen weten waar we aan toe zijn.

De 19-jarige student Tarik Z. drong het NOS-gebouw binnen met een neppistool en eiste zendtijd in het Acht uur Journaal omdat hij ervan overtuigd was dat de NPO leugens verkondigde en zweeg over ‘het fundament van het huidige monetaire systeem’. Hij had terroristische motieven noch psychische stoornissen.

Terug naar 27 januari 1995

We zitten in de Ardennen met F’s familie om zijn moeders zeventigste verjaardag te vieren. Uitgerekend dit weekend, nu België en delen van Nederland onder water lopen.

De anderen zijn hier al een dag, wij kwamen vanmiddag pas aan. Druk, werk, we hoeven het niet eens meer uit te leggen. Het zijn lieve mensen, maar drie dagen met z’n allen in the middle of nowhere is me net iets te veel.

Op de heenweg maakten we een pitsstop bij V. in Zuid-Limburg, waar de overstromingen uit het nieuws echt zijn. Wat me vooral is bijgebleven uit het nieuws, afgezien van al dat water, zijn de Limburgers die jammerden dat ze de inhoud van hun vrieskist nu weg konden gooien. Als dat je grootste zorg is, ben je een welvarend mens.

V. nam ons mee naar de Maas, die hele wegen en weilanden onder water had gezet. Het had iets dreigends, juist doordat het water er zo kalm bij lag. Dat je je bijna af gaat vragen: waar komt al dat water vandaan, hoe komt het aan die kracht? Zou het ’s nachts van gedaante veranderen om in de vorm van een soort monster de ­slapende wereld te verzwelgen?

Toen we na de lunch doorreden naar de Ardennen, bleek dat het huisje waarin we verblijven ook bijna was opgeslokt door het water. Achter het huisje loopt een stroompje dat is veranderd in een woest kolkende rivier. De gasten in het huisje hiernaast, dat net iets lager ligt, zijn al geëvacueerd.

Twee keer per dag komt de boswachter of de wateropzichter, of wie het dan ook is, in zijn jeep langsrijden om de stand van het water te controleren. En stiekem hoop ik dat wij morgenochtend ook worden geëvacueerd.

Wegens extreem hoog water in de Rijn, de Maas en de Waal, als gevolg van zware regens in de Ardennen en Frankrijk, moesten eind januari 250.000 mensen in het rivieren­gebied hun huis verlaten. Het was de grootste evacuatie in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis.

Terug naar 24 januari 2007

Ik ben genomineerd voor een literaire prijs, samen met Abdelkader Benali, Marcel Möring en de Vlaamse schrijvers Luc De Vos, Dré Steemans en Bart Van Lierde. Ja, als enige vrouw.

Het is een nieuwe prijs, overgewaaid uit de UK: de Bad Sex Award. Een prijs voor de slechtste seksscène in een literair werk. Ik ben genomineerd voor een afzeikprijs.

Bij de uitgeverij hadden ze vernomen dat er een grote kans bestond dat ik ging winnen, en de organisatie wilde graag dat ik naar Antwerpen kwam om de prijs persoonlijk in ontvangst te nemen (het is een Vlaamse prijs, een Belgenmop georganiseerd door tijdschrift Humo en festival De Nachten).

Daar had ik helemaal geen zin in. Niet alleen omdat ik grieperig ben en vanavond naar de schrijversborrel in De Pels wil, maar, nou ja, daarom. Omdat ik me niet vrijwillig te kakken ga laten zetten.

Even later belde mijn uitgever weer: ze hadden uit betrouwbare bron vernomen dat niet ik de winnaar was, maar Bart Van Lierde.

Nou, gefeliciteerd.

Je kunt niet winnen in dit soort situaties, je moet boven jezelf gaan staan, niet boos worden, niet be­ledigd, als je er niet om kunt lachen ben je een loser. Het beste dat je kunt doen is het naar je toe trekken en enthousiast meedoen, in je mooiste jurk naar de uitreiking gaan en lachend je poepprijs in ontvangst nemen. Dat is de enige manier waarop je kunt winnen. En dan nog win je niet, want je hebt een prijs gekregen voor een slechte prestatie. Maar zij hebben een leuke avond gehad.

The Bad Sex Award, de onderscheiding voor de slechtste seksscène in een literair werk, is in Engeland al sinds 1993 een begrip. In 2007 waaide de prijs over naar de lage landen, waar hij als de Slechte Seks Prijs twee keer werd uitgereikt en daarna een stille dood stierf.

Terug naar 22 januari 1993

Bahariya oase. Vier uur zou de busreis vanuit Caïro duren, volgens Lonely Planet. Afijn, acht uur deden we erover om hier te komen. Drie keer moesten we stoppen onderweg omdat de motor oververhit raakte (waarna alle mannen de bus verlieten om toe te kijken hoe de chauffeur een jerrycan water over de motor leeg goot), twee keer omdat de chauffeur thee ging drinken.

In de bus vernamen we dat er gisteravond, een paar straten van ons hotel, een bom is ontploft. We hebben er niks van meegekregen. Op de dag dat we aankwamen, gooide een man een bom naar een bus vol toeristen in Caïro. Ook dit hoorden we pas een week later.

Zo gek, we hebben getwijfeld of we hier wel heen moesten gaan met al die aanslagen op toeristische doelen op het moment, maar we dachten dat het wel veilig zou zijn. Dan blijken er tijdens ons verblijf maar liefst twee aanslagen te zijn gepleegd en we hebben er letterlijk niks van gemerkt.

We verblijven nu in het Alpenblickhotel. Serieus. We waren het niet van plan. Een paar jaar geleden (lazen we in de Lonely Planet) had de eigenaar een stel Duitsers meegenomen op een woestijntrip. Midden in de Western Desert (Sahara) wilde hij extra geld zien. Ze weigerden, waarop de man hen had achtergelaten, met een paar flesjes water, wat ongeveer gelijk staat aan poging tot moord. Ze wisten terug te komen in de bewoonde wereld, en de eigenaar van het hotel ging de gevangenis in, maar inmiddels is hij weer vrij.

Iedereen verdient een tweede kans, volgens Lonely Planet. Dus die geven we hem nu. (Ook omdat het enige andere hotel een heel eind buiten het stadje ligt en de eigenaar overkwam als een creep.)

Tientallen aanslagen tussen 1992 en 1997 in Egypte werden opge­ëist door Gama’a al-Islamiyya. Leider Omar Abdel-Rahman was het brein achter de bomaanslag op het WTC in New York (februari 1993).

Terug naar 20 januari 1979

Vannacht had het zó geijzeld dat we op straat konden schaatsen. Je kon de hele buurt doorschaatsen, te gek! Niemand ging meer op de sloot, iedereen ging op de weg, want er reden toch geen auto’s, die slipten allemaal weg.

In de buurt van school zijn een paar heuvels die we ‘de bergen’ noemen, daar kon je heel goed vanaf, die zijn nu helemaal glad. Eerst durfde ik niet omdat er heel veel kinderen buiten waren en ik dacht dat iedereen me uit zou lachen omdat ik Friese doorlopers heb en die vind ik zó kinderachtig!

Maar M. ging ook schaatsen en die heeft dezelfde stomme schaatsen als ik, dat gaf me weer moed. Alleen R. zei dat hij had gedacht dat ik wel kunstschaatsen had, ­verder zei niemand iets erover.

Ik vond het ook fijn dat je niet ‘door het ijs kon zakken’. Met schaatsen op de sloot kraakt het ijs soms heel erg en dat vind ik best eng. Ook zijn er soms natte plekken waar het water doorheen komt, en wakken. Dat was nu helemaal niet zo.

Om acht uur ’s avonds waren er nog heel veel kinderen buiten. Iemand zette boxen voor het raam met Paradise by the Dashboard Light keihard en dan gingen wij dansen op onze schaatsen. Dat was heel leuk. (Paradise by the Dashboard Light is een heel gaaf nummer dat al wéken heel hoog in de hitparade staat en misschien volgende week wel op 1.)

Er ligt nou al vanaf 30 december 1978 ijs en sneeuw. Lang hè? Als het morgen nog zo is, willen D. en ik naar het winkelcentrum schaatsen, alleen heeft D. schaatsbeschermers, dus zij kan het winkelcentrum in en ik niet. Of ik moet op mijn sokken gaan, maar dan krijg ik denk ik wel nattepoten.

Je Marieke

De strenge winter van ’78-’79 heeft in de herinnering van veel Nederlanders bijna mythische vormen aangenomen. Er waren sneeuwstormen, sneeuwduinen, en als gevolg van ijzel kon er tweemaal op straat worden geschaatst.

Terug naar 17 januari 1991

Vannacht begon de oorlog tegen Irak. Het was aangekondigd, als een spannende film. Iedereen die we kennen zat er klaar voor. Ook F. en ik. Het werd later en later. En opeens begon het. De CNN-correspondent in Bagdad zette zijn microfoon in het raamkozijn zodat wij in onze woonkamers de bommen live konden horen vallen. (Attent van hem.)

Het is de eerste oorlog die ik bewust meemaak, live op tv.

F. en ik zaten er met onze armen om elkaar heen op de bank naar te kijken.

Ik ben zo blij met hem. We doen alle idiote dingen die ik altijd samen met vriendinnen deed, ik wist niet dat het kon met een vriendje. Ik heb al twee keer een knetterende migraineaanval bij hem gehad en nog is hij niet bij me weggelopen. Ik wil noteren hoe lief hij is en dat hij me heel erg aan het lachen maakt.

Dat hij mijn U2-manuscript heel kritisch leest, terwijl hij U2 verschrikkelijk vindt, en dat hij vraagt of ik namen wil verzinnen voor zijn personages. Dat hij ijsklontjes op mijn hoofd legt als ik migraine heb en dat hij ‘Vrouw, ik hou van jou’ in het Chinees tegen me zegt. Dat hij lekkere dingetjes voor me meeneemt die hij zelf niet lust, en dat hij zegt dat ik Egyptische handen heb en een mooie rug en het leuk vindt als ik roep: ‘En nu wil ik eens wat vertellen!’ als hij de hele avond aan het woord is, en dat hij al dingetjes van me weet die ik zelf nauwelijks weet.

En dat hij, als ik vraag of hij altijd eerlijk tegen me zal zijn, in de lach schiet omdat hij dat een opmerking vindt uit Goede tijden slechte tijden. En nog heel veel meer. Het is oorlog maar wij hebben liefde.

De Golfoorlog begon op 2 augustus 1990 met de inval van Irak in Koeweit. Toen Irak geen gehoor gaf aan de oproep van de VS om Koeweit te verlaten, begon de VS een lucht­offensief onder de naam Operatie Desert Storm. Het werd het grootste luchtoffensief uit de geschiedenis.

Terug naar 15 januari 1977

Vandaag moesten we weer schaatsen op de Jaap Edenbaan. Bij de bushalte kwam een meisje dat ook bij ons op schaatsen zit naar E. toe. Ik was met E. aan het praten, maar ze ging er gewoon doorheen praten en in de schaatsbus ging ze snel naast E. zitten en zich heel erg uitsloven. Ik had er de pest in.

Het schaatsen ging ook helemaal niet lekker, want er lag een hele laag water op de baan, dus je moest oppassen dat je niet viel, want dan was je meteen zeiknat. We moesten dit keer zo snel mogelijk twee keer op en neer, en een stuk rijden en dan werd je tijd opgenomen. Ik had 49,2 seconden en M. 48,8. Eerst lag ik 4/10 seconde op M. voor, maar er schaatste een kind voor me langs dat me afsneed en daarom had ik een lagere tijd.

Daarna gingen we oefenen met slalommen, maar mijn schaatsen zaten niet lekker, de ene keer zaten ze te strak en dan zaten ze weer te los, en ik ging steeds langs de kant zitten om ze goed te doen. Ik had ook hele koude poten. Papa werd boos omdat hij dacht dat ik expres niet schaatste omdat ik geen zin had. Ik kon wel huilen. (Papa en mama schaatsen ’s morgens voor ons en blijven soms nog als wij komen.)

Ik vind schaatsen superstom en saai! Alleen de bus terug is leuk, dan moeten we altijd lachen. We zingen dan ook omstebeurt liedjes en dan moet je daarna de beurt geven aan een ander. Ik hoopte steeds dat ik niet aan de beurt kwam, maar helaas. Ik zong Vedeldi Vedeldei, dat is een beetje een grote mensenlied met ook wel rare woorden. Ik werd knalrood toen ik het zong. Stom hè?!­

In 1961 werd de Jaap Edenbaan, de derde 400 meterkunstijsbaan ter wereld, geopend. Het veranderde het schaatsen in Nederland voorgoed. De Jaap Edenbaan droeg onder andere bij aan de doorbraak van Ard Schenk en Kees Verkerk, die nu niet meer naar Noorwegen hoefden om te trainen.

Terug naar 13 januari 1996

Na een lange rit in een afgeladen bus over slingerende bergwegen aangekomen in San Cristóbal de las Casas (Chiapas). Onderweg stopte de bus steeds om boeren op te pikken die van het land kwamen en hun machetes nonchalant op de vloer van de bus legden. Ik droeg slippers en elke keer als we remden of door een bocht gingen was ik bang dat een schuivende machete mijn tenen eraf zou maaien.

San Cristóbal de las Casas ligt op 2200 meter hoogte, ik merkte het al na een uurtje of zo: koppijn, duizeligheid en bij het minste beetje vals plat loop ik al te hijgen. Maar het is hier prachtig. Pastelkleurige huizen, koloniale kerken (dat is iets minder) en Mayavrouwen die in bontgekleurde doeken lopen.

Dit is de thuisbasis van de EZLN, het Zapatista-bevrijdingsleger – een boerenguerillabeweging die hier in het arme Chiapas strijdt voor een rechtvaardiger verdeling van het land. Drie jaar geleden was er een grote, gewapende opstand van de EZLN en sindsdien maken zij hier de dienst uit. San Cristóbal de las Casas is hun hoofdstad en de leider van de EZLN, subcomandante Marcos, is een soort popster. Overal hangt zijn foto en er zijn poppetjes gemodelleerd naar hem en zijn vriendin, ook een beroemdheid. Je ziet zijn gezicht niet, want hij draagt een bivakmuts. Slim, want daardoor kun je je alles bij hem voorstellen – hij kan net zo knap (of lelijk) zijn als je zelf wenst.

Ik moet eraan wennen, guerrilla’s die deel uitmaken van het dagelijks leven. Op de markt heb ik een houten speelgoedvrachtwagentje gekocht met vier gewapende zapatista’s: subcomandante Marcos, zijn vriendin en hun vrienden, zeg ik tegen mezelf. Nu kan ik thuis zapatistaatje spelen.

Het EZLN kwam in 1994 in opstand tegen de Mexicaanse regering en heeft sindsdien het gezag over ­Chiapas. Tot 1989 leidde subcomandante Elisa het leger. Toen zij zwanger werd, kreeg haar vriend, subcomandante Marcos, de leiding.

Terug naar 10 januari 1976

Hoi, Dagboekje! Vandaag was het Unicefgala op tv. Meewerkenden: The Bee Gees, Andy Gibb, Olivia Newton-John, ABBA, the Fonz, Donna Summer en Rod Steward. En nog het Unicef kinderkoor en Earth, Wind & Fire.

Nou, eerst kwam iedere artiest even op in een mooie bontjas onder een donderend applaus van het publiek. Toen ging iedereen zingen. ABBA zong Chiquitita, Rod Steward zong Do you think I’m sexy, Donna Summer wat over haar dochtertje Mimi, verder iedereen wat.

Toen kwam Andy. De Bee Gees zeiden: “Dit concert is opgedragen aan de kinderen van de wereld.” Barry zei: “Een paar jaar geleden hadden wij thuis ook een kind.” En toen zei Maurice: “Ladies and gen­tlemen, our brother Andy Gibb.”

Toen kwam Andy swingend aanlopen in een rode glimbroek en een rood truitje met gouden kettingen om zijn nek en witte gymschoenen. Ik kreeg net zo’n gevoel in mijn buik als toen ik Saturday Night Fever voor de tweede keer zag: ik kon er niet genoeg van krijgen! Toen hij klaar was, kwam Olivia Newton-John aanlopen met een groot bord waar hij zijn handtekening op zette, want de opbrengst was voor Unicef.

Ik las in de Popfoto dat Andy Gibb vorige week in het ziekenhuis lag omdat hij een spier vlak bij z’n hart had gescheurd. En op de poster van Andy in mijn kamer staat een soort gedrukt kringeltje vlak onder z’n hart. Toevallig hè?

Ik las ook dat Olivia Newton-John twee maanden bij Andy heeft gewoond omdat zij net ruzie met haar vriend had en Andy bijna overspannen was. Toen vroeg ik me af of ze elkaar zouden zoenen of bloot zien. Ik hoop echt van niet!

Andy Gibb was de jongere broer van The Bee Gees, die tussen 1977 en 1980 een zeer succesvolle solo­carrière had. Hij overleed op 30-jarige leeftijd aan een hartaandoening, waarschijnlijk het gevolg van excessief drugsgebruik.

Terug naar 8 januari 1990

Niemand zal dit geloven, wij zelf nog het minst: we hebben Bono ontmoet. JA ECHT! Echt.

Om 14.30 uur stonden we voor het Amstel Hotel, samen met nog twee meisjes. Na een minuut of tien, we hadden nog niks of niemand verwacht, kwam Bono opeens naar buiten. “Hé Bono,” riepen we, alsof het de normaalste zaak ter wereld was, waarop hij naar ons toe kwam. Hij was klein, knap, met knalblauwe ogen en een wolk Cacharel pour l’homme om zich heen. We gaven hem de babytandenborstel voor Jordan, zijn pasgeboren dochter, waar hij wel om moest lachen, plus de Collectormania met ons stuk erin.

Yeah, I’ve heard about it,” zei hij. HE HEARD ABOUT IT! Daarna tekende hij een portret op S. haar spijkerbroek. Op de rug van mijn T-shirt schreef hij: ‘Marieke is my main woman. Bono is a boy still. ’90.

Hij moest ervandoor, maar even later kwam The Edge aanlopen met zijn vrouw. Aislinn sloop snel naar binnen, maar Edge bleef staan, heel aardig, heel geduldig. Opeens kwam Bono er weer aan. “You’re still here?” We waren totaal overdonderd omdat ze zo bleven rondhangen en we wisten van gekkigheid niet meer wat we moesten zeggen of vragen.

S. vroeg wat voor luchtje hij op had. Ik: “It’s a big smell!” (Ik geloof niet dat dit Engels is.) Bono zei sorry, en dat hij het zelf niet rook omdat hij verkouden was. Het was… unreal!

Toen ze weg waren, brachten we ons filmpje naar de 1 uurservice en gingen naar mijn huis om champagne te drinken. We konden niet wachten tot de foto’s klaar waren. Maar toen gebeurde het aller, allerergste… alle foto’s waren onderbelicht! Ach, who cares? Ik ben Bono’s main woman!

Oké, ik vind het wel een beetje kut dat de foto’s zijn mislukt, een beetje boel kut.

Nee, het is VERSCHRIKKELIJK!

Op 5, 6, 9 en 10 januari stond U2 in het Rotterdamse Ahoy met de Lovetowntour. De band logeerde, zoals altijd, in het Amstel Hotel in Amsterdam.

Terug naar 7 januari 2015

Vanmorgen heel vroeg opgestaan voor de bus van 7.45 uur naar Sevilla. Op mijn gevoel richting de binnenstad gelopen, daar ontbeten in een cafeetje en toen het Alcázar Real binnengegaan, waar Moorse en christelijke architectuur samenkomen. Het was rustig en prachtig. De batterijen van mijn camera waren bijna leeg, dus maakte ik foto’s met mijn telefoon, tot ook die batterij bijna leeg was en ik de telefoon uitzette om energie te sparen.

Ik bezocht Plaza de Toros, de oude stierenvechtarena waar de koppen van de afgeslachte stieren aan de muren waren gespijkerd. Ik at een tapasmenu en bestelde per ongeluk ‘vino verde’, waar de ober erg om moest lachen: groene wijn. Ik dacht aan wat ik N. vanavond zou skypen. Bij alles wat ik deed klotste de verliefdheid door mijn lijf.

Om 16.00 uur de laatste bus terug naar Aracena genomen. H. stond al op me te wachten bij het bus-station. Toen ik mijn huisje binnen­ging en mijn telefoon weer contact maakte met wifi, zag ik dat ze me ’s middags had gewhats-appt: ‘Is alles in orde?’ Ik begreep het niet, had ze zich zorgen gemaakt?

Ik maakte de houtkachel aan en opende mijn laptop. Op Facebook zag ik berichten die ik niet begreep, over cartoons, over ene Charlie. Je suis Charlie, stond er steeds.

Toen las ik het. Een terroristische aanslag op de redactie van een satirisch striptijdschrift in Parijs. De hele dag had ik van niks geweten. Ik bevond me op een eiland van onschuld, van nog geloven dat de wereld veilig was. En nog steeds komt het niet echt binnen.

Parijs, nooit eerder was het zo dichtbij. Vanuit Nederland gezien, dan. Hier op het Andalusische platteland voelt het eigenlijk alleen maar heel ver weg.

Bij de door Al Qaida opgeëiste aanslag op het hoofdkantoor van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs werden tien mensen vermoord. Vlak na de aanslag verscheen overal ter wereld de leus ‘Je suis Charlie’, als steunbetuiging aan de slachtoffers en aan de vrijheid van meningsuiting.

Terug naar 3 januari 2002

Gelukkiger nieuwjaar (maar dat is niet zo moeilijk). Nu we het mythische jaar 2000 achter ons hebben gelaten, begint het eigenlijk pas echt met futuristische jaartallen: 2002.

We bleven met z’n tweeën thuis gisteravond, ik was te moe om iets te doen. De afgelopen weken hebben er ingehakt en ik wilde eigenlijk gewoon om half elf naar bed (O.: ‘Nou, dan doen we dat toch gewoon?’). Nog even overwogen, maar we wilden ook om 00:01 gaan pinnen, dus bleven we op.

Bij de pinautomaat op het Leidseplein stond al een rij toen we aankwamen. We keken bij de mensen voor ons hoe het geld eruitzag: net monopolybiljetten, guldenbiljetten zijn mooier.

Daarna zelf onze eerste euro’s gepind. Vreemde ervaring om dat geld in je hand te hebben en niet precies te weten hoeveel het is, net alsof je op vakantie bent. Ik voel een soort verzet, iets belangrijks uit mijn jeugd, uit mijn leven, is verdwenen, iets dat me vertrouwd was, en het komt nooit meer terug.

Het is ook verlies van houvast nu je bij elke aanschaf, van een brood tot en met een wasmachine, moet gaan rekenen: hoeveel is dit in guldens, word ik niet afgezet? Et cetera. Ik ben benieuwd hoe lang het zal duren voor het went.

2002 is begonnen. Zullen O. en ik samen het einde van het jaar halen? Of wordt dit het jaar waarin we definitief uit elkaar gaan? Het voelt ongemakkelijk en rauw nu, op een bepaalde manier. We lopen op onze tenen, allebei. Ik kan me niet voorstellen dat het ooit weer zo vanzelfsprekend zal gaan voelen als voorheen. Ik weet niet eens of ik dat wel wil.

Schansspringen in Garmisch-Partenkirchen kijken nu. Even doen alsof er nooit iets verandert.

Op 1 januari 2002 gingen de twaalf landen van de Europese Unie, plus Monaco, San Marino en Vaticaanstad, over op de euro, die op dat moment een waarde had van iets meer dan 2,20 gulden. Het werd de grootste monetaire omwisselingsoperatie aller tijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden